donderdag 31 januari 2019

OVER MEISJES EN TOFFE JONGENS



Als je in ZIJN voorstelling meegaat, gaat hij met je mee. Francois is lauffreudig zoals onze oosterburen een hond die graag wandelt, noemen. Het weer laat het niet toe om in het kloosterpark te struinen. Francois pendelt tussen lift en zaal. Ditmaal keert hij niet om, maar stapt hij in de ijzeren doos met bestemming onbekend. De deuren sluiten. Een zuster holt ernaartoe, want het schakelbord met knopjes kan Francois niet meer bedienen.

De situatie doet me denken aan de conference van cabaretier Lebbis. Hans’ vader is dement en woont in een Amsterdamse zorginstelling. De man wil continu naar buiten, maar verblijft op een gesloten afdeling. Dan wil hij met de lift. Die is niet voor hem toegankelijk en de man wordt agressief. Hans en de verzorgers hebben er wat op gevonden. De muur tegenover de lift is veranderd in een fotowand met een zomers bos. Telkens als zijn vader naar buiten wil, stappen hij of een verzorger met hem in de lift. De deuren sluiten. De begeleider telt tot 15, drukt op ‘deur openen’, pingt en de deur opent op dezelfde etage waar ze waren. Voor Hans’ vader is er een wezenlijk verschil. Hij kijkt tegen een zomers bos aan en wandelt ernaartoe’. Verrukt: ‘Wat is het heerlijk om weer buiten te zijn!’ Wat Hans wil zeggen: als het kan, moet je in de denkwereld van een persoon meegaan, daar bereik je meer mee.

Terug naar Francois: hij blijft lopen, omdat hij nog sportief genoeg is en zijn vrouw zoekt. Als zijn vrouw er niet is, voldoen onze meisjes graag aan de beschrijving. De zuster snelt vooruit en ik haak mijn arm in die van Francois en zet de medley ‘En datte we toffe jongens zijn, dat willen we we-he-ten’ in. Een beproefd recept dat keer op keer werkt. Francois valt lachend in met: daarom komen wij overal. Overal, overal waar de meisjes zijn, waar de meisjes zijn. De medley is exact de tijd die we erover doen om van de lift naar de zaal te komen. Daar is een dameskransje gaande. De verzorgster (een vliegende non) heeft André Rieu reeds opgezet. Ze pakt een dolblije Francois bij de hand en walst zo met hem de zaal in. Prachtig!

woensdag 30 januari 2019

KAMERVRAGEN



Dag van het werkplezier in de zorg


Haar dienst zit erop. Voordat ze huiswaarts keert, wipt de verpleegkundige aan bij pappi. Ze merkt hoe zeer hij in de war is. De vaste kamervragen komen voorbij: 'Ben ik in mijn eerste of in mijn tweede huis, zijn deze meubels [hij noemt ze stuk voor stuk op] van mij?’ Enzovoorts. De ouderdom slaat telkens onaangekondigd en genadeloos toe. De verpleegkundige doet spontaan haar winterjas uit en haalt een kopje thee voor hen beiden. Ze legt de dobbelstenen en het blaadje voor de puntentelling neer: 'We doen een spelletje Yahtzee. Daar houdt u zo van.’ Pappi vindt het magnifiek. De aandacht van ‘bezoek’ en omdat hij spelletjes ALTIJD wint; je hoeft geeneens te foetelen. Hij gooit met gemak een ‘omni’ (5 dezelfde) of 'een grote straat' als dat de twee laatste vakjes zijn die nog moeten worden ingevuld. En hoofdrekenen dat hij dan kan! Ergerlijk, maar dat laat je niet merken, want Pappi lacht zich een kriek. Het daarmee gepaard gaande geluksstofje bewerkstelligt het beoogde effect in zijn hersenen. Pappi is weer bij de positivo’s, zoals hij dat noemt. De verpleegkundige verliest met slechts 6 punten, wat best een goede score is. Maar dat komt volgens de euforische winnaar, omdat hij de dobbelstenen in de beker voor haar heeft voorgesorteerd! 


NB Het is niet mijn bedoeling om te promoten dat medewerkers in de zorg zich verplicht voelen om ook voor of na werktijd te vrijwillig te zorgen. Het is puur de spontaniteit die ik zo hartverwarmend vind.

zondag 27 januari 2019

PAPPI'S PARTY



Wat geef je iemand van 91 voor zijn verjaardag? 
Een grandioos feest, aandacht en een goed gevoel. 

