maandag 27 juli 2020

VOETREIS NAAR ROME



Maandagmorgen. Verwachtingsvol kijkt de vrouwenvleugel me aan: wat gaan we doen? Moi: 'We hebben de keuze tussen GYM (maar we hebben afgelopen zaterdag gesport), KOORREPETITIE (die wil ik deze week op een zonnige dag buiten houden) en WOORDZOEKERS. 't MaggiMaedje laat halverwege de opsomming weten, dat ze niet meedoet. Dat zegt ze wel, maar meent ze zelden. De Witte Dame: 'Als ik het goed begrijp, is er geen keus?' Ik maak het stiltegebaar met mijn wijsvinger voor mijn mond. Moi met een wijds gebaar: 'Mes dames et monsieurs, WOORDZOEKERS vindt plaats in de mannenhoek.'

Om iedereen wakker te houden, gaat de muziek aan. Sjimmie wil Nederlandstalig: staan Corry Konings en Teddy Scholte in de hitparade? De box strategisch neerzettend: 'Yep!' Rocky biedt me haar inhaakarm als 'Johnny' van Tante Leen als eerste voorbijkomt. We schmieren op ons beste Jordanees: 'Ow ow ow Sjonnie ...' Ik zet de stoelen klaar, wip even binnen bij Buuf en verdwijn naar de kelder om krijtbord en spons te halen. Bij mijn terugkeer zijn alle stoelen al bezet. Het circus kan beginnen.

Mijnheer Demijne, Sjimmie, Mutti zo van de ontbijttafel met slab om, de Witte Dame, Ons Door, Tante Poes, Bardotje, Grietje, Rocky en Thoor mogen (snij)bloemen en (wilde) planten raden door telkens een letter te noemen. Natuurlijk worden er bij elke plant en elke bloem Wikipediaweetjes verteld en hints gegeven. Grietje somt telkens het complete alfabet op. Rocky roept voor haar beurt. Bardotje vindt het niet eerlijk: zij had vroeger geen tuin. Tante Poes is goed uitgeslapen en sleept bij elke beurt letters in de wacht. Sjimmie wedt telkens op begonia's. Om hem ook een keer te laten winnen, wordt dat een raadwoord. Zegt hij: 'Freesia.' We rollen bijkans van onze stoel.

Mutti heeft een eureka-moment bij zeven puntjes en een T op het krijtbord: 'Chrysant.' Zij wint daarmee de hoofdprijs: een voetreis naar Rome. Een belegen geitje (Tante Poes grinnikmekkert zoals mijn moeder vroeger deed), maar de deelnemers vinden 'm lollig. Moi: 'Nu moeten we nog een tweedekansronde doen. Mevrouw is een rolster, dus we hebben nog een duwer nodig. Of zijn er vrijwilligers?' Hilariteit alom. 'Buxus' wordt (expres?) door niemand geraden.

Na de Italiaanse tomatensoep, boerenkool met sukadelapjes en hopjesvla vraagt de winnares: 'En wat gaan we nu doen?' De verzorgster: 'Nu gaan we eerst het middagmaal verteren. Zij: 'Maar wat gaan we daarna doen?' In mijn rechterooghoek zie ik de legpuzzel van de Eiffeltoren op het dressoir liggen: 'Dan gaan we  naar Parijs!' Mutti: 'Ik hoef niet naar Parijs, ik ga al naar Rome!'

Bekijk de bijbehorende foto's op Facebook Zorghuis Tegelen 28 juli

KORFBAL


Mutti twijfelt of ze mee zal doen met de gym. 'Wat voor gym?' vraagt ze. Ze twijfelt altijd in beginsel en vindt altijd alles kwats. Zij: 'Ik ben een gewezen korfbalster. Als jij nog zoveel moet sporten als ik heb gedaan, dan moet je minstens zo oud worden als ik. A propos oud, weet je hoe oud ik ben?' Mutti is een komisch mens en ik ben voorbereid. '98.' Met een brede grijns tover een korf en een bal vanachter haar stoel vandaan die ik daar speciaal verstopt had. Mutti leunt voorover en kletst  de handen op haar schoot. Schuddebuikend: 'Daar heb je me mooi tuk.'

