vrijdag 3 juli 2020

TYPISCHE TELEFOONTJES


Archiefblog

Geregeld haalt pappi de transparante kunststof kapjes van de voorkeursnummers af. ‘Gewoon een beetje zitten klooien’, zou hij moeten toegeven, maar zijn naam is Haas. Van de negen toetsen hebben we er vijf teruggevonden. Voldoende om de belangrijkste personen te vermelden. Ik sta nog steeds op numero uno. Hiep Hoi.


'Ben ik in Melick verbonden', vraagt pappi als ik thuis de telefoon opneem.
'Nee, je hebt nu je dochter aan de lijn', antwoord ik.
‘Jij woont toch in Melick?
‘Nee, je zus woont er. Bel haar maar, dat vind ze vast leuk.
‘Daar heb ik geen nummer van.’
‘Je zus staat onder het knopje BETS.’ 
'En ik mocht van jou de knopjes er niet afhalen.’ 
‘Pappi buldert omdat hij me tuk heeft.
‘Ik bedoel je legt nu de hoorn neer en drukt op het toets waar BETS opstaat. Gesnopen?’
‘Ja.
Een enorme fluittoon in mijn oor. Pappi is vergeten de hoorn neer te leggen, voordat hij gaat bellen.
‘Hallo?’
‘Hallo?’
‘Met BETS?
‘Nee, met je dochter schat.’
‘Hoe kan dat nou?’

Ongelooflijk dat zoiets simpels, als je oud wordt, geen belletje meer doet rinkelen. 

BALLENBAR


archiefblog

Hittegolf. Binnen is het hot. Alle mannelijke bewoners hangen zwetend in de hoek van hal rond. Klamme kleren en natte haren tegen het hoofd geplakt. Ze zijn te bevangen voor stoeremannengezwets. 'Is dit de ballenbar en wachten jullie op een rondje?' daag ik lollig uit. KanariePiet kan net zijn mondhoeken optrekken voor een glimlach en mompelt: 'Eikeltjesbar.' Ik herleid het naar de Fabeltjeskrant - maar dat onderkomen heette het Praathuis, lees ik later. Floris haakt er, mij wijs terechtwijzend, op in: 'Echte mannen houden niet van ballen, maar van bollen!' Met twee uitgestoken wijsvingers prikt hij naar mijn borsten. In een reflex doe ik een stap achteruit. Floris smakkend: ‘Net mis. Ik krijg zeker geen tweede kans?’ ‘Dat heb je goed’, knipoog ik.

OP DE PRAATSTOEL

Max Schmeling

Op bezoek op onze locatie: Zorghuis Tienray. Een slanke heer met pretoogjes zit meteen op de praatstoel, wanneer ik een gesprekje aanknoop. Vol verve introduceert hij zijn huisgenoten. In no time weet ik alles over iedereen. De man wijzend naar de vermeende drinkebroer die de tegels in de gang uitslijt: 'Die die, die drinkt elke dag minstens honderd flessen bier. 's Morgens zit zijn stalen rollatormandje al volgestouwd en dat gaat zo de hele dag door. Ik snap niet dat hij dat weggespoeld krijgt.’ Over hemzelf valt weinig te vertellen, meent de gezellige prater. ‘Zelf heb ik nooit gedronken, zelfs niet na de repetitie van de fanfare of in de voetbalkantine.’ Hij glinsterlacht en om zijn verhaal te staven kletst hij regelmatig zijn handen kruislings op zijn bovenbenen. 

Wanneer een grofgebouwde bewoner (type deurwaarder) met handen als kolenschoppen en een ingedeukt gelaat voorbij de deuropening wandelt, schatert de praatgrage man met de levendige fantasie: 'Die, die dat is een voormalig bokser.' Ik snap zijn associatie. De slanke heer kletst de handen op zijn bovenbenen van de schik: 'Geen goeie, dat kan je aan zijn neus zien!'

Wijzend naar de slapende bewoner die een handvat van zijn rollator omklemd: ‘Die die, ha, die heeft een scheertasje waar niemand aan mag komen. Zelfs in zijn slaap waakt hij erover. Wat kan er nou voor waardevols in een scheertasje zitten.’ Hij is oprecht verwonderd. De activiteitenbegeleidsters trommelen de bewoners op voor een gezellige zit. Voor ik kan vragen of de man me wil begeleiden naar de koffiekamer, is hij al soepel opgesprongen. ‘Wijst u me de weg?’ vraag ik vriendelijk. Hij volgt me als een hondje.


zondag 28 juni 2020

STAMGASTEN


archiefblog 2018 - 2019

De recorddroogte en het record aantal zonne-uren gaan de geschiedenisboeken in als de 'gele zomer'. 'Gele zomer' verwijst naar de massaal verdorde gazons. De echte diehards laat de hitte koud. Grappig is dat de stamgasten of het nu morgen, middag of avond is, ook op het terras allemaal hun vaste plaats aanhouden. 

Zo is de stamtafel voor de kaarters in de huiskamer standaard tussen 15.00 en 16.00 uur en tussen 19.00 en 20.00 uur gereserveerd. Het kan vriezen of dooien, regenen of zweten zijn: het kaarten vindt altijd doorgang. De tuinman drinkt 's avonds een wijntje voor de tv of een biertje op het terras met de Javaanse Jongens. 's Middags neemt hij een wit wijntje met de heren: Patron,  Mijnheer Demijne, Sjimmie (cola), Rijk (appelsapcognac) en Bassie. Met twee sherryglaasjes bewegend vraag ik aan de zuster wat ik zijn vriend Patron mag inschenken. Patron zwaait: 'Schenk maar iets lekkers in. Een of ander doorzichtig goedje, waar een pootje onder komt.' 'Jonge klare?' lach ik, waarmee ik 7Up bedoel. Van de zuster mag hij een halfje wit. Hij: 'Wel van mijn eigen voorraad, want dat is goeie!' Ik doe letterlijk water bij de wijn. Patron, een vinoloog, merkt niets van de aanleng: 'Mmm. Heerlijk, heeft een goede afdronk. Kun je wel proeven dat dit uit mijn eigen dure verzameling komt.'