dinsdag 2 februari 2021

HOND IN BEJAARDENCENTRUM


Doordeweeks bezoek ik een aardige oudtante die in een bejaardencentrum buiten de grote stad verblijft. Eigenlijk is het er voor huisdieren verboden terrein, maar voor Bobby knijpen ze graag een oogje dicht. De medebewoners zijn namelijk net zo dol op haar als mijn oudtante. Ze zien haar graag komen. Voor hen betekent een hondje een welkom verzetje in hun toch ietwat grijze bestaan. We drinken meestal een kopje thee in de gezamenlijke wintertuin, zodat alle oudjes die dat willen Bobby kunnen aaien. Bobby, op haar beurt, geniet van alle aandacht. Koekjes mogen pas gegeven worden bij ons vertrek. Dit afscheidsceremonieel hebben we in moeten lassen vanwege een vergeetachtige dame die Bobby gedurende de hele visite in het geniep overlaadde met kluifjes. Doordat vervolgens alle senioren met wat lekkers aan kwamen zetten, ontstond er een chaotisch lopend buffet. Door de getroffen maatregel heerst er duidelijkheid en is iedereen happy, Bo inbegrepen.

zaterdag 30 januari 2021

POEZIËALBUM

 


Eergisteren (28.01.16) was de sterfdatum van mijn moeder. Ze overleed twee dagen voor de verjaardag van haar echtgenoot en mijn pappi. Een hard gelag. Verjaardagen zijn er niet meer om te vieren, wel hun geboortedata als aanleiding om mijn lieve ouders te herdenken. Dit jaar voor het eerst zonder groots opgezet feest - wel vlaai - omdat pappi (02.05.20) stierf. 

Ook wat betreft mijn kindheid moet ik het doen met het geheugenarchief. Tijdens het Limburgse hoogwater voerde de Maas alle opgeborgen spullen uit mijn kinder- en jeugdjaren mee. Slechts vier blaadjes en wat losgeweekte poëzieplaatjes uit mijn 'poesiealbum' dat ik voor mijn Heilige communie kreeg, zijn gered. Deze levenslessen gaven mijn ouders mij mee op mijn zevende:

mijn vader, gids en leraar

Vrede zij u heel uw leven
reine deugd uw gids en kracht
en blijf in uw zorg en leven
door de liefde steeds omgeven
Eenvoud zij uw glans en macht

mijn kopje-thee-moeder

Ga steeds door het leven
als een blij en zonnig kind
dat aan de zwartste wolken
een zilveren rand vindt

zaterdag 9 januari 2021

EEN KIJKJE IN DE KEUKEN


Eten is meer dan voeden. Uitgebalanceerde voeding is een van de primaire levensbehoeften. Samen de maaltijd nuttigen is een belangrijk aspect tegen ondervoeding bij ouderen. Herkenbaar? Wanneer iemand alleen komt te staan, kookt hij/zij in het begin vol goede moed zijn of haar potje als vanouds; dat zit er bij de oudere generatie ingebakken. De tafel dek je na het verlies van je partner, nog geregeld  voor twee, omdat je dat decennia lang zo gewend was. Na een tijdje vergaat je de lust en zit je met een prakkie-voor-een-paar-dagen op schoot voor de televisie, de presentatrice van Tijd voor Max houdt je gezelschap. Totdat je helemaal geen zin meer hebt om voor je alleen te koken en de koekjestrommel plundert of een gemaksboterham pakt.  Op de koop toe raak je ook je dagstructuur kwijt. Je raakt ondervoed, wordt lusteloos en de huisarts of jouw kinderen beslissen dat het zo niet langer kan. Neem dan (of liever eerder) eens een kijkje in de keuken van PavoZorg in Tegelen of Tienray. 

HIER IS HET LEKKER!