vrijdag 24 juli 2020

IN BLIJDE VERWACHTING


Ieder mens, jong of oud, heeft iets nodig om naar uit te kijken. Ruim een half uur voor hun afspraak zit ze verwachtingsvol in haar mooiste jurk klaar. De wilde bos haren is getemd in een knot. Haar anders bleke streepjes zijn felrood gestift. Blikvangers zijn de lange kristallen oorhangers. 'Ga je op stap vandaag? Je ziet er stralend uit', vraag ik aan onze jongste bewoonster. Rocky geanimeerd: 'Nee, ik heb zo dadelijk een afspraakje.' Moi: 'Aha, vandaar.' Zij: 'Met Perry Sport.' Het is moeilijk inschatten of ze het echt meent of de draak met me steekt, want Perry - een aardige dertiger, schat ik - is de aan het Zorghuis verbonden fysiotherapeut. 

woensdag 22 juli 2020

EEN PLUS EEN IS TWEE

archiefblog

Des te ouder je wordt, hoe meer bekenden om je heen wegvallen. Ondanks dat pappi omringd wordt door 24 huisgenoten, een dozijn lieve zusters en zijn dochter bijna dagelijks op bezoek komt, voelt hij zich weleens alleen. Hij mist intiem en hecht contact. Emotionele eenzaamheid heet dat. Prietpraat kan best gezellig zijn, maar hij wil serieuze dieptegesprekken met boezemvrienden. Begin februari. Buiten is het druilerig en donker. Pappi zit te zemelen; dat vindt hij zelf ook. Moi: 'Ik zal je de foto's van je verjaardagsfeest laten zien op de IPad, dat verzet de zinnen. In de gang ijsbeert Tutti met de ziel onder de arm. Ik zet zijn kamerdeur open en draai Sjef Diederen. Ze weifelt bij de drempel. Ik rol een stoel naast pappi's relaxfauteuil: 'Kom er gezellig bij zitten, we bekijken net de foto's van pappi's party. Als het goed is, kom jezelf ook nog voorbij.' Tutti twijfelt geen moment: Sjef en de tuinman kan ze niet weerstaan. Bij 'zij kon het lonken niet laten' van Wim Sonneveld neemt ze pappi's hand in de hare. Pappi staart naar de grond, niet wetend wat hij daarmee aan moet vangen. Ze laat niet los. Ik draai hun favoriete meezingers en voor we het weten is het half zes. Tutti begeeft zich alvast naar de eetzaal, omdat pappi haar innemende blik en de haak-in-arm negeert. Op het voorstel van mij om haar te begeleiden, doet hij geheimzinnig. Pappi houdt me tegen door me bij mijn arm te pakken. Fronsend en fluisterend: 'Wilde zij nou iets van mij?' Hoopvol erachteraan: 'Kan ik hier echt een relatie beginnen?'

maandag 20 juli 2020

EEN GOED BEGIN VAN DE DAG


Halverwege de ochtend is het nog een saaie boel. Ik rijd de luidspreker uit de stalling en verbind 'm met de iPad. De luidspreker staat nog op vol vermogen van een eerder feestje. Degenen die na het ontbijt weer zijn ingedut, schrikken zich een hoedje wanneer de koekoekswals van de Spotifylijst Zorghuis in Beweging de ruimte in schalt. Mooi, kunnen ze meteen meedoen met het sportuurtje.

Tante Poes, de Witte Dame, 't Maggimaedje, Grietje, Mutti, Mijnheer Demijne, ons Door, TT, Bardotje, de frêle freule, Josje en de gymjuf spannen de spieren aan. Stiekem volgt Thoor de bewegingen vanuit de nis. De overbekende klanken nodigen uit tot inmiddels 'gedrilde' oefeningen. Tijdens de warming up gaan de vestjes al uit en de dekens van schoot. We oefenen de schoolslag en borstcrawl op het droge en wanen ons ballerina's op spitsen bij de hak/teen etude, Op rawhide rijden we paard, we boksen op Theme from Rocky, en we roeien met de riemen die we hebben. We eindigen met de handen in de zij voor een klompendans op schoenen. Harry Belafonte zingt Matilda tijdens de cooling down die uitmondt uit in vrolijke danspasjes naar de tafel. Zie Facebook Zorghuis Tegelen voor de video.

