zaterdag 21 maart 2020

HANDENGYM

Haasje of  het vredesteken. 


Voor een betere motoriek, soepele vingers & handen en meer spierkracht doen we handengym. Met vuist-duim-peace-bokje, kom-maar-hier-heksje, hoela, de spin en het trippelende ding. De vrome inktvis en het haasje zijn de meest memorabele. Troelatroelala is met dank aan de voormalige gymjuf Door. Met Josje, de Eeuwelinge, ons Door en TT een-op-een-voordoen. Haas heeft zijn handen nodig om ze links van de buik te leggen waar het pien doet: een praatje ter afleiding wil hij wel. Verschillende bewoners aan de overkant of naast een van deze dames zoals Cornelia Hopsasa, Tante Leen en Blanca bootsen spontaan de bewegingen na. De Eeuwelinge is zo op gezond blijven gericht, dat ze zelfs wanneer ik later druk gebarend een anekdote opluister bij een huisgenoot, ze enthousisast naar me zwaait en laat zien dat ze die ook allemaal uitprobeert. Wat is ze toch een schatje.

vrijdag 20 maart 2020

EIGENNAMEN


Op een schootkussen liggen alle scrabble letters kriskras verspreidt. Geen zo hoog mogelijke woordwaardes leggen, maar je eigen naam. Bewoners reageren heel verschillend. Zo weet de Frêle Freule wel hoe ze heet, maar kan ze haar naam niet met letters spellen. Wanneer haar naam wordt neergelegd en weer door elkaar gehusseld, komt ze een heel end. Wanneer ze haar voltallige naam ziet liggen, wijst ze: 'He, er moet nog een 1 achter mijn voornaam want ik ben naam 1!'*

Mijnheer Demijne vraagt of hij ook de plaats mag leggen waar hij het gelukkigst was. Dat mag, maar we willen ook zijn naam in letters. Vlot legt hij zijn naam, diverse buitenlandse steden en staten. Ineens spreekt hij Spaans en leert hij mij in een mum van tijd geijkte vakantiewoorden en -zinnen zoals OlaComo estas signora, que hora es, ariba ariba enzovoorts. Bij Hasta luego legt hij de zin 'naam is moe' op het bord. Duidelijke taal, ik schuif op naar zijn buurman. 

E. moet wat puzzelen: 'Wat heb ik eigenlijk een lastige naam, die kan je op te veel manieren schrijven.' Achter 'E. is ...' wil hij 'kleffe' hebben staan. Althans dat versta ik: 'Je hebt zelfkennis. Dat past goed bij je.' E.: 'Ik vind mezelf slim.' Ik kom niet meer bij. E die graag converseert: '?' Moi: Ik verstond kleffe, maar jij bedoelt clever.' Hij schiet ook in de lach en schrijft met blokjes op het bord: 'E. is een klever.' De tranen rollen over mijn wangen: 'Zie je nou wel, zelfs je onderbewuste weet het en heeft 'een' toegevoegd.' Dikke pret en flauwekul.

Ons Door legt haar complete doopceel op tafel alle christelijke doopnamen plus gehuwde achternaam en haar meisjesnaam. Achter elke naam zet ik 'is', hoe ze zich voelen of vinden, mogen de bewoners, al dan niet met wat hulp, zelf toevoegen. De Eeuwelinge -onvoorstelbaar vlot en bij de pinken - wil het voorgestelde 'lief' achter haar naam leggen, maar komt uit op 'riek.' Gniffelend: 'Wat moet ik NU met al dag geld, ik had vroeger rijk moeten zijn.'

TT Heeft een zicht van 9%. De letterblokjes kan ze moeilijk zien. In plaats van horizontaal, leg ik ze verticaal neer. Moi: 'Is het voor u zo beter te lezen?' TT: 'Ik kan echt niet zien. Ik ben geen Chinees. Ik heet sowieso niet naam, dat was mijn mans naam. Naam is mijn meisjesnaam.' Ze spelt het hardop. Ze pakt mijn arm: 'Ik ga je wat vertellen.' Op haar stokpaardjes maak ik wat relativerende grapjes die ze waardeert. Als ze verteld heeft wat ze kwijt wilde, laat ze me vrolijk los.

Ik kan net voorkomen dat Kanariepiet een letterblokje in zijn mond stopt. Je hebt inderdaad scrabble van chocolade, maar dit is plastic. Met hulp van bovenaf legt hij zijn voor- en achternaam van achteren naar voren. Bij het achterstevoren uitspreken moeten we allemaal lachen. Hij net zo. Ik vraag hem of hij een verkleinwoord had als kind of een dialectnaam. Hij: 'Da's al zolang geleden, dat heb ik niet onthouden.' Ik probeer wat woordjes die hem doen opkijken. Moi: 'Mensen vonden u vast aardig.' Hij glimt en knikt. Moi: 'Hier bij ons bent u geweldig.' Hij kijkt me aan: 'Vind je dat?' Ik kijk aanmoedigend terug. Achter 'naam is geweldig', legt hij: lachen. Humor.

