donderdag 29 december 2016

ROLLATORROCK


twisten met Q.

Kerstavond in het Zorghuis. Joekskapel Waers (dwars) waarin een zoon van mevrouw van D. de trompet blaast, brengt professioneel bekende hedendaagse kerstklassiekers ten gehore. Ze maken er een feest van. De bewoners voorzien van kerstmutsen (zelfs brombeer kan lachen om het op zijn hoofd geplante rode kapje met twee witte vlechten) willen meer. 'Als de sterre dao boave Stroale', roept seniorita sigaretje. De orkestleider vraagt aan de leiding of dat niet teveel van het goede is. 'Als de bewoners het willen, prima', roepen ze in koor. Na de eerste Limburgse carnavalskraker zit de stemming er meteen in: de kromme beentjes gaan de dansvloer op. De Indonesische 'tweeling' als eerste. Mijnheer S. walst met zijn schoondochter die hem met haar handen onder zijn oksels staande houdt. Moeders en dochters foxtrotten in slow motion. Een karavaan van schuifelende bewoners, rolstoelers, bewoners zittend op rollators voortgestuwd door verzorgenden en familie, sliert door de zaal. Bijna allemaal vergeten ze voor eventjes de oude dag die pijntjes en kwalen voortbrengt. Wie echt niet uit de stoel wil, schalt, lalt, neuriet, klapt, deint of tikt met de stok mee. 'Haak in met Marie', roep ik euforisch tegen pappi en de steeds induttende bonjourmonsieur naast me. Tijdens het uitserveren van heerlijke hapjes en halve bekertjes Glühwein of mini advocaatjes steelt de dansende peuter van een verzorgster die haar vrije tijd 'opoffert' de show. Het dotje doet de ogen van de bewoners oplichten. Iedereen wil haar knuffelen. Stuk voor stuk proberen ze, ieder op zijn eigen manier, haar aandacht te vangen. Pappi laat zich op de grond zakken en wiebelt als een puppy op haar af. 'Woef, woef', doet hij. Het peutertje 'vlucht' in mama's veilige armen, terwijl wij gedrieën de 93 kg omhoog hijsen. Als afsluiter wordt een bijdehante tante verkleed als kittig kerstbengeltje (dat wilde ze zo graag) op haar rollator door de zaal gereden. Het hechte publiek juicht.
Een uurtje later ligt haast iedereen op een oor. Als ik Q. op zijn kamer met verhitte wangen welterusten kus en zeg: 'wat was het gezellig' weet hij niet eens meer dat hij gedanst heeft. Gelukkig hebben we de foto's en filmpjes nog!

pappi met zijn weekendvriendin


dinsdag 27 december 2016

VAN WILLIE WORTEL NAAR WILLIE WARTAAL


Tijdens het mdo (multidisciplinair overleg) ongeveer twee jaar geleden sprak de verpleegarts van de dagopvang waar pappi destijds zijn heil zocht, de profetische woorden: 'Als je vader intussen niet is gehemeld, zal hij over  drie jaar totaal de weg kwijt zijn.' Ik wilde en kon het niet geloven. Die rijzige welbespraakte sterke beer die over zoveel organisatietalent beschikt en voor alle praktische zaken een oplossing heeft, zou zijn verstand verliezen?

Tot voor twee maanden terug was er 'geen' vuiltje aan de lucht, Q. voelde zich zelfs goed genoeg om weer zelfstandig te wonen in plaats van 'op kamers'. De warmte, zorg en structuur in het Zorghuis waar hij nu woont, vertragen het dementieproces. Nu knutsel ik een kartonnetje in elkaar waarop zijn foto staat, zijn naam en waar hij zich bevindt. Tijdens heldere tijden (zelf omschrijft hij dat: 'Als ik bij de positievo's ben') hebben we 'een veilig thuis' teken afgesproken: de door hem ingekleurde tekening van een Chinese draak die op zijn kamerdeur zit geplakt, is zijn baken.

Op 21 oktober kreeg hij een black-out, in december volgden vele (soms dagelijkse) stroomstorinkjes opeen. Nu wordt hij geplaagd door wanen en is hij gedesoriënteerd. Ineens zit de hoofdrolspeler van zijn eigen serie in door elkaar gehusselde afleveringen. Dan is hij weer een kind dat bang is om te laat op school te komen, of is hij in paniek omdat hij een niet bestaande afspraak is vergeten, of hij herkent zijn omgeving totaal niet. Voormalige woonplekken husselt hij door elkaar; thuis is nergens meer.

Pappi beseft dat hij langzaam de realiteit verliest. We hebben altijd alles met praten en humor op kunnen lossen. Dit gaan we niet winnen. En dat is heftig voor ons allebei. Wanneer ik (nog het enige vertrouwde voor hem) pappi 's avonds door de telefoon 'welterusten' wens en hem net als de zuster vertel waar hij is, brabbelt hij wartaal die zelfs voor mij moeilijk te volgen is. Neemt hij afscheid met 'Afijn, dag poes (of pops)', tot morgen' dan zijn we allebei gerustgesteld. Mompelt hij met ontreddering in de stem dan heeft de geriater een tijdelijke oplossing. Alweer een pilletje erbij.


woensdag 21 december 2016

PORTOFOON



Alles Roger?

Sinds Q. een telefoon heeft die hij kan bedienen, belt hij op de gekste momenten van de dag. Helemaal begrijpen doet hij het apparaat niet, maar het is het simpelste wat er te koop is: toetsen met de naam/foto erop. Tijdens ons gesprek hoor ik geregeld een digitale piep. Achteraf begrijp ik het patroon pas. Telkens als hij uitgesproken is, en het mijn spreekbeurt is, drukt hij op de knop met mijn naam erover. Hij ziet de telefoon als een portofoon die hij in zijn arbeidzame leven vaker heeft gebruikt. De knop indrukken betekent: 'over' naar Cela. Ik mag het woord. 

maandag 19 december 2016

EENZAAM AAN DE TOP

Vier op een rij: Schoonzus Riet, zus Truus, Q., en broer Jos(ef) in de tuin.

Al zijn vrienden en wat ver weg wonende familie is al gesneuveld. Dat is helaas inherent aan een hogere leeftijd bereiken. Diegene die uiteindelijk overblijft, is weliswaar de winnaar, maar betaald daarvoor de hoofdprijs. Pappi voelt zich daarom  weleens emotioneel eenzaam, ondanks dat hij veel onder de mensen (bewoners en verzorging) is. Je kunt het wel over ditjes en datjes met iedereen hebben, genieten van natuur, muziek of aandacht, maar serieuze goeievriendengesprekken zijn schaars geworden.