OUD


Elke middag verlaat ze onze straat te voet. Haar uiterlijk is altijd een lust voor het oog: een vriendelijk gezicht met fijne lijntjes, omlijst door een perfect zittende bob boven een afwisselend Gerry Weber mantelpakje. Ik schat haar op basis van haar ongebondenheid en kwiekheid: 65-plus. Terwijl ik de fuchsia's op de vensterbank bewater, knoopt ze, afstand houdend op het trottoir, een praatje aan: 'Vreselijk dat virus. Ik ben op weg naar een vriendin, dat is mijn enige vertier nu. Voorheen bezocht ik stelselmatig musea en was ik vrijwilligster in een zorginstelling. Wat dat laatste betreft was Corona een welkome aanleiding om ermee te stoppen.' Moi: 'Vond u het niet leuk meer?' Zij: 'Jawel, maar over een 5 maanden word ik 80. Qua leeftijd zou ik er kunnen wonen. Voor je het weet houden ze me daar!'

woensdag 15 juli 2020

ANNIE, HOU JIJ MIJN TASSIE EVEN VAST


Doordat dameskleding expres zelden binnenzakken bevat, werd de vrouw aan de tas gedwongen. Moderne vrouwen slepen heel wat mee in hun handtas. De basisuitrusting bestaat uit: smartphone (je life line), sleutelbos met een opvallende hanger, pinpas/rijbewijs/identiteitsbewijs, pakje papieren zakdoekjes, kauwgom, een uitpuilende make-up tasje voor een frisse-tussendoor-look, deodorant en inlegkruisjes/tampons, parfumverstuiver voor ongewenste opdringerigheid en allerlei kleine rommeltjes en accessoires die vast weleens van pas komen. Alleen de gedachte al dat je de tas kwijtraakt, doet je huiveren.

Voor de oudere generatie is/was het trouwens niet anders: van een zelfgeborduurde zakdoek, eau de toilette (Boldoot of 4711), een aangebroken rolletje King of Wilhelmina pepermunt, een echt lederen dames beurs met wat grijpstuivers voor de (achter)kleinkinderen, kammetje en spiegel, pleisters, de rozenkrans met het gebedenboekje, verfomfaaide memootjes met adressen en telefoonnummers, een agenda met afspraken voor kapper/dokter/pedicure, Kukident kleefpasta, batterijtjes voor het gehoorapparaat, een beduimeld minialbum met vergeelde familiefoto’s om mee te pronken, tot (voor wie er nog mee om kan gaan) de seniorentelefoon voor direct contact met de buitenwereld. Ook de dierbare juwelen zitten veilig in talloze vakjes opgeborgen.

Een Annie-hou-je-mijn-tassie-even-vast-actie zul je bij onze bewoonsters daarom zelden of nooit aantreffen. Hun hele hebbe en houwe zit er namelijk in. Geen wonder dat vergeetachtige bewoonsters compleet in paniek raken als hun tas die gewoonlijk binnen handbereik op schoot ligt of aan de leuning van de stoel of aan het handvat van de rolstoel blijkt te hangen, ‘kwijt’ is. Help! Wat een geluk dat de gevonden-voorwerpenverzorgster 'm altijd zomaar opduikelt.

Door een ander te helpen, bezorg jij jezelf ook een goed gevoel! Momenteel heeft het Zorghuis vacatures voor verpleegkundigen en verzorgende IG. Stuur je motivatie en cv naar: sollicitatie@pavozorg.nl

zaterdag 11 juli 2020

FIETSTOCHTEN

archiefverhaal foto volgt


En hoe verder hij ging, des te langer was zijn terugweg

 

 

Pappi is de realiteit uit het oog verloren. Pas twee maanden woont hij op zijn nieuwe adres: een zorghuis voor ouderen. De omgeving is vreemd voor hem. Stukje bij beetje verkent hij met stok of achter de rollator onder begeleiding de wijk. Mijn pappi is in de veronderstelling dat ik om de hoek woon. Ik laat hem in die waan. Het stelt hem gerust dat zijn dochter dichtbij is.

 

‘Van de week fiets ik naar je toe’, belooft hij. Pochend: ‘Dat stukje naar jou toe is peanuts vergeleken bij de 30 km die ik per dag kar.’ Pappi lijdt lichtelijk aan zelfoverschatting. Zijn tweewieler staat bij mij in de stalling te roesten. Het is heel tegenstrijdig, want naast dit soort opmerkingen blijft hij alsmaar vragen waar zijn Gazelle is.

