zaterdag 13 februari 2016

vrijdag 12 februari 2016

IN TOUW


In eerste instantie zocht ik er niets achter. Q. knevelde links en rechts van het woonkamerraam een touw achter de fopgordijnen. Voor de huishoudelijke hulp om zich aan vast te klampen bij het ramen wassen, dacht ik. Tot er aan de zijkant van de radiatoren, de duwstang van het theewagentje in de hoek, onzichtbare in onbruik geraakte haken in de muur, stroppen en vastgebonden koorden en veters opdoken. Was hij bang om te vallen en waren dit zelfbedachte steunpunten?

Omdat hij er schimmig over deed - hij strikte nooit in mijn bijzijn - vroeg ik er niet naar. Hij vertoonde suïcidale neigingen, zoals hij het zelf omschreef. Was het een stille schreeuw om hulp? Ik kon me niet voorstellen dat hij zich op wilde knopen. De touwen hingen hoogstens op het niveau voor een kabouter met zelfmoordplannen. Pas toen Q. met losse elektriciteitsdraden en gevaarlijke voorwerpen in de weer ging, begreep ik dat hij letterlijk houvast zocht en dat niet vond.

Hij liet zich vrijwillig opnemen in een observatiekliniek voor dementerenden waar de structuur en de aangepaste dosis schildkliermedicijn hem in zes zware weken weer oplapten. Voor zijn terugkeer had ik alle tuien verwijderd. De veters kregen een betere bestemming. Vergezeld van een houten Hofnar sigarendoos met daarin een kopietje met voorbeelden van knopen die je bij de marine leert. Wat een onzin’, verwierp Q. mijn vermeende creativiteit met een wegwerpgebaar. ‘Die horen in de schoenpoetsdoos.’ Q. had de touwtjes weer in handen.

donderdag 11 februari 2016

GERIATER


We schuiven met een urgentieverklaring bij de geriater aan: een depressie ligt op de loer ligt. Thuis voelt pappi zich eenzaam en verlaten. Ik zit met de handen in het haar. Buiten de deur op momenten met persoonlijke aandacht, kan hij de wereld aan. Hij schiet vanzelfsprekend in de rol van Toon Hermans: een charmante grapjesmaker met pretoogjes.

'Dr. Oxazepam' (haar, hoe-spreek-ik-de-dubbele-medeklinkers-uit en waar-ligt-de-klemtoon naam vertoont toevallige overeenkomsten met de rustgever) is een begripvolle elegante brunette. Q. gedraagt zich frisky in haar bijzijn. Hij is net geen gênante ouwe bok die een jong blaadje lust. Ik schuif ongemakkelijk in mijn stoel. Is dit de man die het niet meer zag zitten, levensmoe was? Professioneel als ze is, doorziet ze zijn vertoning. Gelukkig, want ik geneer me zo onderhand.

Aan de muur van haar spreekkamer hangen foto’s van haar bovengemiddeld knappe dochters. Ze ziet me kijken. Ik vraag of er een foto van moederlief beschikbaar is. Ze glimlacht met een vragende frons. ‘Voor boven zijn bed’, wijs ik naar Q. ‘Alleen al door uw aanblik is mijn vader spontaan genezen.’



 

woensdag 10 februari 2016

PINNEN


‘Je mag alles van me weten, behalve mijn pincode’ luidde de televisieboodschap bij de introductie van de pinpas. Q. strooit er kwistig mee. Als hij naar de supermarkt gaat, prijkt het getal prominent op een memootje in zijn jaszak, op de binnenkant van zijn pols, en het staat in koeienletters gegraveerd in de leren flap van zijn portemonnee. Voor alle zekerheid belt hij mij voor zijn vertrek om de vier cijfers te checken. In de winkel vraagt hij de behulpzame caissière het nummer voor hem intikken. Bij de pinautomaat is het een eender verhaal. Achter hem in de rij staat altijd een vriendelijke vrind waar hij vroeger mee gevoetbald heeft die de pin mag intoetsen.