Eetzaal, kantine, schaftlokaal en café. Dat zijn de benamingen van Cor de tuinman voor de recreatiezaal. Waarom zijn verjaardagsparty uithuizig vieren, als je een inpandige kroeg en gezellige huisgenoten ter beschikking hebt! Bovendien kan iedereen na afloop zo het bed inrollen. Muziek doet wonderen en Stef ‘meer dan muziek’ Kupers weet hoe je een feestje moet bouwen. We zingen met zijn allen ‘Lang zal hij leven’ en Stef feliciteert de bijna-jarige met zijn leeftijd: 19! Warempel het wonder geschiedt: getallen worden omgedraaid. Alle huisgenoten voelen zich in plaats van stok weer piep. De voetjes gaan van de vloer voor polka, polonaise en wals. O ja, en de zanger is nog net als vroeger populair bij de dames.    

Fotoimpressie met zijn huisgenoten op Facebook Zorghuis Tegelen 27 januari.










Ook namens pappi hartelijk dank voor alle felicitaties die hij mocht ontvangen. Het was een dag om nooit te vergeten! Behalve voor hem dan, want: dementia. Maar het positieve gevoel blijft en ... gelukkig hebben we de foto's nog;-)


Via Facebook Zorghuis Nederland Tegelen zijn pappi en zijn huisgenoten dagelijks te volgen.



dinsdag 22 januari 2019

WINTERTENEN



Neelie wordt weer door mij begroet. Mistrouwig bekijkt ze me van top tot teen: ‘Ik praat niet zo gauw met vreemden.’ ‘Ik ben de dochter van de tuinman’, licht ik toe. ‘Oh, u bent de dokter, dan moet ik u hebben’, doet ze ineens vertrouwelijk. Ze schopt haar linker nubuck klittenbandschoen uit, heft verrekte lenig haar been omhoog en duwt daarmee de dikke teen zowat onder mijn neus: ‘Lopen is pijnlijk. Mijn dikke teen doet zeer.’ Toeschietelijk: ‘Op mijn kamer loop ik op kousenvoeten, dat ziet niemand.’ Ik: ‘Of sandalen aan? Zo heeft de teen ruimte.’ ‘Ze wuift het weg: ‘Ik ben toch niet mal. Het is winter!’ Ik: 'Zo te zien heeft de verpleegster er al naar gekeken, want de teen is verbonden.’ Zij verwonderd: ‘Maar ik vraag het aan u. U bent toch hoger, u bent dokter.’

zondag 20 januari 2019

WAFELS EN WAFFELS


Pappi belt: 'Je moet NU komen. Ik ben door de politie afgehaald en verhoord. Nu wacht ik op het proces verbaal.' Pappi is in de war. Hij zit niet op het politiebureau, maar in de gang van het Zorghuis. Hij fluit schel wanneer hij me ziet: 'Fijn dat je er bent! Ik heb honger. Ik heb de hele dag nog niet gegeten. Zullen we naar het café hier verderop lopen?' Pappi doelt op de recreatiezaal. We schuiven aan bij het haakclubje. Er is thee, water voor Pop en wafels van een jarige medewerkster. Onderwerpen van gesprek zijn: carnavalsmutsen, plofkippen (waarom heten die zo?), honden die aan een touw in het bos worden achtergelaten (als je niet voor een dier kan zorgen, neem er dan geen), Hondenliefhebber Francois wordt boos en vloekt uit ingehouden woede. Hemel en hel ('Als je dood bent, is er rechts van de poort een deksel, als je die opent glij je naar beneden de hel in', volgens de Witte Dame), Driekoningen, de overlijdensadvertenties in de krant (wie is er gestopt met roken?). Drika: of ik een auto heb, waar ik woon en hoever dat is (nee, ik ben komen lopen met de hond, Oud-Zuid en valt wel mee). 