 

Vanwege file in een defecte bovenleiding is het onverantwoord om pappi op de solotoer te laten gaan. Ik houd mijn hart vast: desoriëntatie, zich staande houden op de pedalen, manoeuvreren in druk verkeer, traag reactievermogen en een stram lijf. In zijn gedachten kan hij het allemaal, ik heb zo mijn bedenkingen. De beslissing om het rijwiel te verkopen, schuif ik voor me uit. Weer een stukje zelfstandigheid dat hem wordt afgenomen. Na 30 jaar schadevrij rijden moest hij ook zijn koekblik inleveren. Het gemis van de luxe om te gaan en te staan waar en wanneer je wilt, doet zeer.

 

‘Was het maar vast lente’, reikhalst pappi. Met dank aan een gure noordwestenwind, de ondermaatse temperaturen en nattigheid raakt de onvermijdelijke teleurstellende mededeling op de achtergrond. Als hij zoveel moet afschrijven, mag hij dan ook vergeten dat mijn moesje en hij na zijn pensionering kilometervreters waren?


Sedert twee jaar fietst pappi niet meer. Vlak daarvoor ruilt hij het herenmodel met stang nog in tegen een mamafiets met lage instap. Niet heel vaak, maar toch geregeld maakt hij een duikeling. Hij komt er steeds van af met slechts geschaafde knieën. Of hij raakt de weg kwijt: de veranderingen in het drukke wegennet houdt hij niet meer bij. Fijn dat er behulpzame voorbijgangers met zuivere motieven zijn die te hulp schieten.

 

Pappi meent dat zijn stalen ros bij mij op stal staat, maar in werkelijkheid is het rijwiel nu van eigenaar verwisseld. In zijn dagelijkse dromelarijen toert hij nog stad en land door. Wel zo veilig. Soms zegt hij tegen me: 'Mazzel dat je me thuis treft, ik ben net terug van een grensoverschrijdend tochtje’. Als ik hem aanmoedig om te vertellen waar hij is geweest, ratelt hij over samengeraapte (fantasie)plekken die hij vroeger met mijn moeder bezocht. Nu kijkt hij uit naar het voorjaar: 'Heerlijk als ik straks weer met de fiets naar jou toe kan. Dan hoef jij niet steeds naar mij te komen.' Ik zou een leugentje om bestwil kunnen gebruiken, maar ik buit de lente en de krokussen die hun gekleurde kopjes laten zien, uit als bruggetje om over te schakelen op een neutraal onderwerp.


JE HEBT GELIJK, SCHAT!

archiefblog

Een kabbelende conversatie.

Pappi dwingend: ‘Ik wil naar huis.’

Moi vastberaden: ‘Je bent thuis.’

Pappi beslist: ‘Nee, hier ben ik nog nooit geweest. Jij kent hier alle mensen. Jij hebt hier aanspraak. Ik ken hier niemand, da's toch niet leuk.'

Moi gespeeld verwonderd: ‘Het zijn jouw huisgenoten.’

Pappi: ‘Ik heb ze nooit gezien. Ik wil naar huis. Hier in de zaal is altijd trammelant.’

Ik neem het voortouw naar zijn kamer om het hoekje van de gang. Bij elke opmerking stoot hij met zijn houten wandelstok tegen mijn kuiten. Terug op zijn kamer, ziet hij de vouwdeurwandkast: ‘Hier woon ik! Waar we net waren was iets heel anders. Zie je nou wel!'

Moi toegeeflijk bijna proestend: ‘Je hebt gelijk, schat.’

