28 mei 2017

VALSE START


Vroeger komt steeds dichterbij. Het gezellig gevulde zonneterras met tachtigplussers waar het kwik boven de 30 is gestegen, herinnert aan brugpiepers in hun eerste week op het schoolplein: 'luidruchtige' mondigen overstemmen elkaar in een groep die zich meteen vormt en plooit, de stille Willies zoeken 'samen sterk' steun bij elkaar, de evenwichtige eenling heeft genoeg aan zichzelf en zondert zich bewust af, plus het eeuwige muurbloempje dat zich niet kan, wil, mag voegen. De laatst binnengekomen 'verwelkte' blom houdt zich bewust onopvallend, met de handtas defensief op schoot, tussen het gezelschap afzijdig om zo alle opties open te houden. Nieuwkomers worden met argusogen bekeken, voor ze al dan niet worden geaccepteerd. Geen ontgroening zoals bij eerstejaars studenten, maar een warm welkom voor een onbekende lotgenoot zit er ook niet in.

Pappi trekt zoals altijd zijn eigen plan. Met het zweet drie rijen dik op zijn voorhoofd worstelt hij met drie tuinslangen in het stenen tuinhuis met Brabants bont vitrage achter de vierkante ruitjes. Geen Freek-Vonk-taferelen, maar irritatie omdat hij het handige Gardena systeem niet meer begrijpt. Hij is woest: 'Er is GEEN fitting!' Ik leg hem uit dat het koppelstuk voor de kraan al in het systeem zit. Hij grijpt telkens terug op de zwart gestreepte gele slang zoals we die in mijn jeugd thuis hadden. De 30 meter lange en loodzware slang drapeert hij over de rollator. Het wordt een warboel.

'Kom, dan drinken we eerst een witbier. De halve liter heb ik meegesmokkeld in mijn tas, zodat de bewoners die geen alcohol mogen het niet zien.' Q. hijst het pijpje in een teug leeg. Het handige Gardena slangenwagentje wil hij niet gebruiken, omdat hij die slang niet herkent. Ik tegen Q.: 'Zullen we de gele slang om het blauwe wagentje winden?' Wie zwijgt, stemt toe. Pappi kalmeert langzaam. Ik gun hem even de tijd om tot zichzelf te komen en loop weg.


startschot met wijsvinger en duim

Op het terras wordt meteen gevraagd of ik bier bij me heb(!). De dorstigen serveer ik een rosétje: een halfvol glaasje Dubbelfris framboos/cranberry. Q. fluit en gebaart me naar zijn kamer te gaan. 'Er staat een kopje koffie voor je klaar' snel ik me naar de koffieautomaat, waar de gastvrouw me op etenstijd wijst. Pappi zijgt in de rotan terrasstoel neer, terwijl de eerste rollator de ramp op rijdt. Vroemvroemvrrrrrr', doe ik. Het zijig heerschap naast me giechelt alsof ik 'm dronken heb gevoerd. Zonder pistool en startschot geeft hij als een gelauwerde sportverslaggever tijdens de Grand Prix commentaar: 'Daar gaat Nicky Lauda in zijn snelle Ferrari te vroeg weg.' Ik geef gas: 'Jeng jeng jeeeee.' Nummer twee (Frau DB met ingezwachtelde benen) moet bij haar kick-off geholpen worden door de zuster. Mijn buurman en ik pruttelen als een motor die niet wil starten. Iedereen heeft schik. Ik oerend hard: '... en daar maakt Jacky X een levensgevaarlijke bocht met haar lichtblauwe bolide.' (S. met de hypermoderne frisgetinte rollator die bijna omkiepert bij het nemen van de hoek naar de gang). Mijn buurman gaat helemaal op in de Formule 1 en wijst met pretogen naar de volgende rollatorduwer in de race: 'Ik zie Max Verstappen!' Geen van de coureurs wint de ereplek op het podium. De eetzaal is al afgeladen: het is volle bak voor een zacht wit puntje knak.