Omdat Q. steeds vergeetachtiger wordt en inmiddels drie black-outs in twee maanden tijd heeft gehad, regel ik foto's van de visite om gesteggel te voorkomen. Q. kan zich bezoek namelijk niet herinneren: 'Ik zie hier nooit iemand! Echt niet, ik krijg nooit bezoek!' Hij meent het serieus zonder zielig te doen. 'Mia, je vriendin, komt trouw elk weekend en wij zien en/of horen elkaar dagelijks (meerdere malen denk ik erachter aan)', zeg ik. 'Jij telt niet als bezoek, zegt pappi, 'wij zijn samen.'

Driedelig: biesemennekes kleinzoon Thijs, opa en zoon Rene.

Bovenstaande foto's liet ik afdrukken en in een lijstje plaatsen. Q. kan zich geen moer van de visite herinneren. Bij de drie generaties roept hij: 'He, wat leuk! Een foto van Peter!' 'Wie is Peter?' vraag ik. Q. praat eroverheen: 'Tjonge, die Peter. Da's leuk!' Ik doe net of ik gek ben en vraag nogmaals om Peter aan te wijzen. Dat kan hij niet. Pappi antwoordt: 'Die anderen (incluis hemzelf) ken ik niet.' 'Moet ik nu echt met je naar de spiegel lopen', lach ik. 'Ik weet wel wie ik ben,' mompelt hij en daar houden we het bij. Het is zoals mijn broer later zegt: 'We hebben ons pap een fijne middag laten beleven, dat is het toch waard.' En zo is het. 

woensdag 7 december 2016

STERFGEVALLEN



In de sfeervol verlichte recreatiezaal klinkt klassiek. Alles is pais en vree. Ik informeer bij de echtgenote van de knikkebollende bonjourmonsieur wat er aan de hand is; de notoire wegloper zit aan de rolstoel gekluisterd. 'Waarschijnlijk heeft hij een attaque gehad, waardoor zijn benen het niet meer doen. Verder was hij weinig spraakzaam. Vandaag lijkt hij enigszins op te knappen.' We knopen een Franse conversation met hem aan: de communicatie lijkt hersteld. 

'Pappi heeft in oktober een black-out gehad. Zelfs dat herstel duurde enkele dagen. Zover we kunnen zien is de schade beperkt gebleven. Bij uw man wordt de mobiliteit met de ingeschakelde fysio vast ook beter', spreek ik haar bemoedigend toe. 'Ik hoop het, ik wil hem nog niet missen, we zijn al 59 jaar getrouwd', zegt zijn eega. Bezorgd erachteraan: 'Het Zorghuis staat toch wel goed bekend, ik hoorde tijdens mijn vorige bezoekje dat er in november vijf sterfgevallen waren?' 'Ik zie hier elke keer met eigen ogen hoe begaan en zorgzaam medewerkers met iedereen zijn. De mensen die hier wonen zitten allemaal in de reservetijd. Ik neem aan als er sprake is van een complot dat de verzorging als eerste bij doodzieke of bij 'lastige' patiënten het kaarsje uitblaast, tenminste zo zou ik het aanpakken', steek ik er de draak mee. 

Ik keuvel nog met twee verzorgers en complimenteer Seniorita Sigaretje met haar Marlene Dietrichkapsel. Zei: 'Als ik oud ben, neem ik wel een poedelpermanent.' Ik neem de lichte lange gang en klop bij pappi aan. Geen respons en een dichte deur. De 'koffiedame' heeft een loper en wil vlug het slot omdraaien. 'Zit de veiligheidspal er nou aan de binnenkant op', mompelt ze meer tegen zich zelf dan tegen mij. De schrik slaat me om het hart. 'Ach, suffie', schudt ze met haar hoofd, 'dat was de verkeerde sleutel.' De kamerdeur zwaait open: zijn plek bij het raam is leeg. De verpleegkundige steekt op dat moment haar hoofd om de hoek van de deur: 'Je vader zag ik net in de tuin.' Buiten krijgt Q. een extra dikke knuffel van me.


vrijdag 2 december 2016

SNIEKLAAS

v.l.n.r. mijn broer Rene, vriendinnetje Marieke en Cela. Helaas zijn er van Q. geen Sintfoto's bewaard gebleven.


Vroegere herinneringen. Het Sint Nicolaasfeest was lang het best bewaarde collectieve geheim van Nederland. Het was in de tijd dat de wind guur om de hoek waaide, de maan sikkelvormig was, Spanje een onbereikbaar exotisch oord was waar sinaasappels aan de bomen groeiden, en mensen nog goedgelovig waren. Amateurtoneel van de bovenste plank waar volwassenen wekenlang schik en kinderen schrik aan hadden. Je ouders maakten er handig misbruik van dat Sinterklaas alles van je wist, om je braaf te laten zijn. Uit eigen beweging bleef je op zijn verjaardag langer in bed om te dromen van de schatkamer waaruit jij jouw cadeaus mocht kiezen. Kinderen die deelgenoot waren gemaakt, voelden zich een hele piet omdat zij nu bij de groten hoorden.
                                                                                     
Er bestond slechts één stinkend rijke mijterdrager die op zijn verjaardag nota bene elk huisje langsreed, vandaar dat hij personeel nodig had. Pieterman was destijds een jaloersmakend beroep. Lolbroekerige boefjes wilden maar al te graag mee in de zak naar Spanje om opgeleid te worden tot zongebruind hulpje en acrobaat: pieten moesten immers over daken kunnen lopen, door schoorstenen kunnen en zakkenvol pakjes dragen. De arbeidsvoorwaarden waren puik: een brokaat gebiesd pietenpak inclusief baret met veren, blinkende oorringen en pepernoten en taaitaai zoveel als je wilde, 49 weken halve dagen naar de circusschool waar je kunstjes leerde om slechts drie weken per jaar hard te werken in het buitenland. Op vrije middagen hielp je die eeuwenoude lieverd om beurten op de postkamer. Afstuderen deed je niet met een diploma. Van de goedheilig man kreeg je hoogstpersoonlijk een toepasselijke naam toebedeeld. Het enige wat je ervan weerhield om met de boot mee te varen was dat je je moeder niet kon missen.

