vrijdag 22 mei 2020

EEN MARKANTE MAN

een gedeelte van de rouwpost

Het Zorghuis waar Pappi de laatste vier jaar van zijn leven heeft doorgebracht, voelt vertrouwd. Iedereen verwacht dat het moeilijk voor me is, maar omringd te zijn door zijn huisgenoten en lieve verzorgsters die hem van nabij hebben meegemaakt en hem een warm hart toedragen, geeft me juist rust. Dat 'zijn' kamer nu bezet is door een intern verhuisde bewoonster deert me niet: diegene die ik liefhad zit er niet meer in. Zelf neem ik niet het initiatief om het over hem te hebben sinds hij gestorven is, maar er is geregeld iemand die aan hem memoreert. De beloofde zon blijft uit. Door het dichte wolkendek is het drukkend. Mini-me moet nu vragen hoe het weer zich verhoudt. Zij: 'Toen de tuinman er nog was, wist ik wanneer het wel of geen windvrij buitenzitweer was.' Leuk hoe bewoners en ook verzorgsters Pappi aanhalen: iedereen heeft eigen mooie herinneringen. Tante Poes: 'We trokken ons allemaal op aan je vader zijn zelfredzaamheid. Nu hij er niet meer is, zijn we allemaal sullen.' 'Kom kom', is mijn verweer. 'Ja', beamen ook andere dames, 'Je vader was een voorbeeld hoe je ook waardig oud kunt zijn.' 

Nogal wat reacties van: 'Jouw vader gestorven? Ik dacht dat hij, zo'n statige man, er altijd zou zijn.' Alsof hij het eeuwlige leven had. I wish. Digitale berichtjes en condoleancekaarten - en bijgestopte handgeschreven briefjes - bevatten lieve en leuke persoonlijke herinneringen. 'Hij was een markante man' hoor en lees ik vaak. Sjimmie vraagt of Pappi zich zo bij ons voegt: 'Is hij nog in de tuin?' Ik krijg het niet over mijn hart om de toch al sentimentele bewoner (weer) de harde waarheid te vertellen. Wat ik wel geantwoord heb, is verloren gegaan. Ergens brandt een lichtje. Sjimmie klopt met zijn hand op de zitting van de lege stoel naast hem: 'Kom gezellig bij mij zitten, dan mag je me Skippy noemen.' Zo empathisch. Ik klap even dicht (Skip is de naam van mijn overleden hondenlieveling; hoe Sjimmie aan zijn naam komt?) adem diep in en herstel: ik ben hier voor de joeks. Tante Leen wiegt uitnodigend mee met haar favoriete polka's vertolkt door de Kermisklanten. Ze kijkt me lief aan. Ik zet het geluid harder en haak in.

GEBIT


Tijdens mijn dienst heb ik altijd (extra) handschoenen op zak voor de grootste horror: een gebitsprothese zonder mond eromheen. TT's rug hangt schever en schever in haar slaap. Haar mond zakt steeds verder open. Het ieniemieniemensje is zo relaxed dat haar ondergebit, kantje boord,  over haar onderlip glibbert. Roetsj gaat het gebitje naar beneden over haar bloesje en rok, om uiteindelijk tussen haar voeten op de grond te belanden. Eerst stel ik haar tanden veilig voordat ze erop stapt. Dan wek ik haar voorzichtig, zodat ze weer rechtop gaat zitten voordat ze rugpijn krijgt. Slaperig kijkt ze me door haar oogharen aan. Moi: 'Wilt u koffie?' Nog doezelig van het hazenslaapje wil ze 'koffie met een zoetje, alstublieft' zeggen. Dat komt er door het ontbreken van het ondergebit onverstaanbaar uit. Ze voelt aan haar kaak en in haar mond. Een daverende lach: 'Ik heb geen tanden. Zijn ze weer uit mijn mond gegleden?' Moi: 'Ja, ik heb ze al gered.' De tanden lijkt meer op een kindergebitje. Best schattig op een bepaalde manier. Ze wil het aanpakken, maar ik ga het eerst onder de kraan afspoelen. Als ik terugkom met het gebit in een servet, lacht ze nog steeds om het voorval. Wat zij er zo grappig aan vindt? TT met glinsterende oogjes: 'De tanden gingen van de glijbaan. Kinderpret.' Uiteraard heb ik de handschoenen die ik al droeg met het uitserveren van koffie, thee, limonade en koekjes vervangen door een schoon paar. Dat zeg ik niet tegen de eerstvolgende koffieklant. Ik wrijf overdreven in mijn handen (dat varkentje zullen we wel even wassen): 'Wat wilt u drinken?' Grote ogen vol ongeloof en afgrijzen bij ons Door. Moi grinnikend: 'Ik heb nieuwe schone handschoenen aan hoor.' Opluchting en een beetgenomen lachje: 'Ik dacht al.'

woensdag 20 mei 2020

HEMELVAART


tijdens onze 'communiecatie' toon ik mijn kanten handschoentjes van vroeger

't Maggimaedje laat de nagels doen en Grietje en Buuf wandelen in de tuin. Floris, Mutti, Mijnheer Demijne, Tante Leen, Sjimmie, de Witte Dame, Tante Poes, JJ, de Thoornaars -  en ook Haas; al zal hij dat niet toegeven - zijn te porren voor deze uitgeklede versie, maar niet minder enerverende en gezellige versie van het Rad van Fortuin. Pappi's board doet perfect dienst als krijtbord. Thema: meimaand, katholieke feestdagen en Hemelvaart in het bijzonder. De woordenschat blijkt nog best lastig te raden: Hemelvaart, opstanding, tongentaal, Pinksteren, apostelen, processie, communicantje, kermisvlaai en rozenkrans. JJ en de Witte Dame dragen beide woorden aan omdat ze het zonde vinden wanneer het spel eindigt: meibloempje, pinksterbruidjes, schuldgevoel en peni ... tentie waar ik boetedoening van maak, omdat Floris (trots met de oorkonde van WA in zijn handen) te dartel is.  Als JJ haar eigen woord niet raadt, krijgen we allemaal de slappe lach. Idem dito als men twee keer hetzelfde woord achter elkaar moet raden en dat het de tweede keer net zo moeilijk blijkt. Tante Leen noemt telkens de Z en de X, Sjimmie gokt steevast op de K en de B. Hilariteit alom als dubbel D in combinatie met de R van Roxy (060606) wordt genoemd en Tante Poes tegelijkertijd raamvisite krijgt. Het is geen wedstrijd, maar een gezamenlijke speurtocht naar letters en woorden. Tijdens woordenschat worden smakelijke anekdotes opgevist over communiejurkjes, hosties, misdienaars en praten we over de betekenis van bijvoorbeeld Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. We sluiten een zalige familiemiddag (want zo voelt het groepje) af met de meezinger voor de hele huiskamer: In  d'n hiemel van Beppie Kraft. Mijnheer pastoor kan trots op ons zijn.