Bij PavoZorg dekken we driemaal daags de tafel. Bent u een vroege vogel of een uitslaper? Bij ons uitgebreide goede-morgen-ontbijt schuift u graag aan en op het tijdstip wanneer u dat uitkomt. Van het middagmaal met serveerservice en (indien nodig) met maaltijdondersteuning, genieten we gemeenschappelijk op een vaste tijd. Samen eten, samen delen en zien eten, doet eten,  stimuleren de geneugten van de huisgemaakte soep en gezonde, gevarieerde stoommaaltijden. Bij de broodmaaltijd in de vroege avond presenteren de gastvrouwen regelmatig een warme hap variërend van uitsmijter tot pannenkoek en van pasteitje tot zuurvlees op een dienblaadje.

Bewoners die al een tijdje alleen woonden voordat ze  bij ons introkken, loopt het water in de mond. Nieuwelingen laden hun bord, zeker in het begin, overvol. We willen niet opscheppen, maar nieuwe bewoners horen we meer dan eens zeggen dat het lijkt alsof ze op vakantie zijn bij Van der Valk.  Menigeen krijgt de smaak weer helemaal te pakken en slaat aan het koken en bakken tijdens activiteiten. Tussendoortjes rijdt het koffie-thee-limonade-koekjeskarretje rond voor de lekkere trek. De hele dag door worden de bewoners van een natje en droogje voorzien. Gasten kunnen gratis gebruik maken van de (warme) drankenautomaat. In principe hoeft uw mantelzorger geen boodschappen meer te doen, wel zo fijn. Zelfs uw speciale dieetwensen kunt u bij PavoZorg kenbaar maken.

dinsdag 29 december 2020

PAVOZORG WARM AANBEVOLEN

PavoZorg warm aanbevolen door Pappi en mij

Het hartverwarmende Zorghuis waar Pappi 4,5 jaar genoot, heeft een nieuwe naam gekregen: PavoZorg. En Pappi is een soort van meeverhuisd. Want: andere naam, maar dezelfde locatie met dezelfde liefdevolle verzorging. Zoek je voor je vader of moeder die niet meer zelfstandig kan wonen een hartverwarmend thuis? Neem een kijkje op de vernieuwde website van PavoZorg. Warm aanbevolen, want wat hebben pappi en ik (en in het Zorghuis) nog ontzettend veel leuks gedaan.

woensdag 9 december 2020

BINNENVALLEN

 

De XL kerstballen (60, 70 en 90 cm doorsnee) brengen en Pappi’s potten ophalen – de tuinman heeft de uitdijende hosta’s in de grond geplant. Ik val rond half vier zomaar binnen. Doodse stilte in de huiskamer. Iedereen slaapt, zelfs Mutti! Ik had helemaal niet meer gedacht aan de cursus voor de verpleging. Zelfs met mondkapje en winterjas aan herkennen de bewoners me. Merie: ‘Kom je ons entertainen?’ Ik maak kennis met een nieuw heerschap. De visueel gehandicapte Felix zit gemütlich met de pantoffelvoetjes over elkaar. Op gepaste afstand ga ik bij hem zitten. Alsof ik op een knop heb gedrukt: ‘Ik ben modern, dus zeg ik: Horst aan de Maas. De gemeente heeft beslist dat ik hier kwam wonen. De batterijen van mijn voorleesboek zijn op. Ik lees vooral streekromans. Niet van hier helaas; de keuze van de blindenbibliotheek is beperkt.

De mevrouw tegenover hem neemt het gesprek over: ‘Hij heeft gezien dat ik gevallen ben. Twee keer zelfs. Mijn arm en hoofd jeuken.’ Ze buigt haar hoofd voorover, stroopt de rechtermouw op. Ze demonstreert de blauwe en groene plekken met krabben. Moi: ‘Dat ziet er mooi uit. Jeuk is een goed teken. Het betekent dat de wonden aan het helen zijn. En mag ik u ook complimenteren met de sterke botten.’ Zij: ‘Ik vind er niks aan zonder mijn man.’ Haar gedachten dwalen af en er verschijnt een brede glimlach van oor tot oor. Ze draagt mooie herinneringen in haar hart mee.

