dinsdag 29 december 2020

PAVOZORG WARM AANBEVOLEN

PavoZorg warm aanbevolen door Pappi en mij

Het hartverwarmende Zorghuis waar Pappi 4,5 jaar genoot, heeft een nieuwe naam gekregen: PavoZorg. En Pappi is een soort van meeverhuisd. Want: andere naam, maar dezelfde locatie met dezelfde liefdevolle verzorging. Zoek je voor je vader of moeder die niet meer zelfstandig kan wonen een hartverwarmend thuis? Neem een kijkje op de vernieuwde website van PavoZorg. Warm aanbevolen, want wat hebben pappi en ik (en in het Zorghuis) nog ontzettend veel leuks gedaan.

woensdag 9 december 2020

BINNENVALLEN

 

De XL kerstballen (60, 70 en 90 cm doorsnee) brengen en Pappi’s potten ophalen – de tuinman heeft de uitdijende hosta’s in de grond geplant. Ik val rond half vier zomaar binnen. Doodse stilte in de huiskamer. Iedereen slaapt, zelfs Mutti! Ik had helemaal niet meer gedacht aan de cursus voor de verpleging. Zelfs met mondkapje en winterjas aan herkennen de bewoners me. Merie: ‘Kom je ons entertainen?’ Ik maak kennis met een nieuw heerschap. De visueel gehandicapte Felix zit gemütlich met de pantoffelvoetjes over elkaar. Op gepaste afstand ga ik bij hem zitten. Alsof ik op een knop heb gedrukt: ‘Ik ben modern, dus zeg ik: Horst aan de Maas. De gemeente heeft beslist dat ik hier kwam wonen. De batterijen van mijn voorleesboek zijn op. Ik lees vooral streekromans. Niet van hier helaas; de keuze van de blindenbibliotheek is beperkt.

De mevrouw tegenover hem neemt het gesprek over: ‘Hij heeft gezien dat ik gevallen ben. Twee keer zelfs. Mijn arm en hoofd jeuken.’ Ze buigt haar hoofd voorover, stroopt de rechtermouw op. Ze demonstreert de blauwe en groene plekken met krabben. Moi: ‘Dat ziet er mooi uit. Jeuk is een goed teken. Het betekent dat de wonden aan het helen zijn. En mag ik u ook complimenteren met de sterke botten.’ Zij: ‘Ik vind er niks aan zonder mijn man.’ Haar gedachten dwalen af en er verschijnt een brede glimlach van oor tot oor. Ze draagt mooie herinneringen in haar hart mee.

Thoor zijn aangepaste schoenen zijn verkeerd gemaakt. Hij: ‘De schoenmaker heeft links en rechts verwisseld. Mijn kortere been moest via de schoen verhoogd worden, in plaats daarvan is mijn normale been nog langer. Ik loop als een ongelijke giraf.’ Ik verzeker hem dat het goed komt en kruis de huiskamer door naar Lilian die al de hele tijd heel blij zit te zwaaien naar me. Ik vermoed dat ze per abuis verward met haar dochter.

De Witte Dame heeft een coronadip. Niet naar huis met de kerst. Zij: ‘Alleen al het afschuwelijke vooruitzicht om hier de kerst te moeten doorbrengen.’ Moi: ‘Tja, het is even niet anders. Het zal zeker moeilijk voor u zijn. Maar … weet u nog hoe gezellig het vorig jaar was. We hebben zelfs nog samen gedanst. Zij: ‘Je kunt me nu niet opvrolijken.’ Mijn telefoon gaat: de taxi staat voor de deur. Bij het naar buitengaan, roept Mutti me na: ‘Zo lief dat je bent gekomen.’ Ik zwaai opgewekt gedag en wens iedereen een fijne avond.

 
De XL kerstballen worden beplakt met de gespaarde theezakjes, is de bedoeling.

MARINIER

 

Pappi liet weinig los over de verschrikkingen in Indië: oorlog kent op alle fronten verliezers. Mooie dingen deelde hij mondjesmaat. Dit vertelde hij mij in 2009:

Omwille van broederdienst meldde ik me in 1948 bij de Marine om mijn militaire dienstplicht te vervullen. Als jonge knaap die van ‘toeten noch blazen’ wist, werd ik verscheept naar het Verre Oosten. Vanaf de eerste stap op Javaanse bodem bekommerde ik me om het koddige aapje en de in ons kamp aanwezige diensthonden. Gladakkers* genaamd: Satoe, Doea en Tigadat resp. ‘een’, ‘twee’ en ‘drie’ in het Maleis betekent. De dieren zorgden op de kleine kazerne voor welkom vertier en hielpen bij onze missies. De trouwe inheemse honden gingen mee op nachtelijke verkenning. Tiga liep altijd voorop en blafte als hij onraad rook of bleef stokstijf staan. Hij wist feilloos wanneer hij doodstil moest zijn. Dat hoefde niet per se voor een vijandige hinderlaag te zijn, maar het kon ook een gevaarlijke slang betreffen waarvoor hij ons wilde waarschuwen. 

Overdag verbleef het drietal meestal op onze post. Daar waren verschillende redenen voor. Als we vanwege de allesverzengende klamme hitte ’s middags wat luierden, gooiden we overgebleven voedsel naar de honden in ruil voor een kunstje. Of we reden met de honden in de jeep rondjes op de binnenplaats; wat ze machtig vonden. Gingen we echter met onze legertrucks naar de stad, dan wilden ze absoluut niet mee. Ze wisten dat ze daar gevaar liepen bij de straatventers die hete saté verkochten. Hadden wij trek in een sateetje dan vroegen we daarom altijd tida makan antjing. Wat zoiets wil zeggen als: ‘lekker vlees, maar niet van de hond’. 

Keerden we terug van een meerdaagse patrouille en hadden de honden ons niet vergezeld, dan wist Tiga me feilloos uit de aangekomen groep soldaten te vinden. Bij elk weerzien was hij zo blij. ’s Nachts sliep de hond steevast naast me op mijn brits. Ik hoefde zelden doedoek sini  - ‘kom hier’ -  te roepen. Bij onze terugkeer naar Holland viel het mij erg zwaar om mijn beste maatje tabee te zeggen, maar ik kreeg geen toestemming om Tiga mee te nemen.  Ik deed nog een tevergeefse poging om hem aan boord te smokkelen. Ik troostte me met de gedachte dat een volgende aflossing van de wacht goed voor de dieren zou zorgen; tenslotte hadden wij ‘onze verkenners’ ook overgenomen van onze voorgangers.

*Gladakker is een Indische Kamponghond. Een schrandere taaie hond door harde selectie met een driehoekig hoofd met staande oren en een mager droog gespierd lichaam.

maandag 23 november 2020

WANDEL- EN PLUKTUIN

Pappi's hosta's

In het privévertrek van de bewoners prijken op elk nachtkastje, sidetable of dressoir familiefoto's. Trouwfoto's van zonen en dochters uit de zeventiger jaren, de achterkleinkinderen in bonte kleuren, vergeelde zwart-witte fotomomenten, en een vergulde lijst met de overleden partner. Vanwege brandgevaar worden dierbaren herdacht met een eeuwig brandende kaars of waxinelichtje op batterijtjes. Het bloemenvaasje vervangt als het ware de bolchrysant bij het graf op het kerkhof. Het gaat om het gebaar.
Geregeld zie je bewoners zoals Tante Poes en Thoor met een lange duimnagel of een schaartje tijdens de wandeling een lieflijk boeketje bij elkaar plukken. Het aardappelschilmesje snijdt aan twee kanten: de bewoners hebben een doel om een luchtje te scheppen en hun geliefden worden geëerd met een vers vaasje.
Tante Poes rustte altijd op haar rollator uit bij Pappi. Hij was trouwens meer van de afgevallen noten en zaaddozen of aparte stenen die eksters hadden laten vallen, verzamelen. Pappi: 'Als je van bloemen houdt, knip je ze niet af, dan gaan ze dood.'

donderdag 12 november 2020

INSCHEETE

 


Elf van Elf dat sprik vanzelf. Dit jaar is het een beetje anders door de coronatijd waarin we leven. Aan de nieuwe activiteitenbegeleidster de taak om er een feestelijke dag van te maken - en dat doet ze, samen met vasteloavesgek beej oetstek Sandy. In de ochtend wordt de huiskamer voor Sintermerte en de aanvang van het 'carnavalsseizoen' versierd. Mutti doet een Sintermertes veugelke-duet met Sandy. De mannen mogen de lampions vasthouden. De lampjes doen het niet omdat de batterijen verwijderd zijn. Buurman en buurman veelbetekenend: 'Ik denk dat die mevrouw (wijzend naar de nieuwe) ze ergens anders voor nodig had.' Na het middagdutje dalen we, onder ons, af Nao ut Zuuje. In ein alternatieve Tegelse hoonderstal zorgt Merie onbedoeld en tot grote hilariteit voor het inscheete van de vasteloavend.

