29 december 2016

ROLLATORROCK


twisten met Q.

Kerstavond in het Zorghuis. Joekskapel Waers (dwars) waarin een zoon van mevrouw van D. de trompet blaast, brengt professioneel bekende hedendaagse kerstklassiekers ten gehore. Ze maken er een feest van. De bewoners voorzien van kerstmutsen (zelfs brombeer kan lachen om het op zijn hoofd geplante rode kapje met twee witte vlechten) willen meer. 'Als de sterre dao boave Stroale', roept seniorita sigaretje. De orkestleider vraagt aan de leiding of dat niet teveel van het goede is. 'Als de bewoners het willen, prima', roepen ze in koor. Na de eerste Limburgse carnavalskraker zit de stemming er meteen in: de kromme beentjes gaan de dansvloer op. De Indonesische 'tweeling' als eerste. Mijnheer S. walst met zijn schoondochter die hem met haar handen onder zijn oksels staande houdt. Moeders en dochters foxtrotten in slow motion. Een karavaan van schuifelende bewoners, rolstoelers, bewoners zittend op rollators voortgestuwd door verzorgenden en familie, sliert door de zaal. Bijna allemaal vergeten ze voor eventjes de oude dag die pijntjes en kwalen voortbrengt. Wie echt niet uit de stoel wil, schalt, lalt, neuriet, klapt, deint of tikt met de stok mee. 'Haak in met Marie', roep ik euforisch tegen pappi en de steeds induttende bonjourmonsieur naast me. Tijdens het uitserveren van heerlijke hapjes en halve bekertjes Glühwein of mini advocaatjes steelt de dansende peuter van een verzorgster die haar vrije tijd 'opoffert' de show. Het dotje doet de ogen van de bewoners oplichten. Iedereen wil haar knuffelen. Stuk voor stuk proberen ze, ieder op zijn eigen manier, haar aandacht te vangen. Pappi laat zich op de grond zakken en wiebelt als een puppy op haar af. 'Woef, woef', doet hij. Het peutertje 'vlucht' in mama's veilige armen, terwijl wij gedrieën de 93 kg omhoog hijsen. Als afsluiter wordt een bijdehante tante verkleed als kittig kerstbengeltje (dat wilde ze zo graag) op haar rollator door de zaal gereden. Het hechte publiek juicht.
Een uurtje later ligt haast iedereen op een oor. Als ik Q. op zijn kamer met verhitte wangen welterusten kus en zeg: 'wat was het gezellig' weet hij niet eens meer dat hij gedanst heeft. Gelukkig hebben we de foto's en filmpjes nog!

pappi met zijn weekendvriendin


27 december 2016

VAN WILLIE WORTEL NAAR WILLIE WARTAAL


Tijdens het mdo (multidisciplinair overleg) ongeveer twee jaar geleden sprak de verpleegarts van de dagopvang waar pappi destijds zijn heil zocht, de profetische woorden: 'Als je vader intussen niet is gehemeld, zal hij over  drie jaar totaal de weg kwijt zijn.' Ik wilde en kon het niet geloven. Die rijzige welbespraakte sterke beer die over zoveel organisatietalent beschikt en voor alle praktische zaken een oplossing heeft, zou zijn verstand verliezen?

Tot voor twee maanden terug was er 'geen' vuiltje aan de lucht, Q. voelde zich zelfs goed genoeg om weer zelfstandig te wonen in plaats van 'op kamers'. De warmte, zorg en structuur in het Zorghuis waar hij nu woont, vertragen het dementieproces. Nu knutsel ik een kartonnetje in elkaar waarop zijn foto staat, zijn naam en waar hij zich bevindt. Tijdens heldere tijden (zelf omschrijft hij dat: 'Als ik bij de positievo's ben') hebben we 'een veilig thuis' teken afgesproken: de door hem ingekleurde tekening van een Chinese draak die op zijn kamerdeur zit geplakt, is zijn baken.