Thoor zijn aangepaste schoenen zijn verkeerd gemaakt. Hij: ‘De schoenmaker heeft links en rechts verwisseld. Mijn kortere been moest via de schoen verhoogd worden, in plaats daarvan is mijn normale been nog langer. Ik loop als een ongelijke giraf.’ Ik verzeker hem dat het goed komt en kruis de huiskamer door naar Lilian die al de hele tijd heel blij zit te zwaaien naar me. Ik vermoed dat ze per abuis verward met haar dochter.

De Witte Dame heeft een coronadip. Niet naar huis met de kerst. Zij: ‘Alleen al het afschuwelijke vooruitzicht om hier de kerst te moeten doorbrengen.’ Moi: ‘Tja, het is even niet anders. Het zal zeker moeilijk voor u zijn. Maar … weet u nog hoe gezellig het vorig jaar was. We hebben zelfs nog samen gedanst. Zij: ‘Je kunt me nu niet opvrolijken.’ Mijn telefoon gaat: de taxi staat voor de deur. Bij het naar buitengaan, roept Mutti me na: ‘Zo lief dat je bent gekomen.’ Ik zwaai opgewekt gedag en wens iedereen een fijne avond.

 
De XL kerstballen worden beplakt met de gespaarde theezakjes, is de bedoeling.

MARINIER

 

Pappi liet weinig los over de verschrikkingen in Indië: oorlog kent op alle fronten verliezers. Mooie dingen deelde hij mondjesmaat. Dit vertelde hij mij in 2009:

Omwille van broederdienst meldde ik me in 1948 bij de Marine om mijn militaire dienstplicht te vervullen. Als jonge knaap die van ‘toeten noch blazen’ wist, werd ik verscheept naar het Verre Oosten. Vanaf de eerste stap op Javaanse bodem bekommerde ik me om het koddige aapje en de in ons kamp aanwezige diensthonden. Gladakkers* genaamd: Satoe, Doea en Tigadat resp. ‘een’, ‘twee’ en ‘drie’ in het Maleis betekent. De dieren zorgden op de kleine kazerne voor welkom vertier en hielpen bij onze missies. De trouwe inheemse honden gingen mee op nachtelijke verkenning. Tiga liep altijd voorop en blafte als hij onraad rook of bleef stokstijf staan. Hij wist feilloos wanneer hij doodstil moest zijn. Dat hoefde niet per se voor een vijandige hinderlaag te zijn, maar het kon ook een gevaarlijke slang betreffen waarvoor hij ons wilde waarschuwen. 

Overdag verbleef het drietal meestal op onze post. Daar waren verschillende redenen voor. Als we vanwege de allesverzengende klamme hitte ’s middags wat luierden, gooiden we overgebleven voedsel naar de honden in ruil voor een kunstje. Of we reden met de honden in de jeep rondjes op de binnenplaats; wat ze machtig vonden. Gingen we echter met onze legertrucks naar de stad, dan wilden ze absoluut niet mee. Ze wisten dat ze daar gevaar liepen bij de straatventers die hete saté verkochten. Hadden wij trek in een sateetje dan vroegen we daarom altijd tida makan antjing. Wat zoiets wil zeggen als: ‘lekker vlees, maar niet van de hond’. 

Keerden we terug van een meerdaagse patrouille en hadden de honden ons niet vergezeld, dan wist Tiga me feilloos uit de aangekomen groep soldaten te vinden. Bij elk weerzien was hij zo blij. ’s Nachts sliep de hond steevast naast me op mijn brits. Ik hoefde zelden doedoek sini  - ‘kom hier’ -  te roepen. Bij onze terugkeer naar Holland viel het mij erg zwaar om mijn beste maatje tabee te zeggen, maar ik kreeg geen toestemming om Tiga mee te nemen.  Ik deed nog een tevergeefse poging om hem aan boord te smokkelen. Ik troostte me met de gedachte dat een volgende aflossing van de wacht goed voor de dieren zou zorgen; tenslotte hadden wij ‘onze verkenners’ ook overgenomen van onze voorgangers.