Nederland groeide uit zijn voegen. De 'Snieklaas' van Toon Hermans was verplicht om hulpsinterklazen aan te stellen. Mijn vader was er één van. Mijn broer werd zijn hoofdpiet Pedro en beheerde het Grote Boek. Het schminken gebeurde thuis. Ik, nog in het ongewisse, moest tot nader order bij een vriendinnetje gaan spelen. Onze fiks werd in de schuur ondergebracht. Want: voor de allerkleinsten kon je alles verbloemen, maar de hond maakte je niets wijs. Die verklapte meteen dat onder die karmijnrode maxi jurk met sneeuwwitte baard en dito pruik erboven je vader, en achter de schoenpoets en de bonte babydoll je broertje, zich verstopt hielden.

Een jaar later op 5 december. De grote onthulling: magie maakt plaats voor teleurstelling die verzacht wordt doordat je toetreedt tot de selecte groep insiders. Ik mocht, onder de naam Trampedoelie, het springpietje spelen. Op de viering van de goede Sint in het zaaltje van de ontspanningsvereniging waar mijn vader oprichter/voorzitter van was, zongen tientallen verhitte kindertjes nadat er op de geblindeerde ramen was gebonkt: ’Sinterklaasje, kom maar binnen met je knecht*’. Die verwondering tijdens mijn eerste optreden zal ik nooit vergeten. *knecht wordt in woordenboeken omschreven als assistent. Niks mis mee.

(Pappi glundert als ik smeuïge verhalen van vroeger vertel. Hij kan zich ze niet meer herinneren.)

De televisie en de commercie deden hun intrede. Nu verkleden kinderen zich als pietje en is de ooit als zwarte piet gerekruteerde buurman/oom/neef/vriend zonder schmink ontmaskerd en werkloos. Jammer dat dit magische en onschuldige toneelstukje voor de allerkleinsten, om zeep wordt geholpen door een klein clubje aandachttrekkers en zogenaamde politiekcorrecten die verklede amateuracteurs de zwartepiet toespelen. Is in Nederland niet iedereen welkom?


vrijdag 11 november 2016

BALLON



Het vochtige kille herfstweer noopt Q. om meer binnen te blijven. In de recreatiezaal zijn doorlopend activiteiten. Pappi voelt zich zelden geroepen om eraan deel te nemen, ondanks dat ik erop hamer om de hersentrainingen te volgen. Hij houdt van aandacht en gezelschap, maar is geen kuddedier. Liever heeft hij dat een vrolijke vrouwelijke verzorger een persoonlijk praatje met hem op de kamer maakt. De muziekmiddagen en - avonden zijn iets om zich op te spitsen, alleen vergeet hij dat. Sinds de black-out is hij lachgraag en zijn kortetermijngeheugen een regelrechte ramp. Voordat de stijvigheid, de herfst- en winterblues en de daarmee gepaard gaande sores en verveling toeslaan, maak ik een lijstje met doedingen om zich mee te amuseren. Fotoboeken doorbladeren en foto's uitzoeken. Kruiswoordpuzzelen en 'Pa sjansen' (patience) bleken te hoog gegrepen, waardoor het meteen duidelijk was waarom hij weigert zich aan te sluiten bij het kaartclubje dat aan pesten doet. Voor dominostenen aanleggen, kleuren voor volwassenen, dieren en natuur bekijken op National Geographic (Pappi keek behalve voetbal nooit tv) is hij in. Portemonnee zoeken is een dagelijks treiterritueel. Indoor jeu de boulen staat op mijn verlanglijstje.

Dinsdagmiddag bij Pappi. Bij zijn stokoude overburen is het elke week raak. Alweer hangen er ballonnen en een letterslinger 'hartelijk gefeliciteerd'. Ach, je kunt maar iets te vieren hebben. Voordat de verzorging het feestelijke spul opruimde, pikte Q. een gele ballon. We drinken samen een kop thee. Q. beweegt de ballon die hij aan het tuutje vasthoudt heen en weer. Ik vraag: 'Zullen we ballon volleyballen?' Als antwoord mept hij de ballon in mijn richting. Dolle pret. 'Dit doen ze ook tijdens het gymnastiekuurtje', ik peil zijn reactie. 'Weet ik niks van, maar nou doen wij het voortaan samen', klinkt het beslist. 'Afgesproken.' Donderdags word ik bij het openen van de deur verwelkomt door de gele ballon. Smash! Q. schatert en valt haast voorover uit zijn relaxfauteuil: '1-0!'

donderdag 27 oktober 2016

HET GROTE VERGETEN


Het grote vergeten is begonnen. 'Forgetting is not always a bad thing'. Deze oneliner van Charlie Brown bezigt Q. in het Nederlands als hij vraagt naar mijn lieve, gezellige en zorgzame moesje waar hij zo'n 60 jaar een twee-eenheid mee vormde. Hij kan zich weinig details meer herinneren, wel dat ze zijn enige en grote liefde is en dat het gemis na haar dood ondraaglijk was. Alzheimer laat hem de pijn vergeten. Ik haal herinneringen op: vroeger is eventjes dichtbij. Hij glundert. Mooie gewiste memoires gloeien na in een warm gevoel, de eigen ervaringen zijn anoniem geworden. En zijn thuis? Dementie laat geen navolgbare sporen na. Thuis ligt ergens ongrijpbaar in een parallel universum.

vrijdag 21 oktober 2016

BLACK-OUT


Niets zo veranderlijk als het weer. Niets zo veranderlijk als pappi. De plotselinge omslag van droog naar onophoudelijke neerslag (en dat hij verplicht binnen moet blijven), brengt de blues met zich mee. Wanneer Q. stilzit en niets omhanden heeft, gaat hij malen.

De natuur sterft, bijna iedereen vecht tegen het vallende-blaadjes-verschijnsel. Bij Q. speelde er nog iets mee. Hij kreeg een black-out: een tijdelijke stoornis van de hersenen waardoor de informatie van het kortetermijngeheugen niet wordt doorgeseind aan het langetermijngeheugen. Q. raakte in paniek: zijn omgeving was hem totaal vreemd en hij herkende de bekende gezichten niet meer.

Ik doorliep de hele fase met hem totdat het weer lichtjes begon te dagen en hij kalm werd. Alcohol had hij niet genuttigd, de griepspuit kreeg hij anderhalve week geleden, dus dat kon de trigger niet geweest zijn. De twee overige keren (dat we weten) dat hij een black-out had, was dat de voorbode van een herseninfarctje. Sindsdien slikt hij preventief medicatie. Duimen dat het blauwe pilletje zijn werk doet.

woensdag 19 oktober 2016

BONTE AVOND


Geregeld kunnen de bewoners genieten van live muziek. Q. blijft stug volhouden dat het carnavalsoptredens of bonte avonden zijn. Herfst, de gashaard brandt gezellig in de recreatiezaal. Aangekleed gaat uit: Q. strooit kwistig met de aftershave, trekt zijn mooiste jasje aan en vist zijn prinsensteek uit de la. Deze zaterdagavond speelde de Boekendse accordeonist Hay Huys meezingliedjes uit de oude doos voor een enthousiast meedeinend publiek. 'Zing je ook uit volle borst mee', wil ik van te voren weten. 'Dat weet ik nog niet', klinkt het weinig geïnteresseerd, 'het ligt eraan hoe ik me voel.' Heel beslist erachteraan: 'Ik ga in ieder geval NIET dansen!' 

