vrijdag 3 juli 2020

TYPISCHE TELEFOONTJES


Archiefblog

Geregeld haalt pappi de transparante kunststof kapjes van de voorkeursnummers af. ‘Gewoon een beetje zitten klooien’, zou hij moeten toegeven, maar zijn naam is Haas. Van de negen toetsen hebben we er vijf teruggevonden. Voldoende om de belangrijkste personen te vermelden. Ik sta nog steeds op numero uno. Hiep Hoi.


'Ben ik in Melick verbonden', vraagt pappi als ik thuis de telefoon opneem.
'Nee, je hebt nu je dochter aan de lijn', antwoord ik.
‘Jij woont toch in Melick?
‘Nee, je zus woont er. Bel haar maar, dat vind ze vast leuk.
‘Daar heb ik geen nummer van.’
‘Je zus staat onder het knopje BETS.’ 
'En ik mocht van jou de knopjes er niet afhalen.’ 
‘Pappi buldert omdat hij me tuk heeft.
‘Ik bedoel je legt nu de hoorn neer en drukt op het toets waar BETS opstaat. Gesnopen?’
‘Ja.
Een enorme fluittoon in mijn oor. Pappi is vergeten de hoorn neer te leggen, voordat hij gaat bellen.
‘Hallo?’
‘Hallo?’
‘Met BETS?
‘Nee, met je dochter schat.’
‘Hoe kan dat nou?’

Ongelooflijk dat zoiets simpels, als je oud wordt, geen belletje meer doet rinkelen. 

BALLENBAR


archiefblog

Hittegolf. Binnen is het hot. Alle mannelijke bewoners hangen zwetend in de hoek van hal rond. Klamme kleren en natte haren tegen het hoofd geplakt. Ze zijn te bevangen voor stoeremannengezwets. 'Is dit de ballenbar en wachten jullie op een rondje?' daag ik lollig uit. KanariePiet kan net zijn mondhoeken optrekken voor een glimlach en mompelt: 'Eikeltjesbar.' Ik herleid het naar de Fabeltjeskrant - maar dat onderkomen heette het Praathuis, lees ik later. Floris haakt er, mij wijs terechtwijzend, op in: 'Echte mannen houden niet van ballen, maar van bollen!' Met twee uitgestoken wijsvingers prikt hij naar mijn borsten. In een reflex doe ik een stap achteruit. Floris smakkend: ‘Net mis. Ik krijg zeker geen tweede kans?’ ‘Dat heb je goed’, knipoog ik.

OP DE PRAATSTOEL

Max Schmeling

Op bezoek op onze locatie: Zorghuis Tienray. Een slanke heer met pretoogjes zit meteen op de praatstoel, wanneer ik een gesprekje aanknoop. Vol verve introduceert hij zijn huisgenoten. In no time weet ik alles over iedereen. De man wijzend naar de vermeende drinkebroer die de tegels in de gang uitslijt: 'Die die, die drinkt elke dag minstens honderd flessen bier. 's Morgens zit zijn stalen rollatormandje al volgestouwd en dat gaat zo de hele dag door. Ik snap niet dat hij dat weggespoeld krijgt.’ Over hemzelf valt weinig te vertellen, meent de gezellige prater. ‘Zelf heb ik nooit gedronken, zelfs niet na de repetitie van de fanfare of in de voetbalkantine.’ Hij glinsterlacht en om zijn verhaal te staven kletst hij regelmatig zijn handen kruislings op zijn bovenbenen. 

Wanneer een grofgebouwde bewoner (type deurwaarder) met handen als kolenschoppen en een ingedeukt gelaat voorbij de deuropening wandelt, schatert de praatgrage man met de levendige fantasie: 'Die, die dat is een voormalig bokser.' Ik snap zijn associatie. De slanke heer kletst de handen op zijn bovenbenen van de schik: 'Geen goeie, dat kan je aan zijn neus zien!'