*Gladakker is een Indische Kamponghond. Een schrandere taaie hond door harde selectie met een driehoekig hoofd met staande oren en een mager droog gespierd lichaam.

maandag 23 november 2020

WANDEL- EN PLUKTUIN

Pappi's hosta's

In het privévertrek van de bewoners prijken op elk nachtkastje, sidetable of dressoir familiefoto's. Trouwfoto's van zonen en dochters uit de zeventiger jaren, de achterkleinkinderen in bonte kleuren, vergeelde zwart-witte fotomomenten, en een vergulde lijst met de overleden partner. Vanwege brandgevaar worden dierbaren herdacht met een eeuwig brandende kaars of waxinelichtje op batterijtjes. Het bloemenvaasje vervangt als het ware de bolchrysant bij het graf op het kerkhof. Het gaat om het gebaar.
Geregeld zie je bewoners zoals Tante Poes en Thoor met een lange duimnagel of een schaartje tijdens de wandeling een lieflijk boeketje bij elkaar plukken. Het aardappelschilmesje snijdt aan twee kanten: de bewoners hebben een doel om een luchtje te scheppen en hun geliefden worden geëerd met een vers vaasje.
Tante Poes rustte altijd op haar rollator uit bij Pappi. Hij was trouwens meer van de afgevallen noten en zaaddozen of aparte stenen die eksters hadden laten vallen, verzamelen. Pappi: 'Als je van bloemen houdt, knip je ze niet af, dan gaan ze dood.'

donderdag 12 november 2020

INSCHEETE

 


Elf van Elf dat sprik vanzelf. Dit jaar is het een beetje anders door de coronatijd waarin we leven. Aan de nieuwe activiteitenbegeleidster de taak om er een feestelijke dag van te maken - en dat doet ze, samen met vasteloavesgek beej oetstek Sandy. In de ochtend wordt de huiskamer voor Sintermerte en de aanvang van het 'carnavalsseizoen' versierd. Mutti doet een Sintermertes veugelke-duet met Sandy. De mannen mogen de lampions vasthouden. De lampjes doen het niet omdat de batterijen verwijderd zijn. Buurman en buurman veelbetekenend: 'Ik denk dat die mevrouw (wijzend naar de nieuwe) ze ergens anders voor nodig had.' Na het middagdutje dalen we, onder ons, af Nao ut Zuuje. In ein alternatieve Tegelse hoonderstal zorgt Merie onbedoeld en tot grote hilariteit voor het inscheete van de vasteloavend.

Hoofddeksels worden uitgedeeld. Jeugdsentiment tijdens een-op-eenmomenten: toktoktok over hoe heel vroeger de joeksige tied begon. Glanzende ogen, plezierige herinneringen. Mevrouw Y (ei) glundert bij elk vasteloavesleedje dat ze meezingt: 'Dit ken ik.' Mevrouw X weidt uit over haar 11 broers en zusters. Telkens als ze bij het verhaal van Harrie (de derde spruit van het gezin) is, begint ze weer van voren af aan. Maar ik ben een volhoudertje en we komen tot Clara de negende. Gezichten worden geschminkt, waarbij de bewoners graag op de foto gaan om zichzelf te bewonderen. Het kaaskapje, bewoners met kippen en hennen op het hoofd en een 'Viking'. Je bent je zo de gebraden haan, meent Mijnheer Demijne: ‘Doe mij maar een biggetje als tattoo, da’s ook een boerderijdier.’ Tussen al dat gekakel en genieten van onze eigen dansmarietjes (Sandy en de joeksmadam), horen we regelmatig een (gelukzalige) knor. 

Van de homogene bewonersgroep van het Zorghuisbegin zijn er slechts een handjevol over. Voor de hoogbejaarde bewoners is het bejaardenhuis meestal ook het eindstation. Maar toch. Als de Witte Dame zegt: 'Hier had je vader bij moeten zijn. Ik zie hem zo met de stok in de lucht genieten.' Tante Poes zegt: 'Ik mis je vader, miene mins, en de bekende gezichten.' Mijnheer Demijne met betraande ogen de zaal rondkijkt op zoek naar zijn 'broer', schiet ook ik even vol. Pappi, je wordt zo gemist schat.

