woensdag 9 december 2020

BINNENVALLEN

 

De XL kerstballen (60, 70 en 90 cm doorsnee) brengen en Pappi’s potten ophalen – de tuinman heeft de uitdijende hosta’s in de grond geplant. Ik val rond half vier zomaar binnen. Doodse stilte in de huiskamer. Iedereen slaapt, zelfs Mutti! Ik had helemaal niet meer gedacht aan de cursus voor de verpleging. Zelfs met mondkapje en winterjas aan herkennen de bewoners me. Merie: ‘Kom je ons entertainen?’ Ik maak kennis met een nieuw heerschap. De visueel gehandicapte Felix zit gemütlich met de pantoffelvoetjes over elkaar. Op gepaste afstand ga ik bij hem zitten. Alsof ik op een knop heb gedrukt: ‘Ik ben modern, dus zeg ik: Horst aan de Maas. De gemeente heeft beslist dat ik hier kwam wonen. De batterijen van mijn voorleesboek zijn op. Ik lees vooral streekromans. Niet van hier helaas; de keuze van de blindenbibliotheek is beperkt.

De mevrouw tegenover hem neemt het gesprek over: ‘Hij heeft gezien dat ik gevallen ben. Twee keer zelfs. Mijn arm en hoofd jeuken.’ Ze buigt haar hoofd voorover, stroopt de rechtermouw op. Ze demonstreert de blauwe en groene plekken met krabben. Moi: ‘Dat ziet er mooi uit. Jeuk is een goed teken. Het betekent dat de wonden aan het helen zijn. En mag ik u ook complimenteren met de sterke botten.’ Zij: ‘Ik vind er niks aan zonder mijn man.’ Haar gedachten dwalen af en er verschijnt een brede glimlach van oor tot oor. Ze draagt mooie herinneringen in haar hart mee.

Thoor zijn aangepaste schoenen zijn verkeerd gemaakt. Hij: ‘De schoenmaker heeft links en rechts verwisseld. Mijn kortere been moest via de schoen verhoogd worden, in plaats daarvan is mijn normale been nog langer. Ik loop als een ongelijke giraf.’ Ik verzeker hem dat het goed komt en kruis de huiskamer door naar Lilian die al de hele tijd heel blij zit te zwaaien naar me. Ik vermoed dat ze per abuis verward met haar dochter.

De Witte Dame heeft een coronadip. Niet naar huis met de kerst. Zij: ‘Alleen al het afschuwelijke vooruitzicht om hier de kerst te moeten doorbrengen.’ Moi: ‘Tja, het is even niet anders. Het zal zeker moeilijk voor u zijn. Maar … weet u nog hoe gezellig het vorig jaar was. We hebben zelfs nog samen gedanst. Zij: ‘Je kunt me nu niet opvrolijken.’ Mijn telefoon gaat: de taxi staat voor de deur. Bij het naar buitengaan, roept Mutti me na: ‘Zo lief dat je bent gekomen.’ Ik zwaai opgewekt gedag en wens iedereen een fijne avond.

 
De XL kerstballen worden beplakt met de gespaarde theezakjes, is de bedoeling.