zaterdag 2 april 2016

MORGEN GAAT HET BETER

Aaihond Pippi fleurt Q. op.

Q. heeft last van stemmingswisselingen. Net als je denkt dat hij in zijn hum is, laat hij zijn hoofd hangen. Vriendin M. dacht dat een uitstapje hem goed zou doen. Niet dus. De druk vooraf, het niet kunnen onthouden wat er staat te gebeuren, het uitstapje zelf (wat heel gezellig was) en na afloop de beleving verwerken, maken hem zenuwachtig. Al met al had hij een week nodig om weer in de structuur te komen.

Zomaar is hij weer terug in de tijd. Hij vraagt of ik de dagopvang wil afmelden, waar hij al een jaar niet meer naar toegaat.  ‘Ach gekkie, je woont nu toch in het Zorghuis,’ zeg ik. Pappi’s hoofd toert door heel het land. Als een tijdreiziger verplaatst hij zich naar de vele adressen waar hij heeft gewoond: 'Kavinksbos, oh nee Irenelaan, nou weet ik het: Fons Bergerstraat? Akkerwinde? Het is de Kwartelstraat.' ‘Nee, pappi daar ben je na het trouwen gaan wonen’, licht ik toe. ‘Ben ik getrouwd geweest? En wanneer dan?’ vraagt pappi verbaasd. ‘Ja, meer dan 60 jaar met Gerrie.’ ‘Och ja, is waar ook met mam.’ Q. bonkt met beide knuisten tegen zijn slapen: ‘Het is toch bar dat ik niets meer kan onthouden.’ Zoals zo vaak haal ik met een freulerige stem ons hoopgevende huisgrapje* aan: ‘Morgen gaat het beter!’

*’Morgen gaat het beter’ is de titel van, en een veel gebezigde zin in de Nederlandse speelfilm uit 1939 naar een roman van Annemarie Selinko. We kwamen er op een regenachtige saaie middag tijdens het zappen bij uit.