donderdag 17 januari 2019

MAN ZOEKT VROUW



Zijn  vrouw die hem dagelijks bezoekt, is zojuist de deur uit. De zuster leidt François af tot ze wordt weggeroepen door iemand met hoge nood. In de gang loop ik de dwalende François tegen het lijf. Ik haak mijn arm gezellig in de zijne: ‘Gaat u mee?’ Hij kijkt me verweesd aan. Ik zet in: ‘Overal, overal, waar de meisjes zijn …’ Hij valt in: ‘Overal waar de meisjes zijn, daar is het bal voor mij’. We herhalen het liedje vrolijk tot aan de ingang van de zaal. Zo tussen de ‘schuifdeuren’ maak ik bekend: ‘Zoals elke middag presenteren wij het programma: Man zoekt vrouw.’ Gemor en gelach. Met een wijds armgebaar zeg ik tegen François: ‘Kijk eens, allemaal mooie blommen.’ Hij kijkt rond en antwoordt niet echt overtuigend: ‘Jaja.’ Op tafel de achtergebleven Story van Roosje of Soepterrine, met op de cover zonnebankbruine bekende blondines uit de stal van sterrenstylist Leco Zadelhoff.

Ik schik het Nederlandse vlagkussen zo dat het de Franse vlag wordt. Tegen de voormalige leraar Frans: ‘Asseyez-vous, monsieur. Misschien zit hier een mademoiselle van uw keuze bij.’ Een criticaster aan tafel: ‘Die gaat toch weer lopen.’ François bladert losjes in het damesblaadje, staat op en noemt de naam van zijn vrouw. Ik: ‘U heeft groot gelijk. Als je met het mooiste en liefste meisje van de klas bent getrouwd, kijk je niet naar andere dames.’ Hij lacht instemmend, staat op en loopt de gang in waar een van de zusters hem opvangt.

vrijdag 11 januari 2019

EKSTERS EN RAVEN


Het was al schering en inslag toen mijn grootmoeder (God hebbe haar ziel. Echt!)  in Huize Henricus haar laatste jaren doorbracht. 'Ze stelen hier als de raven', zei ze. Geregeld wisselen er in het Zorghuis ook spullen van eigenaar. De persoon in kwestie is het gedachteloos kwijtgeraakt, weet niet meer waar hij of zij iets gelaten heeft, of een dementerende heeft onbewust niet zoveel op met mijn en dijn.

'Weg!' wijst Likkepot met hulpvragende kijkers haar dochter op de kale nek. De dochter constateert dat haar moeders parelketting niet om haar hals hangt. Op haar kamer ligt-ie niet. Tot haar verbazing ziet ze een pronkende Toet - dol op blingbling - met ondermeer eenzelfde parelketting om. Toet, die de tegenwoordigheid van geest ontbeert, heeft 'm even gepast en omgehouden. Je zou het lenen kunnen noemen. Om haar niet van streek te maken, dieft de nachtzuster de parelketting terug als ze slaapt. Opgelost.

De volgende dag wordt het verweesde vest dat over de bureaustoel op de zusterpost hing, vermist. Alles zoekt de verpleegkundige af. Ze twijfelt bijna ('Had ik dat vest wel aan?') en vertrekt zonder vest naar huis waar het ook niet gevonden wordt. D. kan zich uit haar eigen verpleegtijd herinneren dat wanneer iemand anders zich over andermans eigendom heeft ontfermd, meestal een dementerende bewoner het aan de eigen collectie heeft toegeëigend. 'Daarom moet je nooit je handtas onbeheerd in een openbare ruimte achterlaten.' De verpleegkundige vindt het gegijzelde vest uiteindelijk weggemoffeld op de kamer van een inwonende ekster. Het kledingstuk wordt ongezien bevrijd.

Patrons dochter wenst, voordat ze doorloopt naar haar vaders kamer, zijn huisgenoten in de zaal: 'Gelukkig Nieuwjaar!' De schone was blijft onverwijld op tafel achter. Later, als ze de was in de kast wil inruimen, mist ze de wasmand. In de veronderstelling dat de was nog in de auto ligt, loopt ze naar buiten. Terug binnen: 'Nou, waar is de was nou gebleven, ik heb 'm toch echt meegenomen van thuis.' Ik: 'Je weet dat dementie besmettelijk is? ik heb het van pappi opgelopen. 'Ze lacht beamend: 'Dat zou best kunnen.' Alle neuzen wijzen dezelfde kant op: 'Kijk maar eens bij Toet. Zij zal de was wel hebben opgevouwen.' Voor een keer is zij niet de schuldige. De schone was ligt onaangeraakt bij de haakclub. De dochter, niet au sérieux: 'Het is wellicht een idee om voortaan de ongevouwen was voor haar mee te nemen. Zij strijkt graag alles glad. Voor de gewonnen tijd bedenk ik vast iets leukers.'


donderdag 10 januari 2019

MEEST GESTELDE VRAGEN

RTL 4's  Wie ben ik? met een hilarische André van Duin en Ron Brandsteder

wanneer gaan we verhuizen?

waar is mijn auto?

waar is mijn fiets?

hoe ben ik hier gekomen?

waar zijn we nou?

ben ik hier al eerder geweest?

wanneer ga je naar huis?

waar is mam?

waar is mijn portemonnee?

hoe laat is het?

wat voor dag is het vandaag?

wat moet ik doen?

wanneer kom je? 

