zaterdag 19 september 2020

DIEFSTAL


Het is de morgen na de avond dat Mutti's tas 'gestolen' werd. We luisteren met zijn allen in de huiskamer naar rustbrengende, want herkenbare muziek. Mutti voelt de paniek maar houdt zich kranig, omdat we onder andere samen op zoek gaan; dat geeft meteen afleiding. Het hele Zorghuis wordt op zijn kop gezet zonder resultaat. Ongelooflijk, de tas moet ergens zijn. Thoor wijst in een onderonsje hinthint een verdachte aan. Het meest verontwaardigd is Grietje. Later zal blijken dat zij de dievegge was. Per ongeluk heeft ze de universele zwarte handtas voor de hare aangezien en verstopt op haar kamer om haar 'dief' voor te zijn. Tijdens de zoektocht stopt de muziek. Ik loop naar het medicijnkastje, waarop zekerheidshalve de iPad Spotifynummers afspeelt. Alles gecheckt en niet gevonden. Ten einde raad pols ik de bewoners: wie heeft er iets gezien? Tig stramme bewoners springen spontaan en lenig uit de stoel om me te helpen zoeken. Hartverwarmend. Later blijkt dat een nieuwe zuster mijn iPad vanwege het bijna identieke hoesje aanzag voor eentje van het Zorghuis en 'm op de zusterpost veilig had gesteld. 

donderdag 10 september 2020

FACETIMEN MET PAPPI

 

Dinsdagavond 8 september rond achten. We netflixen op de slaapkamer, doodmoe na een paar emo-dagen. In de serie doen meerdere bekende gezichten mee. Met de kopjes thee neemt W. ook de iPad mee - dit doen we nooit. Normaal zeggen we altijd: 'Dat zoeken we morgen wel op.' Bij de acteurs en de films/series waar ze in spelen zijn de 'och ja's' zijn niet van de lucht. We hervatten de aflevering. In een spannende scene horen we dof bamboegeroffel. Voordat we ons realiseren dat het geluid uit de iPad, verstomt het. 

W. pakt net te laat de iPad van de radiator: 'Het was Pappi.' 'Heh?' zeg ik verbaasd, want mijn lieve Pappi overleed 2 mei jongstleden. W. toont het beeldscherm. Jezus, het zal toch niet waar zijn: is Pappi de eerste man in de geschiedenis die vanaf de hemel kan bellen, missen wij zijn gesprek! We zijn er confuus van. We gissen de verdere avond over wat Pappi te melden zou hebben gehad. (Ik mis jou ook schat)

Als ik de volgende dag lees over een tweede lockdow*n waardoor het beeldbellen weer is geactiveerd, gaat er een belletje rinkelen. Waarschijnlijk is toevallig Pappi's nummer als test gebruikt. 
*Tijdens de corona lockdown, kan familie met bewoners facetimen. Pappi heeft dat een keertje mte W. geoefend, waarna hij te kennen gaf dat hij liever gewoon via de handy belde.

zondag 6 september 2020


Omdat de visueel gehandicapte Kroepoekje het middageten op haar bord niet zit, wordt ze gevoerd. Daar is ze erg blij om, want zelf kost het haar ontzettend veel moeite. Temeer omdat ook haar ondergebit regelmatig uit haar mond wil glijden. Op elke lepel die in haar mond gaat een fijn geprakte mix van preischotel, jus, spek en appelmoes. Ze kan heerlijk smikkelen. Tussen de hapjes door stopt ze telkens een stukje van de kroepoek in de mond en laat het als een tong over haar lip hangen. Ze heeft schik. Normaal is het '1 tegen 5', maar nu vraagt ze of alles '1 tegen 3' is. Ik beaam het en noem haar meisjesnaam erachteraan, want zo luidt het geruststellende riedeltje voor haar. Ze vraagt of ze kinderen heeft. In haar beleving is ze niet getrouwd. Moi: 'U heeft twee zonen en een dochter.' Ze schatert met haar hoofd achterover: 'Echt waar? Dat zegt me niets. O jawel, ik heb een zoon die heet xxx.' Ik noem haar naam en die naam van haar zoon, zodat zij het rijtje kan aanvullen. Dat werkt gedeeltelijk. Ze noemt de naam van de tweede zoon. Zij grinnikend: 'Heb ik echt een dochter? Gek, dat ik dat niet weet. Hoe heet ze?' Moi gekscherend: 'Het is uw dochter. Laat het haar maar niet horen.' Kroepoekje vindt het allemaal uiterst lollig. Ik noem verschillende ouderwetse meisjesnamen op zoals Truus, Mia, Lenie. Er gaat geen belletje rinkelen. Ze is vastbesloten om achter de naam te komen. Ik heb geen idee, dus noem ik haar naam. Zij: 'Dat is het. Zo heet ze.

donderdag 3 september 2020

KROEPOEKJE


De zeer slechtziende Kroepoekje wenkt me. ‘Hoe kom ik hieraan?’ Ze toont een envelop met een rouwkaart en gedachtenisprentje. Het is van pappi. Moi: 'Dat was de tuinman, mijn pappi. Hij was een van uw tafelgenoten.' Ze prevelt zachtjes nadenkend van ja. Ze duwt me de gekreukte plastic tas in de handen: 'Er zit nog meer in. Wat moet ik daarmee?' In de tas: twee bollen acryl breiwol, kerstkaarten, een schoon nierbekken (kunstgebit- en spuugbakje voor haar), een schone luier en een servet. Ze kijkt naar me op: ‘Dat was een fijne man. Daar voelde ik me veilig bij. Dat is jouw pappi?’ Ik knik en verander van onderwerp door haar te vragen of ze net als laatst weer door het raam naar de eekhoorntjes wil kijken. Kroepoekje achter het venster ziet het rood en magenta. Rood is het dak van een vogelhuisje en het magenta zijn de exotische papieren bloemen op de vensterbank. Ik laat haar handen de 'honingraten' voelen. Ze kijkt oplettend naar buiten: 'Ik zie een schim.' Voordat ik een verklaring kan bedenken - mevrouw is een getraumatiseerd slachtoffer van een roofoverval - redeneert ze opgelucht: 'Normaal zou ik denken wat moet die man daar. Komt die voor mij? Nu ik weet dat het je vader in de tuin is, is dat zo'n hele geruststelling Dat kun je niet geloven.'