woensdag 15 maart 2017

STEMMEN 2017

Dat wordt polderen

Politiek is een (machts)spelletje. Voor het eerst in zijn lange leven gaat Q. niet stemmen, ondanks mijn aanbod om samen te gaan, of desnoods voor hem met de ingevulde machtiging een vakje rood te kleuren. 

Pappi is al een weekje niet lekker en nu zwaar verkouden. Hij heeft zich niet verdiept in de partijprogramma's, de debatten niet gevolgd, zich niet ingelezen. Kortom, een goed excuus om verstek te laten gaan. 

'Je kunt toch op de partij stemmen waar je in het verleden het vaakst op hebt gestemd?' opper ik. 'Een gekonkel ... stemmen maakt geen verschil ... interesseert me niks ... zo glad als een aal in een emmer snot ... ', mummelt hij gebitsloos, terwijl hij vanuit zijn luie stoel hengelt naar de op de grond gevallen kleffe herenzakdoek.  

'Dat is voor het eerst dat ik je zo hoor', stel ik vast. Pappi rochelt en hoest omzichtig om aan te geven hoe ziek hij is. Wat er werkelijk speelt, is dat de verkiezingen voor Q. een spelletje zijn. Hij wil, sinds hij hulpbehoevender is, op de partij stemmen die het meeste zetels behaalt, en/of die het grootste is gegroeid: de winnaar. Niet omdat hij het daar helemaal mee eens is, maar vooral om niet bij de verliezers te horen. 

zondag 12 maart 2017

MANICURE


Het is de wekelijkse nagelmiddag in het Zorghuis. Op de gang tref ik Miamimevrouw en de familieloze mevrouw B. Spontaan wijs ik ze beiden op de manicure. Ze worden in de wachtrij geplaatst. De dames mogen een kleurtje uitzoeken voor op hun nagels. In de 'salon' wordt gevijld, gelakt en gekletst. Ik heb een vraag voor de manicure, maar kom niet tussen de spraakwaterval met wapperende handen voor haar. 

Ik wend me tot de muizentoeterige mevrouw DB. voor wie ik een zwak heb. Ze ligt onder een wollige deken in een relaxfauteuil. 'Hoe gaat het met u?' vraag ik in haar moerstaal, dat vindt ze leuk. 'Ik wil dood', prevelt ze. Haar hazelnoten kraaloogjes kijken me hulpbehoevend aan. Ik ben geroerd. 'Wat zegt u nou?' streel ik haar wang. 'Ik krijg van niemand aandacht, ik kan met niemand praten, iedereen vindt me vervelend, ik heb niets of niemand meer, ik wil dood' is haar beleving. De werkelijkheid is anders, maar wat doe je aan iemands perceptie. 

Mijn radertjes draaien overtoeren: hellup, wat antwoord ik hierop. Ze is al in de negentig, geen langetermijntoekomstperspectief om haar op te fleuren. 'Jij bent lief, dankjewel, de klaagzang is niet voor jou bedoelt', zegt ze terwijl ze Pop de Hond aait. Ik pak haar handen vast: 'U heeft zo'n mooie roze trui aan, wilt u een bijpassend kleurtje op uw nagels. Het is bijna lente, kom doe eens gek.' Ze aarzelt: 'Kan dat dan?' zegt ze met oplichtende ogen haar blanke nagels aan bevende vingers bekijkend. 'Ik regel het voor u.' 

Ik loop met Pop door naar opa, want daar kwamen we voor. Na een bezoekje waarbij pappi en ik haasje over hebben gespeeld  (om beurten gooien we de pluche haas over Pop in ons midden die zij moet zien te vangen), EN pappi een modeshowtje heeft weggegeven in de nieuwe blouse-vestcombinatie, pak in mijn Biesen (huisgrapje).

Het is bijna etenstijd, de tafels worden gedekt. De manicure heeft de zaak opgedoekt. Miamimevrouw toont trots haar rimpelhanden met gepolijste nagels in de nabijheid van de depressieve mevrouw DB. die wegens tijdgebrek pas de volgende keer aan de beurt is. Ai, pijnlijk. Als Pop niet zo tierig was geweest (en mevrouw van Z. niet 'weg met die hond, ik krijg uitslag' had gebromd), had ik mevrouw DB. zelf onder handen genomen.