19 mei 2017

NIEUWSBRIEF


In de Zorghuis nieuwsbrief nummer 2 de eerste Bewoner aan het woord. En dat is, je raadt het al: mijn pappi. Nu weten jullie alles van hem, behalve zijn pincode. Nog even en hij is een BN'er.


Bewoner aan het woord: Cor den Biesen

De Dreumelse Quirinus den Biesen (1928) woont het overgrote deel van zijn leven in Limburg. Toch houdt hij vast aan zijn moerstaal. Het zal te maken hebben met zijn uitwaaierende functies binnen de NS, en de verenigingen waar hij voorzitter en/of oprichter van was. De charmante Cor stelt zich voor!

‘De coach van Hulp bij Dementie tipte het Zorghuis. Na de eerste bezichtiging waren mijn dochter en ik door de gastvrije ontvangst van Sandra en Kelly, in combinatie met de knusse nostalgische uitstraling van het voormalige klooster annex bewaarschooltje, meteen om. Vanaf dag één ben ik bewoner van Zorghuis Tegelen. 

Haperende hersens
Twee weken na de openstelling vierde ik er uitbundig mijn verjaardag. Vrolijk door de feestelijk versierde zaal op de melodie van Het Land van Maas en Waal marcherend als een tamboer-majoor met mijn onafscheidelijke wandelstok, oogstte ik meteen een nieuwe medebewoner die daar net met zijn eega een kijkje kwam nemen. Ik ben een zelfredzame eens-marinier-altijd-marinier die door haperende hersens gedwongen wordt zijn zelfstandigheid beetje bij beetje in te leveren. Ik was gewend om mijn eigen Qulinaire boontjes te doppen, maar moet accepteren dat lichaam en (vooral mijn) geest op 89-jarige leeftijd in plaats van vooruitgaan, achteruithollen. Het valt niet altijd mee. 

Hartelijke verzorgsters
Mijn stemming is weersafhankelijk, maar: het dagritme, dollen met de hartelijke verzorgsters, de wetenschap dat je 24/7 omringd wordt, de aanspraak van huisgenoten, meedeinen en -zingen met (live) muziek, en genieten van de omsloten parkachtige tuin onder een wolkeloze hemel, slepen me door de oudheid heen. Het heeft vast te maken met de Boerenbond die mijn pa runde, want buiten ben ik op mijn best. Het Zorghuis voelt dat haarfijn aan. In de groene oase vinden mijn gedachten die regelmatig met me op de loop gaan rust. 

Goed voor elkaar
Het tuinmanschap kleurt mijn dagen in: het is in- en ontspannend en je doet er anderen ook een plezier mee. Waardig oud worden is een zegen, je antiek voelen is minder leuk. Maar wanneer je als eenzame weduwnaar hier je oude dag mag slijten, heb je het best goed voor elkaar.’
Tekst: Cela den Biesen 

17 mei 2017

BRAND BLUSSEN



klik op de foto voor de grote glunder 

Domweg gelukkig in de Dapperstraat schreef dichter J.C. Bloem. Dat gevoel hebben pappi en ik tijdens en na het tuinieren onder een blakerende zon. Hij schoffelt en ik mag de voegen schoon borstelen. Domweg gelukkig in de tuin van het Zorghuis, omdat we ondanks zijn hoge leeftijd (bijna 90) nog gezellig samen bezige Biesjes kunnen zijn. 

Het bordes mag weer gezien worden. Pappi roept: 'Biertje! Daar heb ik nou echt zin in. Hoe lang woon ik hier nou al? Vijf of zes jaar? En al die tijd sta ik droog.'* We openen het tweede terras met een flesje Brand om de hitte te blussen. Pappi spreek het uit: 'Hier en nu voel ik me heel gelukkig. Dankjewel Schupie.' Als ik naar huis ga, zegt hij: 'Als ooit mijn tijd komt, hoop ik dat ik op net zo'n zonnige dag gewoon tijdens het tuinieren dood omval.'

