zaterdag 20 januari 2018

MASKER


De ruiten in het Zorghuis ogen steeds vrolijker door de alsmaar groeiende verzameling gele, groene en rode noppen die wordt aangebracht door activiteitenbegeleidster L.. Om het vasteloavend plaatje compleet te maken worden er bonte mombakkessen opgehangen. Q. krijgt een vochtinbrengend mannenmaskertje van Dr. Tadlea (met dank aan mijn schoonheidsspecialiste Rianne). Pappi, wiens handen ik in de mijne gevangen houd zodat hij niets van de gelei verwijdert, frazelt aan een stuk door  van de hak op de tak springend. De radio moet uit om hem aandachtig te volgen. Het kwartier zit erop en zijn gezicht wordt met een hete doek afgenomen. Een weldadig cr√®mepje op de nu zachte rozige huid en hij is weer als nieuw.

Het wordt een middagje liefhebberen op zijn kamer - vroeger waren mijn ouders altijd in de weer om ons stulpje nog gezelliger te maken: de eetkamer en de zitkamer verwisselen, meubels verplaatsen, decoreren, timmeren en knutselen. Het Indische koppeltje doffe messing salamanders die er tegen de schouw kropen, wachten hier in de kast nog steeds op een poetsbeurt. 'Zullen we ze tegen de muur laten kruipen om ontsierende gaatjes te bedekken, van poetsen komt toch niets', opper ik. Q. is voor en gaat met draad, spijkers en schroeven in de weer. Het duurt even voordat hij ze natuurlijk vindt hangen. Zijn blik glijdt van de salamanders naar mij: 'Van deze kant lijk je precies ons moed.' 'Ik mag hopen dat je oma bedoelt toen ze jong was?' vis ik naar een complimentje. Q. lacht plagerig en veelzeggend. 'Pas op, biezemenneke', krijgt hij een plaagstootje terug. 


Q. wordt nog complimenteuzer: 'Ik heb een nieuw scheerapparaat nodig.' 'Ik bestel morgen  een nieuwe voor je.'  'Eh, lief bedoeld, maar ik heb liever dat Wim dat doet. Die heeft daar als man meer verstand van', wimpelt Q. mijn aanbod af. Oowkee. Het plastic schaaltje met een hapje mooi opgemaakte weemoed (hors d'-oeuvre volgens familierecept) heeft hij de hele middag met kleine duwtjes steeds verder van zich afgeschoven. It doesn't ring a bell bij hem en ik merk dat hij erdoor in verlegenheid wordt gebracht en niet weet wat hij met de situatie aanmoet. Als ik hem voordat ik ga, vraag of hij wil proeven van vervlogen tijden waar ik er erg mijn best op heb gedaan, dist hij op: 'Wij eten hier van borden.' Om een ontmaskering voor te zijn, duwt hij mij onhandig door de deur de gang op: 'Het was een heerlijke middag, schat. Maar je moet echt naar huis. Kus!'