Bovenstaand bewijs stuurde de activiteitenbegeleiding! Topper Tineke (zijn danspartner) krijgt bij iedereen de voetjes van de vloer.

maandag 10 oktober 2016

HAMERTJE TIK



Een wandelstok is voor loopondersteuning. Pappi's wandelstok is vooral onmisbaar gereedschap om mee in de bodem te pierikken, in groen te porren, interessant klein zwerfafval (bierdopjes en ander glimmend spul)  op de grond omhoog te halen en van dichtbij te bekijken, en dorre takken van bomen en struiken af te slaan. Het was een kwestie van tijd dat het kwetsbare rubberen dopje de brui eraan zou geven. Het blijkt onvervangbaar: bij toebehorenwinkels voor senioren zijn alleen zware 'olifantenpoten' verkrijgbaar. Q. zou Q. niet zijn als hij een oplossing had. Met een door Wim aangedragen kunststof antischuifschijfje van een stoelpoot slaat hij de spijker op zijn kop. 


Het schijfje is geen lang leven beschoren. We tikken een tweedehands stok op de kop met net zo een rubberen dopje als het origineel. De wandelstok is weer zoals het hoort in Q.'s ogen. Wat kun je iemand met iets simpels blij maken. Alleen ... voor hoelang?

maandag 3 oktober 2016

TELEFOONAANSLUITING


In het Zorghuis waar pappi resideert, hebben de kamers geen telefoonaansluitingen. Een bewuste keus, zodat familieleden niet honderdduizend keer per dag gebeld worden, omdat hun dementerende ouder of partner telkens vergeet dat-ie al gebeld heeft. Voor pappi schaften we het meest simpele seniorenmobiel aan. Maar voor digibetische dementerenden die nog maar een handeling per actie kunnen uitvoeren, is zelfs dat te ingewikkeld. 

'Het gsm'tje is een prutsding om in de hand te houden.' Zijn vingers zitten steeds het luidsprekertje in de weg. Als ik hem daarop wijs, zegt hij: 'In dat minuscule gaatje kan on-mo-ge-lijk een microfoon huizen!' Het mobieltje bevat geen hoorn en geen kabels. Hoe weet dat ding dan dat hij jou moet bellen? Waarom brandt er blauw licht in het toestel (display)? En moet hij nou in de standaard (de oplader) of eruit? Daarnaast zitten er nog een boel overbodige knopjes en schuifjes op die hem van de wijs brengen: om het toestel te blokkeren, de pincode te barricaderen of het toestel AAN/UIT te zetten. Elke keer moet er bij telefonisch contact een verzorgende aan te pas komen, wat ze met alle liefde doen daar niet van. Q. verzucht geregeld: 'Kreeg ik mijn oude telefoon maar terug.' Er achteraan op zijn allerzieligst: 'Maar dat kan niet.'


Na een omslachtige zoektocht vond vriend Wim (zo lief) dankzij de alerte helpdeskmedewerker bij Stelcomfortshop een zenderkastje dat het oude toestel verbindt met het gsm netwerk. Een vondst! Terwijl Wim de boel aansluit en voorkeursnummers onder knopjes installeert, zit Q. er hoofdschuddend bij: 'Nu krijg ik weer een ander toestel en kan ik niet eens zien wie er belt!' Q. kan het niet bevatten, het moest er nog bijkomen dat hij over een draaischijf zou beginnen. Om een punthoofd van te krijgen. Ik toon hem de schabberige verpakking met zijn handschrift: 'Dit is toch echt je vertrouwde toestel, pa!' 'Ik heb dit ding nooit gezien', klinkt het eigenwijzerig resoluut.

Een hevig zwetende Wim ziet pappi al loeren naar de fonkelnieuwe kabels en het zenderkastje. Erop zetten dat hij er niet aan mag komen, werkt averechts weten we uit ervaring. Wim stond al met tape klaar om de onnodige cijfertoetsen af te plakken. 'Laat maar, dat heeft weinig nut. Voor wij de deur uit zijn, heeft hij dat er al af getrokken. We gaan gewoon oefenen', zeg ik.

Nog voordat de buurthaan kraait, hangt pappi aan de lijn. 'Wat goed van je dat het je is gelukt', feliciteer ik hem. 'Bel jij me maar in het vervolg', moppert hij. 'Ik moest eerst het telefoonboek zoeken, toen jullie nummer, en bovendien het kengetal erbij drukken wat je me niet verteld had! Dat is me veel te omslachtig.' 'Maar je hoeft toch alleen maar de hoorn op te pakken en op mijn foto te drukken?' grinnik ik. 'Oh, ik dacht dat die voor de sier was, net zoals die denk-aan-mij-lijstjes voor in de auto.' Pappi begrijpt er steeds minder, maar in smoesjes bedenken is hij een kei.



vrijdag 16 september 2016

WELLNESS

bjoetie Kees

Bij het Zorghuis worden de bewoners verwend tijdens een wellnessmiddag. De activiteitenbegeleidster geeft schoonheidsbehandelingen en lakt nagels in vrolijk kleurtjes. Pappi vindt het ook fijn om onder handen te worden genomen, maar hij voegt zich natuurlijk niet bij de grijze duifjes, daar is hij te veel kerel voor. Daarom krijgt hij regelmatig een voorkeursbehandeling. Deze keer wordt de lommerrijke patio waar een zacht briesje voor verkoeling zorgt, omgetoverd tot salon.


Q. met originele kappersschort. 
Het ondeugende kuifje wordt later gladgestreken.


Het resultaat mag gezien worden: 
gekortwiekt en de gezichtshuid weer babyzacht.

De ochtend erop hangt Q. aan de lijn. Een warrig gesprek volgt. Als ik hem vraag of iedereen hem ook knap vond met zijn nieuwe look, weet hij niet waar ik het over heb. 'Strijk eens over je bol', zeg ik. 'Dan moet de kapster hier gisteren zijn geweest, maar alles is vaag.' 'Mooi is dat! Maar ik heb je geknipt dus er is bewijsmateriaal!' 'Mag ik een aspro?' [hij bedoelt paracetamol]', polst Q.