het bordes klaar voor de nieuwe zitjes

*In werkelijkheid woont mijn dementerende vader er nog geen anderhalf jaar. En 's avonds rond de klok van negenen als een verzorgende met de drankentrolley rondgaat, drinkt pappi al naar gelang de dorst: koffie, een glaasje wijn of een pilsje.


uitzicht vanaf het bordes met de gouden regen in volle bloei

EUFORISCH


Pappi vond al die drukte om zijn valpartij wel stoer. Hij kwam niet uitverteld over hoe hij zich precies had opgevangen, gepaaldanst had, en dat er op zijn hele lijf geen schrammetje te vinden is. Op mijn verzoek deed hij maar wat graag een replay. Niet bij de vermaledijde parasol(voet), maar als Tarzan bij de lijsterbes waar een druivenrank in hing die er niet thuishoort.


Hier poseert hij - zonder hem te kennen - als Indiana Jones met de afgerukte druivenrank als zweep, maar zonder zijn onafscheidelijke hoed en werkjas. Pappi had een goed excuus: het is 28 graden en tropisch.


Op foto drie is de onoverwinnelijke overmoedig. Onaantastbaar als hij zich waant, werden de dode kersenbomen die hem al maanden een doorn in het oog zijn, te lijf gegaan met de schoffel. Hier heb ik ingegrepen: vallende takken zijn veel te gevaarlijk. Bovendien legt de hovenier ze volgende week om met de kettingzaag

14 mei 2017

STRUIKELBLOK

Zie ook blog: euforisch

Bij thuiskomst knippert het antwoordapparaat. Het Zorghuis heeft een half uurtje geleden gebeld. Schrik. Q. is tijdens het begieten van de hosta's over de kruisvoet van de grote parasol achterover geklapt. Verpleegster R. geeft aan dat Q. op zijn achterhoofd is gevallen, maar dat er geen letsel of hematomen (onderhuidse bloeduitstortingen) waargenomen zijn. 'Meneer heeft geen pijnklachten, maar is wel geschrokken.' In plaats van de live muziekavond bij te wonen, wentelt hij zich op zijn kamer in de aandacht van troetelende verpleegster.

Kort daarna spreek ik een herpakte en opgeruimde pappi die volgens eigen zeggen 'niks gelejen heeft'. Zijn stoere versie: 'Ik had de hoogte van de cementblokken die de parasol aan de grond houden verkeerd ingeschat, omdat het bij de andere parasol stoeptegels zijn. 

Dankzij de puike (val)training bij het Corps Mariniers en de op zijn kraag gespelde talisman [het gouden insigne dat hij kreeg vanwege 50 jaar lidmaatschap], greep hij zich aan de stalen steel van de parasol vast. 'Ach, ik heb me destijds voor hetere vuren staande weten te houden, dus hier in het betonnen oerwoud red ik me ook.' Ik hoor Q. niet meer, maar zie hem als de machtige Tarzan, koning van de jungle, aan een liaan bungelen. Zolang Q. ervan overtuigd is dat hij de touwtjes in handen heeft, hoeven we ons geen zorgen te maken.


11 mei 2017

PLAYA FORTUNA



In de patio staan de nog onbezette ligstoelen drie rijen dik. Pappi en ik zijn de eerste zonaanbidders. Niet veel later arriveren de overige bakgasten. Nieuwkomster W. zit op de vaste plek van Seniorita Sigaretje die haar zonder meer uit haar stoel jaagt als ze naar buiten rolt. De mevrouw wiens kleding en coupe jarenzeventigchic uitstraalt, pakt opnieuw een kussen en neemt elders plaats. Ze heeft weer pech. De gastvrouw verzet de boel zodat de nieuwkomster kan aanschuiven. De oudste bewoonster wiens zintuigen al voorgoed slapen, wordt toegedekt met een dekentje en in het zonnetje gezet: er verschijnt een gelukzalige glimlach rond haar dunne lijntjes van lippen. In een mum van tijd is het net Playa Fortuna in Benidorm. Tijd om gepatineerde huid en vel in verval in te smeren met factor 80 en bloot te stellen aan de uitbundige zon. Tijdens de koffie wordt er geklessebest over de tijd van knikkers en krijten op de stoep. Iemand zucht: 'Wat hebben we het hier nu toch goed.'

