vrijdag 24 maart 2017

FLUIMUCIL


Q. is sinds de carnaval aan het sukkelen met zijn gezondheid. Exact een jaar geleden had hij ook een koutje opgelopen. De rochel en het gehoest weerhouden hem van een gezonde nachtrust. Longontsteking en enge ziektes schieten in het donker door zijn hoofd. 'Moet de dokter niet komen?' vraagt Q. bezorgd. Ik: 'Vorig jaar zei de huisarts: Paracetamol doorslikken en de nachtzuster die hem voor het slapengaan liefdevol met Dampo insmeert, moeten verlichting geven.' Ik overleg met de verpleegkundige en zij adviseert Fluimucil om het taaie slijm wat in zijn bovenste luchtwegen blijft hangen te verdunnen. 

Pappi blijft in bed en wil de geruststelling van een echte dokter. 's Morgens belt hij me op: 'De dokter komt vanmiddag op visite, kom je ook?' Op mijn vraag of het Zorghuis de praktijk heeft gebeld, houdt hij zich koest. Pappi belt mij herhaaldelijk, omdat de dokter nog niet is geweest. Tegen vijven belt de verpleegkundige: 'Heb jij een visite aangevraagd?' 'Nee, volgens pappi hebben jullie de afspraak geregeld.' Wat is het toch een slinkse vos! Ik vraag haar om toch maar een visite te regelen voor zijn gemoedsrust. De huisarts raadt de ochtend erop Fluimucil aan.

Bij de drogist luister ik een rij verder een vreemdsoortig gesprek af. De echtgenote van een lastige patiƫnt die vanonder zijn dekentje op de bank steunt en kreunt, vraagt aan de verkoopster: 'Mijn man is op sterven na dood, heeft u daar wat tegen?' De begrijpende drogiste knikt: 'Is uw man neusverkouden of grieperig zonder koorts?' De vrouw grinnikt instemmend. De verkoopster op gespeelde serieuze toon: 'Ja, dat is zeer ernstig, bij mannen hakt de griep er extra in. Het beste advies wat ik u kan geven is: neem het hele assortiment sprays, poeders, pilletjes voor hem mee, leg de rekening op tafel, aai 'm over zijn bol en ga zelf buitenshuis iets leuks doen.' Ik zoek intussen ook bij de zelfzorgmiddelen naar de Fluimucil en meng me in het gesprek: 'En dat noemt ons het zwakke geslacht!' De vrouwen giechelen: 'U ook al?' Ik: 'Zelfs dubbelop: man en vader.' We lachen er maar om.

Pappi krijgt zijn begeerde doos bruistabletten. Het is nog een hele toer om op de trits vragen die dat losmaakt (hoe innemen, wanneer, hoeveel, hoelang enzovoorts) pappi te bewegen om het aan de zuster over te laten. Het ergste van alles: ik vergeet de bijsluiter uit het doosje te halen. Enkele uren na de eerste inname, klaagt hij over buikpijn. Allicht, het is de eerste in een reeks van ontelbare bijwerkingen die de fabrikant erop heeft gezet om aanklachten te voorkomen. Mannen! Desalniettemin hopen we dat Q. snel opknapt. 

zondag 19 maart 2017

EUCALYPTA


De seniele mevrouw van wie de achternaam rijmt op sacherijn, heeft de bokkenpruik op. Terwijl ze haar huisgenoten in de eetzaal demonstratief de rug toekeert en het aandikt door het uitgelodderde gehaakte vest defensief om haar lijzige lichaam te klemmen, knotert ze aan een stuk. Niet omdat ze lastig wil zijn, maar omdat ze de grip op het leven kwijt is. Zelfs de meest basale en banale dingen vergeet ze. De zusters hebben er hun handen vol aan; maar daar zijn ze voor. Een constante aanvoer van geheugensteuntjes is nodig om mevrouw te laten functioneren. Alle bewoners hebben een specifieke zorgvraag, die van haar is, zelfs terwijl ze met datgene bezig is wat ze behoort te doen (bijvoorbeeld eten): 'Wat moet ik nou?' Confronterend.

Ik trof haar eens alleen op een laat tijdstip, nadat ik Q. had bezocht. 'Wat moet ik nou?' zei ze, 'mijn man en zoon zijn er nog niet.' Ik ben niet geƫquipeerd om dit soort vragen te tackelen. 'Zal ik de televisie aanzetten, dat doodt de tijd', bied ik aan, terwijl ik prakkiseer of het verstandig was om het woord 'dood' in de mond te nemen. Ze blijft 'Wat moet ik nou?' herhalen. Ik bied haar een stoel aan, klop op de zitting: 'Kom, dan wachten we samen.' Dat lijkt haar wel wat. Na vijf minuten haalt de zuster die mevrouws bedje intussen gespreid heeft, haar op. Op haar vraag 'Wat moet ik nou?' antwoordt zij ferm: 'Slapen!' Daarmee is de kous af.

Haar reusachtige zoon hoeft slechts zijn hand op haar onderarm te leggen om haar te sussen. Een van de weinige verplegers heeft op de bejaarde die mijn moeder vanwege de tandeloze mond en de vooruitstekende kin de bijnaam Eucalypta zou hebben toebediend, dezelfde uitwerking. Als hij zijn beide brede armen spreidt voor een gemeende omhelzing en haar naam liederlijk uitspreekt als ware zij Julia en hij Romeo, is ze als was in zijn handen. Ze moet in de tijd van analoge fotografie en filmprojectors een schoonheid zijn geweest.