REANIMEREN


In het Zorghuis geldt bij een hartstilstand de regel: reanimeren tenzij anders aangegeven. Voor mensen die meer verleden dan toekomst hebben, is het zeker stof tot nadenken. Ik moest de definitieve keuze nog steeds aankaarten bij pappi. We zitten wel op een lijn, maar ik moet het uit zijn mond horen. We bespreken de meest intieme details, maar als je de dood voor je uit probeert te schuiven, zijn er leukere onderwerpen dan de man met de zeis die eerdaags op je deur bonst. Als Q. vrolijk is, wil ik er niet over beginnen, en als hij zich neerslachtig voelt, wil ik hem niet van streek maken.

Wanneer hij zelf aangeeft dat hij niet wil eindigen als iemand die slechts vegeteert of niet meer weet wie hij is, vat ik de koe bij de horens. Q. pakt mijn arm beet, kijkt me indringend aan en zegt heel beslist: ‘Jij moet bij mij de stekker eruit trekken als mijn tijd daar is.’ ‘Nu heb je het over euthanasie. Dat is een loodzware verantwoording. Dat kan, en mag ik wettelijk gezien niet eens pipa’, antwoord ik. We nemen het reanimatieformulier door. ‘Mijn enige bezwaar is dat ik door mijn handtekening te zetten ook mijn doodvonnis teken, in de trant van dat ik opgeef. En ondanks dat het leven me nou niet meer zo vaak toelacht, hang ik er toch aan', zegt hij. ‘Je moet je nergens toe gedwongen of overbodig voelen. Ik wil je nog helemaal niet hoeven te missen.' Het formulier steek ik in het brievenstandaard. Ik beëindig het onderwerp met 'Zo, en nu ga ik koffie halen' Q. grapt: 'Met cake erbij!'

Bij een volgend bezoek ligt het blanco A4'tje uitgevouwen op de salontafel. Na de gebruikelijke kus-en-knuffelbegroeting zegt hij: ‘Laat ik het maar gewoon doen. Het vooruitzicht om een zeverend en kwijlend kasplantje te worden is alles behalve aanlokkelijk. Uit eigen beweging pakt hij een balpen, onderschrijft de verklaring en drukt het stuk papier in mijn handen. De slappe paraaf lijkt in de verre verte geenszins meer op de krachtige handtekening die hij ooit pleegde te zetten. 'Nog een dringend verzoek: Doe jij het voor me bewaren, dan voel ik me een stuk geruster.’


vrijdag 9 september 2016

WELLES NIETES

Bed verpakt als bank

Ik val op verschillende tijdstippen bij het Zorghuis binnen waar vrolijkheid en gezelligheid overheersen, omdat ik tegenstrijdige onzinberichten van pappi ontvang. Hij beweert dat er geen activiteiten zijn (er is altijd reuring) en er constant onlusten uitbreken (de ene keer vliegen de dames elkaar in de haren, een andere keer hebben de mannen ruzie): 'daarom maak ik met niemand contact'. Journaal- en krantenberichten over brandhaarden in de wereld leggen zijn verdrongen oorlogsherinneringen bloot. Ik maak me absoluut geen zorgen, maar neem hem wel serieus en check voor 100% zekerheid. 

Ditmaal ben ik er rond 19.00 uur. Hij zit toevallig voor de televisie op zijn gezellige kamer met de ventilator op vol vermogen - alle vorige keren was hij nooit 'thuis' zoals hij dat noemt. 'Waar kijk je naar?' vraag ik als ik zie dat er een serie voor de jeugd op is. 'Ik wacht op het voetballen en de zuster heeft alvast de goeie zender ingedrukt', zegt pappi. Q. ooit zelf bevlogen voetballer en scheidsrechter, kan nu geen hele wedstrijd meer uitzitten. Na vijf minuten onthoudt hij niet meer wie er tegen wie speelt en wat de stand is. Maar het voetballetje rolt, da's bekend. 

Q. in zijn favoriete relaxfauteuil bij het 'Homie' schildje dat hij geweldig grappig vindt.

Zijn brein heeft 's ochtend opstartproblemen. In de vroege middag is pappi het helderst. Naarmate de dag vordert, slibt zijn werkgeheugen vol. Deze avond brabbelt hij meer dan dat hij spreekt, maar ik kan, net als een moeder van haar baby, alles letterlijk ontcijferen. 'Ik zat net een van je boekjes te lezen', wappert hij met KLUIF, 'ultrakorte verhaaltjes kan ik nog inprenten. Voordat de catering langs komt met koffie, versnaperingen en snacks voor diegenen die op hun kamer willen blijven, ga ik zelf in de pantry tappen. Aan een van de stuk voor stuk lieve geduldige medewerksters leg ik het dilemma voor. Ze lacht wijs en haalt direct haar IPhone uit haar witte schort. Ze toont me foto's en filmpjes waar pappi, ballon in de hand, uitbundig meezingt met de Joekskapel die er optreedt. Op andere foto's keuvelt hij gezellig met mannelijk bewoners, is hij aangeschoven bij het echtpaar in het uiterste tuinhoekje of is hij druk met de dames enzovoorts.

Als ik door de lange gang naar buiten loopt, (pappi zwaait me dit keer niet uit omdat de wedstrijd al begonnen is), tref ik de verpleegkundige. 'Waren ze maar allemaal zo als jouw vader. Ik maak 'm elke ochtend als eerste wakker. Hij is altijd goedgehumeurd, zijn vrolijkheid slaat meteen op me over. En na een goede nachtrust is zijn harde schijf ook weer redelijk ververst.' We wisselen een blik van verstandhouding. Zonder woorden weten we dat die gemene meneer Alzheimer, hapje bij beetje, de geestelijke achteruitgang doorzet.

De vouwwand met daarachter o.a. radio/tv.

donderdag 8 september 2016

HOE EN WAAROM


Hoe ben ik eigenlijk hier beland?, vraagt pappi. 'W. en ik hebben je hierna toegereden', doe ik flauw. Pappi is er even tevreden mee. 'Kom je me nou halen of blijf ik vannacht nog hier?' 'We hebben meerdere nachten geboekt, het zou zonde zijn om het resort te verlaten', ik kijk hem vorsend aan. Heeft hij niet door dat ik een loopje met hem neem?