Op 21 oktober kreeg hij een black-out, in december volgden vele (soms dagelijkse) stroomstorinkjes opeen. Nu wordt hij geplaagd door wanen en is hij gedesoriënteerd. Ineens zit de hoofdrolspeler van zijn eigen serie in door elkaar gehusselde afleveringen. Dan is hij weer een kind dat bang is om te laat op school te komen, of is hij in paniek omdat hij een niet bestaande afspraak is vergeten, of hij herkent zijn omgeving totaal niet. Voormalige woonplekken husselt hij door elkaar; thuis is nergens meer.

Pappi beseft dat hij langzaam de realiteit verliest. We hebben altijd alles met praten en humor op kunnen lossen. Dit gaan we niet winnen. En dat is heftig voor ons allebei. Wanneer ik (nog het enige vertrouwde voor hem) pappi 's avonds door de telefoon 'welterusten' wens en hem net als de zuster vertel waar hij is, brabbelt hij wartaal die zelfs voor mij moeilijk te volgen is. Neemt hij afscheid met 'Afijn, dag poes (of pops)', tot morgen' dan zijn we allebei gerustgesteld. Mompelt hij met ontreddering in de stem dan heeft de geriater een tijdelijke oplossing. Alweer een pilletje erbij.


21 december 2016

PORTOFOON



Alles Roger?

Sinds Q. een telefoon heeft die hij kan bedienen, belt hij op de gekste momenten van de dag. Helemaal begrijpen doet hij het apparaat niet, maar het is het simpelste wat er te koop is: toetsen met de naam/foto erop. Tijdens ons gesprek hoor ik geregeld een digitale piep. Achteraf begrijp ik het patroon pas. Telkens als hij uitgesproken is, en het mijn spreekbeurt is, drukt hij op de knop met mijn naam erover. Hij ziet de telefoon als een portofoon die hij in zijn arbeidzame leven vaker heeft gebruikt. De knop indrukken betekent: 'over' naar Cela. Ik mag het woord. 

19 december 2016

EENZAAM AAN DE TOP

Vier op een rij: Schoonzus Riet, zus Truus, Q., en broer Jos(ef) in de tuin.

Al zijn vrienden en wat ver weg wonende familie is al gesneuveld. Dat is helaas inherent aan een hogere leeftijd bereiken. Diegene die uiteindelijk overblijft, is weliswaar de winnaar, maar betaald daarvoor de hoofdprijs. Pappi voelt zich daarom  weleens emotioneel eenzaam, ondanks dat hij veel onder de mensen (bewoners en verzorging) is. Je kunt het wel over ditjes en datjes met iedereen hebben, genieten van natuur, muziek of aandacht, maar serieuze goeievriendengesprekken zijn schaars geworden.

Omdat Q. steeds vergeetachtiger wordt en inmiddels drie black-outs in twee maanden tijd heeft gehad, regel ik foto's van de visite om gesteggel te voorkomen. Q. kan zich bezoek namelijk niet herinneren: 'Ik zie hier nooit iemand! Echt niet, ik krijg nooit bezoek!' Hij meent het serieus zonder zielig te doen. 'Mia, je vriendin, komt trouw elk weekend en wij zien en/of horen elkaar dagelijks (meerdere malen denk ik erachter aan)', zeg ik. 'Jij telt niet als bezoek, zegt pappi, 'wij zijn samen.'

Driedelig: biesemennekes kleinzoon Thijs, opa en zoon Rene.

Bovenstaande foto's liet ik afdrukken en in een lijstje plaatsen. Q. kan zich geen moer van de visite herinneren. Bij de drie generaties roept hij: 'He, wat leuk! Een foto van Peter!' 'Wie is Peter?' vraag ik. Q. praat eroverheen: 'Tjonge, die Peter. Da's leuk!' Ik doe net of ik gek ben en vraag nogmaals om Peter aan te wijzen. Dat kan hij niet. Pappi antwoordt: 'Die anderen (incluis hemzelf) ken ik niet.' 'Moet ik nu echt met je naar de spiegel lopen', lach ik. 'Ik weet wel wie ik ben,' mompelt hij en daar houden we het bij. Het is zoals mijn broer later zegt: 'We hebben ons pap een fijne middag laten beleven, dat is het toch waard.' En zo is het. 