vrijdag 10 juli 2020

TELEFOONTERREUR

archiefblog

Pappi belt rond vieren. Het is de loze tijd tussen het koffierondje en het avondeten dat om half zes aanvangt. Hij is standaard zijn auto, de sleutels, zijn fiets, portemonnee en bankpasje kwijt. Elke vijf minuten belt hij met de meest fantasievolle verhalen om de tijd te doden en zijn brein voedsel te geven, zodat het niet in dezelfde riedel vervalt. Vragen heeft hij ook te over en tot in detail. Pappi: ‘Kan jij pinnen, schat? Ik stond net bij het tankstation … Oh god, heb ik de auto daar laten staan, zonder af te sluiten?!’ Omdat hij zich zorgen maakt, geef ik aan dat hij geen auto meer heeft. Pappi: ‘Ik geloof niet dat ik geen auto meer heb. Hoe ben ik dan hier gekomen vandaag?’ Moi: ‘Je woont er al jaren.’ Hij: ‘Maak dat de kat wijs, maar mij niet! Maar uh die auto hè. Als ik die niet meer heb, waar is die dan?’ Ik vertel het verhaal van achterbuurmeisje Nancy en haar brandweerman. Pappi vindt het fijn dat de auto nog rond rijdt; hij is van de generatie die niets weggooit wat nog goed is. Gezien de leeftijd die de Corsa nu zou hebben, vermoed ik eerder dat hij allang op de sloop geplet is. Pappi geïnteresseerd: ‘Kan ik dat karretje niet terugkopen? Want ik heb vanmorgen moeten fietsen en 25 km is best veel voor een man van mijn leeftijd.’ Ik had kunnen antwoorden dat hij ook geen fiets meer heeft, maar dat is op zo’n moment extra sneu. In plaats daarvan beloof ik hem Nancy te vragen of ze de glimmend zilveren Opel terug wil verkopen.


TANTE BET


Net als thuis spelt en spit Mutti ’s morgens aan de leestafel in het Zorghuis de krant door. De trouwste abonnees zijn senioren. Het meest gelezen worden de ‘doeije’ advertenties. Wie is er gestopt met roken? 'Haha, ik leef nog.' Op welke leeftijd? 'Ik ben al veel ouder en leef nog!' Komt de overledene uit mijn woonplaats en ken ik hem/haar? ‘Truuj van Baer van Wies van de Snelle’ en andere stadse of dorpse figuren leiden tot wijdlopige conversaties. Het gelaten eindoordeel: ‘Ach, in de hemel zal het best aangenaam zijn, want niemand is ooit teruggekomen.’

dinsdag 7 juli 2020

VRAGENVUUR



De twee ondervraagden noemen zich als ze bij elkaar zijn: Sjors en Sjimmie


In het Zorghuis vragen(v)uurtje krijgen twee kandidaten in een spervuur van persoonlijke vragen het vuur aan de schenen gelegd. Laten zij over herinneringen, dromen, gevoelens, familie en ego's het achterste van hun tong zien?

Welke geur herinnert je aan je kindertijd jonge jaren?
E: Coco Chanel ik ben dol op parfum. Zelf gebruik ik 4711 dat is betaalbaarder
Q: kunstmest en ammoniaklucht

Voor welk eten mogen ze je 's nachts wakker maken?
E: ik vind alles lekker dus 's nachts slaap ik liever als je het niet erg vindt
Q: Appels

Wie of wat maakt je aan het lachten?
E: een moppentapper en gekke dingen die je nog nooit gehoord hebt, carnaval en ... mooie vrouwen. Ik houd van die smile
Q: een ikookje en als de zusters met je dollen

Welke eigenschappen vindt je belangrijk?
E: mijn pa heeft me geleerd om nooit te liegen.
Q: eerlijk zijn

Wat zou je nog willen leren?
E: ik zou graag een oude wijze man willen worden. Maar dan moet ik veel boeken lezen.
Je werkt om te leven, je leeft niet om te werken. Ik ben nooit ambitieus geweest. Als ik maar genoeg centjes had om er gezellig van rond te kome,n vond ik het prima
Q: ik had graag onderwijzer willen worden op een land- en tuinbouwschool. Nu gaat al mijn kennis (ook voor mij) verloren. Zoals de finesses van het piepers poten

Wat zijn je 3 slechtste eigenschappen?
E: dat durfde ik helemaal niet. algemeen bij mensen: roken, stelen, jokken. Dat moet je nooit flikken, als je gesnapt wordt ben je niet meer in tel. Foei!
Q: die heb ik niet. Mijn beste zijn liefde en trouw

Welke verjaardag was de allermooiste van je leven?
E: toen ik 16 werd, was ik ineens een hele grote jongen. Ik had leuke ouders die gaven me geld.
Q: daar werd vroeger weinig aangedaan. Er werden door het hele gezin liedjes voor je gezongen en je werd gefeliciteerd. Cadeautjes krijgen, is pas ontstaan in de jaren zestig

vrijdag 3 juli 2020

TYPISCHE TELEFOONTJES


Archiefblog

Geregeld haalt pappi de transparante kunststof kapjes van de voorkeursnummers af. ‘Gewoon een beetje zitten klooien’, zou hij moeten toegeven, maar zijn naam is Haas. Van de negen toetsen hebben we er vijf teruggevonden. Voldoende om de belangrijkste personen te vermelden. Ik sta nog steeds op numero uno. Hiep Hoi.