Q.: 'Ik kan me niet meer herinneren waar ik eerst woonde. Ik was toch getrouwd? Hier hadden we nooit met z'n allen mensen in gekund.' Q. ondersteunt zijn zinnen door druk te gesticuleren. 'Dat klopt,' zeg ik, 'je laatste adres was op de Akkerwinde.' 'Dat zegt me niets, te gek voor woorden toch?' Pappi kijkt me ontredderd aan. 'De gaten die in je geheugen vallen, is een van de redenen waarom je nu hier in het Zorghuis verblijft', zeg ik. 'Daarvoor raakte je  in paniek, en was je 's nachts angstig, je werd zelfs depressief omdat je steeds meer moest inleveren. Je liet steeds vaker doorschemeren dat je naar een bejaardenhuis wou. 'Ik weet daar allemaal niets meer van', klinkt het oprecht verbaasd.

Ik haal niet aan dat hij: door zijn opkomend onvermogen tot communicatie vereenzaamde, meubels en spullen in huis ging verplaatsen waardoor hij gedesoriënteerd raakte, niets meer kon vinden, constant het overzicht kwijt was, uren, dagen, maanden en jaargetijden niet meer herkende, geen zin meer had om te koken of boodschappen te doen - hij vergat te eten zelfs als ik het voor hem klaar had (gemaakt en) gezet, hij kon geen maat houden (bij een knakworstje kneep hij een hele tube mayonaise leeg om vervolgens het bord van zich af te schuiven met: "ik heb eigenlijk helemaal geen trek." Om een Duits biefstukje te bakken, gebruikte hij de complete inhoud van de grootste flacon Croma om maar iets te noemen. Om mij, als ik net bij hem vandaan kwam, naar hem terug te lokken, verzon hij smoesjes. Q. sneed kabels van sfeerlampjes met de stekker nog in het stopcontact uit elkaar, trok de stroomkabel uit zijn elektrische stoel (relaxfauteuil), haalde de telefoon uit elkaar et cetera. Als het gerepareerd was, en ik zei: 'Niet meer aankomen', dan werd hij bokkig. Alles wat verboden was, werd dubbel interessant.

In plaats van dat alles som ik de voordelen op: je bent een bofkont. Je hebt nu all inclusive in je eigen 'huis' (we hebben de woonkamer nagebootst) op een droombestemming: je bent in goed gezelschap (fantastisch personeel), er is volop entertainment, persoonlijke verzorging (er zijn zelfs 'spa-middagen' ), je mag onbeperkt eten & drinken en je mag gebruik maken van het hele buiten en je hebt een prachtig groen uitzicht. Je hoeft niets meer, alleen maar genieten. Q. lacht: ' Jij weet me altijd op te beuren, het is hier ook fijn. Maar ... ik kom hier dus niet meer weg, begrijp ik?' Gered door geklop op de deur. Het is een hartelijke gastvrouw met het koffie-thee-limonade-en-wat-lekkerskarretje.

donderdag 1 september 2016

BUITENLAND


Pappi zit pal in de brandende middagzon in de patio met bonjourmonsieur die Q. hardnekkig Jan blijft noemen terwijl de man Geer heet, en miamimevrouw die zich in Indië waant. Onder de ballonnen in de schaduw - er was gisteren een bescheiden feestje - slaapt Seniorita Sigaretje. Het vriendelijke Indoduo keuvelt gezellig onder de parasol. Zoete inval door mij. Ik word meteen als serveerster ingeschakeld. 'Doe maar een rondje', gebaart Pappi royaal. Als iedereen is voorzien van koffie of een sapje met een koekje, mag ik plaatsnemen. Het gesprek gaat over het tropische weer. Iedereen is het erover eens dat het een genoegen is. Miamimevrouw: 'Dat vind ik nou zo fijn hier, in Nederland klaagt iedereen altijd meteen als het warm is, hier vindt men het gewoon aangenaam.' Bonjourmonsieur: 'Daarom houd ik ook zo van Frankrijk. Zon, niks doen en een glaasje wijn (hij heft zijn 7up omhoog). Genieten!' Moeten we oudjes wel in het zonnetje zetten?

zaterdag 27 augustus 2016

QUIRINUS




Wiebe Dooper dichtte onderstaand vers naar aanleiding van bovenstaande foto van mijn pappi.

Quirinus

De naam spreekt boekdelen
Verwant aan scheppende rituelen

Gelijkend als Lincoln zit hij monumentaal
Weerspiegelen levensjaren zijn gelaat

Jeugd gaat voorbij langs Waal, dijk en hek
Verder wonend in heuvelland daaronder

Quirinus knipt kaartjes in denderende treinen
Is leidinggevend op perron en langs baan

Nergens zijn levenssporen uitgewist
Door een ieder die hem goed kent

Zijn heil is de tuin in bloeiend groen
Met nachtschade, prei en selderij

Ziet Quirinus er ochtenddauw
Onttrekkend daglicht aan schemer

Hij ziet de wereld door eigen blik
En blijft ie lekker waar hij nu zit

zaterdag 6 augustus 2016

TUINBAAS


Pappi is druk, druk, druk. Het zweet parelt op zijn gezicht. Tussen ontbijt en lunch, en lunch en avondeten is hij in de voormalige kloostertuin aan het werk. Wanneer ik op bezoek kom, heeft hij geen tijd. Hij trekt een zuinig gezicht: 'De hortensia's zijn elke dag zo dorstig, die moet ik voor het avondeten nog bewateren.' 'Ik kan toch helpen?' bied ik aan. Hij doet het liever zelf, maar vooruit. Ik speel gehoorzaam knechtje, anders volgt ontslag op staande voet.


Ik veeg de aangegeven paden, doe op aanwijzing het snoeiafval met de riek in de kruiwagen en breng het naar de rechter (niet de linker!) composthoop, en haal de tuinslang; niet de nieuwe Gardena, maar een nostalgisch gele met zwarte ribbelstrepen net zo een als we in ons ouderlijk huis hadden. Pappi vertelt hoe ik de sproeier vast moet houden. 'Gisteren was de straal veel krachtiger', zegt hij, 'zo duurt het veel te lang en krijg je kramp in je handen van het ingeknepen houden.' 'Er zit een schuifje op waarmee je de waterdruk kan regelen, en een knop waarmee je de watertoevoer kan openhouden', wijs ik. Q. humt wat en doet of hij mij niet hoort. Hij pakt de sproeikop uit mijn handen: 'Geef maar, ik houd hem zelf wel vast, da's geen vrouwenwerk.' 