Ik vraag Q. waar hij zich gisteren mee bezig heeft gehouden. 'Ik heb geluierd', zegt hij. Administrateur K. laat me een filmpje zien, waarin de ouderen rondom tot pingpongveld gemetamorfoosde tafels zitten. Met een lichtgewicht XL bat in de hand mept iedereen naar ballonnen. Pappi ontkent in alle toonaarden dat hij een van de sporters was. K. toont hem het bewijsmateriaal op haar Iphone zien. 'Moet ik op dat kleine donkere scherm iets zien?', wijst pappi het gegeven naar het land der fabelen. K. gaat voor de zon staan en kantelt de telefoon: 'Kijk, dat bent U daar op het filmpje.' Een ontkennende Q. droog: 'Dan werd ik vast gedwongen mee te doen!'


01 mei 2017

VAN DE WAP

de kluts kwijtraken: de kadans verliezen bij het met een regelmatige slag klutsen van de eieren

Zonder molières en zonder goudmontuur staat Miamimevrouw verloren in de hoek bij de apotheekkast. Het elegante dametje van amper 50 kilo is voor even een zielig hulpeloos hoopje mens op kousenvoeten: 'Ik weet niet waar ik ben?' Ze heeft haar magere handen voor haar roodomrande ogen geslagen. 'U bent in het Zorghuis te T.', vertel ik haar. Machteloos kijkt ze om zich heen, koortsachtig zoekend naar een aanknopingspunt: 'Dat weet ik, maar waar is dat dan? Ik ben helemaal de kluts kwijt.'  'En u kunt hem even niet vinden', constateer ik droog. 'Nee, jij hebt me al eens helpen zoeken. Nu ben ik weer van mijn stuk. Hier [in het Zuiden] noemen ze dat van de wap, maar daarmee weet ik nog steeds niet waar ik ben.' 'Gelukkig herkent u de vertrouwde mensen nog. Pappi is ook weleens gedesoriënteerd. Rustig blijven doorademen, het komt vanzelf terug', spreek ik haar bemoedigend toe. 'Ik hoop het', zegt ze, 'want dit is niks zo.' De stralende activiteitenbegeleidster die net peettante is geworden komt met haar bril aanzetten: 'Kijk eens wat er op het mimisetje lag! Nu uw schoenen nog. Zullen we die samen gaan vinden?' Als een geredde drenkeling klampt Miamimevrouw zich aan haar vast.

28 april 2017

JOKEREN


Als kind legde ik weleens een kaartje. Voor pappi is het enkele jaren geleden. Voor zijn verhuizing naar het Zorghuis rikte hij met zijn herenclubje. Met de twee pakjes die ik op Q.'s kamer in de la van het mahonie halkastje vindt, komen we niet verder dan schudden en een potje pesten. Medebewoonster S. biedt me aan om jokeren te leren. Helaas ben ik al verlaat en moet ik het aanbod afwijzen. Op een zaterdagmiddag ga ik wat vroeger dan normaal op bezoek, maar mevrouw S. heeft nu geen tijd voor me: ze heeft net de Story gekregen.

Deze keer klopt de activiteitenbegeleidster bij pappi's buurvrouw aan als ik net voorbij kom met twee hete koppen thee: 'Over 5 minuten kaarten in de zaal.' Pappi staat nog in zijn blote hemd na de mini-modeshow van een stapel nieuwe zomerpolo's. Ik jaag hem op: 'Kom, gaan met die banaan, dan hebben we goeie plaatsen!' Ik dwing 'm om hem geen kans te geven te weigeren zoals hij al dik een jaar doet. Q. vond kaarten altijd erg leuk. Omdat hij vergeten is wat kaarten is en hoe het spel gespeeld wordt, wil hij niet voor joker staan. 