07 december 2016

STERFGEVALLEN



In de sfeervol verlichte recreatiezaal klinkt klassiek. Alles is pais en vree. Ik informeer bij de echtgenote van de knikkebollende bonjourmonsieur wat er aan de hand is; de notoire wegloper zit aan de rolstoel gekluisterd. 'Waarschijnlijk heeft hij een attaque gehad, waardoor zijn benen het niet meer doen. Verder was hij weinig spraakzaam. Vandaag lijkt hij enigszins op te knappen.' We knopen een Franse conversation met hem aan: de communicatie lijkt hersteld. 

'Pappi heeft in oktober een black-out gehad. Zelfs dat herstel duurde enkele dagen. Zover we kunnen zien is de schade beperkt gebleven. Bij uw man wordt de mobiliteit met de ingeschakelde fysio vast ook beter', spreek ik haar bemoedigend toe. 'Ik hoop het, ik wil hem nog niet missen, we zijn al 59 jaar getrouwd', zegt zijn eega. Bezorgd erachteraan: 'Het Zorghuis staat toch wel goed bekend, ik hoorde tijdens mijn vorige bezoekje dat er in november vijf sterfgevallen waren?' 'Ik zie hier elke keer met eigen ogen hoe begaan en zorgzaam medewerkers met iedereen zijn. De mensen die hier wonen zitten allemaal in de reservetijd. Ik neem aan als er sprake is van een complot dat de verzorging als eerste bij doodzieke of bij 'lastige' patiënten het kaarsje uitblaast, tenminste zo zou ik het aanpakken', steek ik er de draak mee. 

Ik keuvel nog met twee verzorgers en complimenteer Seniorita Sigaretje met haar Marlène Dietrichkapsel. Zij: 'Als ik oud ben, neem ik wel een poedelpermanent.' Ik neem de lichte lange gang en klop bij pappi aan. Geen respons en een dichte deur. De 'koffiedame' heeft een loper en wil vlug het slot omdraaien. 'Zit de veiligheidspal er nou aan de binnenkant op', mompelt ze meer tegen zich zelf dan tegen mij. De schrik slaat me om het hart. 'Ach, suffie', schudt ze met haar hoofd, 'dat was de verkeerde sleutel.' De kamerdeur zwaait open: zijn plek bij het raam is leeg. De verpleegkundige steekt op dat moment haar hoofd om de hoek van de deur: 'Je vader zag ik net in de tuin.' Buiten krijgt Q. een extra dikke knuffel van me.

02 december 2016

SNIEKLAAS

v.l.n.r. mijn broer Rene, vriendinnetje Marieke en Cela. Helaas zijn er van Q. geen Sintfoto's bewaard gebleven.


Vroegere herinneringen. Het Sint Nicolaasfeest was lang het best bewaarde collectieve geheim van Nederland. Het was in de tijd dat de wind guur om de hoek waaide, de maan sikkelvormig was, Spanje een onbereikbaar exotisch oord was waar sinaasappels aan de bomen groeiden, en mensen nog goedgelovig waren. Amateurtoneel van de bovenste plank waar volwassenen wekenlang schik en kinderen schrik aan hadden. Je ouders maakten er handig misbruik van dat Sinterklaas alles van je wist, om je braaf te laten zijn. Uit eigen beweging bleef je op zijn verjaardag langer in bed om te dromen van de schatkamer waaruit jij jouw cadeaus mocht kiezen. Kinderen die deelgenoot waren gemaakt, voelden zich een hele piet omdat zij nu bij de groten hoorden.
                                                                                     