Als Q.'s knokkels van kleur verschieten en de hortensia's weer opwaarts gaan, krijg ik een rondleiding door de tuin die schitterend door hem wordt bijgehouden. Van plantenverzorging weet hij werkelijk alles nog, dat zit zo in zijn wezen gegrift. Hoe de bloemen en struiken heten, is hij vergeten. Ik dreun de ooit onderwezen plantennamen op aanvraag op bij het passeren: beukenhaag, hypericum, calibrachoa, petunia's, kornoelje, jasmijn, Japanse broodboom, Gelderse roos, fuchsia, (fluweel)hortensia, ooievaarsbek, wijnruit, geranium, vinca, primula, klimop, hosta, lavendel, conifeer en viooltjes enzovoorts. Voor twee struiken moeten we er het plantenboek op naslaan. 







Zwijgend samen broetzelen (aanklooien in de tuin) vinden we heel gezellig.

vrijdag 5 augustus 2016

AFFAIRE


Q. geeft aan dat hij last van zijn hart heeft. De verzorgster schiet me aan als ik bij het Zorghuis binnenkom: 'Goed dat je er bent. Hij voelt zich belabberd, medisch is alles in orde.' 

Af en toe heeft hij dat. Hoe kan dat toch? Het kan verschillende oorzaken hebben: lichamelijk en geestelijk of een combi daarvan. 'Ik werk van A tot Z het kwalenlijstje af en dan komen we er vanzelf bij uit', knipoog ik. 

Als we in een een-op-eengesprek de fysieke klachten hebben afgevinkt, komt de aap uit de mouw. ‘B. is terug naar huis’, simt Q. ‘Wie is B.?’ vraag ik. ‘Mijn geheime vriendin, je weet wel die goedlachse.’ Ah, giebeltante en een van zijn disgenoten, denk ik. Jammer ze had zo´n aanstekelijk humeur.

‘Ze is terug naar haar man, en ik kon geen afscheid nemen. Hij weet namelijk niet dat B. en ik klikten. Mocht hij ons samen zien, dan zou hij meteen de vliegende vonken tussen ons doorhebben en ik wil niet stoken in een goed huwelijk.' Ik barst bijna van binnenpret: pappi's fantasie is nu wel heel erg op hol geslagen. Dat zijn al drie vriendinnen! De verzorgster kan ik melden dat pappi inderdaad last van zijn hart heeft: een gebroken hart! 
*zie blog 3-8. 

woensdag 3 augustus 2016

MAMA MIA!


tranen van het lachen

Weduwe Mia G. die recentelijk is toegevoegd aan het bewonersbestand van het Zorghuis is een optimistisch leuk mens. Dagelijks geniet ze van haar sigaretjes, het zonnebad in de patio en de nabijheid van 'bloemen Kees'. 'Je vader is een charmante man', vertrouwt ze me toe, 'vanwege hem ben ik hier gebleven.' Mama Mia! Vlinders in het Zorghuis. Hun humor is aan elkaar gewaagd: was sich liebt dass neckt sich? Stiekem vindt Pappi die aandacht best leuk ook al stelt hij zich afwijzend op: hij heeft immers al jaren een LAT-relatie. Q. is een trouwe hond die dat van zijn lang zal ze leven niet in zijn, (zelfs warrige) hoofd zal halen. Toevallig draagt de goedlachse vriendin wel de identieke voornaam - geen versprekingen bij eventueel dubbelspel. Maar ... als de negentig in zicht komt, weet je wel beter en tel je je zegeningen.  

Kusjes op afstand

Genieten van mooie momenten en hoop doet leven



dinsdag 2 augustus 2016

LINCOLN

Pappi in een statige Lincoln uitbeelding: het leven weer op de rails.

Een half jaar woont Pappi nu in het Zorghuis en wat een vooruitgang heeft hij geboekt. Hij spreekt weer duidelijk, klaagt niet meer over eenzaamheid, pijntjes en angstklachten zijn naar de achtergrond verdwenen, is actief in de weer met de tuin en met zijn gereedschapskist, en is vrolijk. Als ik hem daarmee confronteer, vindt hij zelf ook dat hij opgeknapt is: 'Behalve mijn kortetermijngeheugen, dat is zo lek als een zeef.' Hij voelt zich zelfs weer in staat om zelfstandig te gaan wonen. Deugnieterig kijkt hij me aan: 'Kan ik weer naar huis?' 'Dat zou je oude buurvrouw ook graag willen, maar helaas is je appartement weer verhuurd. Alle gekheid op een stokje: je weet donders goed dat je weer 'de oude' bent door de structuur en de aandacht die je in het Zorghuis krijgt. En dat er rust in je hoofd is omdat je niets meer moet; alles wordt voor je geregeld. Zodra je uit je comfortzone stapt gaat het finaal mis.' Hij geeft het ruiterlijk toe. Ik leun vertrouwelijk tegen hem aan en leg mijn hoofd schuin op zijn schouder: 'Maar het is fijn om je weer op volle kracht te zien stomen, Quirinus!' 

maandag 20 juni 2016

Q



Alles gaat gelukkig zijn gangetje met Q: hij heeft het druk met de parktuin van het Zorghuis. Daarom schakelen we over op Pops dagboek

woensdag 18 mei 2016

HUISMEREL



Het zomert in de lente. In het Q-park hupt een ‘tamme’ eekhoorn behendig door de gele kornoelje. Hond Pop, slechts geïnteresseerd in gevleugelden ontdekt pas later (als er een eekhoorn in onze bamboe zwiept) dat er uitheemse eekhoorns met vleermuisvleugels bestaan.

We nemen plaats op het verder lege terras voor pappi’s ramen. In het Zaanse vogelhuisje ernaast woont een koolmezenfamilie waarvan beide ouders een evenredig aandeel hebben in het aanvoeren van wormen en insecten. Van het nest boven de loden regenpijp tuimelt een overrompelde jonge merel zonder staart omlaag. Hij landt ongelukkig op de vensterbank van de huisapotheek. Verward blijft hij zitten waar hij zit (en verroert zich niet) totdat hij, aangespoord door de kwetterende moeder, met een wanhoopsdaad de grond bereikt.

 

De huismerel die beslist door de vorige bewoonsters, de nonnen van de Goddelijke Voorzienigheid, gevoerd werd, zoekt koekkruimels op de grijze vierkante tegels. De nieuwe bewoners ontfermen zich over alle hongerige wilde beestjes. Wij zien er onschuldig uit en merel waagt het om als een hond te bedelen, inclusief koolzwarte kraaloogjes, een olijk schuin gehouden koppie en een opgeheven pootje. Pappi breekt het hoekje van een froufrou wafeltje af en gooit het op het tafelkleedje. Merel pikt het op en vliegt ermee naar de dakgoot van het rokershol voor medewerkers. Dat smaakt naar meer. Merel maakt een landing op de zitting van de stoel, merel hipt op naar de rugleuning, merel eet uit Q’s hand. Een grinnikende pappi kijkt naar mij alsof hij de merel persoonlijk gedresseerd heeft. Pop de Hond is zo onder de indruk dat ze vergeet dat ze als vogelvangster op aarde is.