Hoofddeksels worden uitgedeeld. Jeugdsentiment tijdens een-op-eenmomenten: toktoktok over hoe heel vroeger de joeksige tied begon. Glanzende ogen, plezierige herinneringen. Mevrouw Y (ei) glundert bij elk vasteloavesleedje dat ze meezingt: 'Dit ken ik.' Mevrouw X weidt uit over haar 11 broers en zusters. Telkens als ze bij het verhaal van Harrie (de derde spruit van het gezin) is, begint ze weer van voren af aan. Maar ik ben een volhoudertje en we komen tot Clara de negende. Gezichten worden geschminkt, waarbij de bewoners graag op de foto gaan om zichzelf te bewonderen. Het kaaskapje, bewoners met kippen en hennen op het hoofd en een 'Viking'. Je bent je zo de gebraden haan, meent Mijnheer Demijne: ‘Doe mij maar een biggetje als tattoo, da’s ook een boerderijdier.’ Tussen al dat gekakel en genieten van onze eigen dansmarietjes (Sandy en de joeksmadam), horen we regelmatig een (gelukzalige) knor. 

Van de homogene bewonersgroep van het Zorghuisbegin zijn er slechts een handjevol over. Voor de hoogbejaarde bewoners is het bejaardenhuis meestal ook het eindstation. Maar toch. Als de Witte Dame zegt: 'Hier had je vader bij moeten zijn. Ik zie hem zo met de stok in de lucht genieten.' Tante Poes zegt: 'Ik mis je vader, miene mins, en de bekende gezichten.' Mijnheer Demijne met betraande ogen de zaal rondkijkt op zoek naar zijn 'broer', schiet ook ik even vol. Pappi, je wordt zo gemist schat.

Bekijk alle foto's op Zorghuis Tegelen 12 november 2020

maandag 2 november 2020

ALLERZIELEN

 

een witte roos voor elke bewoner die we moeten missen

Pappi prijkt dit jaar tot ons grote verdriet ook op de lijst met overleden bewoners. Elk jaar houden we bij het Zorghuis een herdenkingsbijeenkomst. Vorig jaar ving ik de familie op met een dikke knuffel. Een troostmiddag voor de nabestaanden om samen terug te blikken en het verdriet samen te delen. Net nu we het allemaal zo nodig hebben, kan het door het oplaaiende coronavirus geen doorgang vinden. Ik mis Pappi, ik mis de overleden bewoners, ik mis de familie. Veel huisgenoten (en dochters) van het eerste uur waar je zo'n vier jaar mee opgetrokken hebt. Wat was het een ongelooflijk mooie tijd gehad in het Zorghuis (nu PavoZorg). We moeten het nu doen met herinneringen. 

woensdag 28 oktober 2020

BROERS

Mensen gedijen het best bij dingen die hetzelfde blijven 
en niet al te ingrijpende veranderingen.

Bij het binnenbenen roept Mijnheer Demijne* me bij mijn voornaam. Zijn ogen zijn vochtig, gezwollen en rood. Ontdaan en hoopvol tegelijk: 'Heb ik het goed gehoord? Is Sjimmie overleden? Ik heb hem al een paar dagen niet gezien.' Waterlanders die over zijn wangen willen rollen, veegt hij met zijn knuisten zijwaarts. Ik kan niet anders dan bevestigen dat zijn vriend, die voelde als een broer, is overleden. Het verdrietige is dat Mijnheer Demijne de dood van zijn beste vriend door dementie geregeld herbeleefd. Sjimmie is half september al overleden, voor hem is het telkens enkele dagen geleden en nieuw. Hij krijgt de gelegenheid om zijn verdriet en zorgen te uiten: 'Nu heb ik niemand meer, ik voel me eenzaam. Behalve mijn dochter, is er niemand verder waar ik die klik mee heb. Sowieso is iedereen die ik ken dood.' Zonder iets te zeggen, ben ik er voor hem. De woordenvloed stopt, hij herneemt zich met: 'We zijn allemaal mensen van een dag.' We praten samen over de eindigheid van het leven en delen mooie herinneringen. Na ongeveer een half uur strijkt hij vaderlijk en opgebeurd over mijn arm: 'Fijn dat we het er samen over konden hebben. Ik red het wel.'

In liefdevolle herinnering

Sjimmie was een opgewekte vrijgezellige man, een aaibaar gezelligheidsdier en een aimabele allemansvriend, daarom noemde iedereen hem bij de voornaam. De levensgenieter verbleef graag in goed gezelschap. Dagelijks trok hij op met zijn jeugdvriend en beste buurman in de mannenhoek. Liep een zorgmedewerkster langs hem of beide heren dan was het steevast: 'Kom erbij'. Zodra de buitentemperatuur het toeliet, zat Sjimmie op het terras. "Kom bij me zitten', zei hij tegen elke passerende dame. Wanneer je plaatsnam, was zijn vaste gimmick, ook als hij je kende: 'Hoe heet jij?' Lievelieke en hij hadden daarom een lachliedje: Eddy Wally's 'Hoe je heette dat ben ik vergeten.' Tijdens een praatje kwamen standaard 'ik mag je' en 'je bent een schatje' voorbij. De hartpatiënt was geen man meer om zich in te spannen: autoracen kijken is ook een sport! Sjimmie schoof vooral aan bij de bingo ( uit angst voor valse kien riep het watje nooit: 'Kien!'), raad- en woordspellen en muzikaal entertainment. De flemer was dol op selamat makan, Coca Cola en Coco (Chanel parfum deed hem aan zijn fijne jonge jaren denken), zingen en stoelswingen op songs uit de goeie ouwe tijd. Wegdromen deed hij bij zijn favoriet: spanish eyes. Maar vooral hield Sjimmie van aandacht en een goed gesprek: converseren met de heren en dollen met de dames. Sjimmie voelde zich echt thuis in het Zorghuis. Op alle tevredenheidsvragen stak de softie - 'Alles Paletti'- zijn duim omhoog als teken dat hij het geweldig naar zijn zin had. De laatste tijd was hij wat moe, en naar achteraf blijkt aan zijn laatste beetje toe. Jongen, we missen je allemaal.

PETATTE NELKE

Zelfs met mondkapje is er instant herkenning. Haar nog immer tierige ogen lichten op wanneer ik binnenkom. Ze wenkt en wil een knuffel. 'Vrolijk: 'Dan weet ik wat we gaan doen ...' Ze refereert aan de gym op muziek en in het bijzonder op ons Petatte-Nelke-dansje. Dat en een knuffel zitten er niet in (dat verdomde virus ook). Ik kom voor een andere afspraak, maar een kort praatje kan. Lievelieke zit gezellig naast mijn lievelingetje en toont het naamplaatje op haar uniform: 'Weet u hoe ik heet?' Mutti kan het van die afstand niet lezen. Lievelieke haalt het naamplaatje van haar werktenue en houdt het pal voor de mooie kijkers van mevrouw: 'Kunt u het zo wel lezen? Want: u mag me noemen hoe u wilt.' Mutti fluistert oergeestig haar alternatief in Lievelieke's oor. Drie keer raden wat dat is: 'Petatte Nelke!'

maandag 26 oktober 2020

BUUF

Op de kennismakingsavond (december 2015) kwam gelijktijdig een tweede toekomstige bewoonster op gesprek. De innemende plattelandsvrouw viel meteen bij Pappi in de smaak. Dit vanwege de rust die ze uitstraalde, het dialect en haar achternaam - dezelfde als de notaris waar mijn moeder als kindermeisje werkte. Pappi was meteen om en daarmee zijn intrede beklonken

Bewoners van het eerste uur. Buuf en haar echtgenoot en Pappi hadden eerste keus. Zo kwamen ze tegenover elkaar te wonen. Na het overlijden van haar man hield Buuf zich (uiterlijk) kranig. Pappi, galant als hij was, wierp zich op als begeleider van 'zijn' tafeldame van hun gedeelde gang naar de eetzaal en vice versa. Jaren later nam COVID-19 bezit van de wereld en Pappi ging in de volle overtuiging 'naar huis' - hij overleed van ouderdom op 2 mei. De hang naar de plek waar Buufs wiegje stond werd hierdoor misschien nog wel meer aangewakkerd: 'Mijn geboortegrond ligt veel te ver weg van mij. Hier heb ik niemand meer.' De stoere Pappi was voor menige bewoner een voorbeeld: ze trokken zich op aan zijn aanpassings- en doorzettingsvermogen. Al die jaren wandelde Buuf enkele malen per dag met wandelstok zelfstandig door de tuin ('Een mens moet blijven lopen') waar alles groeide en bloeide door Pappi's groene vingers. Tot Buuf onlangs voor ondersteuning vroeg, omdat ze zichzelf toch wel oud vond worden: ‘Ik word een beetje wankel op de benen’ en ‘Af en toe weet ik het niet meer en dat is niet fijn. Oud worden is niet erg, maar je oud voelen wel.’ Onverwacht was de ranke Buuf ineens aan haar laatste beetje toe en sloot ze voorgoed haar ogen.