Onder het mom van een workshop kaarten voor dummies (voor mij), krijg ik 'm mee. Kaartfanaat mevrouw S. legt het uit, de springerige altijd blije meneer Citroen een van de vier medespelers deelt de 52 kaarten uit, mevrouw L. vraagt of we niet willen foetelen ondanks dat zij slecht ziet, Q. wappert met de waaier kaarten, ik doe voor spek en bonen met hem samen en verstrek hints door domme vragen te stellen wanneer het bij pappi hapert.

Het beginspelletje wint een stralende mevrouw S.. Pappi neemt al snel het heft in handen. Hij schuift dichterbij (en mij aan de kant), rangschikt de kaarten, buigt over de tafel om de stok in het midden van de tafel meer naar hem te duwen en hoort mij niet meer. Geconcentreerd hervindt hij zijn bravoure van weleer. Bij het tweede, derde en vierde spelletje legt HIJ de kaarten op tafel en wint keer op keer. Terug op zijn kamer: 'Leuk dat ze nu ook kaartmiddagen verzorgen. Wanneer is de volgende?' Of mevrouw S. daar blij mee is?

26 april 2017

WELTERUSTEN


Het is bijna half tien in de avond. De helft van de bewoners ligt al op een oor. Opvallend vrolijke Pappi flauwekult met de medicijnverstrekster. De overige bewoners wachten in de zaal op hun beurt. De een slaat nog een roddelblaadje open, anderen hebben de luiken al laten dichtvallen of kletsen nog wat me elkaar. De levensmoeë mevrouw B. draait haar rollator bij de lift om: 'Ik wil naar huis, maar ik weet niet hoe ik daar kom.' 'Ik weet waar u woont. Kom maar, dan lopen we er samen naar toe', ben ik haar behulpzaam, zoals je een oud vrouwtje bij het stoplicht helpt oversteken, die helemaal niet naar de overkant wilde. Er is ook een spreekwoord voor: iemand van de wal in de sloot helpen. Met ingezwachtelde kuiten en dikke voeten in aangepaste diabetes pantoffels schuifelt de snel vermagerende negentigplusser de gang uit, de hoek om, en naar het einde van de lange gang. We passeren meneer S. die een nieuw doosje steunkousen op het zitvlak van de rollator heeft liggen. Hij is zo blij als een kind met een Sinterklaaspresentje. 

Ik lees de namen op de voordeuren. Tot mijn verbazing zie ik nergens mevrouw B. staan. Ik zou zweren dat ze achter deur twee woont. Ik informeer bij de 'afwashulp' in de pantry of mevrouw B. verhuisd is. 'Nee hoor,' zegt zij, 'ze woont van meet af aan op de bovenverdieping.' Wat een muts ben ik, en nog niet echt overtuigd hè. Mevrouw B. is ondertussen doorgerold naar de zaal. 'Wat gingen we nou eigenlijk doen', vraagt ze. 'Misschien wilde u nog wat tv kijken?' lieg ik glashard knipogend. Haar guitige ogen verraden dat ze me door heeft. De broeder redt me door haar van me over te nemen. 

Mevrouw moet weer het hele eind terug. Bij de lift loop ik haar weer tegen het lijf: 'Ik ken jou, jij bent de dochter van Q. Jij bent altijd lief voor me. Maar waarom heb je me net de verkeerde kant opgestuurd?' Ik: 'Oh, wist u dat niet? Het is iets nieuws. In plaats van ochtendgymnastiek doen we nu avondgym. Van een blokje om voor het naar bed gaan, slaapt u goed.' 'Jij kan me alles wijsmaken', glimlacht ze dapper doorstappend. Ze vindt het leuk. Ping doet het belletje. De zware metalen deuren glijden opzij. Mevrouw zit in de lift. 'Welterusten', zwaai ik haar uit.

20 april 2017

ZIN IN ZOMER



Een zonnig terras, fluitende merels, geraniums vullen de bloembakken. Meneer S. waant zich in de zomer. Hij stapt uit de lift slechts gekleed in een overhemd en zijn smetteloos witte onderfleur. De goedlachse verzorgster neemt hem weer mee naar boven: 'Het lijkt zo, maar het is nog geen zwemweer.' Meneer S. voelt zich allesbehalve in zijn hemd gezet: 'Ik vond al dat het aankleden zo snel ging.'