Bekijk alle foto's op Zorghuis Tegelen 12 november 2020

maandag 2 november 2020

ALLERZIELEN

 

een witte roos voor elke bewoner die we moeten missen

Pappi prijkt dit jaar tot ons grote verdriet ook op de lijst met overleden bewoners. Elk jaar houden we bij het Zorghuis een herdenkingsbijeenkomst. Vorig jaar ving ik de familie op met een dikke knuffel. Een troostmiddag voor de nabestaanden om samen terug te blikken en het verdriet samen te delen. Net nu we het allemaal zo nodig hebben, kan het door het oplaaiende coronavirus geen doorgang vinden. Ik mis Pappi, ik mis de overleden bewoners, ik mis de familie. Veel huisgenoten (en dochters) van het eerste uur waar je zo'n vier jaar mee opgetrokken hebt. Wat was het een ongelooflijk mooie tijd gehad in het Zorghuis (nu PavoZorg). We moeten het nu doen met herinneringen. 

woensdag 28 oktober 2020

BROERS

Mensen gedijen het best bij dingen die hetzelfde blijven 
en niet al te ingrijpende veranderingen.

Bij het binnenbenen roept Mijnheer Demijne* me bij mijn voornaam. Zijn ogen zijn vochtig, gezwollen en rood. Ontdaan en hoopvol tegelijk: 'Heb ik het goed gehoord? Is Sjimmie overleden? Ik heb hem al een paar dagen niet gezien.' Waterlanders die over zijn wangen willen rollen, veegt hij met zijn knuisten zijwaarts. Ik kan niet anders dan bevestigen dat zijn vriend, die voelde als een broer, is overleden. Het verdrietige is dat Mijnheer Demijne de dood van zijn beste vriend door dementie geregeld herbeleefd. Sjimmie is half september al overleden, voor hem is het telkens enkele dagen geleden en nieuw. Hij krijgt de gelegenheid om zijn verdriet en zorgen te uiten: 'Nu heb ik niemand meer, ik voel me eenzaam. Behalve mijn dochter, is er niemand verder waar ik die klik mee heb. Sowieso is iedereen die ik ken dood.' Zonder iets te zeggen, ben ik er voor hem. De woordenvloed stopt, hij herneemt zich met: 'We zijn allemaal mensen van een dag.' We praten samen over de eindigheid van het leven en delen mooie herinneringen. Na ongeveer een half uur strijkt hij vaderlijk en opgebeurd over mijn arm: 'Fijn dat we het er samen over konden hebben. Ik red het wel.'

In liefdevolle herinnering

Sjimmie was een opgewekte vrijgezellige man, een aaibaar gezelligheidsdier en een aimabele allemansvriend, daarom noemde iedereen hem bij de voornaam. De levensgenieter verbleef graag in goed gezelschap. Dagelijks trok hij op met zijn jeugdvriend en beste buurman in de mannenhoek. Liep een zorgmedewerkster langs hem of beide heren dan was het steevast: 'Kom erbij'. Zodra de buitentemperatuur het toeliet, zat Sjimmie op het terras. "Kom bij me zitten', zei hij tegen elke passerende dame. Wanneer je plaatsnam, was zijn vaste gimmick, ook als hij je kende: 'Hoe heet jij?' Lievelieke en hij hadden daarom een lachliedje: Eddy Wally's 'Hoe je heette dat ben ik vergeten.' Tijdens een praatje kwamen standaard 'ik mag je' en 'je bent een schatje' voorbij. De hartpatiënt was geen man meer om zich in te spannen: autoracen kijken is ook een sport! Sjimmie schoof vooral aan bij de bingo ( uit angst voor valse kien riep het watje nooit: 'Kien!'), raad- en woordspellen en muzikaal entertainment. De flemer was dol op selamat makan, Coca Cola en Coco (Chanel parfum deed hem aan zijn fijne jonge jaren denken), zingen en stoelswingen op songs uit de goeie ouwe tijd. Wegdromen deed hij bij zijn favoriet: spanish eyes. Maar vooral hield Sjimmie van aandacht en een goed gesprek: converseren met de heren en dollen met de dames. Sjimmie voelde zich echt thuis in het Zorghuis. Op alle tevredenheidsvragen stak de softie - 'Alles Paletti'- zijn duim omhoog als teken dat hij het geweldig naar zijn zin had. De laatste tijd was hij wat moe, en naar achteraf blijkt aan zijn laatste beetje toe. Jongen, we missen je allemaal.