'Ben ik in Melick verbonden', vraagt pappi als ik thuis de telefoon opneem.
'Nee, je hebt nu je dochter aan de lijn', antwoord ik.
‘Jij woont toch in Melick?
‘Nee, je zus woont er. Bel haar maar, dat vind ze vast leuk.
‘Daar heb ik geen nummer van.’
‘Je zus staat onder het knopje BETS.’ 
'En ik mocht van jou de knopjes er niet afhalen.’ 
‘Pappi buldert omdat hij me tuk heeft.
‘Ik bedoel je legt nu de hoorn neer en drukt op het toets waar BETS opstaat. Gesnopen?’
‘Ja.
Een enorme fluittoon in mijn oor. Pappi is vergeten de hoorn neer te leggen, voordat hij gaat bellen.
‘Hallo?’
‘Hallo?’
‘Met BETS?
‘Nee, met je dochter schat.’
‘Hoe kan dat nou?’

Ongelooflijk dat zoiets simpels, als je oud wordt, geen belletje meer doet rinkelen. 

BALLENBAR


archiefblog

Hittegolf. Binnen is het hot. Alle mannelijke bewoners hangen zwetend in de hoek van hal rond. Klamme kleren en natte haren tegen het hoofd geplakt. Ze zijn te bevangen voor stoeremannengezwets. 'Is dit de ballenbar en wachten jullie op een rondje?' daag ik lollig uit. KanariePiet kan net zijn mondhoeken optrekken voor een glimlach en mompelt: 'Eikeltjesbar.' Ik herleid het naar de Fabeltjeskrant - maar dat onderkomen heette het Praathuis, lees ik later. Floris haakt er, mij wijs terechtwijzend, op in: 'Echte mannen houden niet van ballen, maar van bollen!' Met twee uitgestoken wijsvingers prikt hij naar mijn borsten. In een reflex doe ik een stap achteruit. Floris smakkend: ‘Net mis. Ik krijg zeker geen tweede kans?’ ‘Dat heb je goed’, knipoog ik.

OP DE PRAATSTOEL

Max Schmeling

Op bezoek op onze locatie: Zorghuis Tienray. Een slanke heer met pretoogjes zit meteen op de praatstoel, wanneer ik een gesprekje aanknoop. Vol verve introduceert hij zijn huisgenoten. In no time weet ik alles over iedereen. De man wijzend naar de vermeende drinkebroer die de tegels in de gang uitslijt: 'Die die, die drinkt elke dag minstens honderd flessen bier. 's Morgens zit zijn stalen rollatormandje al volgestouwd en dat gaat zo de hele dag door. Ik snap niet dat hij dat weggespoeld krijgt.’ Over hemzelf valt weinig te vertellen, meent de gezellige prater. ‘Zelf heb ik nooit gedronken, zelfs niet na de repetitie van de fanfare of in de voetbalkantine.’ Hij glinsterlacht en om zijn verhaal te staven kletst hij regelmatig zijn handen kruislings op zijn bovenbenen. 

Wanneer een grofgebouwde bewoner (type deurwaarder) met handen als kolenschoppen en een gebutst doorgroefd gelaat voorbij de deuropening wandelt, schatert de praatgrage man met de levendige fantasie: 'Die, die dat is een voormalig bokser.' Ik snap zijn associatie. De slanke heer kletst de handen op zijn bovenbenen van de schik: 'Hij was geen goeie, dat kan je aan zijn neus zien!'

Wijzend naar de slapende bewoner die een handvat van zijn rollator omklemd: ‘Die die, ha, die heeft een scheertasje waar niemand aan mag komen. Zelfs in zijn slaap waakt hij erover. Wat kan er nou voor waardevols in een scheertasje zitten.’ Hij is oprecht verwonderd. De activiteitenbegeleidsters trommelen de bewoners op voor een gezellige zit. Voor ik kan vragen of de man me wil begeleiden naar de koffiekamer, is hij al soepel opgesprongen. ‘Wijst u me de weg?’ vraag ik vriendelijk. Hij volgt me als een hondje.