Op het terras neemt de dochter van mevrouw P. haar de maat. Met een uittrekbaar meetlint neemt ze omtrek van de borstkas en buste. Nu het T-shirtjes weer wordt, mogen de theezakjes van haar moeder wel wat opgetakeld worden.

Meneer S. zit in een rotan fauteuil met voor zich een stoelfiets. Hij sukkelt in slaap. Als de buitendeur opent, schrikt hij wakker en hervat automatisch het ronddraaien van de pedalen: 'Ik was ver weg', lacht hij. De therapeut bekijkt de kilometerstand. 'Ik heb een flink stuk gefietst', zegt meneer S. Zij kijkt mij aan. 'Dat klopt,' zeg ik, 'in zijn dromen is hij naar Rome en terug gefietst.

Pappi vindt dat ik de thee te langzaam opdrink. Hij wipt onrustig op zijn stoel en draagt allerlei redenen aan waarom ik moet gaan. Het komt erop neer dat hij de (NPK) kunstmestkorrels die ik bij de Boerenbond heb gehaald, wil uitstrooien omdat er morgen regen wordt verwacht. En als ik toch niet kom schoffelen (!), kan hij verder met de tuin.

10 april 2017

FABULEERTALENT


Op een mooie pinksterdag zingen Leen Jongewaard en André van den Heuvel bij binnenkomst op de late zondagochtend voor Pasen. In de recreatiezaal met dichtgetrokken gordijnen ontbijten nog bewoners. Het ritme van uitslapen in het weekend laat zich niet vervagen. Sommigen zijn onder het tikken van een zachtgekookt eitje ingedut.

Q. ligt op zijn kamer in de relaxfauteuil. Ik haal 'm over om samen in de tuin te jeu de boulen. 'Ik wil eerst even op jouw suggestie terugkomen. Ik heb er uitvoerig over nagedacht en ik accepteer je aanbod', spreekt Q. met volle overtuiging. 'Waar heb je het in godsnaam over?' trek ik verbaasd mijn wenkbrauwen op. Pappi, laverend tussen verwachting en ijdele hoop: 'Vorige week vroeg je aan mij of ik bij jullie kom wonen.'

'Nou, dat heb je dan bij elkaar gefantaseerd, want je legt me woorden in de mond die ik niet heb uitgesproken', help ik 'm uit zijn droom. 'Je bent nergens zo goed onder de pannen als hier. Er is echt geen sprake van verhuizen. Als je dat opnieuw wilt, mag je het zelf regelen', wimpel ik het luchtig af. 'Dat kan ik niet meer', zegt pappi. 'Precies wat ik bedoel, schat', rond ik af.

Er is een song met de titel: Wherever I lay my hat, that's my home. Maar als je hoofd niet meer helder is, is thuis geen plek meer, maar een gevoel. Ik ben vertrouwd voor pappi, maar kan hem niet 24/7 de zorg en aandacht bieden die hij nodig heeft. Het is niet zo, maar het voelt alsof ik het laat afweten. Ik geef 'm een kus op iedere wang en zeg kordaat: 'Kom, pak je stok, we zoeken de zon op.'


05 april 2017

MAGERE HEIN


Zwarte kraaien en hoge hoeden houden we het liefst buiten de deur. Mocht een (oude) bekende overlijden, dan is het in het Zorghuis gangbaar om de bewoner niet in te lichten. De impact op dementerenden kan zijn: ontregelt en overstuur raken, onbedaarlijke huilbuien krijgen, onbegrip en het herbeleven van de trieste boodschap. Rouwkaarten worden door de medewerkers onderschept en eerst aan de contactpersoon voorgelegd. Hij of zij kan dan alsnog het droefs in hun aanwezigheid overbrengen.