Er bestond slechts één stinkend rijke mijterdrager die op zijn verjaardag nota bene elk huisje langsreed, vandaar dat hij personeel nodig had. Pieterman was destijds een jaloersmakend beroep. Lolbroekerige boefjes wilden maar al te graag mee in de zak naar Spanje om opgeleid te worden tot zongebruind hulpje en acrobaat: pieten moesten immers over daken kunnen lopen, door schoorstenen kunnen en zakkenvol pakjes dragen. De arbeidsvoorwaarden waren puik: een brokaat gebiesd pietenpak inclusief baret met veren, blinkende oorringen en pepernoten en taaitaai zoveel als je wilde, 49 weken halve dagen naar de circusschool waar je kunstjes leerde om slechts drie weken per jaar hard te werken in het buitenland. Op vrije middagen hielp je die eeuwenoude lieverd om beurten op de postkamer. Afstuderen deed je niet met een diploma. Van de goedheilig man kreeg je hoogstpersoonlijk een toepasselijke naam toebedeeld. Het enige wat je ervan weerhield om met de boot mee te varen was dat je je moeder niet kon missen.

Nederland groeide uit zijn voegen. De 'Snieklaas' van Toon Hermans was verplicht om hulpsinterklazen aan te stellen. Mijn vader was er één van. Mijn broer werd zijn hoofdpiet Pedro en beheerde het Grote Boek. Het schminken gebeurde thuis. Ik, nog in het ongewisse, moest tot nader order bij een vriendinnetje gaan spelen. Onze fiks werd in de schuur ondergebracht. Want: voor de allerkleinsten kon je alles verbloemen, maar de hond maakte je niets wijs. Die verklapte meteen dat onder die karmijnrode maxi jurk met sneeuwwitte baard en dito pruik erboven je vader, en achter de schoenpoets en de bonte babydoll je broertje, zich verstopt hielden.

Een jaar later op 5 december. De grote onthulling: magie maakt plaats voor teleurstelling die verzacht wordt doordat je toetreedt tot de selecte groep insiders. Ik mocht, onder de naam Trampedoelie, het springpietje spelen. Op de viering van de goede Sint in het zaaltje van de ontspanningsvereniging waar mijn vader oprichter/voorzitter van was, zongen tientallen verhitte kindertjes nadat er op de geblindeerde ramen was gebonkt: ’Sinterklaasje, kom maar binnen met je knecht*’. Die verwondering tijdens mijn eerste optreden zal ik nooit vergeten. *knecht wordt in woordenboeken omschreven als assistent. Niks mis mee.

(Pappi glundert als ik smeuïge verhalen van vroeger vertel. Hij kan zich ze niet meer herinneren.)

De televisie en de commercie deden hun intrede. Nu verkleden kinderen zich als pietje en is de ooit als zwarte piet gerekruteerde buurman/oom/neef/vriend zonder schmink ontmaskerd en werkloos. Jammer dat dit magische en onschuldige toneelstukje voor de allerkleinsten, om zeep wordt geholpen door een klein clubje aandachttrekkers en zogenaamde politiekcorrecten die verklede amateuracteurs de zwartepiet toespelen. Is in Nederland niet iedereen welkom?


11 november 2016

BALLON



Het vochtige kille herfstweer noopt Q. om meer binnen te blijven. In de recreatiezaal zijn doorlopend activiteiten. Pappi voelt zich zelden geroepen om eraan deel te nemen, ondanks dat ik erop hamer om de hersentrainingen te volgen. Hij houdt van aandacht en gezelschap, maar is geen kuddedier. Liever heeft hij dat een vrolijke vrouwelijke verzorger een persoonlijk praatje met hem op de kamer maakt. De muziekmiddagen en - avonden zijn iets om zich op te spitsen, alleen vergeet hij dat. Sinds de black-out is hij lachgraag en zijn kortetermijngeheugen een regelrechte ramp. Voordat de stijvigheid, de herfst- en winterblues en de daarmee gepaard gaande sores en verveling toeslaan, maak ik een lijstje met doedingen om zich mee te amuseren. Fotoboeken doorbladeren en foto's uitzoeken. Kruiswoordpuzzelen en 'Pa sjansen' (patience) bleken te hoog gegrepen, waardoor het meteen duidelijk was waarom hij weigert zich aan te sluiten bij het kaartclubje dat aan pesten doet. Voor dominostenen aanleggen, kleuren voor volwassenen, dieren en natuur bekijken op National Geographic (Pappi keek behalve voetbal nooit tv) is hij in. Portemonnee zoeken is een dagelijks treiterritueel. Indoor jeu de boulen staat op mijn verlanglijstje.