Josje gaat er goed voor zitten: zij vindt zichzelf gewoon. Moi: 'Ieder mens is uniek. Dus u kunt zichzelf wel gewoon vinden, maar u bent bijzonder.' Josje filosofisch: 'Ik bedoel niet gewoontjes, maar gewoon van: 'Ik ben er (ik besta) en dat is prima.' Een goedgeluimde Tante Leen waar ik wat extra tijd voor neem: 'Kom maar op met dat tafelding. Wat moet ik doen?' Ze legt na 'naam is ...': goed. Zij, zoekend tussen alle letters: 'Ach, kijk hier.'  Met een geleende letter van haar achternaam die ze inruilt voor een blanco, laat ze zien dat ze 'goed bezig' is.' Moi: 'Knap.' Zij dik tevreden: 'Dat vind ik ook.' 

De nieuwe, een bijdehante tante van bijna honderd, grist het schootkussen zowat uit mijn handen. Ze somt het geuzenvers op van iedereen die dezelfde achternaam als zij draagt: naam, kersenpit, eierdop, kletskop. Moi als ze vlot haar naam heeft gelegd: 'Ik weet al wat u achter 'naam is' gaat leggen.' Op het bord prijkt: kletstante. Daar maken we samen 'Tante Bet' van omdat wijsneuzeriger klinkt. Ze slaat de handen van plezier op tafel: 'Als ze me toch eens op de dagopvang konden zien hier. Nu nog een bonbon en een glaasje port en mijn dag is helemaal goed.' Moi: 'Het is nog geen happy hour, maar een lepel puur genieten kan ik u aanbieden.' 'Mmm', met smaak smelt de chocolade hagelslag op haar tong en lippen. 

*Er zijn meerdere dames met eenzelfde voornaam. Zij hebben elkaar cijfers gegeven om verwarring te voorkomen.

CORONACRISIS


Mijn pappi woont in een kleinschalig Zorghuis. Sinds afgelopen week is er een bezoekverbod of zoals pappi het luchtig verwoordt: 'Zitten we opgehokt.' Pappi is er blij mee. Terecht, want hoe minder invloed van buitenaf des te kleiner de kans dat het virus onze kwetsbare groep ouderen bereikt. 

(Klein)kinderen hebben met het niet bezoeken van hun familielid meer moeite dan de bewoners zelf. De berichtgeving van het coronavirus speelt bij hen weinig of geen rol. Het tijdsbesef is bij menige bewoner anders dan bij ons, bovendien leeft het gros in de eigen onrealistische (roze) bubbel. De bewoners hebben gezelschap aan elkaar en aan de verpleging. Onze gezellige verzorgsters zijn zoals altijd ontiegelijk lief en de activiteiten* gaan bij ons gewoon door; zelfs op zondag bezoekdag.

Als hondeneigenaar en dochter van vergelijk ik het een beetje met het (mee)lijden als je hond tijdens jouw vakantie in een hondenpension verblijft. De baasjes hebben een knoop in zijn maag (Mist hij ons niet? en Gaat het wel goed met hem?) terwijl de hond the time of his life heeft met soortgenoten. Natuurlijk zijn er uitzonderingen op die regel: bij honden en bij mensen.

Graag wil ik alle familie een hart onder de riem steken: onze ouders worden super verzorgd. Het enige wat we als 'kind van' kunnen doen is tijdelijk fysiek afstand nemen. Zo dragen we bij aan ieders welzijn en gezondheid. En ja dat is zwaar offer. Laat dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten troost bieden. 

UPDATE: de aangekondigde drie weken waren nog redelijk te overzien. Nu de coronamaatregelen met twee maanden zijn verlengd, zal het pas echt zwaar worden. Sterkte allemaal!
*Activiteiten worden bij ons georganiseerd door betaalde krachten in plaats van door vrijwilligers.

maandag 16 maart 2020

LENTEKRIEBELS


Pappi alias de Tuinman accepteert voor het eerst hulp. Pappi snoeit en Tante Poes veegt en wiedt onkruid tussen de stoeptegels. Het dames tuinteam plant, harkt, schoffelt en veegt totdat de tuin er weer strak bijligt. Laat de lente maar bloeien.




JANTJE ZAG EENS PRUIMEN HANGEN



Mijn gymnasten - huisvrouwen van toen - hoefden destijds niet naar de gymles of sportschool. Zij kregen meer dan voldoende beweging tijdens de huishoudelijke klussen. Als alle handen in de lucht zijn, vraag ik de bewoners om met de armen net iets hoger te reiken: ‘Jullie kennen vast allemaal het vers de pruimeboom* van Hieronymus van Alphen. We zijn in de boomgaard aan het pruimen plukken en die laatste hangt net bovenin.’ Het Maggimaedje denkt me te slim af te zijn: ‘Mijn boom is leeg en mijn mandje is vol.’ Moi: ‘We joggen nou van de boomgaard naar de waskeuken. Stappen, stappen, stappen en de ellebogen bewegen goed mee.' Gegrinnik als de dames snappen waar ik naar toe wil. Moi lachend: ‘Nee, nee, de handdoeken zijn al uit het sop en door de mangel (of wringer) gehaald. We hoeven ze alleen maar op te hangen.’ Het Maggimaedje: ‘Potdorie, dao hôb ze mich.’ Ons Door gaat helemaal op in het verhaal: ‘Niet vergeten er wasknijpers op te zetten, anders waaien ze weg!’
*Jantje zag eens pruimen hangen O! als eieren zo groot […]