Wijzend naar de slapende bewoner die een handvat van zijn rollator omklemd: ‘Die die, ha, die heeft een scheertasje waar niemand aan mag komen. Zelfs in zijn slaap waakt hij erover. Wat kan er nou voor waardevols in een scheertasje zitten.’ Hij is oprecht verwonderd. De activiteitenbegeleidsters trommelen de bewoners op voor een gezellige zit. Voor ik kan vragen of de man me wil begeleiden naar de koffiekamer, is hij al soepel opgesprongen. ‘Wijst u me de weg?’ vraag ik vriendelijk. Hij volgt me als een hondje.


zondag 28 juni 2020

STAMGASTEN


archiefblog 2018 - 2019

De recorddroogte en het record aantal zonne-uren gaan de geschiedenisboeken in als de 'gele zomer'. 'Gele zomer' verwijst naar de massaal verdorde gazons. De echte diehards laat de hitte koud. Grappig is dat de stamgasten of het nu morgen, middag of avond is, ook op het terras allemaal hun vaste plaats aanhouden. 

Zo is de stamtafel voor de kaarters in de huiskamer standaard tussen 15.00 en 16.00 uur en tussen 19.00 en 20.00 uur gereserveerd. Het kan vriezen of dooien, regenen of zweten zijn: het kaarten vindt altijd doorgang. De tuinman drinkt 's avonds een wijntje voor de tv of een biertje op het terras met de Javaanse Jongens. 's Middags neemt hij een wit wijntje met de heren: Patron,  Mijnheer Demijne, Sjimmie (cola), Rijk (appelsapcognac) en Bassie. Met twee sherryglaasjes bewegend vraag ik aan de zuster wat ik zijn vriend Patron mag inschenken. Patron zwaait: 'Schenk maar iets lekkers in. Een of ander doorzichtig goedje, waar een pootje onder komt.' 'Jonge klare?' lach ik, waarmee ik 7Up bedoel. Van de zuster mag hij een halfje wit. Hij: 'Wel van mijn eigen voorraad, want dat is goeie!' Ik doe letterlijk water bij de wijn. Patron, een vinoloog, merkt niets van de aanleng: 'Mmm. Heerlijk, heeft een goede afdronk. Kun je wel proeven dat dit uit mijn eigen dure verzameling komt.'

vrijdag 26 juni 2020

RAAMVISITE


Een mini-enquête onder bewoners over beeldbellen, raamvisite en twee maanden zonder familie, zonder bezoek. Waarbij sommigen geen notie van tijd hebben en dus ook niet het besef hebben dat familie niet mag komen. We horen stellige stellingen: ' ... was gisteren nog hier! Ik ben toch niet gek!' Of: 'Mijn zoon komt elke dag.'

BEELDBELLEN

een uitkomst 
prima
wat bijzonder
emotioneel dat familie op het scherm live te zien is
met de hoorn bellen gaat net zo goed
he, kijk die foto beweegt
verbinding afkappen
hoe komen jullie aan die foto van mijn ...
ik zie niets
leuk!

RAAMVISITE

fijn dat je elkaar in de ogen kunt kijken
emotioneel om elkaar te zien
familie huilt, bewoner ook
zich drukker maken om de cadeautjes in de wacht slepen, dan het gesprek ('Niet vergeten dadelijk af te geven. Bel de zuster nu maar!')
Prettige ervaring, omdat er meer mensen tegelijk op bezoek mogen. 
Je bent erop voorbereid dat er glas tussen bezoek en bewoner zit
heel bijzonder dat bezoek speciaal voor jou die moeite neemt (zeker omdat ze maar kort mogen blijven)
moeilijk
niet eerlijk dat anderen twee personen op bezoek krijgen en ik maar een
beter iets dan niets
oké, het is zoals het is

ERNA

heel gelukkig
onrustig
emotioneel
traantjes wegpinken
opgewonden
blij met cadeautjes
cadeautjes naar de kamer brengen, of laten brengen (zelf gaan checken)
Heb ik bezoek gehad?
Ik heb helemaal geen telefoon, dus het kan helemaal niet dat ... mij gebeld heeft.
Van mij mag bezoek wegblijven. Veel rustiger zo.

De uitkomst van de steekproef is heel divers. Het is tevens ook een momentopname, want als we op een ander tijdstip vragen, valt het antwoord of negatiever of positiever uit. Of men is het vergeten. We houden het op de uitspraak van een laconieke bewoonster die ook neerslachtig kan zijn: ‘We hebben de oorlog meegemaakt, dit overleven we ook wel.' Laat de veerkrachtigheid van onze bewoners een voorbeeld voor ons allen zijn. Want als dochter van, krijg ik de indruk dat familie (uitzonderingen bevestigen de regel) er vaak meer moeite mee heeft dan vader of moeder, opa of oma.

