vrijdag 3 februari 2017

OUDEREN EN PESTEN

oké of niet oké

Ik las een artikel over pesten en ouderen. De auteur vond dat vreemd, als oudere zou je toch verstandiger en wijzer moeten zijn. Maar in een zorg- of verpleeginstelling, of bij kleinschalig wonen dat voorbehouden is aan maximaal 26 personen, zit je dicht op elkaars huid. 

De oude garde (bewoners van het eerste uur, nu een jaar geleden) vindt onomwonden dat ze een streepje voor heeft op nakomertjes: 'In de tijd dat we nog met twaalf waren, was het veel gezelliger.' Ik hoor ze fezikken over dagjesmensen (dagbehandeling) die ze met de kin aanwijzen: 'De aandacht voor DIE gaat van onze tijd af.' Er zijn 'gereserveerde' plaatsen en oh wee de snoodaard die het in zijn demente hoofd haalt om daar te gaan zitten, of naast iemand plaats neemt die dat niet wenst. Over nieuwkomers moet men het naadje van de kous weten. Geroddel over lastpakken. Net als in de echte wereld worden bewoners die zich gemakkelijk aanpassen, eerder en beter in de groep opgenomen. Mensen in de reservetijd kunnen net zo hard en gemeen zijn als kinderen tegen niet-vriendjes. Irritatie van iets schijnbaar onbeduidends kan uitgroeien tot iets heftigs: van binnensmonds gemopper tot gevloek en getier. Bij sommigen gooit Alzheimer de remmen compleet los. Als een vriendelijke interventie niet helpt, speelt de verzorgende geregeld met opgeheven vingertje voor schooljuf.

Sinds twee weken is meneer S. een tijdelijke gast; zijn vrouw revalideert na een operatie elders. De gepette man, type Dik Trom, is vrij aardig van het padje. Hij heeft grote aanpassingsproblemen. De vaste club ontwijkt hem of zwijgt, omdat ze op zijn permanent vragen om hem naar huis te brengen (ik hoor hier niet te zijn) geen raad weten. Nu hangt hij er een beetje bij. Van mijn zorgzame pappi verwacht ik invoelend vermogen. Maar pappi moet niets van 'm hebben. Hij vindt hem een kwal: 'Hij zit overal aan en zet niet eens zijn pet af tijdens het eten. Gelukkig blijft hij niet.'

woensdag 1 februari 2017

NIEUWKOMER


Door de gang sjokt een gezin alsof ze naar de slachtbank worden afgevoerd: dementerende vader in de arm van de schoondochter, zoon met opa's kleinkinderen. Vader neemt vandaag zijn intrek in het zorghuis. De naasten treuzelen, net als vader. Ouders hebben zorgplicht voor hun kinderen, omgekeerd is dit niet. Fijn als je het uit genegenheid helpt, want het moet niet als een verplichting voelen. Ondanks dat blijft het een moeilijke stap om je ouder onder vreemde vleugels te herbergen. Toegeven dat je het niet alleen kan, voelt als falen. Maar dat is het absoluut niet: naast je eigen vlees en bloed heeft een alleenstaande ouder ook behoefte aan bijvoorbeeld een objectieve gesprekspartner, een vertrouweling, een externe verzorger, familie, leeftijdgenoten, een vriend, een buur, en/of een verpleger/bezigheidstherapeut et cetera. Zo vergroot je zijn of haar gekrompen wereldje. Bovendien schrijdt de ziekte onverminderd voort en niet iedereen kan daar evengoed mee omgaan.

Een jaar geleden liepen pappi en ik, optimistisch gestemd en vol verwachting, toch met lood in de schoenen het zorghuis binnen. Ik zou deze mensen willen bemoedigen met dat het gros van de bewoners opbloeit door de structuur, de aandacht, het erbij horen, en de hartelijkheid van de verzorging. Schuldgevoel is hier niet op zijn plaats, en acclimatiseren heeft voor beide partijen gewoon tijd nodig. Ik ga me nergens tegenaan bemoeien, de familie ondervindt het zonder hulp zelf ook wel.

dinsdag 31 januari 2017

GEVLOST


Ze is er niet bij binnenkomst. De dorpse D. die alleen de hond op haar schoot vertrouwt, blijft elke 'indringer' wantrouwend bekijken tot het tegendeel is bewezen. Alzheimer heeft aan haar fundament geknaagd. Ze kan zomaar aan- en uitvallen. Maar ALS je haar weet te raken, veranderen de bozige ogen in een guitige lach en heeft ze plotsklaps iets ondeugends. 

