donderdag 12 oktober 2017

OOIEVAARSBEK

De gecultiveerde ooievaarsbek

Q. zit helemaal achter in het park op de groene bank onder de treurwilg. 'Moe, moe, moe', hakkelt hij als ik bijna bij hem ben. Ik trek mijn schouders hoog: 'Doe dan ook niet zoveel.' Q.: 'Ik had mezelf vandaag het doel gesteld om de zijpaden bladvrij te maken.' 'Geef hier die bezem, dan doe ik het laatste paadje wel.' Met moeite geeft hij de bezem uit handen: 'Vooral goed onder de klimop vegen', begint hij de reeks van aanwijzingen die vast nog komen. Ik word 'gered' door de immer vrolijke gastvrouw Ine met een kopje thee. 'Je laat me flink lopen', flauwekult ze tegen hem. 'Blijf nou eens zitten en geniet van het Froufroutje.' Dat doet hij. Ik veeg en krui drie keer naar de bladhoop. Klaar!

'We poten nog even de meegebrachte planten en dan gaan we op het schoongeveegde terras van de zon genieten', kondig ik aan. 'Hoe kom je aan dat onkruid?' vraagt pappi wijzend naar de doos planten. Dat is geen onkruid, dat is ooievaarsbek en het komt uit mijn tuin. In de lente wordt dat een decoratief roze bloembed. 'Ik vertrouw het niet', wijst hij de planten stuurs af. Ik haal de spade uit het schuurtje. Q. loopt scheef en moeizaam naar me toe en rukt de schop zowat uit mijn handen: 'Ik weet een mooi plekje.' Dat plekje ligt in de uiterste hoek verborgen tussen beukenhaag en hebe. Ik laat de eigenwijzerd maar; het is 'zijn' tuin.

Op het bordes schenkt hij een verdiend glaasje bier in. Niet overtuigd zegt hij: 'Zeg nou eens eerlijk: waar heb je dat groene spul vandaan?' Ik: 'Uit mijn tuin, het is een snelgroeiende borderbloeier. De moederplant komt van mijn vriendin M. van de Akkerwinde. Haar ken je toch nog wel?' Q. mompelt iets wat ik niet versta. In harmonie koesteren we stilzwijgend de oktoberzon. Als er geen druppel meer uit het flesje komt, kijkt hij op zijn horloge: 'Oh, is het al zo laat? Over een uur eten we en ik moet nog douchen. Moet jij niet naar huis?' We schuifelen naar zijn kamer. Bij het afscheid zegt hij: 'Dat was niet leuk van me hoe ik deed', geloof ik (hij kijkt me vragend aan in de hoop dat ik dat ik ontken, wat ik niet doe). 'Ik zoek er morgen een beter en mooier plekje voor.' 


De wilde zachte ooievaarsbek die pappi in zijn hoofd had, 

dinsdag 10 oktober 2017

IN DE GLORIA


Pappi is miraculeus opgeknapt. Dat willen we graag zo houden; voor je het weet wordt er herfstblues gedraaid. Hij krijgt nog meer aandacht, er worden extra bezoekjes ingepland, en we motiveren hem om meer verstrooiing te zoeken in de recreatiezaal. G. de invoelende en sprankelende dochter van mijn ouders' overleden vriendenpaar verblijdt hem op een bewolkte middag met haar stralende persoonlijkheid. Haar mam - na mijn Muti de allerliefste - leed helaas jarenlang aan Alzheimer (en met leed bedoel ik ook: leed) voor de dood haar genadig werd. G., eveneens een schat van een vrouw, weet uit eigen ervaring hoe blij je iemand kunt maken met hartelijkheid, een gemeende knuffel en een dikke pakkerd. 
Q. bloeit altijd op bij het zien van vrouwelijk schoon, maar bij haar treedt hij bijna buiten zichzelf. Het was een ouderwets gezellig weerzien zoals je dat met beste vrienden hebt. In haar gezelschap is Q. helemaal in de gloria: op zijn gemak, opvallend goed bij de tijd, gevat, vrolijk en charmant. Dat laatste noemt hij in de euforie van haar bijzijn zelfs: een goddelijke gave. Fijn als je zo goed in je vel zit, dat je jezelf kunt ophemelen.