Bij Q. beslis ik samen met mijn broer of we hem inseinen. De toegenegen man van pappies zorgzame zus waar hij regelmatig contact mee heeft, krijgt het verpletterende nieuws dat zijn laatste dagen zijn geteld. Q. heeft al wat etmalen maagkrampen door PDS. Ik besluit hem op de hoogte te brengen, omdat het voor mijn tante uiterst pijnlijk is om tijdens hun geregelde telefoongesprekken te moeten voorwenden dat alles goed is. Pappi is toch al lamlendig, wachten tot hij opgekrabbeld is, kan weer een inzinking veroorzaken.

'Oom T. heeft ongeneeslijke kanker, de dood is onafwendbaar', vertel ik in omzichtige woorden die Q onderbreekt. 'Ik ben ook ziek. Iedereen hier in huis verkeert in de laatste levensfase en mankeert wel wat', is de eerste nuchtere en niet echt invoelende reactie van Q. Het laatste uur van mijn oom zaliger sloeg sneller dan voorzien. Ik breng de boodschap over dat de man met de zeis is geweest. Q. neemt het voor kennisgeving aan. Ik blijf de rest van de middag bij hem ter afleiding en om te peilen hoe hij het opneemt. Q. komt er niet meer op terug. 

De week erop vraagt hij uit het niets naar een rouwkaart. 'Was er nou iemand gaan hemelen?' vraagt pappi. 'Ja, helaas is T. overleden', antwoord ik. 'Ik hoef toch niet naar de begrafenis?' klinkt het verschrikt. 'Nee, het afscheid is al voorbij', zeg ik. Een 'pfiew' is het enige dat Q. er nog aan wijdt. De rouwkaart verdwijnt in een la.




31 maart 2017

PAPPI IN THE PICTURE


Topfotograaf Petra Lenssen maakt voor Zorghuis Nederland een reportage over de locatie Tegelen waar de tijd de bewoners op de hielen zit, maar waar de medewerkers van elke nieuwe dag graag een (bescheiden) feestje maken. 

Pappi die na een koutje de mismoed erin heeft, zit in het dal en moet over de drempel worden geholpen. Een wandeling in de stralende lentezon kan het verschil maken tussen genieten van het leven, of verlangen naar de dood. 

Met haar aanstekelijke lach weet de innemende fotografe Q. over te halen om voor de lens te poseren. Eerst een beetje onwennig (Ik knipogend: 'Niet zo zuur, doe maar of je het naar je zin hebt') tot hij ontdooit. De kruiwagen met tuingereedschap komt op de proppen en het fotomodel schoffelt een stoepbandje strak. Als Q. zich in de plantenwereld verliest, legt Petra hem vast: een boom van een kerel, één met de natuur. Ge-wel-dig!

24 maart 2017

FLUIMUCIL


Q. is sinds de carnaval aan het sukkelen met zijn gezondheid. Exact een jaar geleden had hij ook een koutje opgelopen. De rochel en het gehoest weerhouden hem van een gezonde nachtrust. Longontsteking en enge ziektes schieten in het donker door zijn hoofd. 'Moet de dokter niet komen?' vraagt Q. bezorgd. Ik: 'Vorig jaar zei de huisarts: Paracetamol doorslikken en de nachtzuster die hem voor het slapengaan liefdevol met Dampo insmeert, moeten verlichting geven.' Ik overleg met de verpleegkundige en zij adviseert Fluimucil om het taaie slijm wat in zijn bovenste luchtwegen blijft hangen te verdunnen. 

Pappi blijft in bed en wil de geruststelling van een echte dokter. 's Morgens belt hij me op: 'De dokter komt vanmiddag op visite, kom je ook?' Op mijn vraag of het Zorghuis de praktijk heeft gebeld, houdt hij zich koest. Pappi belt mij herhaaldelijk, omdat de dokter nog niet is geweest. Tegen vijven belt de verpleegkundige: 'Heb jij een visite aangevraagd?' 'Nee, volgens pappi hebben jullie de afspraak geregeld.' Wat is het toch een slinkse vos! Ik vraag haar om toch maar een visite te regelen voor zijn gemoedsrust. De huisarts raadt de ochtend erop Fluimucil aan.