Van de dagelijkse buurtbezoekster hoor ik dat ze op bed ligt en niet beneden wil komen. 'Je kunt geen pijl op haar trekken, ze is soms zo grof in de mond', roddelt ze een beetje. 'Ze zei dat ze gevlost had. Wat moeten we daar van denken? Het is geen dialect, anders had ik het wel geweten, ik woon mijn hele leven al in T.', doet ze het af als aanstelleritis. Ik ga er niet op in (de betekenis is voor mij net zo buitenissig), groet en sla rechtsaf richting Q.'s kamer.

Thuis neem ik direct de Dikke van Dalen ter hand. Een woord dat ik nog niet ken. Dat moet opgezocht worden. ´Vlossen´ betekent baggeren, en ´vlos´ staat voor zacht en week. Mevrouw D. gebruikte dat ongebruikelijke synoniem om aan te geven dat ze aan de schijterij, de racekak was. Mooi verbloemd van haar.

maandag 30 januari 2017

JARIG


Na een kleine week van 'de hoeveelste is het vandaag', 'wat staat er te gebeuren', 'krijg ik een fuif' en 'zondag is er niets' (nee, pappi da's een rustdag tussen twee drukke dagen in, anders wordt het te gek. Carnaval is drie aaneengesloten dagen), en 'nog een nachtje slapen', is het ein-de-lijk Q's verjaardag. Een versierde gang en kamerdeur, verjaardagskaarten en de overbuurvrouw die de verzorgster net voor is om hem als eerste te feliciteren.


Rond half drie druppelen de bewoners de tot feestzaal omgetoverde recreatieruimte in. De tafels staan gebroederlijk zij aan zij, net als in Zum Blauen Bock. Helaas is dat te dicht opeen voor de drie onruststooksters die menige gezellige middag verpesten. Nadat zij een waarschuwing hebben gekregen en uit elkaar zijn gezet, en iedereen aan de vlaai zit (als katjes muizen, dan mauwen ze niet) kan het feest beginnen. W. draait plaatjes op de Ipad: van schlager tot soul. Op enkele party poopers na, geniet iedereen van de meezingers: schauckeln, klappen in de handen en de mannen roffelen met hun vingers als drumstokjes op tafel. Bij Q. zit de stemming er ook goed in. Hij geniet als stralend middelpunt en joelt uit volle borst 'Even aan mijn moehoeder vragen' mee. Om vijf uur stopt de muziek. De zaal wordt weer geherverbouwd tot dinerzaal.

zondag 29 januari 2017

VOORPROEFJE


Dat is de ware spirit! Gisteren tijdens een voorproefje op zijn verjaardag bij wijze van spreken met de handjes de lucht in, de vroege ochtend daarop de beentjes omhoog tijdens de gymnastiek. Na een genoeglijke high tea met de voltallige biesjesclan in de speciaal voor Q. gecreëerde privézaal* - zodat hij in zijn vertrouwde omgeving kan feestvieren - speecht pappi bij het afscheid ook voor de bewoners in de naastgelegen recreatiezaal en bedankt hen voor hun komst. Voordat W. en ik vertrekken, nemen we in zijn kamer in grove lijnen de middag kort door. Pappi had zich op zijn gemak gevoeld en vooral genoten van de harmonie. Alles lijkt in orde.
Later op de avond word ik door hem gebeld met het 'de-taxi-om-me-naar-huis-te-brengen-is-er-nog-niet-deuntje' en: 'Het was een genoeglijke dag, maar waar was die receptie vanmiddag nou eigenlijk voor, en wie waren allemaal die mensen die mij de hand kwamen schudden?' 
*Met dank aan de verzorging!