woensdag 13 mei 2020

FEESTJE


De twee weken  in eenzame quarantaine zitten erop. Ciska heeft wel een feestje verdiend. In de huiskamer hangt een welkomstbord voor haar. John Woodhouse bespeelt zijn accordeon tijdens het optrommelen van de koorleden. Tante Leen deint mee: ‘Mooi.’ Bardotje schrikt wakker en geeft haar mooiste glimlach ten beste: 'Wat geweldig dat je me hiermee wekt. Zo attent, dit nummer is heel speciaal voor mij.’ Het is toeval, maar bonuspunten zijn altijd meegenomen. Iedereen haakt aan; er is zelfs te weinig bladmuziek. Als de slechtzienden hun noten afstaan, hebben we net genoeg. De Frêle Freule heeft moeë handen, maar ze geniet van de muziek.

De koorrepetitie wordt een feestje voor Ciska. Zij mag als eerste plaatjes aanvragen. Ciska: ‘Oh, daar hoef ik niet over na te denken: Danny de Munk met Ik voel me zo verdomd alleen. Dat heeft de afgelopen twee weken wat door mijn hoofd gespookt.’ Hartstochtelijk gooit ze de hele tekst eruit. Nu vooruitkijken. 'Wat heeft u voor plannen?' vraag ik. Zij: 'Breien, daar heb ik zo naar verlangd. De afgelopen tijd is dat er niet van gekomen.'

JJ neemt het voortouw bij het voorstelrondje en heeft nog meer verzoekjes: 'Of ik bij haar op visite wil komen als ze beneden ingetrokken is. De afspraak staat. De Witte Dame, JJ en Grietje zetten een postuum eerbetoon voor Roosje in: Rot sind die Rosen. Traditioneel galmt Grietje een regel eerder dan de zanger. Buuf wiegt. Josje pendelt tussen de lange tafel en haar luie stoel. 't Maggimaedje dirigeer ik tijdens bronsgroen eikenhout. Ze zingt eerbiedig en met de borst vooruit mee. Dansend door de huiskamer doet ons Door een voetendansje met me mee. 'Mooie muziek', vindt ook zij. TT wil een kappersafspraak worden. Ik verzeker dat haar haar nog goed zit. Ze pint me vast op zaterdag. Elsfiederelsje zingt met oplichtende ogen mee met de Duitse schlagers uit de seventies. Mutti bladert door de muziek en krast alles uit het blote hoofd mee. Floris zwiert met zijn armen en lalaat. Sjimmie, een geboren vleier, vraagt plaatjes aan: Delilah, Marina, Ramona, Rosamunde. Hij tegen mij met een kushandje: 'Voor jou, omdat ik je graag mag.' Moi: 'Een mooie ben jij. Allemaal liedjes over andere meisjes.' Haas houdt niet van muziek. Zie ik daar een voetje tappen? Tante Poes is verdrietig om pappi en ze mist haar familie. De muziek gaat het laatste kwartier wat zachter. Zo kan iedereen gezellig nakletsen en heb ik tijd voor een broodnodige oppepper met Tante Poes privé. Pas als iedereen minstens een glimlach op zijn of haar gezicht heeft, vertrek ik naar huis.

maandag 11 mei 2020

TOUR DU JOUR


Tante Leen wordt naar de wc gerold. Net als vroeger in de klas gaan er meerdere vingers tegelijk de lucht in, nadat er eentje het voortouw neemt. Omdat het allemaal rolstoelers zijn die geholpen moeten worden, ontstaat er een file. Om het wachten te veraangenamen, ga ik met diegenen die het dringendst moeten op excursie. Een exclusieve rondleiding met vele bezienswaardigheden. TT wordt door haar 'gids' door de zaal geloodst: 'Als u links kijkt, ziet u rechts niets.' Alles wat aan de muur hangt is van het 'museum', meubelstukken worden bezichtigd en  bekende gezichten zijn celebrities die we om een handtekening vragen. 'Wuif maar,' push ik TT. Zij lachend: 'Ik ben de koningin niet.' Giechelend wuift ze toch en de beroemdheden zwaaien terug en maken een praatje. TT: 'Vroeger vond ik een koetsje zo sjiek.' We gaan hop paardje hop in galop naar het toilet. 

De Frêle Freule is de volgende dagjesmens op sightseeing. Zo ziet ze de huiskamer ook eens vanuit een ander oogpunt. We nemen de toeristische route langs de grote ramen. De Frêle Freule: 'Wat geweldig dat park. Hier ben ik nog nooit geweest.  Wat een uitzicht!' We bespreken de bloemetjes en de bomen en ik 'spot' een eekhoorn en een denkbeeldige tweede. Zij: 'Zal ik voor hen dirigeren? Dat vinden ze vast leuk.' Moi: 'Kijk, ze staan al te juichen.' Opgetogen speelt ze een half uur lang voor drie separate ramen. Het dringende toiletbezoek is ineens niet meer zo dringend. 