Het is natuurlijk ook een compliment voor de PauwProfessionals die een echt thuis van het Zorghuis weten te maken.

KARAKTERTREKJES



Normaal gesproken zet ik het krijtbord in de mannenhoek. Voor de afwisseling plant ik het aan de dameskant, omdat daar al de meeste bewoners zitten. Dat scheelt een hoop gesjouw en gerol, zou je denken. De dames hebben echter nogal wat noten op hun zang, blijkt. Geen wit krijtje, maar met een groen of blauw moet ik op het bord kalken. Ze willen ook vettere letters. 

Fijn dat Bardotje mee wil doen. Eerst wil ze in het midden zitten, dan weer niet, dan links dan ... Ik zet haar graag neer waar ze wil. Na drie verhuisinkjes besluit ze toch dat ze weer terug wil naar haar eigen plaats. Wanneer ze daar goed en wel geïnstalleerd is, moet ze dringend plassen. Waarschijnlijk aangestoken door Grietje die tussendoor een bezoekje aan het kleinste huisje brengt. 'Plaats vergaan is opgestaan', zegt de nieuweling, maar dat pikt Grietje niet. Het blijft stuivertje verwisselen. Ik loop als een rondemiss heen en weer met het bord, zodat ook de zeer slechtzienden goed zicht hebben. Bardotje raadt elke keer weer een juiste letter, maar vindt toch dat ze extra punten moet krijgen- aan een puntentelling doen we helemaal niet. Toch krijgt ze een bonus. Letters is ook zo'n ding. Er zitten er 26 in het alfabet. Ik som ze geregeld op met een echo van bewoners. Toch doen steeds dezelfden er ellenlang over en dan nog kiezen ze een dubbele. Ook daar heb ik een foefje voor. Hoe simpel en gesmeerd loopt het dan in de mannenhoek.

Vooraf aan het raden mag iedereen zijn of haar meest opvallende karaktereigenschap aandragen. Het zijn tevens de woorden die de deelnemers met letters bij elkaar gaan sprokkelen. Dat werkt goed bij dementerenden. Deze keer worden sommige woorden niet geraden. Is het onoplettendheid of is de groep te groot en te divers? Wanneer Dingskes gedachten dreigen af te dwalen, zwaai ik naar haar. Zei wakker: 'Zwaaien, anders ga je naar de haaien!', Enfin, de gevonden karaktertrekjes plaatst iedereen bij de juiste personen en bij zichzelf. Volgens Dingske is dat voor haar: vinnig. Ik vind haar juist zo'n schatje.

maandag 22 juni 2020

ZOMERFESTIJN




Gedurende het corona-bezoekverbod verzacht ik als invalkracht activiteitenbegeleiding het 'leed' van de bewoners die van overheidswege hun familie moeten ontberen. Dankzij deze job had ik ook het voorrecht om pappi tijdens mijn aanwezigheid daar te zien. Mijn 'afscheid' valt rond mijn verjaardag en de aanvang van de zomer. Ik ga niet pathetisch doen en noem mijn 'afscheidsfeestje' en tevens verjaardag: zomerfestijn. 

Ons Door, 't Maggimaedje, JJ, Mutti, Grietje, de Witte Dame, Thoor, Mijnheer Demijne en Sjimmie krijgen op het vrolijk versierde terras een lei omgehangen - welkom, fijn dat je er bent op zijn Hawaiiaans. Rocky geeft de voorkeur aan de cowboyhoed die perfect bij haar past. Tante Poes kan helaas pas later aanschuiven. We proosten op mijn 58ste levensjaar met thee, koffie, cola en ananasvlaai. JJ: 'Nog nooit zo'n heerlijke abrikozenvlaai gegeten!' 

