dinsdag 14 januari 2020

MEISJES MET RODE HAREN

Foto: Lieke Deenen

Ik ben iets later dan normaal. Pappi wacht (zonder besef van tijd) op me in de gezamenlijke huiskamer. Dat komt goed uit: JJ heeft het op-kampliedje He's got the whole world in his hand van Mahalia Jackson van me tegoed. De volumeknop mag niet voluit vanwege een bewoner die snel overprikkeld is, maar zo hoort JJ het niet. We pakken ons met z'n zessen op en dalen af naar 't oergezellig ingerichte Kelderke. 'Lekker puh', bromt JJ. Vicky Leandros bijt het spits af met Apres toi en ze mag ook een stukje Ich habe die Liebe gesehen kwelen. Een dartele Pappi typeert haar als: 'Wulpse bruine lokken, zwijmelogen en een weelderige boezem.' Mijnheer Demijne grinnikt: 'Netjes blijven, geen Tiroler gedoe hier.'

Met de box op vol vermogen zingen we luidkeels mee met ieders favorieten die de bewoners omstebeurt mogen aandragen. Mijnheer Demijne trapt af met Schuld war nur der Bossa Nova, later veegt hij emotioneel zijn tranen weg bij Spiel noch einmal fur mich Habanero. Hij: 'Zo mooi. Ik denk wel het mooiste liedje dat er bestaat.' Tante Poes en wij dromen onder het zingen weg bij Ich bau dir ein Schloss van Heintje, later als haar dochter aanschuift, klappen en stampvoeten we bij Blau blüht der Enzian van haar lieveling Heino. We volgen pappi allemaal vals de hoogte in tijdens de ro ro ro rote Lippen die ich NIE HIE HIE vergessen kann. We vallen bijna van onze stoel wanneer Roosje Fiesta Mexicana van Rex Gildo aanvraagt. Ik: 'Is Seminio Rossi van de troon gestoten?' Zij (onder invloed van JJ die hem een slijmbal vindt): 'Ik had zin in iets pittiger type.' Ik: 'Laat het hem maar niet horen.' Ze maakt lachend het oeioeioeigebaar bij haar oor. Hossa!

De tekst van Rote Lippen soll man kussen gaat te vlot, bovendien hebben de bewoners nog niet de juiste bladzijde van het tekstboek voor zich en dan moeten we ook nog op de foto. Bij Kalinka ziet iedereen Ivan Rebroff op de hurken voor zich. Ik maan Mijnheer Demijne om te blijven zitten; we zijn geen achttien meer. Roosje roept: ‘Freddy Quinn is nog niet voorbijgekomen.’ Arme arme Freddy. Na Junge komm bald wieder en Seemann (van Lolita) waar onze stemmen samen golven en JJ dirigeert weten we het zeker: dit is de eerste wekelijkse repetitie van ons  koor.

Tanze mit mir in den Morgen en Du schwarzer Zigeuner brengen rolstoelster JJ terug naar een ver verleden bij dansschool Jeanne van Rooij: 'Mijn benen dansen. Het voelt alsof ik over de dansvloer zwier.' Daar krijg ik een brok van in mijn keel, terwijl het een vrolijke middag is. Ik kondig Ronny aan. 'Ronny. Wie is Ronny?' klinkt het misprijzend en corps. Ik: 'Als ik 'm opzet, weten jullie het meteen. Bij de eerste klanken van Siërra Madre valt iedereen in.

Bij elke zanger/zangeres komt de vraag 'Leeft hij/zij nog?' voorbij. Omdat het lastig switchen is van internet naar Spotify op de iPad beloof ik dat we daar een volgende middag aan spenderen. Uiteraard is de immer opgewekte Mijnheer Demijne onze vrolijke noot. Bij Het kleine café aan de haven wanneer Vader Abraham ... een pilsje is er niet duur ... zingt, weet hij: 'Eén gulden vijftig kost dat. Da’s goedkoop.’ Hij springt uitnodigend op: ‘Kom we gaan daarheen.' De laatste ronde. JJ wil uit nostalgische overwegingen Meisjes met rode haren. Met Arne Jansen had ik wel verkering gewild, wat een leuke jongen. Ik vulde natuurlijk MIJN haarkleur in bij rode.' We krijgen de slappe lach bij de meest recente foto van hem. JJ: 'Nouwwwww, da's maar goed, dat het niks tussen ons geworden is.' Als dessert wordt Geneet van ut laeve opgediend. Een liedje dat altijd tot verbroedering leidt. De bewoners die kunnen staan, staan op en allemaal pakken we de hand van onze naaste vast ... zoelang as ut nog kan.