 

RESERVEREN


Het middagmaal in het Zorghuis vangt eerder aan dan gepland. Minimaal de helft van de bewoners is minstens een kwartier te vroeg aan tafel geschoven of gerold. Heeft de toeloop met het zessterrenmenu te maken? Pappi staat erop dat ik mijn bezoek inkort; de verzorging geeft aan dat de soep nog niet wordt opgediend. ‘De huishovenier zou me persoonlijk rond de tuin leiden, daar kom ik extra voor’, gein ik. ‘Hup dan maar’, mort Hendrik Jan de Tuinman.
 
We doen de tour de tuin in vogelvlucht. Telkens op zijn horloge blikkend, zet Q. stevig de pas erin. Mogen we normaal van hem beslist niet de entree door de recreatieruimte gebruiken, nu pakt hij de afkorting. In de eetzaal zijn disgenoten E. (links van hem) en H. (rechterkant) al present. ‘Heeft iedereen een vaste plaats?’ vraag ik. ‘Nee,’ antwoordt pappi zenuwachtig. 'Wij wel. We zitten 's middags gedrieën in dezelfde samenstelling aan de tulpentafel bij de pantry.' 

Een invalide man in een hightech rolstoel poogt op pappi’s plaats in te parkeren. Pappi steekt er een (wandel)stokje voor. ‘Geef me gauw een kus’, biedt Q. zijn wang aan. Vanuit zijn ooghoek gluurt hij of zijn stoel wordt vrij gehouden. ‘Misschien moet je voortaan reserveren,’ neem ik hem in de maling. Gejaagd duwt pappi me haast op straat. Het verplichte uitzwaaien wordt zonder pardon overgeslagen. Door het raam zie ik dat hij zijn stoel bezet heeft.

dinsdag 17 mei 2016

MIAMI


Onder de linde op de achterplaats staat sinds kort een heus zonnebed met weelderige palmmotief kussens op het grint. Een onlangs gearriveerde bewoonster nam haar luxe tuinameublement mee en zocht een stil schaduwplekje om tijdens zomerse dagen net als thuis ongestoord te kunnen bladeren in damesromannetjes. Het kan en mag allemaal in het Zorghuis. Zo fijn, waar vind je nog zo'n gepersonaliseerde zorg! 

Op een snikhete dag toont mevrouw me trots haar zelf uitgedachte, uitverkoren idyllische stekkie met uitwaaierende arm: ‘Het is toch net Miami. Het grint vertegenwoordigt het strandzand, de boom mijn parasol.’ Laat op dat moment net Mieamiemevrouw (die zich nog steeds in de States waant) aan de arm van een verzorgster voorbij schuifelen. Ontzetting op haar gezicht. ‘Zonovergoten azuur met hier en daar een witte dot, loeiheet, ligstoel. Dit IS Miami!’ stamelt ze. ‘En toch zijn we in Nederland,’ probeert de verzorgster opgetogen. Inburgeren is zo moeilijk. Nu is Mieamiemevrouw voor de zoveelste keer de kluts kwijt.

zie ook blog BRANDOEFENING 4-3-2016

maandag 16 mei 2016

TE LEUK


Eenzaamheid kan in je huizen. Mismoed neemt beslag van pappi als het weer omslaat: ‘Ik ken hier niemand en maak met niemand contact.’ Volgens de verzorging die wegloopt met mijn charmante vader, is dat onjuist. Onderling vertonen enkele bejaarde mannen van het kippenhok - waaronder Q. - haantjesgedrag. Voor de dames schuift pappi hoffelijk de stoel achteruit om plaats te nemen aan de gedekte dis. De verzorgsters waar hij continu mee grapt, noemt hij stuk voor stuk gemeend ‘schat’ - sommigen zijn echt gedesillusioneerd als ze erachter komen dat hij elke dame zo aanspreekt. Door de gang wandelend zie ik hem joviaal wuiven naar onbekend bezoek als was hij iemand van faam.

Hij heeft twee lievelingetjes, hoor ik. Toen de bezoekende man van mevrouw Giebel met een knuffelkus afscheid nam, kon pappi (die al jaren een opgewekte drukbezette weekendvriendin heeft) zijn jaloezie nauwelijks verbergen. Een verpleegster verhaalt: ‘Ze kunnen samen zo romantisch aan het  raamtafeltje zitten dat ik het kaarslicht erbij zie branden.

De opgewekte weduwe uit het torentje praat in zangregels. We zitten op het terras. Ik zie haar flirterig aan pappi vragen om zijn handen om de aansteker te vouwen, zodat ze een sigaretje kan opsteken. ’We benne op de wereld voor elkaar, voor elkaar’ zegt ze en duwt vertrouwelijk haar schouder tegen zijn bovenarm. Als ik de bestelling opneem, klinkt het: ‘Een glaasje madeira my dear; doe maar koffie.’ Q. schuddebuikt.

zaterdag 14 mei 2016

Q-PARK


een korte pauze inlassen met kleindochter Pop om de dorst te lessen


Zoals de wind waait, waait mijn hoedje: pappi’s stemming verandert met het weer. Met volop zonneschijn kunnen zijn dagen niet stuk. Q. haalt als een tweede natuur zijn klompen, tuingereedschap en kunstmest (die ik ondanks hevig protest had mee verhuisd: ik ga NIET in de tuin werken!) uit de kast te voorschijn. Hij snoeit, harkt, schoffelt, bezemt, plant en giet van ’s morgens tot ‘s avonds in de parkachtige tuin van het Zorghuis. Hij werkt zich uit de naad en vindt het heerlijk. De verzorging uit hun zorgen tegenover mij. Ik wimpel ze af: ‘Laat hem maar, hier fleurt hij helemaal van op. En hij doet echt niets tegen zijn wil. Hij is in zijn element, doet waar hij goed in is en wordt overladen met complimentjes. Bovendien zomert het in ons kouwe kikkerlandje toch nooit onbeperkt.’
 


Het onkruid is gewied, de hosta’s golven, de lavendel geurt, de paden liggen strak in het gelid, de huismerel test de nieuwe tuinstoelen en pa poot een nieuwe lading perkgoed. Het is heerlijk om je nodig te voelen en gewaardeerd te worden, ook als je 88 bent. Om die reden doop ik de voormalige kloostertuin om tot: Q-park.