We omarmen het begin van de (tropische) zomer met zomerliedjes ('Hoe je zweette dat ben ik vergeten ...') op een zacht pitje vanwege drievoudig bezoek een eindje verderop. JJ bij Mexico: 'He, da's de zangeres zonder naam. Meegalmen!' Samen schmieren we: 'Mehehexiocooo. Sjimmie houdt de handen tegen de oren. Moi: 'Nog te hard?' Hij: 'Nee, vals. Maar ik mag je.' We halen herinneringen op aan vakanties en de altijd snikhete zomers van vroeger. De Witte Dame heeft de hele wereld gezien en JJ geeft aan een bereisd persoon te zijn; we hadden niet anders verwacht. Thoor woont nog steeds in een toeristenplaats en hoeft daardoor niet weg. Mutti laat het schelpenzand door haar hand glijden: 'Dit is echt he.' Op naar het geheugenspel: we gaan naar Zandvoort aan de Zee en we nemen mee: … de frituurpan, strandlaken, vrienden, zonnebrandolie om meisjes in te smeren en centen voor een ijsje. Natuurlijk bleef het arme snoezige Maggimaedje verplicht thuis om voor vader de korenschoven te binden. Zij: 'Hij paaide me door te zeggen dat ik de enige was die dat zo goed kon. Ik trapte daarin en kreeg geen cent. Wat unne aezel waas ik.' Ze heeft, net als Grietje, nog nooit de zon in de zee zien zakken. 

Tijd voor een cadeautje want: wie jarig is, trakteert. Het is heel toepasselijk een kabouterschildersezeltje met een blanco groen kaartje waar de bewoners zelf hun adagium op mogen zetten. Enkele teksten: ik mag je, begin de dag met een lach, gekke flap, kwats of kwast?, eigen naam vergezeld van  love you xxx, en geneet van ut laeve. 'Bedankt voor de gezelligheid, lieve mensen!' Ik draai Beppie voor de allerlaatste keer (als ab'er).



*voor onze fans: Spotify afspeellijst Zorghuis zon

Bekijk de bijbehorende foto's op Facebook Zorghuis Tegelen

GYMJUF

Mijn Pauwergirls!

Ongevraagd doen ALLE dames mee met de laatste les (wat men niet weet) van de gymjuf. Bardotje, Josje, TT, Frêle Freule, JJ, Tante Poes, de Witte Dame, Ons Door, Mutti, Buuf, Grietje, 't Maggimaedje kortstondig omdat ze duizelig is. Rocky kijkt toe. We herhalen alle oefeningen en stoeldansjes die we de afgelopen maanden geleerd en uitgevoerd hebben in het kort. Ik sta versteld over de vorderingen die we gemaakt hebben en dat iedereen in beweging is gebracht, zelfs bewoners waar ik dat van te voren nooit van had gedacht.

Als via een collega doorsijpelt dat dit mijn laatste les is, pikken juist deze bewoners het op en raken van streek. De Witte Dame geeft me een opgestoken duim: 'Je doet het zo. Ik ben net goed aan je gewend. Ik weet niet of dat met iemand anders weer gaat lukken.' Grietje schudt verdrietig het hoofd: 'Wat motte we zonger och.' Tante Poes: 'Ik wil niet dat je gaat. We hebben het zo gezellig samen.' Het voelt inderdaad als vrienden onder elkaar. Josje: 'Bij jou voel ik me op mijn gemak en durf ik mee te doen.' Bardotje: 'Door jou heb ik veel dikkere armen gekregen.' Buuf: 'Nou komt er niemand meer bij mij ballonvolleyen.' JJ: 'Jij hebt alle bewoners aan het bewegen gekregen en nu kakt dat in.' 

Moi: 'Kom, kom, mensen. Ik was de invalkracht.' Ik verzeker de bewoners dat inkakken aan de orde is en dat er naast mijn supercollega Lieke juist nog een vaste professionele bezigheidstherapeute wordt aangenomen: 'Het wordt nog beter dan het al was, want ik was invalkracht.' Ik vind het zelf ook jammer en het voelt alsof ik ze ietsiepietsie in de steek laat, maar helaas heb ik geen tweelingzus die voor me kan coveren. 

Sommige bewoners kennen me natuurlijk al door pappi, dus mijn aanwezigheid voelde vertrouwd. Bovendien droeg ik geen uniform en ben ik ook senior, wat verbondenheid schept. Gelukkig kan ik de bewoners waar ik zo verknocht aan ben, blijven zien, want ik wissel weliswaar van functie en baas, maar ga per direct met plezier als tekstschrijver aan de slag voor de nieuwe directie van het Zorghuis.

