donderdag 26 januari 2017

DE FIETS


Q. fietst sedert twee jaar niet meer. In het jaar daarvoor ruilde hij het herenmodel met stang in voor een fiets met lage instap. Niet heel vaak, maar toch geregeld viel hij van zijn gazelle - hij kwam er steeds van af met slechts geschaafde knieën. Of hij was de weg kwijt: de veranderingen in het wegennet en de drukte in het verkeer hield hij niet meer bij. Fijn dat er behulpzame voorbijgangers met zuivere motieven waren die te hulp schoten. Eigenlijk was fietsen niet meer verantwoord, maar de auto had hij ook al ingeleverd na 30 jaar schadevrij gereden te hebben. Het gemis van de luxe om te gaan en te staan waar en wanneer je wilt, deed hem zeer.

Q. is van mening dat zijn stalen ros bij ons op stal staat, maar in werkelijkheid is het rijwiel (in overleg met zijn verzorgers) allang van eigenaar verwisseld. In zijn dagelijkse dromelarijen toert hij echter tientallen kilometers. Wel zo veilig. Soms zegt hij tegen me: 'Mazzel dat je me thuis treft, ik ben net terug van een tochtje van 20 km'. Als ik hem aanmoedig om te vertellen waar hij is geweest, ratelt hij over samengeraapte (fantasie)plekken die hij vroeger met mijn moeder bezocht. Nu kijkt hij uit naar het voorjaar: 'Heerlijk als ik straks weer met de fiets naar jou toe kan. Dan hoef jij niet steeds naar mij te komen.' Ik zou een leugentje om bestwil kunnen gebruiken, maar ik buit de naderende lente en de krokussen die hun gekleurde kopjes laten zien, uit als bruggetje om over te schakelen op een neutraal onderwerp.

dinsdag 24 januari 2017

VOORPRET


Pappi vraagt hoe oud hij wordt. '89', verklap ik. Hij: 'Toch? Ik heb iets van 28 in mijn hoofd.' Ik: 'Dat klopt, jouw bouwjaar is 1928, een uitstekend jaar.' Pappi vraagt in welk jaar we leven en maakt een rekensommetje: 100 - 28 = 72 + 17 = 89. Een (reken)wonder. 

'Gebeurt er iets met mijn verjaardag?', fluistert Q. voor zich uit starend. Ik balanceer tussen hem verrassen, of vertellen dat er een bescheiden feestje wordt georganiseerd - de geriater raadt aan om er geen al te grote drukte van te maken, omdat het een black-out kan triggeren, ondanks dat het een blijde gebeurtenis is. Ik verzeker haar dat we gasten spreiden: zo heeft hij meerdere keren visite, bij veel genodigden tegelijk zal hij sowieso niets meekrijgen. En het is immers zijn partijtje.

Ik laat summier iets los. Overvloedige mededelingen veroorzaken piekergedrag. Premature informatie werkt hetzelfde als wanneer je jouw kind een week van te voren vertelt dat hij/zij naar de Efteling mag. Van de andere kant: als ik niets verraad, is er geen voorpret. Q.: 'Ik hoef geen fuif.' Schamperend: 'Lang zal die leven. Het leven is geen feest als je zo oud bent als ik.' Ik wilde er grappig tegen ingaan met iets in de trant van: ‘Mijnheer den Biesen mag niet kniezen’ of ‘Dan bel ik de fanfare wel af’, maar Q. onderbreekt mijn gedachten met een gretig: ‘Wie komen er allemaal?’

maandag 23 januari 2017

POEDERS EN PILLEN


Over vijf minuten begint het achtuurjournaal. De telefoon rinkelt. Het is pappi. Zijn hoofd is een bol wol waar de kat mee heeft gespeeld. Hij zit in over zijn pillen: 'Ik krijg het niet op een rijtje.' 'Rond half negen komt de zuster met je pillen', probeer ik hem gerust te stellen. 'Maar, maar, als ik dadelijk naar huis ga, hoe weten ze dan waar mijn pillen naartoe moeten', klinkt het ongerust. 'Je bent thuis en hoeft niet weg', zeg ik. Pappi: 'Mag ik hier blijven dan?' Ik: Ja, je bent nu waar je woont. Pappi: 'Ik snap het niet. Maar ALS ik dan wegga, hoe moet dat dan?' Ik: 'Dan zorg ik ervoor dat de pillen en poeders met je meegaan.' Pappi: 'Hoe dan?' Ik: 'Omdat ik dat voor je regel.' Ik hoor 'm weifelen, maar hij antwoordt: 'Dan is het goed.' We wensen elkaar alvast welterusten. 

