zondag 21 juli 2019

MINI JORDAANFESTIVAL


Zwaan-kleef-aan op het zonovergoten terras als de enige echte Tante Leen inzet met ‘Diep in mijn hart’. ‘Johnny’ (voor een zwaaiende Mijnheer Demijne) kan niet achterblijven, net als Manke Nelis (Oh, had ik maar twee benen) waarop Tutti droog invult: ‘Want mijn ene is verdwenen.’ We nemen een ‘pikketanussie’ in de kajuitjuitjuit op de schuit  uit ‘Reisje langs de Rijn’. Drika giert het uit: ‘Wie gaat er nou in beschuit liggen, dat kriebelt toch hartstikke?!’ Een en al vrolijkheid, iedereen is op dreef. Boertje van Buuten knoeit met de cake en de koffie. Hij krijgt een wit befje aangemeten en ziet er plots uit als een dure advocaat. Tutti kruimelt op haar muis voor het eekhoorntje straks. Ze wil lief de hand van pappi vasthouden. Hij interpreteert het verkeerd: ‘Ik ben toch geen kleuter.’ Nadat hij een glas prijzige Chardonnay heeft achterovergeslagen (slobberwijn volgens hem), haakt hij in. Bij het tweede geeft zijn wandelstok de maat aan. Pappi heeft het naar zijn zin. 

We zakken vanuit Amsterdam ('bij ons in de Jordaan, van je hela hola hopfaldera') af ‘nao ut Zuuje’ en zwieren en zingen mee met Lex, Beppie, Ben en Sjef. Boertje van Buuten spreekt perfect Mestreechs en gaat voor in 'de Nach is noch laank'. Drika knoopt voor de gekkigheid (en vooral tegen de felle zon) een zakdoek op haar bolletje. 'Hallo, Zeeuws meisje', grinnikt mevrouw H. Floris galmt met plezier de lange uithalen. Cornelia Hopsasa vindt het geweldig allemaal: ‘Net kermis.’ We switchen naar Ronnie en Ciska in het reuzenrad waar je een zoen krijgt. Dat willen Tutti, Cornelia Hopsasa en de aangeschoven Sjimmie ook wel. Net als we aan Hazes (‘ik meen ‘t’) toe zijn, is het eten klaar. In polonaise gaan we naar binnen. ‘Wat hebben we het toch goed’, verzuchten enkele bewoners spontaan tegelijk. Sjimmie: ‘Je moet er zelf wat van maken.’ Zo is het maar net.