Het was fantastisch gedurende het corona-bezoekverbod onder andere tweemaal in de week te mogen gymmen met de bewoners. Ik heb er veel van opgestoken en ben er zelf ook fitter door geworden. Ha. De bewoners draag ik goede conditie over aan mijn 'nieuwe' collega: 'Veel plezier en van harte welkom.' 


woensdag 17 juni 2020

DE BENEN VAN BARDOTJE


De aan de rolstoel gekluisterde Bardotje wenkt me: 'Zeg, jij krijgt hier iedereen aan het lopen. Ik zou ook graag weer lopen. Dan kan ik zelf naar de weduwe.' Ze tilt haar rok omhoog en toont haar knieën waar wollen beschermers omheen zitten: 'Zie je die dikke knobbels aan mijn knieën? Als jij me helpt om die weg te trainen, kan ik dan weer lopen?' Moi: 'Ik denk dat u mij verwart met de fysiotherapeut. Ik ben de gymjuf. Maar misschien heb ik een oplossing. Zal ik er met de kaasschaaf langsgaan?' Bardotje geschrokken: 'Nee! Dat doet pijn!' Moi inbindend: 'Ik dacht leuk te zijn. Dat gaan we echt niet doen hoor! We gaan zo dadelijk gymnastieken en u doet mee.' Dat vindt ze leuk.

We doen spierversterkende handen- en armenoefeningen. Voordat ze commentaar gaat leveren, leg ik uit: 'Eerst de spiermassa van uw handen en armen opbouwen, zodat ze sterk genoeg zijn om de rollator te besturen.' Ze knikt instemmend. Vol goede moed doet ze alles mee. Geregeld loop ik van de een naar de andere dove of slechtziende gymnast om de oefening voor te doen. Wanneer ik Bardotjes buurvrouw instrueer zegt ze: 'Mooie benen heb je. Mag ik die lenen?'

Bardotje wil voelen of ze echt zo glad en zonder spataderen zijn. Dat mag. Zij: 'En je hebt ook zo'n smalle enkels. Echt mooie benen.' Waarop Mutti rap opdreunt: 'Schöne Beine hat die Kleine aber Brüste hat Sie keine.' 'Dat bedoel ik neet veur dich huur.' Dat zeie ze vruuger zoe'.

CONVERSEREN MET HEREN


Haas: 'Wievuul kuuj hes dich? Ik noem het getal zes en omdat ik zijn ongeloof zie, voeg ik eraan toe: 'Roodbonte.' Hij: 'Ik had er acht en miene pap had auk paerd, vaerkens en kiepe. Ben je weleens in Amerika geweest? Daar heeft een boer 9000 kuuj die allemaal met de hand gemolken worden. Blij dat ik dat niet meer hoef te doen.'

Zo komt JJ tijdens Ganz im weiss op Roy Black: 'Was die man niet uit zijn badkamerraam gevallen?' Moi: 'Hij wilde eigenlijk uit de kast komen, maar hij pakte de verkeerde klink.' Sjimmie met lichtelijk afgrijzen: 'Was hij homo bedoel je?' Ik gier het uit: 'Twintig jaar en langer geleden trok iedereen precies zo'n gezicht erbij. Daarom is hij ook gesprongen. Da's is heel erg.' Sjimmie later sip: 'Het was toch niet mijn schuld he, dat hij dood is. Want ik heb niks tegen homo's.' Moi: 'Nee, gekkie. Ik ook niet: het belangrijkste is dat je van elkaar houdt en lief voor elkaar bent. Bovendien was het helemaal niet Roy. Het was Rex. Zie je, zo ontstaat roddel en achterklap.'

De interieurverzorgster/inrichtster wil de kamer van Floris aan kant hebben. Ze kan hem daar nu niet gebruiken. 'Kom gezellig bij mij zitten', gebaar ik en schenk een kopje koffie voor hem in. Floris schuift gezellig aan en vertelt over paarden en horses. Als de bodem van zijn koffiekopje te zien is, zegt hij (alsof wij de hele dag lanterfanten in plaats van pezen): 'Jullie hebben lekker kletsen, maar ik heb nog van alles te doen.' 