'Wat doen we hier?' vraagt pappi. 'Gezellig een kopje thee drinken', zeg ik. Hij samenzweerderig: 'Nee, daar hebben we geen tijd voor. Er was trammelant. We moeten het spul nog wegruimen!' Ik tegen Lievelieke: 'O jee, dat klinkt alsof ze in de drugs zitten.' Zij lacht en vraagt pappi wat hij bedoelt.' Zijn ogen leggen haar een dwingende zwijgplicht op. Seniorita Sigaretje valt in het gesprek: 'Dat zeggen we niet.'Ik:  'Zit jij ook in het complot?' 'In de compote?' lacht ze, 'nee, in de plofkippen.' Tante Leen zou bij ons komen zitten, maar ze vertrouwt het niet meer, draait wat met haar rollator en zoekt hulp bij een zuster. 
Pappi raakt van de hak-op-de-takconversatie nog meer in de war: 'Ik wil naar huis.' 
Ik verzamel de mokken en het bakje water voor Pop en beslis: 
'Dan gaan we naar je kamer.' 
Pappi: 'Ik wil niet naar mijn kamer.'
Ik: 'Dat vroeg je toch?' 
Pappi: 'Nee, je begrijpt best wat ik bedoel: ik wil naar huis.' 
Ik wijs naar de gang: 'Daar op het end woon je.' 
Pappi: 'En mijn andere huis dan?' 
Ik: 'Je hebt maar een huis!' 
Pappi: 'Waar is mijn fiets? Dan ga ik wel alleen.' 
Ik: 'We zijn lopend. Bovendien is het: samen uit, samen thuis.' 
Ik onderbreek hem, want zijn waffel houdt hij toch niet meer en troon ik mee naar zijn kamer.
Pappi eindelijk op zijn kamer en om zich heen kijkend: 'Is dat mijn eindstation?' 
Ik: 'Yep! Gezellig en riant!'
Pappi concludeert: 'Ja, maar dit is ook waar ik woon!

SNIPPERDAG


December hangt van feestjes aan elkaar. Pappi is verwend met veel visite en heerlijke avondjes. Het kalenderblad voor deze voor het gros traditionele zondag-bezoekdag in januari is onbeschreven. Hij belt me op: 'Kom jij vandaag?' Ik kan hem eraan herinneren dat ik gisteravond pas laat bij hem vertrok, maar dat zal zijn kortetermijngeheugen niet bevestigen. Ik heb andere plannen en beslis: 'Vandaag heb je vrij.' Dat hoort zich leuker aan dan 'Er komt niemand'. Pappi grinnikt schalks: 'Da's een goed idee, het was allemaal best wel druk de afgelopen tijd. Kan dat zomaar?' Ik ferm: 'Het jaar is net begonnen. Je hebt een volle snipperkaart.' Pappi opgewekt: 'Dan neem ik vandaag met jouw toestemming verlof op.' Zo zie je maar. Een leugentje om bestwil is soms beter dan de waarheid. Nu heeft hij een fijne vrije dag in plaats van een zielig en eenzaam gevoel.


donderdag 17 januari 2019

MAN ZOEKT VROUW



Zijn  vrouw die hem dagelijks bezoekt, is zojuist de deur uit. De zuster leidt François af tot ze wordt weggeroepen door iemand met hoge nood. In de gang loop ik de dwalende François tegen het lijf. Ik haak mijn arm gezellig in de zijne: ‘Gaat u mee?’ Hij kijkt me verweesd aan. Ik zet in: ‘Overal, overal, waar de meisjes zijn …’ Hij valt in: ‘Overal waar de meisjes zijn, daar is het bal voor mij’. We herhalen het liedje vrolijk tot aan de ingang van de zaal. Zo tussen de ‘schuifdeuren’ maak ik bekend: ‘Zoals elke middag presenteren wij het programma: Man zoekt vrouw.’ Gemor en gelach. Met een wijds armgebaar zeg ik tegen François: ‘Kijk eens, allemaal mooie blommen.’ Hij kijkt rond en antwoordt niet echt overtuigend: ‘Jaja.’ Op tafel de achtergebleven Story van Roosje of Soepterrine, met op de cover zonnebankbruine bekende blondines uit de stal van sterrenstylist Leco Zadelhoff.