Dinsdagmiddag bij Pappi. Bij zijn stokoude overburen is het elke week raak. Alweer hangen er ballonnen en een letterslinger 'hartelijk gefeliciteerd'. Ach, je kunt maar iets te vieren hebben. Voordat de verzorging het feestelijke spul opruimde, pikte Q. een gele ballon. We drinken samen een kop thee. Q. beweegt de ballon die hij aan het tuutje vasthoudt heen en weer. Ik vraag: 'Zullen we ballon volleyballen?' Als antwoord mept hij de ballon in mijn richting. Dolle pret. 'Dit doen ze ook tijdens het gymnastiekuurtje', ik peil zijn reactie. 'Weet ik niks van, maar nou doen wij het voortaan samen', klinkt het beslist. 'Afgesproken.' Donderdags word ik bij het openen van de deur verwelkomt door de gele ballon. Smash! Q. schatert en valt haast voorover uit zijn relaxfauteuil: '1-0!'

27 oktober 2016

HET GROTE VERGETEN


Het grote vergeten is begonnen. 'Forgetting is not always a bad thing'. Deze oneliner van Charlie Brown bezigt Q. in het Nederlands als hij vraagt naar mijn lieve, gezellige en zorgzame moesje waar hij zo'n 60 jaar een twee-eenheid mee vormde. Hij kan zich weinig details meer herinneren, wel dat ze zijn enige en grote liefde is en dat het gemis na haar dood ondraaglijk was. Alzheimer laat hem de pijn vergeten. Ik haal herinneringen op: vroeger is eventjes dichtbij. Hij glundert. Mooie gewiste memoires gloeien na in een warm gevoel, de eigen ervaringen zijn anoniem geworden. En zijn thuis? Dementie laat geen navolgbare sporen na. Thuis ligt ergens ongrijpbaar in een parallel universum.

21 oktober 2016

BLACK-OUT


Niets zo veranderlijk als het weer. Niets zo veranderlijk als pappi. De plotselinge omslag van droog naar onophoudelijke neerslag (en dat hij verplicht binnen moet blijven), brengt de blues met zich mee. Wanneer Q. stilzit en niets omhanden heeft, gaat hij malen.

De natuur sterft, bijna iedereen vecht tegen het vallende-blaadjes-verschijnsel. Bij Q. speelde er nog iets mee. Hij kreeg een black-out: een tijdelijke stoornis van de hersenen waardoor de informatie van het kortetermijngeheugen niet wordt doorgeseind aan het langetermijngeheugen. Q. raakte in paniek: zijn omgeving was hem totaal vreemd en hij herkende de bekende gezichten niet meer.

Ik doorliep de hele fase met hem totdat het weer lichtjes begon te dagen en hij kalm werd. Alcohol had hij niet genuttigd, de griepspuit kreeg hij anderhalve week geleden, dus dat kon de trigger niet geweest zijn. De twee overige keren (dat we weten) dat hij een black-out had, was dat de voorbode van een herseninfarctje. Sindsdien slikt hij preventief medicatie. Duimen dat het blauwe pilletje zijn werk doet.

19 oktober 2016

BONTE AVOND


Geregeld kunnen de bewoners genieten van live muziek. Q. blijft stug volhouden dat het carnavalsoptredens of bonte avonden zijn. Herfst, de gashaard brandt gezellig in de recreatiezaal. Aangekleed gaat uit: Q. strooit kwistig met de aftershave, trekt zijn mooiste jasje aan en vist zijn prinsensteek uit de la. Deze zaterdagavond speelde de Boekendse accordeonist Hay Huys meezingliedjes uit de oude doos voor een enthousiast meedeinend publiek. 'Zing je ook uit volle borst mee', wil ik van te voren weten. 'Dat weet ik nog niet', klinkt het weinig geïnteresseerd, 'het ligt eraan hoe ik me voel.' Heel beslist erachteraan: 'Ik ga in ieder geval NIET dansen!' 