Als je ouder wordt, lever je beetje bij beetje in. Om daarbovenop nog iemands zelfredzaamheid af te nemen, voelt niet fijn. Sinds Q. geheugenproblemen heeft, is zijn opnamebedrag verlaagd naar een luttele 50 euro. Mochten kwaadwillenden zijn vergeetachtigheid misbruiken, dan is er financieel geen man overboord. Het is een lage prijs die hij betaalt voor meer speelruimte. 

dinsdag 9 februari 2016

CHAOS


Q. maakt er een zootje van. De chaos in zijn hoofd vertaalt zich letterlijk in het dagelijks leven. Hij blijft dingen verplaatsen met als gevolg dat er steeds van alles zoek is. Zo kan hij dagen achtereen in paniek zijn, omdat zijn sleutels (op het haakje in de gang) of zijn lidmaatschappasjes (in het etui in de lade van het telefoonkastje) kwijt zijn. Hij wil wel opruimen, maar vergeet onderweg wat hij ook al weer wilde doen. Zo komt alles op een onvindbare plek.

De woonkamer ziet eruit alsof er een bom is ontploft. Kledingstukken slingeren her en der over stoelen en kasten. In de linnenkast ligt alles door elkaar. ‘Ik heb geen schoon ondergoed meer’, zegt hij tegen mij. Het ligt er wel, alleen weggemoffeld achter de stapel tafellakens. Ik maak de individuele schappen in zijn kledingkast overzichtelijker door ze te stickeren. Voor het hangende goed komt een kartonnetje aan het rek.

Bij mijn volgende bezoek ziet de kamer er redelijk opgeruimd uit. Ik vraag Q. of hij de plakkers handig vond. ‘Nou, ik heb er een hoop overbodige afgehaald. Je moet maar een paar nieuwe maken voor spullen die ik wél heb.’ Verrast kijk ik in de kast met gehusselde stapels. Als ik zie welke stickers verwijderd zijn, gaat er pas een lampje branden. Een broek heet voor de 88-jarige een pantalon, een spencer is een slip-over, een blouse is een sporthemd, onderbroeken zijn slips, een trui noem je een pullover, en een colbert kwalificeer je als blazer. Wat dom van me.

maandag 8 februari 2016

SALON SPELEN


Ooit wars van getuttel, mag Q. zich tegenwoordig graag laten vertroetelen. Favoriet is kapsalon spelen. Mijn vader neemt plaats op een zetel die dienst doet als knipstoel. De thuiskapster (ik) drapeer een heuse kapmantel om hem heen - als ik iets doe, doe ik het goed. Na het kortwieken en tondeuse scheren, krijgt hij een schoonheidsbehandeling. Die bestaat uit een ontspannende hoofd- en gezichtsmassage, en een wit doorschijnend maskertje tegen veroudering. Omdat het vochtinbrengende anti-rimpel masker was uitverkocht, nam ik een ontspannend groene thee papje. Het moest minimaal twintig minuten blijven zitten. Q, ongeduldig op de stoel wippend, vroeg of hij ondertussen de krant uit de brievenbus kon halen. ‘Tuurlijk’, antwoordde ik met pretoogjes. Weer terug, klonk het verbouwereerd: ‘In de corridor en in de lift keken de mensen me allemaal zó raar aan.’ ‘Kijk eens in de spiegel’, giechel ik. Mijn vader, die totaal vergeten was dat hij een maskertje droeg, schrikt zich een hoedje: ‘Mijn hele gezicht is besmeurd met groene smurrie, en jij stuurt mij zo geschminkt naar beneden! Wat een gekke Jutta ben je ook’, lacht hij. ‘Het is carnaval, pappi!

zondag 7 februari 2016

ZONDAG RUSTDAG


Na je pensioen is het uit met verlof, snipperdagen, vakantie en je welverdiende weekenden. Je hebt voor altijd vrijaf. Vergeetachtigheid kent geen tijd. Dagen wordt stroperig en raken verstrengeld. Geniet voordat je de mist ingaat. Fijn weekend en tot maandag!