Karakteristiek voor deze vriendelijke en bescheiden was de bedachtzame dubbende wijsvinger tegen haar mond of wang. ‘Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’, zei ze in haar geliefde dialect. Ze verbleef graag op haar riante kamer vol herinneringen aan haar man en (klein)kinderen om zich creatief te uiten en te lezen over haar geboortestreek. Ze was ook een giebelmeisje. We giechelden als schoolmeisjes tijdens de ochtendlijke volleyballonkwartiertjes en de ‘privélessen’ (vanwege de moeite met links en rechts wisselen bij de Macarena) vóór aanvang van de gym. Met bijvoorbeeld gym, bingo, blikgooien (bloedfanatiek tijdens haar beurt vooraf met de arm rondzwaaien en op de bal ‘spugen’), vraag-en-antwoordspelletjes, de vroeger-vertel-activiteiten, knutselen met steengoed en de muziekmiddagen was ze steevast van de partij. Tijdens de Spa dag zat ook zij met beide voeten in een sodabadje: natuurlijk giechelde ze tijdens de voetmassage vanwege het gekietel onder de voetzolen. Ze wordt gemist.

zondag 11 oktober 2020

OVERSIZED

Mijn vrouwelijke kleding is meestal het eerste onderwerp van gesprek. De bewoners zien vooral uniformen, mijn uitdossing is voor de dames een uiting van de heersende mode*. De dames willen - ondanks dat ze in hun negende decennium zitten - meegaan met de tijd. Grietje: 'Wat heb je weer een elegante Gerry Weber-set aan.' Moi: 'De mode is tachtigerjaren-wijd, ik moet er weer aan wennen.' Zij: 'Het staat je goed.' Het oversizede tuniek doet mijnheer Demijne vragen of ik afgevallen ben. Hij lieflacht: 'Zo kunnen we je niet verkopen. Geen grammetje vet.' Moi: 'Wilt u me kwijt dan?' Hij: 'Nee! We willen je niet missen! We zien je al zo weinig.' Voordat hij me vast kan pakken, vertel ik hem dat ik hem ook zou willen knuffelen, maar dat anderhalvemeter afstand de norm is. Rot is dat. Mijnheer Demijne heeft er al wat op bedacht: 'Loop je dan mee naar mijn stoel? Ernaast is een plekje vrij, kom je gezellig bij me zitten.'

*De mode is de barometer van maatschappelijke ontwikkelingen. In hoogconjunctuur zijn de rokjes kort, tijdens jaren van recessie valt de hemline-index nog meer op: hoe slechter het gaat met de economie, hoe langer de rokken (en hoe wijder de kleding).

donderdag 8 oktober 2020

SPEEDDATEN

Speeddaten stond al langer op mijn verlanglijstje. Huisgenoten die door gehoorproblemen (doof), slechtziendheid en immobiliteit (duwrolstoel) zelfstandig geen contact kunnen maken een zetje geven. Twee mensen tegenover elkaar en moi als intermediair op veilige afstand om het gesproken woord over te brengen c.q. samen te vatten. 

Eerst willen de bewoners bewegen, ik ben immers 'de gymjuf'. Van 10.00 tot 12.10 uur (met een ingelaste koffiepauze) komen alle oefeningen aan bod. Bewoners kunnen naar eigen kunne meedoen. Wielie en Mijnheer Demijne doen op afstand fanatiek mee; voor hen is er als applaus een potje zitvoetbal. Bij de dames leert een kersverse bewoonster van bijna 100  in drie keer voordoen de (zitvariant) van de macarena. Tot slot doen we een test wie het langst de grote gymbal op de vooruitgestoken benen kan houden. Dit voor de competitief ingestelde gymnasten. Grietje houdt het 80 seconden vol en waant zich winnaar. Ze is hevig teleurgesteld als Lachebekje bij 100 seconden vraagt: 'Hoelang duurt dit nog?' Moi verwonderd en overdonderd: 'Uh, u mag stoppen wanneer u wilt.' Opgelucht ze laat de benen zakken en proest het uit. 

Met Mutti vouw ik samen de was. Bij de rode poetsdoeken speelt zij met wijsvingers op haar hoofd voor stier, ik wapper als een volleerde matador: 'Torero!' De servetten moeten gestreken. Moi: 'Dat doen we op de ouderwetse manier.' Mutti kirt van herkenning: 'De lakens, de lakens!' Precies, dat deden wij vroeger thuis ook: twee gezinsleden trekken zo hard als ze kunnen het bijna opgevouwen laken strak. Omdat die krachtinspanning zo leuk is, gooit ze de stapel 'oeps' om. Nog een keer!

Speeddaten behoeft enige uitleg bij de bewoners. Dat het geen verplichtingen schept en voor de duur van vijf minuten is (verlenging is mogelijk), haalt de bewoners over de drempel. Want: voor je het weet zit je met iemand opgescheept. We gaan het rijtje af. De speeddate komt prima van pas voor de drie nieuwelingen. Na een voorstelrondje (wat je niet onthouden kunt, maar waardoor je je wel opgenomen in de groep voelt) geeft de nieuwe zichzelf ongemerkt haar bijnaam. Dat komt doordat een andere bewoonster een gelijkende geboortenaam heeft, waarop de nieuwelinge zei: 'Ondanks dat ik de nieuwe ben, ben ik de Alde ... Gonda.' Zo grappig, dat belooft wat. Flipse, Mutti en Rocky (Mutti noemt haar Mime omdat zij in Rocky haar oude Buuf herkent) blijken dezelfde humor te hebben en liggen regelmatig dubbel. Flipse verwacht binnenkort weer te kunnen lopen en belooft een demo line dancing. Het wordt zo gezellig dat Mutti een Jagermeister bestelt. Na een (mmmmm dat heb ik gemist) olifantenpootje met cola voelt ze de alcohol al. Ons Door blijkt een goede match met JJ: beiden houden ze van Rome en klassieke muziek. Ze raken niet uitgepraat over pausen en gregoriaanse gezangen. Josje geeft geen gehoor vanwege het gehoorapparaat dat al jaren (met opzet) bij de audicien ligt te verstoffen. Ze vindt het wel heel gezellig als ik de hele dag blijf: 'Dan is er leven in de brouwerij'. De Witte Dame wil een speeddate met moi. Dat mag bij wijze van uitzondering. Bardotje heeft geen zin om te converseren met leeftijdsgenoten. Zij geeft mij wijze raad: 'Altijd vriendelijk zijn en toch ze eigen gang gaan is haar geheim om de honderd te naderen.' Haar lees ik gedichten voor van Toon. Als antwoord geeft ze haar liefste lach. Kroepoekje en ons Door waren eerst buurtjes. Ze hervinden elkaar in de wederzijdse verhalen: dat ons Door haar glijdende gebit altijd opving en terugplaatste vond Kroepoekje erg vermakelijk ... en ongeloofwaardig. Toch is het zo. Kroepoekje date later nog achter het venster met een getijgerde poes met witte kniekousen. De Frêle Freule heb ik tijdens het middageten ondersteund; ze eet als een beer. Zij speeddate zoals wel vaker met een imaginair persoon: ditmaal gelukkig met een lief meisje. Lachebekje laat vol trots (en nog eens, en nog eens) een kleurplaat van een kardinaalsvogel zien: 'Ik wist niet dat ik het in me had. Kijk eens hoe geweldig mooi ik dat getekend heb.' We prijzen haar de hemel in. Ze blijft met beide pantoffels op de grond. Mijnheer Demijne koppelt zich na een lange uitleg over ontmoetingen & spontaniteit aan Merie en later aan JJ. Buurman & Buurman (Wielie de portier) voegen zich aan de grote tafel en er ontstaat over en weer een geanimeerd groepsgesprek. 