Bovenstaand bewijs stuurde de activiteitenbegeleiding! Topper Tineke (zijn danspartner) krijgt bij iedereen de voetjes van de vloer.

10 oktober 2016

HAMERTJE TIK



Een wandelstok is voor loopondersteuning. Pappi's wandelstok is vooral onmisbaar gereedschap om mee in de bodem te pierikken, in groen te porren, interessant klein zwerfafval (bierdopjes en ander glimmend spul)  op de grond omhoog te halen en van dichtbij te bekijken, en dorre takken van bomen en struiken af te slaan. Het was een kwestie van tijd dat het kwetsbare rubberen dopje de brui eraan zou geven. Het blijkt onvervangbaar: bij toebehorenwinkels voor senioren zijn alleen zware 'olifantenpoten' verkrijgbaar. Q. zou Q. niet zijn als hij een oplossing had. Met een door Wim aangedragen kunststof antischuifschijfje van een stoelpoot slaat hij de spijker op zijn kop. 


Het schijfje is geen lang leven beschoren. We tikken een tweedehands stok op de kop met net zo een rubberen dopje als het origineel. De wandelstok is weer zoals het hoort in Q.'s ogen. Wat kun je iemand met iets simpels blij maken. Alleen ... voor hoelang?

03 oktober 2016

TELEFOONAANSLUITING


In het Zorghuis waar pappi resideert, hebben de kamers geen telefoonaansluitingen. Een bewuste keus, zodat familieleden niet honderdduizend keer per dag gebeld worden, omdat hun dementerende ouder of partner telkens vergeet dat-ie al gebeld heeft. Voor pappi schaften we het meest simpele seniorenmobiel aan. Maar voor digibetische dementerenden die nog maar een handeling per actie kunnen uitvoeren, is zelfs dat te ingewikkeld. 

'Het gsm'tje is een prutsding om in de hand te houden.' Zijn vingers zitten steeds het luidsprekertje in de weg. Als ik hem daarop wijs, zegt hij: 'In dat minuscule gaatje kan on-mo-ge-lijk een microfoon huizen!' Het mobieltje bevat geen hoorn en geen kabels. Hoe weet dat ding dan dat hij jou moet bellen? Waarom brandt er blauw licht in het toestel (display)? En moet hij nou in de standaard (de oplader) of eruit? Daarnaast zitten er nog een boel overbodige knopjes en schuifjes op die hem van de wijs brengen: om het toestel te blokkeren, de pincode te barricaderen of het toestel AAN/UIT te zetten. Elke keer moet er bij telefonisch contact een verzorgende aan te pas komen, wat ze met alle liefde doen daar niet van. Q. verzucht geregeld: 'Kreeg ik mijn oude telefoon maar terug.' Er achteraan op zijn allerzieligst: 'Maar dat kan niet.'


Na een omslachtige zoektocht vond vriend Wim (zo lief) dankzij de alerte helpdeskmedewerker bij Stelcomfortshop een zenderkastje dat het oude toestel verbindt met het gsm netwerk. Een vondst! Terwijl Wim de boel aansluit en voorkeursnummers onder knopjes installeert, zit Q. er hoofdschuddend bij: 'Nu krijg ik weer een ander toestel en kan ik niet eens zien wie er belt!' Q. kan het niet bevatten, het moest er nog bijkomen dat hij over een draaischijf zou beginnen. Om een punthoofd van te krijgen. Ik toon hem de schabberige verpakking met zijn handschrift: 'Dit is toch echt je vertrouwde toestel, pa!' 'Ik heb dit ding nooit gezien', klinkt het eigenwijzerig resoluut.

Een hevig zwetende Wim ziet pappi al loeren naar de fonkelnieuwe kabels en het zenderkastje. Erop zetten dat hij er niet aan mag komen, werkt averechts weten we uit ervaring. Wim stond al met tape klaar om de onnodige cijfertoetsen af te plakken. 'Laat maar, dat heeft weinig nut. Voor wij de deur uit zijn, heeft hij dat er al af getrokken. We gaan gewoon oefenen', zeg ik.

