In de paastijd komt het onderwerp 'biechten' ter sprake. Een gelovige en nog immer kerkelijke bewoonster: 'Wat kan een kind nou voor ergs hebben gedaan, dat je vroeger als kind verplicht je zonden moest opbiechten in de biechtstoel? Het was elke keer weer de hersens kraken. Een appel uit een boomgaard jatten om je hongerige maag mee te vullen, stiekem tijdens de vastentijd een koekje uit de koekjestrommel halen voordat ze klef werden.' Roselie hoorde vlak voor haar biecht de buurtkinderen uit en gebruikte hun zonden. Lachend: 'Die pastoor moet toch vaak hetzelfde hebben gehoord.' Jeanne werkte altijd vooruit. Zij had een compleet gevuld opschrijfboekje met verzonnen zonden waaruit ze kon kiezen. Ze gniffelt: 'Ik heb er nu nog pret om dat mijn streng religieuze ouders dat nooit geweten hebben. DAT heb ik echt goed gedaan! '
Voor de mensen die niet weten wat een biechtstoel is: het is een houten kerkmeubel, een soort minikamertje dat uit twee (soms drie) - door een wand met tralies gescheiden - compartimenten bestaat. In het ene compartiment bevindt zich de zittende biechtvader, in het andere de geknielde biechteling.
Uit de serie: De vlinder geeft je vleugels
