vrijdag 29 juni 2018

ZORGHUIS NEDERLAND



Volgers van mijn schrijfsels over pappi en zijn medebewoners kunnen tegenwoordig terecht op Facebook voor de dagelijkse portie soap: 
Zorghuis Tegelen

donderdag 14 juni 2018

WONDERLIJKE CONVERSATIE


Pappi en ik wonen een fantastisch optreden van de Steyler Staar en Harmonie Sint Caecilia in 't Zaelke in Tegelen bij. In de pauze verloopt de conversatie als volgt:

'Nou, meen ik toch dat we in Wamel zitten.' 

'Da's wel een eind uit de buurt.' 

'Ja?'

'We zijn nu in Tegelen.'

'Dat zegt me niets.'

'Dat is waar je woont. 
Maar als jij het prettiger vind, doen we gewoon alsof we in Wamel zijn!'

'In de blauwe Schouwburg*? 
Maar we zijn toch niet komen lopen? Want dat is erg ver. 
[Schrik] Hoe komen we nou thuis?'

'Wim heeft ons gebracht. Hij haalt ons ook weer op.'

'Maar hij weet toch niet dat we nou in Wamel zitten?'

'Ik bel hem wel.'

'O god, dan moet hij wel een flink eind omrijden.'

'Dat vindt hij niet erg.'


* Pappi bedoelt de Kleine Schouwbrug in zijn geboortedorp Dreumel

zondag 3 juni 2018

NIEUWE OOGST


De trouwdag van de tuinman. De weduwnaar voelt zich verdomd alleen. Op 1 juni, 65 jaar na dato krijgen mevrouw A. en haar twee dochters een rondleiding. Mevrouw A. is een opgewekte 81-jarige zonder franje. Ze heeft - net als mijn moeder - iets liefs en gezelligs over zich. Een zachtaardig persoon die meteen eigen voelt. Ik steek spontaan mijn hand uit: 'Prettig met u kennis te maken.' 'Insgelijks', zegt ze. Ze steekt van wal: 'Tuinstoelen, planten, huis verkopen, een overvolle zolder.' Ik, misschien wel de grootste fan, houd een 'aanbevelingspraatje'. Onnodig: de schoonzoon sjouwt de inboedel al naar boven. 'Ik kom uit de wijk Vastenavondkamp, daar is het altijd bal', grapt mevrouw, zodat we meteen weten dat ze van leut houdt. Ik complimenteer haar met haar jeugdige uitstraling en gladde huid. 'Ha, ik zie er misschien wel uit als een groen blaadje, maar ik ga toch echt hier wonen, omdat ik kopzorgen heb: mijn kortetermijngeheugen ligt op straat. 

Pappi blijkt allesbehalve uitgerangeerd. De aspirant-tuinierders laten verstek gaan en pappi is als vanouds aan de slag gegaan. Hij heeft het tuingereedschap opgeborgen en voegt zich bij ons. Dit is de tuinman, wil ik hem voordragen, maar de zich fatsoenerende pappi zoekt al toenadering. Mevrouw A. guitig en verlegen. Pappi in vuur en vlam. Helemaal als ze meedeelt dat ze dol op tuinieren is. 'Wat is de tuin?' ze draait een kwartslag om het geheel te overzien. De dochters en ik staan perplex. Vol ongeloof lachend, delen we dezelfde gedachte: instantverliefdheid? Als de drie niet verder hadden gemoeten met de rondleiding, hadden we de twee, bij wijze van spreken, zo hand in hand de tuin in zien wandelen. 

Pappi stevent haar achterna. Hij spot het gezelschap aan de afgedekte tovertafel. 'Zullen we ons bij hen voegen?' delegeert hij me in hun richting. 'Zo te zien moet de papierkraam nog worden afgehandeld, laten we ze maar niet storen. Bovendien staat het ook een beetje opdringerig', temper ik zijn enthousiasme. Nadien zit hij langs haar tijdens het spel Vroeger & Nu. Mevrouw is een open boek en daarmee een aanwinst. Je zou zweren dat ze al jaren meedraait in het Zorghuis.

De voorspelbare hotline tussen de tuinman en dochter zwijgt 48 uur. Zou hij werkelijk een (tuin)maatje hebben gevonden? Door geheugenproblemen is het bij allebei: uit het oog, uit het hart. De ontmoeting heeft nooit plaatsgevonden. Verdient niet iedereen een tweede kans?

MUURBLOEMPJE

Rust zacht

wel in boek tekst


Vreugde en verdriet schuren tegen elkaar. In de kapel treuren de achterblijvers om het heengaan van hun overleden (schoon)moeder, beroemd en berucht als Muurbloempje en Kruidje-roer-mij-niet. In de recreatiezaal vormen samengedromde 'overlevers' en zusters een hechte familie. Emoties versterken de onderlinge band. Gemengde gevoelens overheersen. Ontsteltenis en opluchting: er is wéér een markante medebewoner ontvallen, daarentegen is men zelf aan de Verlosser ontsnapt. 