Zomaar is het alweer na vijven, de bokworst gaat in de pan, voor mij is het tijd om op te breken. Mijnheer Demijne dribbelt me achterna. Bezorgd vraagt hij naar zijn pas overleden boezemvriend: 'Had hij een hartinfarct, want ineens was hij er niet meer. Ik maak me een beetje zorgen, want ik moest voorheen ook geregeld naar de cardioloog.' Ik strijk hem over zijn hart en verzeker hem: 'U heeft een goed hart.' Dat vindt hij lief. Ik word uitgezwaaid tot aan de poort.

zaterdag 19 september 2020

DIEFSTAL


Het is de morgen na de avond dat Mutti's tas 'gestolen' werd. We luisteren met zijn allen in de huiskamer naar rustbrengende, want herkenbare muziek. Mutti voelt de paniek maar houdt zich kranig, omdat we onder andere samen op zoek gaan; dat geeft meteen afleiding. Het hele Zorghuis wordt op zijn kop gezet zonder resultaat. Ongelooflijk, de tas moet ergens zijn. Thoor wijst in een onderonsje hinthint een verdachte aan. Het meest verontwaardigd is Grietje. Later zal blijken dat zij de dievegge was. Per ongeluk heeft ze de universele zwarte handtas voor de hare aangezien en verstopt op haar kamer om haar 'dief' voor te zijn. Tijdens de zoektocht stopt de muziek. Ik loop naar het medicijnkastje, waarop zekerheidshalve de iPad Spotifynummers afspeelt. Alles gecheckt en niet gevonden. Ten einde raad pols ik de bewoners: wie heeft er iets gezien? Tig stramme bewoners springen spontaan en lenig uit de stoel om me te helpen zoeken. Hartverwarmend. Later blijkt dat een nieuwe zuster mijn iPad vanwege het bijna identieke hoesje aanzag voor eentje van het Zorghuis en 'm op de zusterpost veilig had gesteld. 

donderdag 10 september 2020

FACETIMEN MET PAPPI

 

Dinsdagavond 8 september rond achten. We netflixen op de slaapkamer, doodmoe na een paar emo-dagen. In de serie doen meerdere bekende gezichten mee. Met de kopjes thee neemt W. ook de iPad mee - dit doen we nooit. Normaal zeggen we altijd: 'Dat zoeken we morgen wel op.' Bij de acteurs en de films/series waar ze in spelen zijn de 'och ja's' zijn niet van de lucht. We hervatten de aflevering. In een spannende scene horen we dof bamboegeroffel. Voordat we ons realiseren dat het geluid uit de iPad, verstomt het. 

W. pakt net te laat de iPad van de radiator: 'Het was Pappi.' 'Heh?' zeg ik verbaasd, want mijn lieve Pappi overleed 2 mei jongstleden. W. toont het beeldscherm. Jezus, het zal toch niet waar zijn: is Pappi de eerste man in de geschiedenis die vanaf de hemel kan bellen, missen wij zijn gesprek! We zijn er confuus van. We gissen de verdere avond over wat Pappi te melden zou hebben gehad. (Ik mis jou ook schat)

Als ik de volgende dag lees over een tweede lockdow*n waardoor het beeldbellen weer is geactiveerd, gaat er een belletje rinkelen. Waarschijnlijk is toevallig Pappi's nummer als test gebruikt. 
*Tijdens de corona lockdown, kan familie met bewoners facetimen. Pappi heeft dat een keertje mte W. geoefend, waarna hij te kennen gaf dat hij liever gewoon via de handy belde.

zondag 6 september 2020

NAMEN NOEMEN


Omdat de visueel gehandicapte Kroepoekje het middageten op haar bord niet zit, wordt ze gevoerd. Daar is ze erg blij om, want zelf kost het haar ontzettend veel moeite. Temeer omdat ook haar ondergebit regelmatig uit haar mond wil glijden. Op elke lepel die in haar mond gaat een fijn geprakte mix van preischotel, jus, spek en appelmoes. Ze kan heerlijk smikkelen. Tussen de hapjes door stopt ze telkens een stukje van de kroepoek in de mond en laat het als een tong over haar lip hangen. Ze heeft schik. Normaal is het '1 tegen 5', maar nu vraagt ze of alles '1 tegen 3' is. Ik beaam het en noem haar meisjesnaam erachteraan, want zo luidt het geruststellende riedeltje voor haar. Ze vraagt of ze kinderen heeft. In haar beleving is ze niet getrouwd. Moi: 'U heeft twee zonen en een dochter.' Ze schatert met haar hoofd achterover: 'Echt waar? Dat zegt me niets. O jawel, ik heb een zoon die heet xxx.' Ik noem haar naam en die naam van haar zoon, zodat zij het rijtje kan aanvullen. Dat werkt gedeeltelijk. Ze noemt de naam van de tweede zoon. Zij grinnikend: 'Heb ik echt een dochter? Gek, dat ik dat niet weet. Hoe heet ze?' Moi gekscherend: 'Het is uw dochter. Laat het haar maar niet horen.' Kroepoekje vindt het allemaal uiterst lollig. Ik noem verschillende ouderwetse meisjesnamen op zoals Truus, Mia, Lenie. Er gaat geen belletje rinkelen. Ze is vastbesloten om achter de naam te komen. Ik heb geen idee, dus noem ik haar naam. Zij: 'Dat is het. Zo heet ze.

donderdag 3 september 2020

KROEPOEKJE


De zeer slechtziende Kroepoekje wenkt me. ‘Hoe kom ik hieraan?’ Ze toont een envelop met een rouwkaart en gedachtenisprentje. Het is van pappi. Moi: 'Dat was de tuinman, mijn pappi. Hij was een van uw tafelgenoten.' Ze prevelt zachtjes nadenkend van ja. Ze duwt me de gekreukte plastic tas in de handen: 'Er zit nog meer in. Wat moet ik daarmee?' In de tas: twee bollen acryl breiwol, kerstkaarten, een schoon nierbekken (kunstgebit- en spuugbakje voor haar), een schone luier en een servet. Ze kijkt naar me op: ‘Dat was een fijne man. Daar voelde ik me veilig bij. Dat is jouw pappi?’ Ik knik en verander van onderwerp door haar te vragen of ze net als laatst weer door het raam naar de eekhoorntjes wil kijken. Kroepoekje achter het venster ziet het rood en magenta. Rood is het dak van een vogelhuisje en het magenta zijn de exotische papieren bloemen op de vensterbank. Ik laat haar handen de 'honingraten' voelen. Ze kijkt oplettend naar buiten: 'Ik zie een schim.' Voordat ik een verklaring kan bedenken - mevrouw is een getraumatiseerd slachtoffer van een roofoverval - redeneert ze opgelucht: 'Normaal zou ik denken wat moet die man daar. Komt die voor mij? Nu ik weet dat het je vader in de tuin is, is dat zo'n hele geruststelling Dat kun je niet geloven.'



woensdag 26 augustus 2020

VLINDERPOTJES

herfsttafereeltjes in de laatste week van augustus

Af en toe val ik in als activiteitenbegeleidster in het Zorghuis waar pappi woonde. Een zomerse kwis met ijs zou het worden, maar de herfstachtige storm besliste anders. De lege pizzasauspotjes, die Merie aan Olvarit ('Babyprut. Ik kookte vers voor mijn kinderen!) doen denken, transformeren we in herfstige en winterse sneeuwbollen. Vlinderpotjes noemt de Witte Dame ze.

TT, Mutti, de Witte Dame, Kiki en Merie lijkt het wel wat. Voor de overige paar aanwezigen  in de luie stoel (is iedereen op stap?) draai ik muziekfavorieten. Er wordt vanuit de hele zaal meegezongen en aan tafel wordt er ouderwets gebabbeld onder het knutselen. De gevulde potjes mogen mee naar de kamer of (als iemand er meerdere heeft gemaakt) heel lief gedoneerd aan een medebewoner. Mutti in opperbeste stemming tegen de gulle gever: 'Kom hier dan krijg je een kus, zo lief vind ik dat van jou.'

Het winterse potje van TT met ijsberen en sneeuwkristallen prijkt al op het console naast haar relaxfauteuil, terwijl ze nog gezellig speeddate met Mutti. Kiki klapt constant van pret in haar handen omdat iedereen zo blij is. Wanneer TT verschrikt kijkt, rol ik haar naar het tafeltje. Ze lacht: 'Oh, gelukkig het potje staat er nog. Ik ben er zo blij mee. Het was heel duur om te maken, heb ik me laten vertellen.' Moi: 'Er zitten inderdaad hele dikke dure diamanten in verwerkt.' Ze lacht wijs: 'Bergkristal is ook duur. Als niemand het maar meeneemt. Ik ben al eens overvallen.' Moi: 'Het potje is museumwaardig beveiligd.' Ze kijkt me niet begrijpend aan. Wanneer ze het optilt doe ik tegelijkertijd wiehoewiehoe. Ze schatert zo uitbundig dat ze scheef in haar rolstoel zakt: 'Een alarmsysteem voor mij laten aanleggen. Je bent me er eentje.'

vlindertuin met grint en groen

Benodigd decoratiemateriaal:

potje waarvan het deksel is doorboord met gaatjes 

voor een herfstig minilandschapje: houten blaadjes, peren, vlinders, bloemen en grint, boomzaadjes als bodembedekker

voor een winters minilandschapje: styropor bolletjes, watten, glas kristallen, ijssterren die we wit schilderen.

garen om het houten deco en de kristallen te laten zweven

touw, elastiekjes, plakband en een gekarteld rond (cadeau)pampiertje (hoor ik mijn moeder zeggen) voor over het dekseltje

ijsbloemen, kristallen en sneeuwballen

zaterdag 15 augustus 2020

PLAKDAG


Naarmate je ouder wordt, krimp je in de lengte. Omdat activiteitenbegeleidster Lievelieke de bewoners tijdens haar vakantie zo mist, borduren we op dat thema voort en maken we minimensjes. Echter ... de bewoners vinden hun kleine ik zo leuk geworden dat niemand ze wil afstaan. Voor de bewoners (want andersom geldt hetzelfde) is er een paper doll van haar die achterop de fiets mee mag naar het Zorghuis.