PETATTE NELKE

Zelfs met mondkapje is er instant herkenning. Haar nog immer tierige ogen lichten op wanneer ik binnenkom. Ze wenkt en wil een knuffel. 'Vrolijk: 'Dan weet ik wat we gaan doen ...' Ze refereert aan de gym op muziek en in het bijzonder op ons Petatte-Nelke-dansje. Dat en een knuffel zitten er niet in (dat verdomde virus ook). Ik kom voor een andere afspraak, maar een kort praatje kan. Lievelieke zit gezellig naast mijn lievelingetje en toont het naamplaatje op haar uniform: 'Weet u hoe ik heet?' Mutti kan het van die afstand niet lezen. Lievelieke haalt het naamplaatje van haar werktenue en houdt het pal voor de mooie kijkers van mevrouw: 'Kunt u het zo wel lezen? Want: u mag me noemen hoe u wilt.' Mutti fluistert oergeestig haar alternatief in Lievelieke's oor. Drie keer raden wat dat is: 'Petatte Nelke!'

maandag 26 oktober 2020

BUUF

Op de kennismakingsavond (december 2015) kwam gelijktijdig een tweede toekomstige bewoonster op gesprek. De innemende plattelandsvrouw viel meteen bij Pappi in de smaak. Dit vanwege de rust die ze uitstraalde, het dialect en haar achternaam - dezelfde als de notaris waar mijn moeder als kindermeisje werkte. Pappi was meteen om en daarmee zijn intrede beklonken

Bewoners van het eerste uur. Buuf en haar echtgenoot en Pappi hadden eerste keus. Zo kwamen ze tegenover elkaar te wonen. Na het overlijden van haar man hield Buuf zich (uiterlijk) kranig. Pappi, galant als hij was, wierp zich op als begeleider van 'zijn' tafeldame van hun gedeelde gang naar de eetzaal en vice versa. Jaren later nam COVID-19 bezit van de wereld en Pappi ging in de volle overtuiging 'naar huis' - hij overleed van ouderdom op 2 mei. De hang naar de plek waar Buufs wiegje stond werd hierdoor misschien nog wel meer aangewakkerd: 'Mijn geboortegrond ligt veel te ver weg van mij. Hier heb ik niemand meer.' De stoere Pappi was voor menige bewoner een voorbeeld: ze trokken zich op aan zijn aanpassings- en doorzettingsvermogen. Al die jaren wandelde Buuf enkele malen per dag met wandelstok zelfstandig door de tuin ('Een mens moet blijven lopen') waar alles groeide en bloeide door Pappi's groene vingers. Tot Buuf onlangs voor ondersteuning vroeg, omdat ze zichzelf toch wel oud vond worden: ‘Ik word een beetje wankel op de benen’ en ‘Af en toe weet ik het niet meer en dat is niet fijn. Oud worden is niet erg, maar je oud voelen wel.’ Onverwacht was de ranke Buuf ineens aan haar laatste beetje toe en sloot ze voorgoed haar ogen.