Geregeld is Mijnheer Demijne zijn ontfutselde telefoon kwijt. We kunnen niet blijven zeggen dat de telefoon in reparatie is, dus verzint hij vanwege het zomerse warme weer zelf een reden. Mijnheer Demijne betast met gespreide handen zijn beide broekzakken. Verschrikt: 'Ik ben mijn telefoon kwijt.' 'Uw dochter heeft de telefoon meegenomen', leg ik geruststellend uit. Hij: 'Was die alweer kapot dan?' Moi: 'Yep, u had 'm weer gemold. Nu mag de telefoon even bij haar uitrusten. 'Mijnheer Demijne lachend: 'Da's een goeie. Dan is-tie op vakantie. Dat heeft-ie verdiend.'

dinsdag 16 juni 2020

BALLENKNIJPERS




Iedere deelnemer krijgt, twee tennisballen in de handen gedrukt. Een uur lang is de helft van de bewoners: ballenknijper, ballenvanger, ballenroller en (gehakt)ballendraaier. De ballenjongens houden toevallig net pauze. Jaja. De eenvoudige, doch effectieve hand- en armoefeningen worden serieus en humorvol uitgevoerd. Het is met recht een geslaagde fit & fun. De laatste oefening is de eigen ballen in de korf werpen. En wie kan dat as de beste? Ons 'klein dingske', de korfbalster. 

De oefeningen zijn geïnspireerd op de beweegvideo 37 van Thuis in beweging (door o.a. Marian Schijf) en door de joeksmadam/gymjuf aangevuld en aangepast aan het niveau van onze bewoners, zodat iedereen mee kon doen. En dat deden TT, Buuf, Bardotje, de Frêle Freule, Josje, Mijnheer Demijne, 't Maggimaedje, Grietje, Mutti, Ons Door en De Witte Dame met veel plezier. De laatste oefening is de eigen ballen in de korf werpen. Opgeruimd staat netjes!


De bewonersfoto's vind je 17 juni 2020 op Facebook Zorghuis Tegelen



maandag 15 juni 2020

OPWARMERTJE


Bij aanvang van mijn dienst, soms ervoor, klop ik bij de ietwat verlegen Buuf aan. Ondanks mijn mondkapje (en handschoenen) herkent Buuf me. Ze heeft al schik als ze ziet dat ik een opgeblazen ballon bij me heb. 'Oeh, daar maak ik tiet veur vreej', wrijft ze zich verheugend in de handen. 

Zij zit op de bank en ik neem plaats achter de salontafel die fungeert als net. De anthurium in pot zet ik buiten het speelveld. Na twee minuten moet haar vestje uit. Zij, elke keer: 'Hier is het altijd zo koud, mer as geej d'r ziet heb ik ut altied werm wah. Ik snap nie waor dat an ligt.' Het vestje gaat uit en Buuf gebruikt al haar kracht om zo hard mogelijk tegen de ballon te meppen. Ze voelt zich jong en wil erbij gaan staan. Ze moet van mij blijven zitten; geen valpartij door wankele benen tijdens mijn activiteit. Zij vriendelijk, doch dwingend: 'Je hoeft me niet te sparen. Geef 'm maar een mep. Ik kan wat hebben hoor!'

Na een minuut of zeven, merk ik dat ze moe wordt. Moi: 'Zullen we alvast kort de kruislingse gymoefeningen doornemen?' Dat vindt ze fijn, want ze zit altijd in de knoop met diagonale breintrainers. Ze vraagt hoe laat de gym begint. 'Om 11 uur', deel ik mee. 'As ik dan mar nie slop', twijfelt ze. Moi: 'Ik kom vooraf sowieso met de koffie en vijf minuten voor aanvang kan ik u ophalen. Buuf: 'Kom meej mar haole. Altied leuk as ge langskomt.' De ballon houdt ze vast: daar speelt ze over de dag verdeeld van de ene in de andere hand mee. Ik leg de gebreide plaid over haar heen en glip tussen de half openstaande deur de gang op. Daar staat Josje (te luistervinken): 'Gaan we gym doen? Ik doe mee!'

vrijdag 12 juni 2020

SYMBOLIEK


Mijnheer X is verdrietig of in paniek. Elke vijf minuten is hij zijn telefoon kwijt. De telefoon is niet kwijt. De telefoon is bewust in beslag genomen, omdat hij de godganse dag en gedurende de nacht zijn enige kind belt. Volgens eigen zeggen, belt hij eenmaal per week. De verzorgsters en zijn dochter weten beter.