Bij de drogist luister ik een rij verder een vreemdsoortig gesprek af. De echtgenote van een lastige patiënt die vanonder zijn dekentje op de bank steunt en kreunt, vraagt aan de verkoopster: 'Mijn man is op sterven na dood, heeft u daar wat tegen?' De begrijpende drogiste knikt: 'Is uw man neusverkouden of grieperig zonder koorts?' De vrouw grinnikt instemmend. De verkoopster op gespeelde serieuze toon: 'Ja, dat is zeer ernstig, bij mannen hakt de griep er extra in. Het beste advies wat ik u kan geven is: neem het hele assortiment sprays, poeders, pilletjes voor hem mee, leg de rekening op tafel, aai 'm over zijn bol en ga zelf buitenshuis iets leuks doen.' Ik zoek intussen ook bij de zelfzorgmiddelen naar de Fluimucil en meng me in het gesprek: 'En dat noemt ons het zwakke geslacht!' De vrouwen giechelen: 'U ook al?' Ik: 'Zelfs dubbelop: man en vader.' We lachen er maar om.

Pappi krijgt zijn begeerde doos bruistabletten. Het is nog een hele toer om op de trits vragen die dat losmaakt (hoe innemen, wanneer, hoeveel, hoelang enzovoorts) pappi te bewegen om het aan de zuster over te laten. Het ergste van alles: ik vergeet de bijsluiter uit het doosje te halen. Enkele uren na de eerste inname, klaagt hij over buikpijn. Allicht, het is de eerste in een reeks van ontelbare bijwerkingen die de fabrikant erop heeft gezet om aanklachten te voorkomen. Mannen! Desalniettemin hopen we dat Q. snel opknapt. 

19 maart 2017

EUCALYPTA


De seniele mevrouw van wie de achternaam rijmt op sacherijn, heeft de bokkenpruik op. Terwijl ze haar huisgenoten in de eetzaal demonstratief de rug toekeert en het aandikt door het uitgelodderde gehaakte vest defensief om haar lijzige lichaam te klemmen, knotert ze aan een stuk. Niet omdat ze lastig wil zijn, maar omdat ze de grip op het leven kwijt is. Zelfs de meest basale en banale dingen vergeet ze. De zusters hebben er hun handen vol aan; maar daar zijn ze voor. Een constante aanvoer van geheugensteuntjes is nodig om mevrouw te laten functioneren. Alle bewoners hebben een specifieke zorgvraag, die van haar is, zelfs terwijl ze met datgene bezig is wat ze behoort te doen (bijvoorbeeld eten): 'Wat moet ik nou?' Confronterend.

Ik trof haar eens alleen op een laat tijdstip, nadat ik Q. had bezocht. 'Wat moet ik nou?' zei ze, 'mijn man en zoon zijn er nog niet.' Ik ben niet geëquipeerd om dit soort vragen te tackelen. 'Zal ik de televisie aanzetten, dat doodt de tijd', bied ik aan, terwijl ik prakkiseer of het verstandig was om het woord 'dood' in de mond te nemen. Ze blijft 'Wat moet ik nou?' herhalen. Ik bied haar een stoel aan, klop op de zitting: 'Kom, dan wachten we samen.' Dat lijkt haar wel wat. Na vijf minuten haalt de zuster die mevrouws bedje intussen gespreid heeft, haar op. Op haar vraag 'Wat moet ik nou?' antwoordt zij ferm: 'Slapen!' Daarmee is de kous af.

Haar reusachtige zoon hoeft slechts zijn hand op haar onderarm te leggen om haar te sussen. Een van de weinige verplegers heeft op de bejaarde die mijn moeder vanwege de tandeloze mond en de vooruitstekende kin de bijnaam Eucalypta zou hebben toebediend, dezelfde uitwerking. Als hij zijn beide brede armen spreidt voor een gemeende omhelzing en haar naam liederlijk uitspreekt als ware zij Julia en hij Romeo, is ze als was in zijn handen. Ze moet in de tijd van analoge fotografie en filmprojectors een schoonheid zijn geweest.