vrijdag 5 januari 2018

KIENEN


De jaarlijkse kerstbingo werd door het vele bezoek (fijn!) verschoven naar de eerste woensdag van het nieuwe jaar. Q. heeft in zijn vroegere voorzittersleven ontelbare malen de nummers afgeroepen tijdens kienmiddagen in het lokaaltje van de door hem opgerichte SSS (Spoorweg Sportvereniging Susteren). Nu begrijpt hij niet eens meer wat met 'kienen' bedoeld wordt. Hij weigert mee te gaan naar de zaal. Na volle bladzijden uit het smoesjesboek kom ik erachter dat het gêne is. Ik verzeker hem dat hij gewoon bingospeler is en ik ongezien meehelp. Pappi grist de volle fles Bree uit de kast (zet hem nog net niet aan de mond), slaat een glas wijn voor moed achterover, en kleedt zich om.

Bij het zien van de kienkaarten begint het te dagen. Hij weet heel gedetailleerd te vertellen dat we vroeger hardboard plankjes met daarop geplakte kaarten en doorzichtige plastic fiches gebruikten die hij zelf thuis per stuk met de hand sloeg voor de hele club. Het rad was een door mijn moeder gestikte kobaltblauwe zak met houten schijfjes met rode cijfers erop waar telkens zijn hand in verdween voor een nieuw nummer, totdat iemand 'Kien!' riep.


fiches werden bewaard in Strepsils blikjes

Drie tafels zitten er klaar voor: twee met kieners en een met omroepster T. die na drie rondjes al schor wordt van het herhaaldelijk en zeer luid uitspreken van het getrokken nummer. Verzorgsters en vrijwilligers zitten een beetje verdeeld tussen de bewoners; zo kunnen we meekijken, aanwijzen en nogmaals het getrokken nummer echoën. Q. die eigenlijk niet mee wilde, heeft als eerste een rijtje vol, als eerste twee rijtjes vol en als we goed opgelet hadden ook de volle kaart. Maar dat zou gênant geworden zijn, want het is de bedoeling dat iedereen een prijs wint. Blij met zijn Axe-maakt-mannen-onweerstaanbaar-aftershave en lila doos Milka hartjes wil Q. het al voor gezien houden. 'He, hallo, doe effe sociaal', trek ik hem lachend aan de zijn mouw terug in de stoel, 'je kan niet weglopen omdat je de buit binnenhebt. Kijk maar mee bij meneer S. naast je.' 

We zitten in de lucky hoek, want de volgende winnaar is meneer S. en daarna mijn buurvrouw. Anderhalf uur wordt er vlijtig afgestreept, wordt er 'zit er al iemand op scherp' geroepen en wordt er 'verdikkeme, ik moest er nog één' gepreveld. Na afloop verruilen de roze plaid en de etagère voor bonbons van eigenaar; everybody happy

Pappi krijgt de door meneer S. gewonnen zwarte schoenpoets in de handen gedrukt, omdat deze enkel beige suède sportschoeisel draagt. T. zegt dat het sponsje super de luxe werkt. Pappi doet meteen zijn klompen uit. In no time glimmen ze. Dat willen de dames ook wel. 'Ik ben geen schoenenpoetser', zegt pappi. Tegen mij: 'Doe jij het maar, jij bent toch mijn hulpje.' En zo kwam het dat ik op de eerste woensdag van 2018 Jenny, Gabor en Pikolinoos liet shinen.

De ochtend erop was Q. gul met de Axe, benieuwd of hij aantrekkelijk(er) zou zijn. Ik weet zeker dat de verzorgsters de mythe van het Axe effect in stand hebben gehouden.

donderdag 4 januari 2018

KOERSBALLEN


Het gevoel verbonden te zijn met anderen is heel belangrijk. We hebben vrienden nodig om ons het gevoel te geven, ingebed te zijn. Het sociale vangnet hoeft niet per se te bestaan uit hechte vriendschappen, goede kennissen zijn even waardevol als contact. Mensen die neerslachtig of depressief en eenzaam zijn, voelen zich leeg. Q. is niet alleen, maar heeft het gevoel dat hij, naast mij (en oké de schatten van verzorgsters m/v), niemand om hem heen heeft - dat laatste is inherent aan het ouder worden.

Pappi zit soms in de ontkenningsfase. Helemaal niet erg als dementie voor hem geregeld een ver-van-mijn-bedshow is, maar de werkelijkheid is helaas anders. Om hem tegemoet te komen (zeker met deze regenachtige winter), zoek ik ook vertier voor hem buiten het Zorghuis om waar hij 'normale' mensen kan ontmoeten.

Ik meld hem aan bij een ouderenbond in het buurtschap waar hij woont. Na de situatie te hebben uitgelegd mag ik mee als chaperonne. Zo belanden we bij een workshop koersballen: een seniorensport die nog best ingewikkeld is. Pappi heeft wat tijd nodig om te acclimatiseren en wil na vijf minuten weg omdat hij zich onzeker voelt: 'Ik blijf hier niet te lang. Waar zijn we? Moet ik niet eten? Hoe zijn wij hier gekomen? Wie past er op ons huis? Waar zijn mijn sleutels? Heb ik genoeg geld bij me, et cetera ...' Dan komen er koffie, thee en Marokkaanse chocoladesoesjes op de proppen. Q. is helemaal in zijn hum.

Wij aspiranten voelen ons welkom en het gaat er ontspannen aan toe. Q. ziet mij grappen en grollen tegen de amicale deelnemers en komt langzaam los. 'Jullie mogen terugkomen', zegt een van hen na afloop. Q.: 'Dat ligt eraan. Ik weet nog niet of ik in T. ga wonen!' Ik knik dat we de volgende keer weer van de partij zijn. Buiten pakt pappi mijn hand vast om de weg oversteken: 'Links, rechts, links kijken en wachten tot er geen verkeer meer is, meid.' (Ik voel me vijf en veilig achterop bij vader op de fiets*) Pappi overhandig ik op zijn thuisadres aan begeleidster L. Zij houdt hem in de gaten: 'nieuw ingevoerde data' kan voor ontsteltenis zorgen.

Twee uur later zit ik thuis achter een dampend bord. Q. belt: 'Heb je nog nieuws? Ik ben al de hele dag alleen. Ik heb niemand gezien.' Ik doe uitgebreid verslag van ons uitstapje. 'Dat klinkt leuk, zoals hij het vertelt', zeg pappi. Q. gelooft mij, maar kan er met zijn volle verstand niet bij dat hij daar niets meer van afweet.

*Paul van Vliet:
Veilig achterop bij vader op de fiets
Vader weet de weg en ik weet nog van niets
Veilig achterop, ik ben niet alleen
Vader weet de weg, vader weet waarheen