Ik schik het Nederlandse vlagkussen zo dat het de Franse vlag wordt. Tegen de voormalige leraar Frans: ‘Asseyez-vous, monsieur. Misschien zit hier een mademoiselle van uw keuze bij.’ Een criticaster aan tafel: ‘Die gaat toch weer lopen.’ François bladert losjes in het damesblaadje, staat op en noemt de naam van zijn vrouw. Ik: ‘U heeft groot gelijk. Als je met het mooiste en liefste meisje van de klas bent getrouwd, kijk je niet naar andere dames.’ Hij lacht instemmend, staat op en loopt de gang in waar een van de zusters hem opvangt.

vrijdag 11 januari 2019

EKSTERS EN RAVEN


Het was al schering en inslag toen mijn grootmoeder (God hebbe haar ziel. Echt!)  in Huize Henricus haar laatste jaren doorbracht. 'Ze stelen hier als de raven', zei ze. Geregeld wisselen er in het Zorghuis ook spullen van eigenaar. De persoon in kwestie is het gedachteloos kwijtgeraakt, weet niet meer waar hij of zij iets gelaten heeft, of een dementerende heeft onbewust niet zoveel op met mijn en dijn.

'Weg!' wijst Likkepot met hulpvragende kijkers haar dochter op de kale nek. De dochter constateert dat haar moeders parelketting niet om haar hals hangt. Op haar kamer ligt-ie niet. Tot haar verbazing ziet ze een pronkende Toet - dol op blingbling - met ondermeer eenzelfde parelketting om. Toet, die de tegenwoordigheid van geest ontbeert, heeft 'm even gepast en omgehouden. Je zou het lenen kunnen noemen. Om haar niet van streek te maken, dieft de nachtzuster de parelketting terug als ze slaapt. Opgelost.

De volgende dag wordt het verweesde vest dat over de bureaustoel op de zusterpost hing, vermist. Alles zoekt de verpleegkundige af. Ze twijfelt bijna ('Had ik dat vest wel aan?') en vertrekt zonder vest naar huis waar het ook niet gevonden wordt. D. kan zich uit haar eigen verpleegtijd herinneren dat wanneer iemand anders zich over andermans eigendom heeft ontfermd, meestal een dementerende bewoner het aan de eigen collectie heeft toegeëigend. 'Daarom moet je nooit je handtas onbeheerd in een openbare ruimte achterlaten.' De verpleegkundige vindt het gegijzelde vest uiteindelijk weggemoffeld op de kamer van een inwonende ekster. Het kledingstuk wordt ongezien bevrijd.

Patrons dochter wenst, voordat ze doorloopt naar haar vaders kamer, zijn huisgenoten in de zaal: 'Gelukkig Nieuwjaar!' De schone was blijft onverwijld op tafel achter. Later, als ze de was in de kast wil inruimen, mist ze de wasmand. In de veronderstelling dat de was nog in de auto ligt, loopt ze naar buiten. Terug binnen: 'Nou, waar is de was nou gebleven, ik heb 'm toch echt meegenomen van thuis.' Ik: 'Je weet dat dementie besmettelijk is? ik heb het van pappi opgelopen. 'Ze lacht beamend: 'Dat zou best kunnen.' Alle neuzen wijzen dezelfde kant op: 'Kijk maar eens bij Toet. Zij zal de was wel hebben opgevouwen.' Voor een keer is zij niet de schuldige. De schone was ligt onaangeraakt bij de haakclub. De dochter, niet au sérieux: 'Het is wellicht een idee om voortaan de ongevouwen was voor haar mee te nemen. Zij strijkt graag alles glad. Voor de gewonnen tijd bedenk ik vast iets leukers.'


donderdag 10 januari 2019

MEEST GESTELDE VRAGEN

RTL 4's  Wie ben ik? met een hilarische André van Duin en Ron Brandsteder

wanneer gaan we verhuizen?

waar is mijn auto?

waar is mijn fiets?

hoe ben ik hier gekomen?

waar zijn we nou?

ben ik hier al eerder geweest?

wanneer ga je naar huis?

waar is mam?

waar is mijn portemonnee?

hoe laat is het?

wat voor dag is het vandaag?

wat moet ik doen?

wanneer kom je? 

