Bij binnenkomst klinkt het gelijk: 'De tuinman is
buiten in de weer.' Ik neem de uitgang naar de patio. Q. sjouwt op het middelste
tuinpad in zijn tuinkloffie (klompen en jeansblauwe werkjas) met takkenbossen.
Ik zie aan zijn verzonken gedachten dat ik ongelegen kom: 'Oh, eh, ja, ik wilde
die hoek met hortensia's vandaag klaarmaken. Je mag me wel op de tuinbank
gezelschap houden, want hulp heb ik niet nodig.' 'Heb je geen recht op
koffiepauze', plaag ik. 'Heb je zelfs geen kwartiertje voor me?'
'Ik ben bezweet en als ik ga zitten, vat ik kou. Er is
nog van alles te snoeien', antwoordt Q. 'Oké, dan berg ik de schone was op en
ga weer', zeg ik. 'Breng je mij voordat je gaat een kop koffie?', vraagt Q.
afwezig.
Ik orden wat spullen in zijn kamer, hang de
verjaardagskalender terug aan het koperen haakje en haal koffie. Bij het
overhandigen van het plastic bekertje wordt zus Truus bedankt. Hij corrigeert het
gelijk: 'Ach, hoe kom ik daar nou bij. Jij bent het.' 'Je hebt voordat je naar
buiten ging door de kalender gebladerd, maar vergeten om daarna in je geheugen
de pagina's om te slaan.' Voordat ik kwam was hij helemaal zen, nu schuifelt hij onrustig. Ik kus de drukbezette hovenier gedag.
Bij het weggaan 'klaag' ik tegen de verpleegkundige
dat ik ben weggestuurd: 'Hij had geen tijd voor me'. Ze schatert: 'Wij hebben hem ook aan de middagdis moeten sleuren. Beter dat hij iets leuks om
handen heeft, dan gemopper over eenzaamheid en verveling, toch?' Zo is het maar net.