zondag 21 juli 2019

OMDENKEN



Een bewoonster met een haperend kortemijngeheugen wil naar huis. ‘Waar is mijn jas?’ briest ze opstandig. Een bezoeker verwijst haar naar de garderobe. ‘Die zijn niet van mij.’ Terwijl ze door de jassen grasduint, herhaalt ze: ‘Waar is mijn jas?’ Om zich heen kijkend of niemand haar ziet, mompelt ze tegen zichzelf: ‘Pak ik deze toch, die is ook mooi!’ Ze trekt de jas aan. Een zuster schiet haar aan: ‘Die staat u goed.’ Ze praat de bewoonster van het onderwerp ‘naar huis gaan’ weg. Du moment dat de bewoonster weer aan wil geven dat ze naar huis wil, zegt de zuster: ‘Ik help u wel uit de jas en ik hang ‘m nog voor u op ook. Gezellig verder babbelend: ‘Ik hoor dat u zo’n gezellig uitje heeft gehad?’ De bewoonster is kansloos. Je ziet haar twijfelen: ging ik nou weg of ben ik terug van weggeweest? De zuster die haar op een positieve manier de mond heeft gesnoerd, krijgt het voordeel van de twijfel. De bewoonster doet haar jas uit, de zuster bergt ‘m op. Uitnodigend steekt ze haar inhaakarm uit: ‘Kom gaan we gezellig samen een bakkie in de zaal doen.’


Pappi en zijn huisgenoten zijn dagelijks te volgen op Facebook Zorghuis Tegelen