Antwoorden omzeilen lukt niet altijd. De beste remedie op zo'n moment is er samen grapjes over maken. Pas als hij de vraag zou stellen 'wie ben ik?', of 'waarheen leidt de weg' speelt, is het ernst.

woensdag 9 januari 2019

WINTER



Buiten doet de zon haar best om door de wolken te breken. Strenge winters zoals vroeger zijn er, gelukkig, nog zelden. Toch verwisselt Artistiekelieke het herfstplaatje op de kamerdeur voor een sfeervol ingelijste winterse voorstelling. Het betrekt ouderen bij het hier en nu, net als de dagklok hen bij de tijd houdt. Hopelijk brengt de koolmees op een besneeuwde tak mooie herinneringen boven van schaatsenrijden, koek en zopie, en sneeuwballen gooien. 

Buuf ziet vanuit de leunstoel in haar kamer de verwisseling met lede ogen aan. Na een half uurtje loopt ze bibberend de gang op: ‘Brr, wat is de winter toch koud en dan heb ik ook zo’n last van wintertenen.’ Pappi attendeer ik op het schildje: ‘Kijk eens wat een prachtplaatje.' Pappi: ‘Vind je? Ik herken er mezelf in. Ook zo’n eenzame mus.’ Hij lacht om zijn eigen woorden als hij mij ziet grinniken. Ik kordaat: ‘Weet je wat, we plakken er een foto van jou bij, dan kunnen jullie elkaar gezelschap houden.’ Pappi pakt meteen de vergeten envelop met foto’s van himself en kiest die waar hij, volgens eigen zeggen, zo jeugdig tegen het hek leunt. ‘Helemaal leuk!’ vindt-ie het.

maandag 7 januari 2019

YAHTZEE


De drukke oergezellige decembermaand is achter de rug. De hectiek van al die gezelligheid brengt pappi duchtig in de war. Telkens als ik hem bezoek, vraagt hij na vijf minuten al: 'Wanneer ga je weg? 'Ik grappend: 'Wil je me weg hebben dan?' Hij: 'Nee, absoluut niet, maar ik wil graag weten waar ik aan toe ben.' Telkens kijkt hij op zijn horloge en om de tien minuten vraagt hij: 'Hoe laat ga je naar huis? Of heb ik dat al gevraagd? Toch wel voor het donker, want kinderen moeten, voordat de straatlantaarns aangaan, binnen zijn. 'Ik ben al in de vijftig', verklap ik. Hij slaat met zijn handen op zijn knieën: 'Maak dat de kat wijs. Jij bent twintig, hooguit een-en-twintig.' Ik maak een rondedansje: 'Dankjewel voor het compliment.' Ik zou een rekensommetje kunnen maken, maar tijd en getallen hebben hun betekenis verloren. 

Deze middag krijg ik thuis bezoek. In de twee uren die me resten, bezoek ik pappi.  'Hij heeft totaal geen besef van tijd en als hij voor de zoveelste keer zal vragen 'Wanneer ga je weg', kan ik antwoorden: 'Nu!' Laat hij deze middag bijzonder helder van geest zijn. Om de standaard vragenriedel te omzeilen, stel ik voor dat we yahtzeeën. Het is het dobbelspel dat hij tientallen jaren met mijn moeder speelde wanneer hij uit de avonddienst thuiskwam. Hij: 'Dat spel ken ik niet. Hoe gaat het?' Ik, naar waarheid: 'Poeh, helemaal weten doe ik het ook niet meer. We beginnen gewoon en dan zien we wel.' We hebben sjans (chance), zetten drie op het kind (three of a kind) of gooien de boel op straat (kleine of grote straat). 

Pappi wint drie spelletjes op een rij en is opgetogen. De afleiding werkt te goed; hij vraagt niet een keer of ik ga. De klok slaat genadeloos vier uur. Ik moet gaan en pak mijn jas. Pappi: 'Ga je nu al, het is zo gezellig!' Ik: 'Helaas, thuis wacht bezoek op me.' Hij: Oke! Doe je de groeten aan mam? Vraag maar of ze een keer mee komt spelen. Ze houdt zo van spelletjes. Ik denk, omdat ze altijd wint.' Onbegrijpelijk, mijn moeder is deze maand 13 jaar geleden overleden. Ik kan wel uitleggen, dat als mam nog leefde ze bij hem zou wonen, maar op de een af andere manier is die logica ook zoek.

woensdag 2 januari 2019

OM TE ZOENEN



Volgens pappi is het jubileumboek 'Zo trots als een pauw' 
over hem en zijn Zorghuisgenoten om te zoenen!