Het is klam en heet. De bewoners zitten vastgeplakt in de stoel. Geen inspannende activiteit vandaag. Ik stel met het zweet op mijn voorhoofd (mondkapjes blijken hier heel handig voor) allerlei leuke alternatieven voor. Een klein groepje krijg ik enthousiast, de rest houdt zich liever zo kalm mogelijk en luistert naar een van onze eigen playlists.

Van pijpenragers* en rietjes maken we een poppetjesmal die we aankleden door er wol en garen om te wikkelen. Voor de hoofdjes heb ik van te voren de gezichten van de bewoners afgedrukt en uitgeknipt.

Mutti's handtas is en blijft onvindbaar. Om haar af te leiden bombardeer ik haar tot mijn assistente voor een dag. Honderdduizend maal papegaai ik met engelengeduld dat haar sleutel terecht is ('Oh, gelukkig dan kan ik mijn huis binnen') en dat ze dit all inclusive resort vooruit heeft betaald, want haar portemonnee met wat kaartcenten zit ook in haar tas. 

De karweitjes zoals wol uitzoeken, de bol in haar hand houden zodat het omwikkelen makkelijker gaat, doet ze vlijtig. Ik rijd haar door de tuin als de onrust eventjes bezit van haar neemt. Dat vindt ze lief. Als ik haar gezichtje op het voltooide poppetje plak, zegt ze opgetogen over zichzelf: 'He, die man ken ik. Dat is een bekende Duitser van de tv.' Merie ter linkerzijde van me, slaat de handen tegen haar gezicht van het lachen. Omdat ze net zat te lijmen, plakt de linkerhand aan haar wang en zitten duim en wijsvinger van de rechter aan elkaar. Kiki, Tante Poes, 't Maggimaedje, Thoor en Mijnheer Demijne moeten daar weer hartelijk om lachen. Zo modderen we met plezier door op wat we met recht een plakdag kunnen noemen.

Bekijk een gedeelte van de minimensjes (niet iedereen wil/mag op de foto) op Facebook Zorghuis Tegelen 16 augustus 2020

woensdag 12 augustus 2020

HET GROTERE GISWERK

archiefblog

De #MeToo-discussie woedt voort. Is een 'ja' en 'nee' van een meisje en/of jongen een volmondig 'ja' en een stellig 'nee'? Om ellende te voorkomen, moeten we het als maatschappij heel zwart-wit stellen: 'ja' is 'ja' en 'nee' is 'nee'. De weerbarstige theorie kun je ook op ouderen betrekken. Bejaarde bewoners mag je nergens toe dwingen: zij hebben altijd het laatste woord. Hoeveel ouderen verpieteren er daardoor niet in een pracht appartement, waar ze zich moederziel alleen voelen. Verspilde tijd die zo aangenaam had kunnen zijn. In het Zorghuis pakken we door, wanneer we een aarzeling bespeuren die een voorzichtig 'ja' of 'misschien' impliceert. Want: iemand kan simpelweg vergeten zijn wat hij leuk vindt om te doen, een bewoner begrijpt de vraag (of de activiteit) niet, heeft het niet verstaan, is te beleefd om te weigeren of durft iets in eerste instantie niet aan. Die tegenstrijdigheid maakt lastig inschatten. Daarom werken wij uitsluitend met gekwalificeerde medewerkers (en niet met vrijwilligers). 

Het Grotere Giswerk kan beginnen. Onze PauwProfessionals m/v bogen op hun vakbekwaamheid, ervaring, vertrouwen op hun intuïtie, het inzicht in hun pappenheimers, en putten uit de cursus Effectief Communiceren. Vragen betekent: uitleggen, zonder dwang doorpakken en iemand speels overhalen als je merkt dat iemand in is voor gezelligheid. Niets zo veranderlijk als een bejaarde; iedereen heeft recht op vrijheid van meningsverandering.

Weet jij echt wat de ander bedoelt en begrijpt diegene jouw bedoeling volledig? 

Enkele voorbeelden:

Een bewoner zegt 'nee' uit verlegenheid, onwetendheid of onvermogen, terwijl hij of zij eigenlijk dolgraag mee wil doen met een activiteit. Zet hem of haar erbij. Onder (onzichtbare) begeleiding doet de persoon vaak toch mee en overwint hij zijn gene.

Een bewoner meent iets niet te kunnen en wil dat niet laten merken ten overstaan van de groep. De persoon gaat overstag als hij zich gesteund voelt en amuseert zich prima.

Iemand heeft nooit geleerd om 'nee' te zeggen en doet braaf wat hem gevraagd wordt, ondanks dat hij of zij daar geen zin in heeft. Deze persoon geef je juist de ruimte om je aanbod af te slaan of een beter alternatief.

Het is lastig voor een bewoner om een keuze te maken uit de gegeven opties − we hebben volop activiteiten! Door de tijd te nemen, iemand serieus te nemen en dóór te vragen, weet je pas echt wat iemand wil. 

Mevrouw scharrelt rond en weet niet meer waarnaartoe. Wil ze naar het toilet, haar kamer, de zaal, naar buiten? Aan de zuster de taak om dat uit te dokteren.

Een dralende meneer wordt aangespoord voor de gymnastiek. Hij weifelt. De zuster troont hem mee en laat zien wat gymnastiek daadwerkelijk inhoudt. Zo kan meneer een betere afweging maken.

Een persoon met communicatieproblemen komt moeilijk omhoog uit zijn stoel. Wil hij het kussen herschikken of probeert hij op te staan? Geeft hij aan dat hij geholpen wil worden en zo ja, wat is zijn bestemming? 

Te vaak hoor ik van vooral dochters van wie de vader of moeder in een zorginstelling verblijft dat pa of ma eenzaam op de kamer zit te verpieteren, of in de zaal zit te niksen, omdat de medewerkers bewoners niet mogen dwingen. Verspilde tijd die zo aangenaam had kunnen verlopen, want er is een verschil tussen speels en met plezier overgehaald te worden en gezellig meedoen en druk uitoefenen. Nogmaals: niets zo veranderlijk als een bejaarde!

MANNENHOEK

archiefblog

De heren hebben de corner bij het dartbord geconfisqueerd. Het tochtgat is nu een terras waar een aangename wind waait. Ondanks dat blijven de pijltjes in het etui. Er wordt gepraat over atypische mannen onderwerpen: boeken, thee en moeders. Rijks vriend Bassie tapt een mop over zijn stop bij een doorsmeerpunt. Tot tweemaal toe ging een (met smaak leeggedronken) flesje Amstel retour, totdat de serveerster begreep dat since 1870 niet de uiterste houdbaarheidsdatum is. Grapjas.

Sjimmie en Mijnheer Demijne schuiven uitnodigend een stoel voor me naar voren. Ongewilde aanwas van meer dames. Veel tamtam. Rijk frunnikt aan zijn zakdoek en becommentarieert gezwets met de meest snedige opmerkingen. De snaakse bekkentrekkerij is exclusief bestemd voor Bassie. Vlegels zijn het!

De tuinman is in de bonen. Mijnheer Demijne weet zich geen raad met de verstrooidheid en holderdeboltert weg: 'Ik moet mijn knieën aan de gang houden van de dokter. Dat is een geleerde man die weet wat het beste voor je is.' Bassie en Rijk zijn zomaar foetsie. De praktijkondersteuner neemt pappi (en mij) apart: 'Sinds u hier verblijft, doet u het voorbeeldig.' Sjimmie loopt een passerende zuster na voor een glas cola. De mokkels – zo door Bassie getypeerd − snateren ongehinderd. Op het pas ingerichte bordes komen de doortrapte grijsaards weer samen. Na de gezondheidscheck met gunstige uitkomst pocht Pappi over zijn conditie van een jongeman van twintig. 'Fijn', zegt Mijnheer Demijne en denkt: dat je weer de oude bent.

dinsdag 11 augustus 2020

SENIORENSLAB

 

‘Nééé, dat is de mijne! Verdorie!’ brult Mutti door de huiskamer wanneer ik een huisgenoot ‘haar’ slabber omdoe. Ik pak een donkerblauwe van de stapel. Over de top zalvend: ‘Voor u heb ik deze uitgezocht, die kleurt veel mooier bij uw ogen.’ ‘Je kunt me nog meer vertellen’, bromt ze met gespitste oren, want van complimentjes houdt iedereen. Ik toon haar de zojuist gemaakte voor- en na-foto’s: ‘Ziet u nou, hoe chic u erbij zit?’ Zij pruttelend: ‘Het lijkt wel of ik in een dwangbuis zit.’ Ze moet er zelf smakelijk om lachen: ‘Af en toe moet ik ook in toom gehouden worden.'