De weerman legt net de vinger op een naderende depressie als de telefoon weer rinkelt. Het is Pappi met identieke vragen. Ik geef opnieuw geduldig, begripvol, en vriendelijk  antwoord. Pappi: 'Ik begrijp het nog steeds niet.' Ik: 'Wat begrijp je niet, dan leg ik het je uit.' De verhaallijn van pappi is steeds moeilijker te volgen. Hij draagt allerlei mogelijke (doem)scenario's aan. Ik vertel dat de specialist en arts recepten voorschrijven die de pillendraaier klaarmaakt. 'Maar hoe komen die pillen dan hier terecht? 'Die brengt de apotheker met zijn bestelbus.' Pappi: 'Haha, nou wordt-ie mooi, die weet daar ook al van?' Ik: 'Ja, iedereen probeert het zo gemakkelijk mogelijk voor je te maken.' Pappi goedgeluimd en plotsklaps op aarde geland: 'Ik heb het in de gaten. Nou, dan ga ik slapen. Welterusten, poes.' Wanneer we ophangen, is de film die ik wilde zien, ergens halverwege. Ik start KPN kijken vanaf het begin. Wat zou het fijn zijn als je bij dementiepatiënten naar het juiste tijdstip kon overschakelen.

zondag 22 januari 2017

KORTSLUITING

defecte rails

Vestjes, blouses, en rokken voorzien van knopen waren niet besteed aan de dementerende ouder van een veel te vroeg overleden vriendin. Bij de aanblik van zo'n snoeperig plastic schijfje kon haar moeder zich eenvoudigweg niet bedwingen: het mes moest erin. Hoe een derde deel van het bestek bij de aan de rolstoel gekluisterde bejaarde achter kon blijven, nam ze mee de dood in. We hadden het regelmatig over het hoe en waarom.

Pappi is ook, zonder het te weten, vernielzuchtig. Niet opzettelijk, alles binnen handbereik wekt gewoon zijn nieuwsgierigheid. Het moet uiteen en onderzocht worden, waarbij hij niet schuwt om gereedschap te gebruiken om het voorwerp naar de filistijnen te helpen. Bij elk bezoek is er iets dat gerepareerd moet worden: twee jassen tegelijk met gemolesteerde ritsen en afgehaakte zippers, uitgescheurde broekzakken, een decokonijntje dat van zijn stokje is gevallen in het plantenbakje, fotolijstjes zonder rug, de automatische datumklok die een verkeerd etmaal aangeeft, een recent aangeschaft luxe leren en nu ontleed horlogebandje, batterijen die het om de haverklap opgeven, het zoveelste nachtlampje dat na een keer weigert te schijnen, balpennen die om onverklaarbare redenen breken en leeg raken, gehalveerde kleerhangers, een verdwenen S-haak van het waterverdampbakje aan de radiator, een door midden geknipte onderfleur, en verplaatste elektriciteitskabels. Je kunt het zo gek niet bedenken of het gaat naar de knoppen.

Ik maak er nooit woorden aan vuil en stouw het allemaal in mijn tas waar tevens het huiswerk (de administratie) ingaat - wat krijgen bejaarden een belachelijke berg post! Het mooiste van dat alles is dat hoofdverdachte Q. echt niet snapt hoe alles kaduuk komt. Zijn vingers wijzen steevast naar de Grote Onbekende die ongeoorloofd zijn afgesloten kamer betreedt tijdens zijn afwezigheid. Deze keer deed bij binnenkomst het licht het niet. Geschrokken ploos vriend W. de stopcontacten na, ze waren godzijdank allemaal intact. Terwijl het licht aanfloepte, viel een verzorgende binnen met de mededeling dat er kortsluiting was geweest. Pappi voelt aan beide zijden van zijn hoofd. 'Gekkie', grinnik ik, 'jouw stoppen waren niet doorgeslagen, wel die in de meterkast.'