Karakteristiek voor deze vriendelijke en bescheiden was de bedachtzame dubbende wijsvinger tegen haar mond of wang. ‘Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’, zei ze in haar geliefde dialect. Ze verbleef graag op haar riante kamer vol herinneringen aan haar man en (klein)kinderen om zich creatief te uiten en te lezen over haar geboortestreek. Ze was ook een giebelmeisje. We giechelden als schoolmeisjes tijdens de ochtendlijke volleyballonkwartiertjes en de ‘privélessen’ (vanwege de moeite met links en rechts wisselen bij de Macarena) vóór aanvang van de gym. Met bijvoorbeeld gym, bingo, blikgooien (bloedfanatiek tijdens haar beurt vooraf met de arm rondzwaaien en op de bal ‘spugen’), vraag-en-antwoordspelletjes, de vroeger-vertel-activiteiten, knutselen met steengoed en de muziekmiddagen was ze steevast van de partij. Tijdens de Spa dag zat ook zij met beide voeten in een sodabadje: natuurlijk giechelde ze tijdens de voetmassage vanwege het gekietel onder de voetzolen. Ze wordt gemist.

zondag 11 oktober 2020

OVERSIZED

Mijn vrouwelijke kleding is meestal het eerste onderwerp van gesprek. De bewoners zien vooral uniformen, mijn uitdossing is voor de dames een uiting van de heersende mode*. De dames willen - ondanks dat ze in hun negende decennium zitten - meegaan met de tijd. Grietje: 'Wat heb je weer een elegante Gerry Weber-set aan.' Moi: 'De mode is tachtigerjaren-wijd, ik moet er weer aan wennen.' Zij: 'Het staat je goed.' Het oversizede tuniek doet mijnheer Demijne vragen of ik afgevallen ben. Hij lieflacht: 'Zo kunnen we je niet verkopen. Geen grammetje vet.' Moi: 'Wilt u me kwijt dan?' Hij: 'Nee! We willen je niet missen! We zien je al zo weinig.' Voordat hij me vast kan pakken, vertel ik hem dat ik hem ook zou willen knuffelen, maar dat anderhalvemeter afstand de norm is. Rot is dat. Mijnheer Demijne heeft er al wat op bedacht: 'Loop je dan mee naar mijn stoel? Ernaast is een plekje vrij, kom je gezellig bij me zitten.'

*De mode is de barometer van maatschappelijke ontwikkelingen. In hoogconjunctuur zijn de rokjes kort, tijdens jaren van recessie valt de hemline-index nog meer op: hoe slechter het gaat met de economie, hoe langer de rokken (en hoe wijder de kleding).

donderdag 8 oktober 2020

SPEEDDATEN

Speeddaten stond al langer op mijn verlanglijstje. Huisgenoten die door gehoorproblemen (doof), slechtziendheid en immobiliteit (duwrolstoel) zelfstandig geen contact kunnen maken een zetje geven. Twee mensen tegenover elkaar en moi als intermediair op veilige afstand om het gesproken woord over te brengen c.q. samen te vatten. 

Eerst willen de bewoners bewegen, ik ben immers 'de gymjuf'. Van 10.00 tot 12.10 uur (met een ingelaste koffiepauze) komen alle oefeningen aan bod. Bewoners kunnen naar eigen kunne meedoen. Wielie en Mijnheer Demijne doen op afstand fanatiek mee; voor hen is er als applaus een potje zitvoetbal. Bij de dames leert een kersverse bewoonster van bijna 100  in drie keer voordoen de (zitvariant) van de macarena. Tot slot doen we een test wie het langst de grote gymbal op de vooruitgestoken benen kan houden. Dit voor de competitief ingestelde gymnasten. Grietje houdt het 80 seconden vol en waant zich winnaar. Ze is hevig teleurgesteld als Lachebekje bij 100 seconden vraagt: 'Hoelang duurt dit nog?' Moi verwonderd en overdonderd: 'Uh, u mag stoppen wanneer u wilt.' Opgelucht ze laat de benen zakken en proest het uit. 

Met Mutti vouw ik samen de was. Bij de rode poetsdoeken speelt zij met wijsvingers op haar hoofd voor stier, ik wapper als een volleerde matador: 'Torero!' De servetten moeten gestreken. Moi: 'Dat doen we op de ouderwetse manier.' Mutti kirt van herkenning: 'De lakens, de lakens!' Precies, dat deden wij vroeger thuis ook: twee gezinsleden trekken zo hard als ze kunnen het bijna opgevouwen laken strak. Omdat die krachtinspanning zo leuk is, gooit ze de stapel 'oeps' om. Nog een keer!