voor de foto's bezoek Zorghuis Tegelen op Facebook 13 augustus 2020

DAMESKRANSJE

 

Konden ouderen vóór de baxterrolperiode elkaar overbieden met het aantal tabletjes in een pillendoos: ‘Hoeveel heb jij er per dag? 5? Ik 7!’ Nu wordt er gepocht over de leeftijd. Tijdens het dameskransje met muzikale intermezzo’s proberen we elkaars leeftijd te raden. Buuf verklapt trots: ‘Ik ben 95!’ Ze geeft zichzelf er een half decennium bij cadeau. Grietje weet even niet hoe oud ze is. Mutti: ‘Hah, ik ben er 98! Ik win.’ We zetten ‘Lang zal ze leven’ in. Van hosanna hoogbejaard buitelt Mutti zomaar naar ‘die Jugendzeit’ die nooit meer komt. De regels zingt ze koket en kittig vooruit, zodat we vatten dat ze de tekst noch immer van buiten kent: ‘Man musste noch einmal 20 sein.'

CHILLEN

 

Nergens in Europa ontsnap je aan de alles verzengende hitte, maar in  't Kelderke is er een constante temperatuur van 18 graden. Tijdens mijn pauze chil ik er in het duister met de Witte Dame die het allemaal een beetje te veel is geworden. Voor het koffierondje stel ik een  tropische limonade samen die verwantschap heeft met ranja, maar dan suikervrij.

De mannen zijn aan het kruiswoordpuzzelen, verschillende dames hebben bezoek. Ik krijg Buuf, de Witte Dame, Mutti en Grietje mee voor een bijzonder komische mixmiddag: woordraden, vertellen over jouw herinneringen/ervaringen met het geraden woord en meezingen met een themaliedje. Steekwoorden: zomer, zon, zee en (strand)zand. Voordat we gezamenlijk in de lift stappen met alle attributen (Mutti houdt mijn iPad vast alsof het haar kostbaarste bezit is, de Witte Dame rolt het stewardessenkoffertje (de geluidsbox), Buuf hang ik in mijn arm en Grietje heeft de drank op haar rollator), stel ik de vraag of er nog iemand gebruik wil maken van het toilet. 'Nee!' Koud beneden, moet Grietje plassen. Ik zet haar in de lift, maar ze vergeet op de begane grond uit te stappen. Nadat we de lift twee keer op en neer horen gaan, hebben wij dat ook door. Ik lever haar af bij de wc's en vlieg de trap af naar de achtergelaten dames.

Mutti gelooft niet dat de BIKINI in 1946 al gemeengoed was. Daarvoor had je een gebreid BADPAK en de heren een zwembroek die zwaar werd in het water (had Gerard Cox dat in zijn hoofd toen hij het liedje 'een broekje in de branding' zong?). Buuf kwam zelden van het boerenerf af, hoogstens een keer per jaar een uitstapje naar de Maas om te pootje baden. Zij hadden dan wel weer een paard. GOLVEN Buuf mag een kommetje van haar hand maken en dat tegen het oor houden, zodat ze de zee hoort ruisen. We doen het allemaal en horen de zee. Zei niet. Droogkomisch: 'Dat was mijn dove oor.' BADTAS OF ZWEMTAS De badtas was een met rubber gevoerde canvas zak met een koord, zodat je 'm om kon hangen. Naast een handdoek, je badmuts en een droge onderbroek konden er ook gevulde eieren in en een beursje met 25 cent voor een waterijsje of een duppie voor een schuimblok. LUCHTBED Het geruite luchtbed van canvas met rubber werd galant opgepompt door de heren en werd gebruikt om op het water te drijven, op de camping en voor logés. Zo heeft iedereen zijn eigen herinneringen. 

Voor Grietje en Buuf - beiden plattelanders -  was de wereld heel klein. Ze hadden zelfs geen fietsje. Aah. De Witte Dame en Mutti zijn stads en hebben meer van de wereld gezien. Mutti rolt veelbetekenend bij het insmeren met ZONNEBRANDOLIE. Wat vind je op het strand? SCHELPEN en ZAND! Mutti die weer mee wil bleren met een liedje noemt: 'Pettate! Ik bin ut muug op ut strand, kom dan gaon we nao Petatte Nelke. Wets dich woa die woent?' We zingen canons waarbij Mutti stellig een regel vooruit zingt zodat we horen dat zij alle teksten nog kent. Dat vindt Buuf weer aanmatigend van de 'stadse' en Grietje niet zoals het hoort in de maat. KWAL 'Kwal' wordt in deze context gebruikt als sneer. Hoe kon ik het zo uitkiezen. Genoeg geweest voor vandaag:  vrolijk en eensgezind zingen we in d'n hiemel en geneet van ut laeve.

Woorden:

kwal 4

bikini, badpak, badtas , golven 6

badmuts 7

luchtbed 8

ijscohoorn, bolderkar 9

strandtent, windscherm 10

duinpan 7

schelpenzand 12

zonnebrandolie 14


Liedjes: 

waar de blanke top der duinen, 

aan het strand stil en verlaten, als 

de klok van Arnemuiden, 

schoen ist die Jugendzeit 

bronsgroen eikenhout (Limburgs dierbaar oord - stik de moord!)

Ich sing dir ein Liebeslied

Man musste nochmal zwanzig sein

In d'n hiemel

Geneet van ut laeve 

voor de foto's bezoek Zorghuis Tegelen op Facebook

zondag 9 augustus 2020

TROPISCH RESORT

 

37 graden. Onder andere Tante Poes, Ons Door, de Witte Dame, Kiki, 't Maggimaedje, Buuf en TT genieten van een spa dag in ons eigen tropisch resort. De Tropical Spa was zóóó ontspannend dat zelfs de ‘zusters’ in de wachtrij plaatsnamen en de spa-genieters vroegen voor een klantenkaart! Poedelen in een verkwikkend sodabadje, voetreflexmassage en voor wie dat te kietelig was onder de voeten (Buuf) een armen- en handmassage. Het fijne perkament van de ledematen werd superzacht door de vochtinbrengende crème. Had ik al aangegeven dat er ook handmatig koelte toegewoven werd?

zie voor de foto's Zorghuis Tegelen Facebook 9 augustus

donderdag 6 augustus 2020

IJSKOGELEN

Bij de entree wacht Buuf al: 'Ik hoorde dat je kwam vandaag. Ik doe mee!' Mevrouw refereert hier aan gym en speciaal aan ballon meppen waar ze geen genoeg van krijgt. Eigenlijk heb ik iets anders op het programma staan, maar haar (ze is zo bescheiden) kan ik niet weerstaan. Als haar huisgenoten ook blijven vragen om beweging (ondanks de 30 plus buiten) ga ik overstag. In de keuken vult de kraan slurpslurp de ballonnen die de vriezer ingaan voor het ijskogelen die middag. IJskogelen is blikgooien met voor de handen verkoelende ijskogels. Helaas is het zo hot buiten dat we verplicht binnenblijven. Dus geen water in de blikken voor extra effectgeklieder. Tijdens de gym doen we yoga oefeningen, droogzwemmen, autorijden ('Scherpe bocht naar links!', remmen en gassen, en hoink hoink), paardrijden en rustige hand-, arm- en beenoefeningen. De hele bubs doet mee, inclusief de nieuwkomer. 

Op het menu staan: groentesoep, spaghetti en rijstepap met pruimen. Iedereen kan vooraf een schootservet of slab krijgen: 'Nee, niet nodig, dankjewel.' Familie die de was doet, zal niet blij zijn, want er wordt flink gespaghettispetterd. Mijnheer Demijne heeft al een oplossing bedacht voor zijn tomaatrode buik: 'Ik gebruik dit witte T-shirt wel als pyjama.' En Mutti: 'Ach, op dit bonte bloesje vallen die rode spikkels niet op.' Terwijl de bewoners in de relaxfauteuils het eten laten zakken, haal ik overal spaghettislierten van af: van rolstoelen die van armleuning tot voetsteun behangen zijn met slierten, tot op de vloer. Daarna bou ik de boel. Het wordt een mooi kermishoekje. 