Na het overlijden van Charlie Alpha Bravo zit de loop er voor zijn enige zoon en schoondochter nog steeds in. Het Zorghuis biedt met liefde nazorg voor wie dat wil. De zoon beschrijft de plechtigheid en hoe hij, hun kinderen en de kleinkinderen het hebben ervaren met een lach en een traan. Van een indrukwekkend ceremonieel met de last post, opa die via de 'pizzaoven' de laatste trein pakt, tot de administratieve nasleep. Ook de toegewijde zoon van Muurbloempje blijft in contact. Loslaten hoeft niet, hij blijft een graag geziene gast bij buitengewone evenementen.


Daarbovenop heerst opwinding omdat Seniorita Sigaretje weer in da house is na een ziekenhuisopname van een week en omdat er een nieuwkomer is binnengebracht. De zus van Seniorita Sigaretje ziet haar bij het binnenkomen over het hoofd. 'Aha, mevrouw is helemaal niet naar het ziekenhuis geweest, ze heeft zich stiekem laten verjongen in een kliniek voor plastische chirurgie. Daarom herkent haar zus haar niet!' Seniorita Sigaretje ziet er zowaar een stuk opgewekter uit.

ZUS EN ZO



Een hittegolf in april. Mevrouw H. zit als enige onder de parasol op de buitenplaats. Pappi en ik wachten op bezoek. Het gevelbordje met 'ingang om de hoek' negeren zijn zus en schone zus. Ze maken een koninklijke entree door de glazen toegangsdeur die in onbruik is geraakt. Pappi vraagt bij aankomst: 'Wanneer gaan jullie weer naar huis?' Van harte welkom! Ik leg uit dat hij dat niet vraagt, omdat hij wil dat iemand gauw vertrekt, maar zodat de dagindeling te overzien is. Hij zal het vaker vragen, net als 'Hoe zijn jullie hier?', 'Met wie?' en 'Hoe komen jullie weer thuis?'. De immense fruitmand met bokkenpootjes en reeruggetjes gaat linea recta naar zijn kamer, voordat iemand 'm kaapt.

De aanwakkerende wind kantelt de parasol. We schuiven met de zon mee. De aangerukte glaasjes water - door mevrouw H. schnaps genoemd - zijn zo leeg. Net als de bordjes met linzenvlaai met abrikozen. Het blijft de hele middag de draf- en renbaan met glaasjes water en fris. We keuvelen over de reis, vroegere buren, poezennamen (kobus!) en dat pappi hier zo fijn woont. In het verpleeghuis waar de man van pappi's schone zus tien jaar verbleef, was het een dooie boel.

Het is een zwaan-kleef-aan van binnenzitters. Zus geeft haar motto prijs: Blij bejaard, is goud waard. Er achteraan: 'Haarden zijn toch uit de mode'. Soepterrine heeft haar eigen adagium. Kort samengevat: elke dag van je hollekidee. Toet verhaalt weemoedig over haar thuisland en haar familie die ze alleen via de telefoon spreekt. ‘Als ik toch eens daarheen kon om mijn moedertje te bezoeken. Maar dat gaat niet, want ze heeft een drukke baan’, mijmert ze. Tante Leen vraagt aan mevrouw H. waar zij vandaan komt. Mevrouw H.: 'We zitten elke dag naast elkaar, dat weet je heus.' Tante Leen ongeboeid: 'Dat kan ik allemaal niet onthouden.' Pappi pimpelt met witte wijn uit een Picardieglas. Zus vertelt over een vriendin met 'een kromme arm'. De Witte Dame die, net als de vriendin, uit de oostelijke contreien komt, zegt het spreekwoord, evenals ons, niets. De gearriveerde taxichauffeur maakt er korte metten mee: het is een alleenstaande die weer verkering heeft.

TERUG VAN WEGGEWEEST


Haar hele leven lang heeft ze last van ups en downs. Haar kinderen weten niet beter dan dat bij moeders onverwacht de mismoed kan toeslaan. Door de lange staart van de winter belandde Seniorita Sigaretje in een diepe dip: 'Ik zag dat jullie het leuk hadden, mij wilden opbeuren en overhalen om mee te doen, om mijn levenslust terug te krijgen. Maar ik was onbereikbaar voor elke boost. Iets in mij vond het leven even niet leuk.'

Op een doordeweekse dag wenkt ze me opgetogen: 'Ik ben er weer!' 'Wat mega fijn dat u weer bent opgeleukerd. Het was echt tobben, he', onderschrijf  ik haar gemoedstoestand. 'En een beetje nukkig was ik ook,' bekent ze, 'en op de koop toe - terecht hoor - moest ik een somber zwart rookschort aan. Nu ik niet meer bij de pakken neerzit, mocht de 'toga' aan de wilgen worden gehangen. Jammer, want de zuster zou voor een wit befje zorgen.' 'Dan gebruikt u dat maar als slab', gein ik. 'Duh, aan het verkindsen ben ik nog niet', stribbelt ze tegen.

Omdat we zo blij zijn dat ze weer bij de positivo's hoort, verras ik haar via de iPad met haar lijflied: As de sterre dao baove Straole. Meteen maaien de gebruinde armen door de lucht en zingt ze als een schorre kraai mee. Omdat niemand invalt - de Witte Dame kijkt zelfs zurig - val ik in met een tweede stem, eveneens geen gouden keeltje. 'Het gaat om de intentie', bedankt Seniorita Sigaretje mij.