Ik herken het van pappi. Hij had tijden waarin hij zijn fiets om de vijf minuten kwijt was. Zijn tourgazelle had hij al een jaar of zes geleden verkocht. In leven had hij meerdere fietsen versleten en deze fiets was niet bijzonderder dan de anderen. De fiets betekende vrijheid. Zonder fiets kon hij nergens naar toe. Zonder fiets was hij gedoemd op de plek te blijven waar hij 'opgesloten' zat. 

De telefoon van mijnheer X vertegenwoordigt de band met zijn enige kind. Zonder telefoon is hij van zijn dochter afgesneden. Dat gevoel maakt hem onrustig. Ook is hij bezorgd om haar omdat ze niet bereikbaar is. Het gaat zo al weken. Toen pappi mateloos begon te bellen en zijn telefoon zogenaamd kapot ging, was de telefoon na anderhalve week uit zijn gedachten verbannen. Bij mijnheer X duurt dit al bijna twee maanden. Hij: 'Mag ik je hand vasthouden? Ik heb even steun nodig.' Mijnheer zoekt verbinding. Gelukkig heb ik in deze coronatijd altijd wegwerphandschoenen in mijn zak. Hij mag vertellen wat hem dwarszit en ik luister. Het helpt voor die morgen. 

Een tweede keer is hij zodanig in paniek ('De telefoon zit altijd in mijn linkerbroekzak, maar nu is hij echt weg.') dat hij me vraagt om zijn kamer te checken: 'De zusters vertellen allemaal wat anders. Ik geloof ze niet meer. Goddorie.' Ik neem de trap, hij de lift. Hij loopt zijn kamer binnen, ik blijf op de drempel staan. Hij wijst geagiteerd naar het tv-meubel: 'Hier, hier, stond de telefoon net nog. Ze hebben 'm goddorie gewoon gestolen!' Ik laat het gevoel even bij hem bezinken. Hij: Wat vind jij ervan?' Moi meelevend kijkend: 'Het spijt me dat ik het u moet te vertellen, maar er zit een beetje de sleet op uw geheugen.' Hij accepteert het nogal laconiek: 'Oh, is het dat.' Mijnheer doet zijn kamer op slot en drukt op het liftknopje. Verbazingwekkend, dit had ik niet verwacht. Moi: 'Ik neem de trap.' Nadat hij voor de tweede keer gecheckt heeft of hij zijn kamerdeur op slot heeft gedraaid, zwaait hij vriendelijk: 'Oke! Enne bedankt he!'

Een derde keer bel ik zijn dochter voor uitleg. Ik verwacht dat het eenzelfde verhaal is als bij pappi: pap belt te vaak. Door de telefoon weg te nemen, hoop je de prikkel te stoppen. Ze vindt het niet echt fijn dat ik bel: 'Dat is niet de afspraak. Er zou niet naar mij gebeld worden. Ik kan er niet tegen dat hij zo is.' Ik verontschuldig me en vertel dat ik haar begrijp: 'Wil je toch even hallo zeggen.' Natuurlijk wil ze dat kort. Dat hij zijn dochter gesproken heeft, helpt niet. Hij constateert: 'Ik doe haar verdriet als ik zo ben.' Na vijf minuten vraagt hij weer naar zijn telefoon. Dat hij zojuist zijn dochter aan de lijn had, kan hij zich niet herinneren. Het idee om een goedkoop prepaidtoestelletje voor hem aan te schaffen waarop zijn dochter op het antwoordapparaat een lief tekstje voor pap inspreekt, zodat hij tijdens paniekaanvallen haar stem hoort, zal niet werken.

PRAATJESMAKERS


Bewoners vertellen aan de hand van meezingers sterke staaltjes uit hun jeugd.

28 graden en klam. Het is te benauwd voor de geplande gym in de huiskamer. TT en Bardotje willen na hun Tour du Jour toch naar hun zitplaats. Mutti, een stralend Maggimaedje  net terug van de kapster gaat mooi zitten wezen, Grietje met geknipte teennagels, Sjimmie ('Ik wil niet met de fysiotherapeut mee. Ik blijf gezellig hier zitten.'), Mijnheer Demijne, Floris, Tante Poes, Ons Door en Thoor volgen me naar buiten. 