De bewoners hangen allemaal veel te lui, maar ik haal ze gemakkelijk over met: 'Alle deelnemers krijgen na afloop een ijsje!' Sjimmie: 'Pure chantage!' Moi lachend: 'Dat is het!' De hele bubs schuift en rolt aan. Iedereen heeft smoesjes en redenen waarom ze wel of niet hoge ogen gooien, want uiteindelijk wil iedereen een winnaar zijn. We hebben hartstikke schik (zeker als het ijs in de ballonnen gaan smelten en de ballonnen flodderig worden) en daar gaat het om. Thoor eindigt op 1, Merie op 2 en een tevreden Bardotje op 3. De waterijsjes worden uitgedeeld en al likkend is iedereen het erover eens dat het een hollekideedag was!

dinsdag 4 augustus 2020

EREGALERIJ




Pappi is opgenomen in de eregalerij van moedige mannen. Toch weer even slikken als je het blad met bovenstaand in de brievenbus aantreft. Toevallig was ik die morgen in het Zorghuis geweest, waar zijn tafeldames en 'wandelvriendin' aan hem refereerden. Bij S. dreven zelfs de waterlanders over de wangen. Pappi wordt gemist!


maandag 3 augustus 2020

RIJTOER


Vroeg in de ochtend knikkebollen de 'muurbloempjes' na het ontbijt in hun relaxfauteuil. Wanneer twee dames in rolstoel tegelijk naar de weduwe moeten, nemen twee verzorgsters degene met de dringendste boodschap (nummer 2) mee, de ander krijgt de koninklijke rijtoer om de wachttijd te veraangenamen. We voeren een toneelstukje op dat nooit verveelt, want iedereen geniet van z'n fifteen minutes of fame. De rolstoel is de gouden koets die door de huiskamer paradeert. De muurbloempjes zijn het oranje gepeupel langs de route. TT, de Frêle Freule of Mutti spelen afwisselend voor the queen mum. Voordat we de route afleggen, oefenen we de majestueuze discrete wuifhand, met de muurbloempjes wordt het zwaaien gerepeteerd. Wanneer het defilé langs het publiek rijdt, wenkt de 'koningin'. Wanneer ze te enthousiast zwaait, vindt de 'regisseuse' dat het overnieuw moet. Haar armen scharen als een royaal filmklapbord. Dat werkt op de lachspieren en niet op de blaas. De tijd wordt vol gereden. Dat koningin Mutti dringend naar de plee (oud-geld-term voor toilet, vraag maar aan Jort) moest, is ze zowat vergeten. Net als vroeger in de schoolklas, stak ook de helft voor een welkom intermezzo de vinger omhoog, nadat de eerste een plasje was wezen plegen. Mutti: 'Waarom doen we dit?' Moi: 'Nou, mochten de koning en zijn gemaal naar Tegelen komen, dan zijn we voorbereid.' Mutti die allang naar het toilet had gekund: 'Laten we nog een keer oefenen dan.'

maandag 27 juli 2020

VOETREIS NAAR ROME



Maandagmorgen. Verwachtingsvol kijkt de vrouwenvleugel me aan: wat gaan we doen? Moi: 'We hebben de keuze tussen GYM (maar we hebben afgelopen zaterdag gesport), KOORREPETITIE (die wil ik deze week op een zonnige dag buiten houden) en WOORDZOEKERS. 't MaggiMaedje laat halverwege de opsomming weten, dat ze niet meedoet. Dat zegt ze wel, maar meent ze zelden. De Witte Dame: 'Als ik het goed begrijp, is er geen keus?' Ik maak het stiltegebaar met mijn wijsvinger voor mijn mond. Moi met een wijds gebaar: 'Mes dames et monsieurs, WOORDZOEKERS vindt plaats in de mannenhoek.'

Om iedereen wakker te houden, gaat de muziek aan. Sjimmie wil Nederlandstalig: staan Corry Konings en Teddy Scholte in de hitparade? De box strategisch neerzettend: 'Yep!' Rocky biedt me haar inhaakarm als 'Johnny' van Tante Leen als eerste voorbijkomt. We schmieren op ons beste Jordanees: 'Ow ow ow Sjonnie ...' Ik zet de stoelen klaar, wip even binnen bij Buuf en verdwijn naar de kelder om krijtbord en spons te halen. Bij mijn terugkeer zijn alle stoelen al bezet. Het circus kan beginnen.

Mijnheer Demijne, Sjimmie, Mutti zo van de ontbijttafel met slab om, de Witte Dame, Ons Door, Tante Poes, Bardotje, Grietje, Rocky en Thoor mogen (snij)bloemen en (wilde) planten raden door telkens een letter te noemen. Natuurlijk worden er bij elke plant en elke bloem Wikipediaweetjes verteld en hints gegeven. Grietje somt telkens het complete alfabet op. Rocky roept voor haar beurt. Bardotje vindt het niet eerlijk: zij had vroeger geen tuin. Tante Poes is goed uitgeslapen en sleept bij elke beurt letters in de wacht. Sjimmie wedt telkens op begonia's. Om hem ook een keer te laten winnen, wordt dat een raadwoord. Zegt hij: 'Freesia.' We rollen bijkans van onze stoel.

Mutti heeft een eureka-moment bij zeven puntjes en een T op het krijtbord: 'Chrysant.' Zij wint daarmee de hoofdprijs: een voetreis naar Rome. Een belegen geitje (Tante Poes grinnikmekkert zoals mijn moeder vroeger deed), maar de deelnemers vinden 'm lollig. Moi: 'Nu moeten we nog een tweedekansronde doen. Mevrouw is een rolster, dus we hebben nog een duwer nodig. Of zijn er vrijwilligers?' Hilariteit alom. 'Buxus' wordt (expres?) door niemand geraden.

Na de Italiaanse tomatensoep, boerenkool met sukadelapjes en hopjesvla vraagt de winnares: 'En wat gaan we nu doen?' De verzorgster: 'Nu gaan we eerst het middagmaal verteren. Zij: 'Maar wat gaan we daarna doen?' In mijn rechterooghoek zie ik de legpuzzel van de Eiffeltoren op het dressoir liggen: 'Dan gaan we  naar Parijs!' Mutti: 'Ik hoef niet naar Parijs, ik ga al naar Rome!'

Bekijk de bijbehorende foto's op Facebook Zorghuis Tegelen 28 juli

KORFBAL


Mutti twijfelt of ze mee zal doen met de gym. 'Wat voor gym?' vraagt ze. Ze twijfelt altijd in beginsel en vindt altijd alles kwats. Zij: 'Ik ben een gewezen korfbalster. Als jij nog zoveel moet sporten als ik heb gedaan, dan moet je minstens zo oud worden als ik. A propos oud, weet je hoe oud ik ben?' Mutti is een komisch mens en ik ben voorbereid. '98.' Met een brede grijns tover een korf en een bal vanachter haar stoel vandaan die ik daar speciaal verstopt had. Mutti leunt voorover en kletst  de handen op haar schoot. Schuddebuikend: 'Daar heb je me mooi tuk.'

vrijdag 24 juli 2020

IN BLIJDE VERWACHTING


Ieder mens, jong of oud, heeft iets nodig om naar uit te kijken. Ruim een half uur voor hun afspraak zit ze verwachtingsvol in haar mooiste jurk klaar. De wilde bos haren is getemd in een knot. Haar anders bleke streepjes zijn felrood gestift. Blikvangers zijn de lange kristallen oorhangers. 'Ga je op stap vandaag? Je ziet er stralend uit', vraag ik aan onze jongste bewoonster. Rocky geanimeerd: 'Nee, ik heb zo dadelijk een afspraakje.' Moi: 'Aha, vandaar.' Zij: 'Met Perry Sport.' Het is moeilijk inschatten of ze het echt meent of de draak met me steekt, want Perry - een aardige dertiger, schat ik - is de aan het Zorghuis verbonden fysiotherapeut. 

woensdag 22 juli 2020

EEN PLUS EEN IS TWEE

archiefblog

Des te ouder je wordt, hoe meer bekenden om je heen wegvallen. Ondanks dat pappi omringd wordt door 24 huisgenoten, een dozijn lieve zusters en zijn dochter bijna dagelijks op bezoek komt, voelt hij zich weleens alleen. Hij mist intiem en hecht contact. Emotionele eenzaamheid heet dat. Prietpraat kan best gezellig zijn, maar hij wil serieuze dieptegesprekken met boezemvrienden. Begin februari. Buiten is het druilerig en donker. Pappi zit te zemelen; dat vindt hij zelf ook. Moi: 'Ik zal je de foto's van je verjaardagsfeest laten zien op de IPad, dat verzet de zinnen. In de gang ijsbeert Tutti met de ziel onder de arm. Ik zet zijn kamerdeur open en draai Sjef Diederen. Ze weifelt bij de drempel. Ik rol een stoel naast pappi's relaxfauteuil: 'Kom er gezellig bij zitten, we bekijken net de foto's van pappi's party. Als het goed is, kom jezelf ook nog voorbij.' Tutti twijfelt geen moment: Sjef en de tuinman kan ze niet weerstaan. Bij 'zij kon het lonken niet laten' van Wim Sonneveld neemt ze pappi's hand in de hare. Pappi staart naar de grond, niet wetend wat hij daarmee aan moet vangen. Ze laat niet los. Ik draai hun favoriete meezingers en voor we het weten is het half zes. Tutti begeeft zich alvast naar de eetzaal, omdat pappi haar innemende blik en de haak-in-arm negeert. Op het voorstel van mij om haar te begeleiden, doet hij geheimzinnig. Pappi houdt me tegen door me bij mijn arm te pakken. Fronsend en fluisterend: 'Wilde zij nou iets van mij?' Hoopvol erachteraan: 'Kan ik hier echt een relatie beginnen?'

maandag 20 juli 2020

EEN GOED BEGIN VAN DE DAG


Halverwege de ochtend is het nog een saaie boel. Ik rijd de luidspreker uit de stalling en verbind 'm met de iPad. De luidspreker staat nog op vol vermogen van een eerder feestje. Degenen die na het ontbijt weer zijn ingedut, schrikken zich een hoedje wanneer de koekoekswals van de Spotifylijst Zorghuis in Beweging de ruimte in schalt. Mooi, kunnen ze meteen meedoen met het sportuurtje.

