vrijdag 24 november 2017

HENDRIK GROEN


Q. is geen televisiekijker. Het enige dat hem op het beeldscherm interesseerde was sport. Met name 2 x 11 al dan niet gekuifde haantjes die achter een balletje aan renden.Tegenwoordig kan hij wedstrijden door geheugenproblemen helaas niet meer volgen. 
Als mijn moeder, mijn broer en ik vroeger samen kastje keken (denk films en series en kwissen als Sons&daughters, Peyton Place, Beertje Colargol, Een van de Acht, en Dalli Dalli) en mijn vader kwam thuis van het werk, was het eerste wat hij deed nadat hij zijn jas aan de kapstok had opgehangen en mijn moeder had gekust, voor het beeld gaan staan en de knop net zolang verdraaien tot er ergens voetbal op verscheen. Dat wij iets aan het volgen waren, deerde de kostwinner allerminst. Mijn moeder vloog op voor het welverdiende pilsje voor de man des huizes en mijn broer en ik protesteerden, wat weinig uithaalde. Het was de reden waarom mijn broer als eerste een tweede (draagbare) tv op zijn kamer had, dus hokte ik ook daar; mijn moeder moest natuurlijk naast mijn vader gezelschap houden.


De hobbyloze Q.  probeer ik maar weer eens voor het kastje te krijgen. Een eerdere poging was mislukt, omdat er tijdens het zappen naar natuurschoon porno verscheen. Paps was zo van slag dat hij de televisiestekker uit het stopcontact hengstte. Zijn gedachten hierover toen ik in de lach schoot na aanhoren van het voorval tijdens het herstellen van de verbinding: 'Stel je voor dat de zuster binnen zou komen en me zou betrappen en me als viezerik zou bestempelen!' 
De dramaserie Hendrik Groen van omroep Max is uiterst geschikt als tweede poging om pa voor het scherm te krijgen. De serie handelt over de dagelijkse beslommeringen van bewoners van een Amsterdams zorgcentrum die geen genoegen nemen met achter de geraniums zitten te wachten op Magere Hein. Met een fenomenale André van Duin als Evert, de aimabele Kees Hulst als Hendrik Groen en o.a. de aandoenlijke Coby Timp als Grietje. De hoofdpersonen (de rebellenclub) zijn weliswaar mondiger en mobieler dan pappi en medebewoners, maar de zorgen, gedragingen en (rooskleurigere) situaties zijn treffend. Gelukkig zijn de krengen die daar verplegen, verzorgen en leidinggeven bij pappi stuk voor stuk schatten!



Hendrik Groen is er 12 afleveringen lang op de maandagavond om 22.15 uur op NPO 1. Een beetje laat voor pappi die meestal rond 9 uur half tien de nachtzuster welterusten wenst. Gelukkig worden de afleveringen herhaalt op vrijdagmiddag en wel om 16.20 uur bij Omroep Max - net op tijd afgelopen om aan tafel te schuiven voor de broodmaaltijd. Pappi zet op mijn verzoek de tv aan. Na afloop vraag ik naar zijn bevinding. 'Hartstikke leuk om allemaal oude bekenden terug te zien. En met mijn oude vrienden heb ik tenminste ook raakvlakken. Ik dacht dat ik een van de weinige overlevenden was. Ik moet de Troskompas (?) er toch eens vaker op naslaan.' 'Ik zal wel een lijstje voor je maken. Toen was geluk nog heel gewoon wordt vast ook ergens herhaald. Het speelt eind vijftiger jaren en is met Gerard Cox en Joke Bruys.' Q. verwonderd: 'Leven die allebei nog? Wat fijn, want die zijn getrouwd. Dat is een echtpaar.' Ik besluit mijn opgewekte pappi niet bij te praten, daarvoor ligt de story in de leeshoek, al is lezen ook niet zijn ding.

woensdag 22 november 2017

WIJZE WOORDEN OVER DE DOOD


James Salter 
De dood. Sta er niet te lang bij stil

J.C. Bloem
Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
En niet slapend denk ik aan de dood

Katie Roiphe
De troost is uiteindelijk dat de angst voor angst tijdens het sterven niet nodig is, ongeacht je houding ten opzichte van de dood zelf: op het moment suprême heb je geen keus. Genade zal jou vinden, aanvaarding zal jou overmeesteren.  

