vrijdag 25 maart 2016

INRICHTING


De inrichting van individuele units was bij de opening van het Zorghuis nog niet 100% gereed. Er bestond de mogelijk om later in te trekken, maar pappi was bewoner van het eerste uur. Dat hield in dat de douchevloer nog een dagje moest uitharden. Geen nood, Q. had die ochtend thuis gedoucht.

Voor de natte cel stond een gemat bidstoeltje op wacht om Q. eraan te herinneren dat hij de tegels niet mocht betreden. Je voelt hem al aankomen. De cabine oefende onweerstaanbare aantrekkingskracht op pappi uit. Resoluut zette hij het houten stoeltje opzij en stapte zonder pardon op de eerste tegel die opkiepte. Bij het terugleggen gulpte cement op de vloer.

De tegelzetter deed zijn werk overnieuw en bakende de douchecel af met een houten X. Na het uitharden kwam de voeger. Die vergat na ‘klusje geklaard’ de barrière te timmeren. Pappi zag zijn kans schoon en sproeide de tegels blinkend nat. Fluitend legt de tegelzetter een nieuw vloertje.

Tijdens overvloedige regenval, een dagen durend stortbad, blijkt dat cementresten de boel hebben verstopt. Als ik pappi bezoek, zit hij in zijn relaxfauteuil. Op mijn vraag waarom hij niet in de recreatiezaal is, verzucht Q.: ‘Ik kan weer niet van huis, nu moet ik op de loodgieter wachten!

NB De kamer is niet afgesloten, bovendien heeft de verzorging een loper. Het is wel verheugend dat Q. zijn ruimte ‘thuis’ noemt.

 

donderdag 24 maart 2016

BLOOTGEVEN

Tablet Palmolive. Spreek uit: pal molieve

Vanwege de badkamerrenovatie mag Q. gebruikmaken van een andere douche. Hij trekt er niet hard aan en wrijft zich - net als eertijds - nonchalant met een stuk Palmolive zeep en een washandje schoon. Als de verzorging wil helpen, verzet hij zich.

Is het omdat hij zich letterlijk bloot moet geven? Mag niemand de naakte waarheid: een porseleinen rimpelhuid en een plooiende bollende buik, zien? Nee, Q. wil alles zelf doen. Prima die zelfredzaamheid, maar hygiëne is belangrijker. De nieuwe broeder mag best doortastend optreden, spreken we gedrieën af als pappi toegeeft dat hij niet wist dat hij vergat te douchen.

Met gezonde tegenzin geeft hij er gehoor aan. De volgende ochtend begeleidt J. hem naar een fonkelnieuwe badkamer. Q. laat zijn weerstand varen. Later die dag smoest hij tegen mij: ‘Me vanmorgen fijn laten wassen, zelfs mijn rug deed-ie. J. heeft zulke zachte handen. Dat mag-tie vaker doen!’ 

dinsdag 22 maart 2016

GRAFITTI


De zes weken die Q. thuis moest overbruggen voordat hij in het Zorghuis terecht kon, waren een regelrechte ramp. Opgeknapt terug van een observatie- en behandelopname van zes weken in het VvGI ging het na een kleine twee weken al mis. Oude rituelen zoals zijn naam met balpen of marker in fluor geel, roze én groen op bierviltjes en binnendeuren kalken, staken de kop weer op. Het komt voort uit angst om zijn identiteit te verliezen. Het schrift biedt hem houvast. Geregeld gebruikt hij ook het ‘pseudoniem’ Pietje Puk. Geen idee waarom de postbode die pas in 1958 in boekvorm verscheen zo’n indruk op hem heeft gemaakt dat hij zich ermee vereenzelvigd. Of de link moet zijn dat pappi een blauwe maandag ook post heeft rondgebracht.

De olijfgroene voordeur mishandelt Q. in een verbolgen vlaag bij het naar binnengaan met zijn rollator. W. schildert het paneel de volgende ochtend keurig in de juiste RAL kleur over. Zolang de verf nat is, moet de deur open blijven. Als W. vertrekt, zet hij er een kartonnen bordje voor: PAS GEVERFD. Deur pas na 6 uur sluiten als verf niet meer plakt. Q. die geen notie van tijd heeft, kan zich niet bedwingen. Hij klopt de het aftandse flanellen laken dat onder de deur de vloerbedekking tegen geklieder beschermde, na een half uurtje uit. De doek blijft aan de deur kleven. Q. houdt zich van de domme en belt W. op: ‘Ik heb weleens strakker schilderwerk gezien.’

Na de aanstaande verhuizing moet het appartement leeg en schoon worden opgeleverd. De deur krijgt een nieuw laagje als Q. naar de dagopvang is - de buurvrouw houdt zolang een oogje in het zeil. Voor de zekerheid verwijder ik (te) lang bewaarde verfspuitbusjes van uiteenlopende klusjes uit de bergruimte. Je weet maar nooit of er een graffitikunstenaar in pappi huist.

maandag 21 maart 2016

EEN BLOKJE OM


Q. is vanwege zijn werk zeker acht keer verhuisd, maar deze rit was ongewoon. Met de urn waarin mijn moeders as, op schoot reden we (voor hem) richting bestemming onbekend. Het ontvangstcomité zorgde voor een warm welkom. Aan de regelmaat, en zijn unit was Q. direct gewend: het was een mooiere kopie van thuis.

Buiten de deur wennen heeft tijd nodig. De woonkamer is zo tot in detail nagebootst dat hij telkens schrikt als de deur naar de gang opent. De hal lijkt op een hotellobby en niet op de corridor die hij gewoon was. Op de regionale zender L1 deed initiatiefneemster Astrid van Mulken (coach Belevingsgerichte Zorg bij Orbis Thuis) uit de doeken hoe ze in een Geleens verzorgingshuis haar plan (een gang omtoveren in een straat) heeft mogen uitvoeren. Bewoners kunnen intern een blokje om gaan, langs de brievenbus lopen, in een bushokje zitten en (door middel van fotostickers) hun eigen vertrouwde voordeur terugvinden.

zondag 20 maart 2016

ZORGHUIS


De behandelend geriater bracht mij in contact met Hulp bij Dementie. R. werd mijn onmisbare coach tijdens de emotionele achtbaan en de worsteling met de oneindig lijkende papiermolen. Zij was ook diegene die de nog te openen kleinschalige woonvorm tipte.

Het particuliere Zorghuis is gevestigd in een voormalige bewaarschool annex kloostertje. Bij de bezichtiging stapten we door de properheid en de achtergebleven meubeltjes uit de jaren vijftig en zestig zo onze jeugd binnen. Het geheel straalde een en al vriendelijkheid en gezelligheid uit. De ontvangst was ouderwets hartelijk: een warm bad. Zonder aarzeling hebben we getekend: pappi is nergens beter af dan hier.