Tante Poes, de Witte Dame, 't Maggimaedje, Grietje, Mutti, Mijnheer Demijne, ons Door, TT, Bardotje, de frêle freule, Josje en de gymjuf spannen de spieren aan. Stiekem volgt Thoor de bewegingen vanuit de nis. De overbekende klanken nodigen uit tot inmiddels 'gedrilde' oefeningen. Tijdens de warming up gaan de vestjes al uit en de dekens van schoot. We oefenen de schoolslag en borstcrawl op het droge en wanen ons ballerina's op spitsen bij de hak/teen etude, Op rawhide rijden we paard, we boksen op Theme from Rocky, en we roeien met de riemen die we hebben. We eindigen met de handen in de zij voor een klompendans op schoenen. Harry Belafonte zingt Matilda tijdens de cooling down die uitmondt uit in vrolijke danspasjes naar de tafel. Zie Facebook Zorghuis Tegelen voor de video.

OUD


Elke middag verlaat ze onze straat te voet. Haar uiterlijk is altijd een lust voor het oog: een vriendelijk gezicht met fijne lijntjes, omlijst door een perfect zittende bob boven een afwisselend Gerry Weber mantelpakje. Ik schat haar op basis van haar ongebondenheid en kwiekheid: 65-plus. Terwijl ik de fuchsia's op de vensterbank bewater, knoopt ze, afstand houdend op het trottoir, een praatje aan: 'Vreselijk dat virus. Ik ben op weg naar een vriendin, dat is mijn enige vertier nu. Voorheen bezocht ik stelselmatig musea en was ik vrijwilligster in een zorginstelling. Wat dat laatste betreft was Corona een welkome aanleiding om ermee te stoppen.' Moi: 'Vond u het niet leuk meer?' Zij: 'Jawel, maar over een 5 maanden word ik 80. Qua leeftijd zou ik er kunnen wonen. Voor je het weet houden ze me daar!'

woensdag 15 juli 2020

ANNIE, HOU JIJ MIJN TASSIE EVEN VAST


Doordat dameskleding expres zelden binnenzakken bevat, werd de vrouw aan de tas gedwongen. Moderne vrouwen slepen heel wat mee in hun handtas. De basisuitrusting bestaat uit: smartphone (je life line), sleutelbos met een opvallende hanger, pinpas/rijbewijs/identiteitsbewijs, pakje papieren zakdoekjes, kauwgom, een uitpuilende make-up tasje voor een frisse-tussendoor-look, deodorant en inlegkruisjes/tampons, parfumverstuiver voor ongewenste opdringerigheid en allerlei kleine rommeltjes en accessoires die vast weleens van pas komen. Alleen de gedachte al dat je de tas kwijtraakt, doet je huiveren.

Voor de oudere generatie is/was het trouwens niet anders: van een zelfgeborduurde zakdoek, eau de toilette (Boldoot of 4711), een aangebroken rolletje King of Wilhelmina pepermunt, een echt lederen dames beurs met wat grijpstuivers voor de (achter)kleinkinderen, kammetje en spiegel, pleisters, de rozenkrans met het gebedenboekje, verfomfaaide memootjes met adressen en telefoonnummers, een agenda met afspraken voor kapper/dokter/pedicure, Kukident kleefpasta, batterijtjes voor het gehoorapparaat, een beduimeld minialbum met vergeelde familiefoto’s om mee te pronken, tot (voor wie er nog mee om kan gaan) de seniorentelefoon voor direct contact met de buitenwereld. Ook de dierbare juwelen zitten veilig in talloze vakjes opgeborgen.

Een Annie-hou-je-mijn-tassie-even-vast-actie zul je bij onze bewoonsters daarom zelden of nooit aantreffen. Hun hele hebbe en houwe zit er namelijk in. Geen wonder dat vergeetachtige bewoonsters compleet in paniek raken als hun tas die gewoonlijk binnen handbereik op schoot ligt of aan de leuning van de stoel of aan het handvat van de rolstoel blijkt te hangen, ‘kwijt’ is. Help! Wat een geluk dat de gevonden-voorwerpenverzorgster 'm altijd zomaar opduikelt.

Door een ander te helpen, bezorg jij jezelf ook een goed gevoel! Momenteel heeft het Zorghuis vacatures voor verpleegkundigen en verzorgende IG. Stuur je motivatie en cv naar: sollicitatie@pavozorg.nl

zaterdag 11 juli 2020

FIETSTOCHTEN

archiefverhaal foto volgt


En hoe verder hij ging, des te langer was zijn terugweg

 

 

Pappi is de realiteit uit het oog verloren. Pas twee maanden woont hij op zijn nieuwe adres: een zorghuis voor ouderen. De omgeving is vreemd voor hem. Stukje bij beetje verkent hij met stok of achter de rollator onder begeleiding de wijk. Mijn pappi is in de veronderstelling dat ik om de hoek woon. Ik laat hem in die waan. Het stelt hem gerust dat zijn dochter dichtbij is.

 

‘Van de week fiets ik naar je toe’, belooft hij. Pochend: ‘Dat stukje naar jou toe is peanuts vergeleken bij de 30 km die ik per dag kar.’ Pappi lijdt lichtelijk aan zelfoverschatting. Zijn tweewieler staat bij mij in de stalling te roesten. Het is heel tegenstrijdig, want naast dit soort opmerkingen blijft hij alsmaar vragen waar zijn Gazelle is.

 

Vanwege file in een defecte bovenleiding is het onverantwoord om pappi op de solotoer te laten gaan. Ik houd mijn hart vast: desoriëntatie, zich staande houden op de pedalen, manoeuvreren in druk verkeer, traag reactievermogen en een stram lijf. In zijn gedachten kan hij het allemaal, ik heb zo mijn bedenkingen. De beslissing om het rijwiel te verkopen, schuif ik voor me uit. Weer een stukje zelfstandigheid dat hem wordt afgenomen. Na 30 jaar schadevrij rijden moest hij ook zijn koekblik inleveren. Het gemis van de luxe om te gaan en te staan waar en wanneer je wilt, doet zeer.

 

‘Was het maar vast lente’, reikhalst pappi. Met dank aan een gure noordwestenwind, de ondermaatse temperaturen en nattigheid raakt de onvermijdelijke teleurstellende mededeling op de achtergrond. Als hij zoveel moet afschrijven, mag hij dan ook vergeten dat mijn moesje en hij na zijn pensionering kilometervreters waren?


Sedert twee jaar fietst pappi niet meer. Vlak daarvoor ruilt hij het herenmodel met stang nog in tegen een mamafiets met lage instap. Niet heel vaak, maar toch geregeld maakt hij een duikeling. Hij komt er steeds van af met slechts geschaafde knieën. Of hij raakt de weg kwijt: de veranderingen in het drukke wegennet houdt hij niet meer bij. Fijn dat er behulpzame voorbijgangers met zuivere motieven zijn die te hulp schieten.

 

Pappi meent dat zijn stalen ros bij mij op stal staat, maar in werkelijkheid is het rijwiel nu van eigenaar verwisseld. In zijn dagelijkse dromelarijen toert hij nog stad en land door. Wel zo veilig. Soms zegt hij tegen me: 'Mazzel dat je me thuis treft, ik ben net terug van een grensoverschrijdend tochtje’. Als ik hem aanmoedig om te vertellen waar hij is geweest, ratelt hij over samengeraapte (fantasie)plekken die hij vroeger met mijn moeder bezocht. Nu kijkt hij uit naar het voorjaar: 'Heerlijk als ik straks weer met de fiets naar jou toe kan. Dan hoef jij niet steeds naar mij te komen.' Ik zou een leugentje om bestwil kunnen gebruiken, maar ik buit de lente en de krokussen die hun gekleurde kopjes laten zien, uit als bruggetje om over te schakelen op een neutraal onderwerp.