Ik herinner me mijn hardwerkende opa en
oma die tot begin jaren tachtig hun oude dag sleten in een bejaardenhuis, een voormalig klooster. Dat bestond toen nog. Ging je met pensioen dan kon je gelijk doorstromen om verzorgd te worden. Niet qua aandoeningen, maar gewoon omdat 65plussers van toen er vaak meer dan 55 ploeterjaren op hadden zitten. Dat je verzorgd werd, had je ook echt verdiend.
Mijn opa was zeer in trek onder de dames. Er was (is nog steeds) een overschot aan 75+vrouwen. Dat houdt voor zijn residentie in: drie mannen tussen 90 vrouwen. Mijn oma tolereerde al die aandacht voor haar man niet en attendeerde dames die te klef deden daar 'fijntjes' op. Hij genoot van de aandacht, want zijn trouwe echtgenote mopperde uit gewoonte tegen hem. Dat was met de zorg voor een groot gezin, zo door de jaren heen zo gegroeid.
Hij bloeide op en ging tuineren in de kloostertuin, kreeg de lachers op zijn hand bij het toneelclubje en had voor ieder die dat wilde een luisterend oor. Toen pas besefte mijn zeer gelovige oma wat ze had: zo'n lieverd vind je geen tweede. Ze bad de rozenkrans, knielde voor het heilig hart beeld om haar de kracht te geven de minnenijd * te onderdrukken. Samen beleefden ze nog mooie tijden tot zijn onverwachte dood. Mijn opa stierf 's avonds onverwacht op het podium voor een volle zaal.
