23 graden en zonnig. De bewoners zijn in de parkachtige tuin aan de wandel of zitten op het overdekte terras. De overigen houden een korte siësta in hun eigen appartement. De opstelling van de stoelen onder de luifel is die van een zonnedek op een cruiseschip. Vijf sjieke dames keurig naast elkaar op de eerste rij: het gekapte hoofd in de schaduw, fleurig mouwloos topje en opgestroopte pantalonpijpen. De zesde dame met een tere huid bevindt zich achter hen in de volledige schaduw.
Blote benen in de (brandende) zon. De dames die helemaal opgaan in het Zwitserleven gevoel worden vriendelijk verzocht uit de zon te gaan. De stoelen kunnen niet naar achteren geschoven worden. Een loodzware teaktafel plus dito bank staan in de weg. Daar weten de gespierde verpleger en ab'er wel raad mee. De opstelling wordt veranderd zodat er a) meer mensen (in rolstoel) plaats kunnen nemen en b) men zelf naar achteren en met de zon mee kan schuiven.
Het is echt heet, maar het dikwijls genoemde zachte briesje brengt zalige verkoeling. 'Wie helpt er mee de houten brievenbussen boenen?' vraagt de ab'er met een lachend gezicht waarop zweetdruppels parelen. Voordat ze het vraagt, weet ze het antwoord al. Stilzwijgen. Bij de tweede keer vragen wordt er met ingehouden deugnieterige lach demonstratief aan de schouder of pols of arm of handen en vingers gevoeld. Zij: 'Jaja, laat het gekreun maar achterwege.' Mevr. H. kaatst de bal terug: 'We zitten toch op een cruiseschip, dussss met vakantie!'
Uit de serie: De vlinder geeft je vleugels