Antwoorden omzeilen lukt niet altijd. De beste remedie op zo'n moment is er samen grapjes over maken. Pas als hij de vraag zou stellen 'wie ben ik?', of 'waarheen leidt de weg' speelt, is het ernst.

woensdag 9 januari 2019

WINTER



Buiten doet de zon haar best om door de wolken te breken. Strenge winters zoals vroeger zijn er, gelukkig, nog zelden. Toch verwisselt Artistiekelieke het herfstplaatje op de kamerdeur voor een sfeervol ingelijste winterse voorstelling. Het betrekt ouderen bij het hier en nu, net als de dagklok hen bij de tijd houdt. Hopelijk brengt de koolmees op een besneeuwde tak mooie herinneringen boven van schaatsenrijden, koek en zopie, en sneeuwballen gooien. 

Buuf ziet vanuit de leunstoel in haar kamer de verwisseling met lede ogen aan. Na een half uurtje loopt ze bibberend de gang op: ‘Brr, wat is de winter toch koud en dan heb ik ook zo’n last van wintertenen.’ Pappi attendeer ik op het schildje: ‘Kijk eens wat een prachtplaatje.' Pappi: ‘Vind je? Ik herken er mezelf in. Ook zo’n eenzame mus.’ Hij lacht om zijn eigen woorden als hij mij ziet grinniken. Ik kordaat: ‘Weet je wat, we plakken er een foto van jou bij, dan kunnen jullie elkaar gezelschap houden.’ Pappi pakt meteen de vergeten envelop met foto’s van himself en kiest die waar hij, volgens eigen zeggen, zo jeugdig tegen het hek leunt. ‘Helemaal leuk!’ vindt-ie het.

maandag 7 januari 2019

YAHTZEE


December hangt van feestje aan elkaar. De hectiek van al die gezelligheid brengt pappi duchtig in de war. Telkens als ik hem bezoek, vraagt hij na vijf minuten al: 'Wanneer ga je weg? 'Ik grappend: 'Wil je me weg hebben dan?' Hij: 'Nee, absoluut niet, maar ik wil graag weten waar ik aan toe ben.' Telkens kijkt hij op zijn horloge en om de tien minuten vraagt hij: 'Hoe laat ga je naar huis? Of heb ik dat al gevraagd? Toch wel voor het donker, want kinderen moeten, voordat de straatlantaarns aangaan, binnen zijn. 'Ik ben al in de vijftig', verklap ik. Hij slaat met zijn handen op zijn knieën: 'Maak dat de kat wijs. Jij bent twintig, hooguit een-en-twintig.' Ik maak een rondedansje: 'Dankjewel voor het compliment.' Ik zou een rekensommetje kunnen maken, maar tijd en getallen hebben hun betekenis verloren. 

Deze middag krijg ik thuis bezoek. In de twee uren die me resten, bezoek ik pappi.  'Hij heeft totaal geen besef van tijd en als hij voor de zoveelste keer zal vragen 'Wanneer ga je weg', kan ik antwoorden: 'Nu!' Laat hij deze middag bijzonder helder van geest zijn. Om de standaard vragenriedel te omzeilen, stel ik voor dat we yahtzeeën. Het is het dobbelspel dat hij tientallen jaren met mijn moeder speelde wanneer hij uit de avonddienst thuiskwam. Hij: 'Dat spel ken ik niet. Hoe gaat het?' Ik, naar waarheid: 'Poeh, helemaal weten doe ik het ook niet meer. We beginnen gewoon en dan zien we wel.' We hebben sjans (chance), zetten drie op het kind (three of a kind) of gooien de boel op straat (kleine of grote straat). 

Pappi wint drie spelletjes op een rij en is opgetogen. De afleiding werkt te goed; hij vraagt niet een keer of ik ga. De klok slaat genadeloos vier uur. Ik moet gaan en pak mijn jas. Pappi: 'Ga je nu al, het is zo gezellig!' Ik: 'Helaas, thuis wacht bezoek op me.' Hij: Oke! Doe je de groeten aan mam? Vraag maar of ze een keer mee komt spelen. Ze houdt zo van spelletjes. Ik denk, omdat ze altijd wint.' Onbegrijpelijk, mijn moeder is deze maand 13 jaar geleden overleden. Ik kan wel uitleggen, dat als mam nog leefde ze bij hem zou wonen, maar op de een af andere manier is die logica ook zoek.

woensdag 2 januari 2019

OM TE ZOENEN



Volgens pappi is het jubileumboek 'Zo trots als een pauw' 
over hem en zijn Zorghuisgenoten om te zoenen!