Dat komt goed uit want Floris houdt de stoel van de Frêle Freule bezet. Hij ligt te braden onder een plaid en wil niet opstaan: 'Ik zit net zo lekker comfortabel en warm hier.' Moi, lief bedelend achter het mondkapje: 'Doe je het ook niet voor mij?' Floris: 'Mwahhhh ... uh NEE.' Moi een  lokmiddel uitproberend: 'En als aan de overkant naast je eigen stoel dan een mok warme chocomel klaarstaat?' Floris, al iets welwillender: 'Je probeert me te verleiden. Moeilijk hoor om nee te blijven zeggen. Maar: NEE.' Moi: 'Mijn laatste aanbod: 'Met warme-deken-garantie en je lievelingskoekje bij de chocomel.' Floris: 'Twee koekjes!' Moi: 'Deal!' 

Later die middag op haar vertrouwde stekkie tijdens een terugblik op de tour du jour van de Frêle Freule: 'Bij mijn concert heb ik mezelf overtroffen, maar weet je wat ik nou het fijnste vond: 'Dat de auto- en bromgeluiden die ik vaak hoor niet in mijn oren zitten, maar dat de provinciale weg hier zo dichtbij ligt. Dat wist ik niet en nu wel.'

zondag 10 mei 2020

TROOSTVOEDSEL


Dodenherdenking en pappi hoort daar plots bij. Bedrukte stemming onder de bewoners. Ook bij de medewerksters hakt pappi's heengaan er flink in. Ik doe opgewekter dan iedereen. De beste remedie is één-op-één aandacht. Om half elf is de zaal nog half leeg. Veel bewoners hebben uitgeslapen of willen langer op bed blijven. Mijnheer Demijne en Sjimmie zijn wel present. Het koffierondje is opgeschoven. Mijnheer Demijne is sentimenteel vanwege de oorlog. Hij huilt om de doden van de gezonken Titanic Sjimmie aangedaan door zijn tranen: 'Mag hij twee koekje?' Er is nog tijd voor gezamenlijke handengym. 

Middageten met slavink zonder sla. 'Waarom heet het slavink en wat is het?' 'Een blinde vink zonder bril?' JJ bemoeit zich ermee en legt het haarfijn uit. Sjimmie wuift: 'Ik heb geknoeid.' Gegiechel. Hij wijst de twee gemorste erwtjes in zijn kruis aan. Giechel, giechel. Mijnheer Demijne kijkt onder de tafel: 'Hihi, die van jou zijn wel heel erg verschrompeld. Maakt niet uit, we doen er toch niets meer mee.' Sjimmie schuift zijn stoel achteruit en houdt zijn buikje in. Ik houd de lege appelmoesschaal voor hem: 'Doe ze hier maar in.' 

Het is zomers warm in de lente. ’t Maggimaedje die de ochtend verslapen heeft: ‘ik ben lui.’ Ze dut door op het terras. Wanneer ze haar ogen tot spleetjes knijpt, vraag ik of ze geen last van de zon heeft: 'Zou u niet beter uw hoofd bedekken?' Zij: 'Ich hub gen hudje, zielig he. We hubbe niks thoes.' Moi: 'Ik haal een hele mooie strooien voor u.' Zij: 'Hub se neet.' Moi: 'Heb ik wel'. 'Ze gelooft me niet: 'Gek jongk. Nou wao wach se op. Gangk haole.' Gelach ook van Grietje en de Witte Dame die zich bij ons hebben gevoegd. Uit de zomerhoedendoos in de kelder tover ik een tropenhelm te voorschijn die de rest van de middag voor zonwering zorgt.

Pappi's tafeldame Tante Poes nodig ik uit voor een onderonsje. Tante Poes mist pappi. Ze had onzichtbare steun aan hem, omdat hij net zo'n markante man was als haar echtgenoot. Ook kon Pappi tot op het laatst van F.'s leven goed met hem opschieten. Tante Poes heeft verse aardbeien en haar goud omrand Haags porseleinen koffieservies in de tas. Ik smeer de beschuiten en Tante Poes spuit zonder pardon de hele bus slagroom erop leeg: 'We hebben het nodig.' In de zon lucht ze haar hart. Het wordt zowaar heel gezellig en uiteindelijk breekt bij iedereen de zon door op het gezicht.