Een tig-tal bewoners, waaronder de Witte Dame en Mini-me, bevinden zich in de wellnessruimte voor een haar- en voetbehandeling. Mijn hand beweegt over de klaargelegde kaartjes op het tafeltje voor: PraatjesMakers. De bewoner zegt 'Stop!' bij het kleurige stapeltje naar keuze. De kaartjes zijn voor de show, want de vragen verzin ik zelf bij de liedjes. Maar dat ze iets moeten aangeven, houdt de bewoners bij de les. 



We praten over mottenballen. Prompt komt Dorus met twee motten. We halen herinneringen op aan dagtochtjes met de fiets. Grietje en Mutti moeten elkaar destijds in Kaldenkirchen gekruist hebben. Max van Praag belt tweemaal met zijn fietsbel. Mijnheer Demijne en ’t Maggimaedje zwijmelen weg bij hun favoriete jaargetijde: als de lente komt ... (Tulpen uit Amsterdam). Na 'In wat voor een huis woonde u?' bouwt Heintje ein Schloss. Floris verhaalt over cowboys en loeit: Ouwe Taaie. 

Iedereen mag omstebeurt zijn of haar praatje kwijt over (koffie)molens (daarbij die molen), verkering (daar bij de waterkant en Greetje uit de Polder), (kerk)orgels (daar is de orgelman) enzovoorts. Een windvlaag. 'Net als op het strand', zegt Tante Poes: Anneke Gronloh (Paradiso) weet er alles van. Ons Door doet een handendansje van de gym na - dat heeft de gymjuf er goed ingedrild. Met de handen in de lucht en na elk themarondje van-voor-naar-achter-van-links-naar-rechts in de stoel, doen we onbewust toch aan beweging. Gezelligheid kent geen tijd. We hebben nog precies twee minuten, voordat de soep wordt  opgeschept. Floris blijft op het terras zitten en nuttigt de maaltijd heerlijk buiten. 


Bekijk de video op Facebook Zorghuis Tegelen 13 juni

MONDKAPJE




Toen we mondkapjes gingen dragen, vroegen bewoners waarom we dat deden en waarom zij er geen op hoefden. Het dragen van een (niet-medisch) mondkapje zorgt niet zozeer voor bescherming van de persoon die ze draagt, maar draagt bij aan de bescherming van de mensen om hen heen; zeker in een beroep waar je niet altijd kunt voldoen aan anderhalve meter afstand houden. Het dragen van een mondkapje zorgt ervoor dat mocht een medewerker/bezoeker onverhoopt toch besmet zijn, het virus zich niet of minder makkelijk verspreid. Wat we ze niet aan de neus hangen (anders wordt het te ingewikkeld) is dat een mondkapje belemmert dat je aan je neus zit. Zodra je vinger naar je neus gaat, botst het immers tegen het mondkapje. Zo raak je er steeds meer van bewust dat je niet aan je neus moet zitten.

Op de vraag waarom een mondkapje voor hen niets toevoegt, kunnen we meedelen dat de bewoners als een gezellig groot gezin samenleven. Zolang het virus buiten de deur blijft, is men onderling veilig. Wat altijd en voor iedereen belangrijk is, is geregeld minstens 20 seconden je handen wassen met water en zeep.   
      . 
Ondanks de uitleg willen Bardotje en Grietje ook een mondkapje. Wij: 'Het is geen pretje hoor de hele dag zo'n mondkapje voor je toet. Plus het is echt onnodig voor u.' Later die week gaat Grietje met haar dochter voor controle naar VieCuri. Bij thuiskomst vraag ik: 'En was de specialist tevreden over u?' Haar opgetogen antwoord is niet dat de specialist haar gezondheid roemde, maar: 'Ik mocht ook een mondkapje op! Net als jullie!' Alsof het een statussymbool is.

Gezichtsherkenning is nog zo'n frappant iets. Je zou verwachten dat bewoners moeite hebben met herkenning, de mimiek missen of een mondkapje een eng masker vinden, maar niets van dat alles.