Connie Palmen
Ik heb alle boeken over rouw gelezen, maar ik stuitte op een volledige verdwijning van die eerste tijd. En dat komt omdat het te erg is. Je moet die eerste tijd vergeten. Ik wilde terugvinden wat ik meemaakte omdat het leven even volstrekt zinloos is, wat zo’n eerste jaar zo hels moeilijk maakt. De enige zin ligt in dat passieve ondergaan van de pijn.

Hans Dorresteijn over het verloop van zijn leven
Als je alles opruimt, blijft er niets over 

Eva Hoeke
Vooruitblikken verandert in terugblikken, want er ligt nog maar een grote gebeurtenis in het verschiet: je eigen begrafenis
[en die maak je wel live, maar niet alive mee]

Als de dood 
Iedere vergelijking met de dood is onmogelijk
Angst. Onbegrip. Het valt niet te beschrijven.


De dood is banaal. We willen dat er op het laatst nog iets spectaculairs gebeurt, maar het is gewoon niks, helemaal niks, overgaan in niks.
Het laatste moment wordt ongewild een momentum waar je van alles aan toedicht wat er niet zou zijn geweest als de persoon had verder geleefd.

maandag 20 november 2017

HANDSCHRIFT


Q. is momenteel erg schrijverig, kladjes en vodjes pent en krabbelt hij vol met ballpoint en kleurpotloden. De pennenvruchten zijn een soort van corresponderen met zichzelf. Om vast te houden aan wie hij is, om de (schijn)werkelijkheid te toetsen en voor boodschappen. Servetten, bierviltjes, memoblaadjes, de krant, tijdschriften; alles moet eraan geloven. Een grafoloog die pseudowetenschappelijk een handschrift kan ontleden (schrijf, en ik vertel u wie u bent) zou hem niet analyseren als onmachtig of zwak. Wel als een mastodont, maar dat heeft meer met de ouderwetse schrijftrant te maken.

Als ik uit interesse vraag wat de som op het servet betekent, is zijn repliek niet brutaal, eerder standvastig: 'Dat moet jij weten, jij hebt dat erop gekalkt!'

Ik neutraal: 'Dat is onmiskenbaar jouw handschrift, Biezemenneke. Ik zou wensen dat ik nog zo duidelijk en zwierig schreef. Vanwege artrose verschijnt mijn geschreven woord als − soms zelfs voor mij − onleesbare hanenpoten. (Lang leve het toetsenbord!) Jij schrijft nog met net zulke krachtige hand als eertijds.' 

Pappi bladert in een gelinieerd A6 schrijfblokje waarin op tig blaadjes achter elkaar, keurig zoals het hoort tussen de regels, telkens zijn adresgegevens staan. Zijn handschrift dat hij zijn hele leven al hanteert, vindt hij nietszeggend.

Q. ferm: 'Mij maak je niets wijs. Waarom zou ik mijn eigen adresgegevens opschrijven? En  zo vaak. En wat zijn kettingsleutels?'

Ik toon hem oude foto’s waarop de bruin gespikkelde vergeelde rug door hem van begeleidende tekst is voorzien: ‘Hier staat het 'zwart-op-wit'. Dit is door en door jouw handschrift. In vergelijking met de kattebelletjes zou een grafoloog hoogstens zeggen: een projectie van de toestand van een ietwat warrig schrijver. 

Q.: 'Mm, laat die kettingsleutels dan maar zitten. Neem je wel aftershave voor me mee?'