Nog voordat de buurthaan kraait, hangt pappi aan de lijn. 'Wat goed van je dat het je is gelukt', feliciteer ik hem. 'Bel jij me maar in het vervolg', moppert hij. 'Ik moest eerst het telefoonboek zoeken, toen jullie nummer, en bovendien het kengetal erbij drukken wat je me niet verteld had! Dat is me veel te omslachtig.' 'Maar je hoeft toch alleen maar de hoorn op te pakken en op mijn foto te drukken?' grinnik ik. 'Oh, ik dacht dat die voor de sier was, net zoals die denk-aan-mij-lijstjes voor in de auto.' Pappi begrijpt er steeds minder, maar in smoesjes bedenken is hij een kei.



17 september 2016

WELLNESS

bjoetie Kees

Bij het Zorghuis worden de bewoners verwend tijdens een wellnessmiddag. De activiteitenbegeleidster geeft schoonheidsbehandelingen en lakt nagels in vrolijk kleurtjes. Pappi vindt het ook fijn om onder handen te worden genomen, maar hij voegt zich natuurlijk niet bij de grijze duifjes, daar is hij te veel kerel voor. Daarom krijgt hij regelmatig een voorkeursbehandeling. Deze keer wordt de lommerrijke patio waar een zacht briesje voor verkoeling zorgt, omgetoverd tot salon.


Q. met originele kappersschort. 
Het ondeugende kuifje wordt later gladgestreken.


Het resultaat mag gezien worden: 
gekortwiekt en de gezichtshuid weer babyzacht.

De ochtend erop hangt Q. aan de lijn. Een warrig gesprek volgt. Als ik hem vraag of iedereen hem ook knap vond met zijn nieuwe look, weet hij niet waar ik het over heb. 'Strijk eens over je bol', zeg ik. 'Dan moet de kapster hier gisteren zijn geweest, maar alles is vaag.' 'Mooi is dat! Maar ik heb je geknipt dus er is bewijsmateriaal!' 'Mag ik een aspro?' [hij bedoelt paracetamol]', polst Q.

16 september 2016

REANIMEREN


In het Zorghuis geldt bij een hartstilstand de regel: reanimeren tenzij anders aangegeven. Voor mensen die meer verleden dan toekomst hebben, is het zeker stof tot nadenken. Ik moest de definitieve keuze nog steeds aankaarten bij pappi. We zitten wel op een lijn, maar ik moet het uit zijn mond horen. We bespreken de meest intieme details, maar als je de dood voor je uit probeert te schuiven, zijn er leukere onderwerpen dan de man met de zeis die eerdaags op je deur bonst. Als Q. vrolijk is, wil ik er niet over beginnen, en als hij zich neerslachtig voelt, wil ik hem niet van streek maken.

Wanneer hij zelf aangeeft dat hij niet wil eindigen als iemand die slechts vegeteert of niet meer weet wie hij is, vat ik de koe bij de horens. Q. pakt mijn arm beet, kijkt me indringend aan en zegt heel beslist: ‘Jij moet bij mij de stekker eruit trekken als mijn tijd daar is.’ ‘Nu heb je het over euthanasie. Dat is een loodzware verantwoording. Dat kan, en mag ik wettelijk gezien niet eens pipa’, antwoord ik. We nemen het reanimatieformulier door. ‘Mijn enige bezwaar is dat ik door mijn handtekening te zetten ook mijn doodvonnis teken, in de trant van dat ik opgeef. En ondanks dat het leven me nou niet meer zo vaak toelacht, hang ik er toch aan', zegt hij. ‘Je moet je nergens toe gedwongen of overbodig voelen. Ik wil je nog helemaal niet hoeven te missen.' Het formulier steek ik in het brievenstandaard. Ik beëindig het onderwerp met 'Zo, en nu ga ik koffie halen' Q. grapt: 'Met cake erbij!'