Speeddaten behoeft enige uitleg bij de bewoners. Dat het geen verplichtingen schept en voor de duur van vijf minuten is (verlenging is mogelijk), haalt de bewoners over de drempel. Want: voor je het weet zit je met iemand opgescheept. We gaan het rijtje af. De speeddate komt prima van pas voor de drie nieuwelingen. Na een voorstelrondje (wat je niet onthouden kunt, maar waardoor je je wel opgenomen in de groep voelt) geeft de nieuwe zichzelf ongemerkt haar bijnaam. Dat komt doordat een andere bewoonster een gelijkende geboortenaam heeft, waarop de nieuwelinge zei: 'Ondanks dat ik de nieuwe ben, ben ik de Alde ... Gonda.' Zo grappig, dat belooft wat. Flipse, Mutti en Rocky (Mutti noemt haar Mime omdat zij in Rocky haar oude Buuf herkent) blijken dezelfde humor te hebben en liggen regelmatig dubbel. Flipse verwacht binnenkort weer te kunnen lopen en belooft een demo line dancing. Het wordt zo gezellig dat Mutti een Jagermeister bestelt. Na een (mmmmm dat heb ik gemist) olifantenpootje met cola voelt ze de alcohol al. Ons Door blijkt een goede match met JJ: beiden houden ze van Rome en klassieke muziek. Ze raken niet uitgepraat over pausen en gregoriaanse gezangen. Josje geeft geen gehoor vanwege het gehoorapparaat dat al jaren (met opzet) bij de audicien ligt te verstoffen. Ze vindt het wel heel gezellig als ik de hele dag blijf: 'Dan is er leven in de brouwerij'. De Witte Dame wil een speeddate met moi. Dat mag bij wijze van uitzondering. Bardotje heeft geen zin om te converseren met leeftijdsgenoten. Zij geeft mij wijze raad: 'Altijd vriendelijk zijn en toch ze eigen gang gaan is haar geheim om de honderd te naderen.' Haar lees ik gedichten voor van Toon. Als antwoord geeft ze haar liefste lach. Kroepoekje en ons Door waren eerst buurtjes. Ze hervinden elkaar in de wederzijdse verhalen: dat ons Door haar glijdende gebit altijd opving en terugplaatste vond Kroepoekje erg vermakelijk ... en ongeloofwaardig. Toch is het zo. Kroepoekje date later nog achter het venster met een getijgerde poes met witte kniekousen. De Frêle Freule heb ik tijdens het middageten ondersteund; ze eet als een beer. Zij speeddate zoals wel vaker met een imaginair persoon: ditmaal gelukkig met een lief meisje. Lachebekje laat vol trots (en nog eens, en nog eens) een kleurplaat van een kardinaalsvogel zien: 'Ik wist niet dat ik het in me had. Kijk eens hoe geweldig mooi ik dat getekend heb.' We prijzen haar de hemel in. Ze blijft met beide pantoffels op de grond. Mijnheer Demijne koppelt zich na een lange uitleg over ontmoetingen & spontaniteit aan Merie en later aan JJ. Buurman & Buurman (Wielie de portier) voegen zich aan de grote tafel en er ontstaat over en weer een geanimeerd groepsgesprek. 

Zomaar is het alweer na vijven, de bokworst gaat in de pan, voor mij is het tijd om op te breken. Mijnheer Demijne dribbelt me achterna. Bezorgd vraagt hij naar zijn pas overleden boezemvriend: 'Had hij een hartinfarct, want ineens was hij er niet meer. Ik maak me een beetje zorgen, want ik moest voorheen ook geregeld naar de cardioloog.' Ik strijk hem over zijn hart en verzeker hem: 'U heeft een goed hart.' Dat vindt hij lief. Ik word uitgezwaaid tot aan de poort.