18 september 2026

JODELA HITI


Gek genoeg is september de maand van de Oktoberfesten. Door de populariteit van deze gezellige bierfeesten was een maand niet meer genoeg. Er schiet me weer iets te binnen. Ik vertel het in verhaalvorm.

We vertoeven buiten op het zonnige terras dat naast de parkachtige tuin ligt. Drie bewoonsters geven aan dat ze niet alleen in het park durven te wandelen. Vinden ze de weg wel terug en wat als er iets gebeurt, zoals vallen? Daarom wandelen ze altijd minstens met een andere persoon erbij. Is er geen gezelschap of begeleiding dan word er helaas niet gewandeld. Ik geef aan dat ik jodel als ik alleen het park in ga en de weg ben kwijtgeraakt. Ik verzin dit ter plekke. Zes oren zijn gespitst. Jodelen? 

'We gaan het testen, dan zien jullie vanzelf wat ik bedoel', geef ik lachend aan. Ik loop het park in en bij het tweede paadje houd ik halt. Met Olga Lowina in het achterhoofd probeer ik mijn beste jodel ten gehore te brengen. 'Kunnen de dames me horen? Zo ja, dan terug jodelen.' We testen de afstand hoe ver een stem, in dit geval mijn stem, draagt. Wanneer ik jodel, jodelen de dames en intussen enkele familieleden met de slappe lach telkens terug. Ook werkbezoek dat via de ijzeren poort binnenkomt, weet niet wat ze horen. We proesten het uit.

In de tuin wordt er nu vaker en overal voor gejodeld. De dames gebruiken het bijna overal voor. Zoekt men iemand of gaat er iemand weg, dan hoor je gejodel. Koffie op het terras. Ik moest even naar binnen naar de woonkamer om de zoetjes te halen. Het duurde de dames te lang, dus werd er gejodeld. Door het dikke isolatieglas is dat binnen niet hoorbaar. Weer terug met de zoetjes op het terras, vraagt Roselie grinnikend: 'Waar was je nou. Ik had je gejodeld! We liggen in een deuk. 'Gejodeld worden' is een standaard uitdrukking geworden, dat snap je wel. Jodela hiti!

Project Papillon

07 september 2026

HITTE HAAIEN

 

Vanwege de hitte vertoeven we binnen bij de airco. ‘s Middags stoot ze tegen haar glas rosé; zo noemen we het roze water met frambozensmaak als het in een wijnglas wordt geserveerd. De slechtziende bewoonster geneert zich een beetje vanwege de tafelgenoten die zich ermee bemoeien. Haar buuf vraagt of ik een doekje wil halen. Ik rol een stuk altijd-bij-de-hand-keukenpapier af. Het blijken niet een paar druppels. Dit vraagt om het wonderdoekje! 

De bewoonster van het ongelukje: ‘Ik heb echt maar een heel klein beetje omgestoten toch?’ 'Klopt en anders had het ook niet uitgemaakt. Daar zijn doekjes voor.' Wanneer de plek op tafel droog is, zie ik tussen haar benen een grote plas op de grond. Theatraal: ‘Maar goed dat ik in de buurt was. Ik zie de oceaan. U had wel kunnen verdrinken!’ Mevrouw ligt dubbel. 'Kunt u trouwens zwemmen?' Zij, de schouders ophalend: 'Als het moet, kan je veel.' ‘Jeetje. Er hadden zo maar vissen op u af kunnen zwemmen. HAAIEN!’ Er volgt een lachsalvo.

Een blanco A4-tje dat op tafel ligt, wordt een witte haaienvin die langs de tafelrand zwemt. Natuurlijk begeleid door doeng doeng, doeng doeng, het ijzingwekkende geluid wanneer de witte haai van Jaws in aantocht is. Mevrouw vindt het allemaal meer dan prima. Ze is blij dat niemand het meer heeft over haar onhandigheid of nog erger: in de broek plassen. 

Meer bewoners willen zo leuk geholpen worden. 'Geen geknoei. dames', wijs ik met een ondeugende vinger. Ook niet als ik een leuke woordspeling heb?', vraagt buuf. 'Vooruit dan maar.' "Buuf: 'Ik heb nog nooit een haai gezien en verstond eerst hittehaai. Omdat het zo warm is hè. Ik dacht waar heeft ze het nu weer over.' Te leuk die dames.

Project Papillon