Bij een volgend bezoek ligt het blanco A4'tje uitgevouwen op de salontafel. Na de gebruikelijke kus-en-knuffelbegroeting zegt hij: ‘Laat ik het maar gewoon doen. Het vooruitzicht om een zeverend en kwijlend kasplantje te worden is alles behalve aanlokkelijk. Uit eigen beweging pakt hij een balpen, onderschrijft de verklaring en drukt het stuk papier in mijn handen. De slappe paraaf lijkt in de verre verte geenszins meer op de krachtige handtekening die hij ooit pleegde te zetten. 'Nog een dringend verzoek: Doe jij het voor me bewaren, dan voel ik me een stuk geruster.’


09 september 2016

WELLES NIETES

Bed verpakt als bank

Ik val op verschillende tijdstippen bij het Zorghuis binnen waar vrolijkheid en gezelligheid overheersen, omdat ik tegenstrijdige onzinberichten van pappi ontvang. Hij beweert dat er geen activiteiten zijn (er is altijd reuring) en er constant onlusten uitbreken (de ene keer vliegen de dames elkaar in de haren, een andere keer hebben de mannen ruzie): 'daarom maak ik met niemand contact'. Journaal- en krantenberichten over brandhaarden in de wereld leggen zijn verdrongen oorlogsherinneringen bloot. Ik maak me absoluut geen zorgen, maar neem hem wel serieus en check voor 100% zekerheid. 

Ditmaal ben ik er rond 19.00 uur. Hij zit toevallig voor de televisie op zijn gezellige kamer met de ventilator op vol vermogen - alle vorige keren was hij nooit 'thuis' zoals hij dat noemt. 'Waar kijk je naar?' vraag ik als ik zie dat er een serie voor de jeugd op is. 'Ik wacht op het voetballen en de zuster heeft alvast de goeie zender ingedrukt', zegt pappi. Q. ooit zelf bevlogen voetballer en scheidsrechter, kan nu geen hele wedstrijd meer uitzitten. Na vijf minuten onthoudt hij niet meer wie er tegen wie speelt en wat de stand is. Maar het voetballetje rolt, da's bekend. 

Q. in zijn favoriete relaxfauteuil bij het 'Homie' schildje dat hij geweldig grappig vindt.

Zijn brein heeft 's ochtend opstartproblemen. In de vroege middag is pappi het helderst. Naarmate de dag vordert, slibt zijn werkgeheugen vol. Deze avond brabbelt hij meer dan dat hij spreekt, maar ik kan, net als een moeder van haar baby, alles letterlijk ontcijferen. 'Ik zat net een van je boekjes te lezen', wappert hij met KLUIF, 'ultrakorte verhaaltjes kan ik nog inprenten. Voordat de catering langs komt met koffie, versnaperingen en snacks voor diegenen die op hun kamer willen blijven, ga ik zelf in de pantry tappen. Aan een van de stuk voor stuk lieve geduldige medewerksters leg ik het dilemma voor. Ze lacht wijs en haalt direct haar IPhone uit haar witte schort. Ze toont me foto's en filmpjes waar pappi, ballon in de hand, uitbundig meezingt met de Joekskapel die er optreedt. Op andere foto's keuvelt hij gezellig met mannelijk bewoners, is hij aangeschoven bij het echtpaar in het uiterste tuinhoekje of is hij druk met de dames enzovoorts.

Als ik door de lange gang naar buiten loopt, (pappi zwaait me dit keer niet uit omdat de wedstrijd al begonnen is), tref ik de verpleegkundige. 'Waren ze maar allemaal zo als jouw vader. Ik maak 'm elke ochtend als eerste wakker. Hij is altijd goedgehumeurd, zijn vrolijkheid slaat meteen op me over. En na een goede nachtrust is zijn harde schijf ook weer redelijk ververst.' We wisselen een blik van verstandhouding. Zonder woorden weten we dat die gemene meneer Alzheimer, hapje bij beetje, de geestelijke achteruitgang doorzet.

De vouwwand met daarachter o.a. radio/tv.