20 april 2017

ZIN IN ZOMER



Een zonnig terras, fluitende merels, geraniums vullen de bloembakken. Meneer S. waant zich in de zomer. Hij stapt uit de lift slechts gekleed in een overhemd en zijn smetteloos witte onderfleur. De goedlachse verzorgster neemt hem weer mee naar boven: 'Het lijkt zo, maar het is nog geen zwemweer.' Meneer S. voelt zich allesbehalve in zijn hemd gezet: 'Ik vond al dat het aankleden zo snel ging.'

Op het terras neemt de dochter van mevrouw P. haar de maat. Met een uittrekbaar meetlint neemt ze omtrek van de borstkas en buste. Nu het T-shirtjes weer wordt, mogen de theezakjes van haar moeder wel wat opgetakeld worden.

Meneer S. zit in een rotan fauteuil met voor zich een stoelfiets. Hij sukkelt in slaap. Als de buitendeur opent, schrikt hij wakker en hervat automatisch het ronddraaien van de pedalen: 'Ik was ver weg', lacht hij. De therapeut bekijkt de kilometerstand. 'Ik heb een flink stuk gefietst', zegt meneer S. Zij kijkt mij aan. 'Dat klopt,' zeg ik, 'in zijn dromen is hij naar Rome en terug gefietst.

Pappi vindt dat ik de thee te langzaam opdrink. Hij wipt onrustig op zijn stoel en draagt allerlei redenen aan waarom ik moet gaan. Het komt erop neer dat hij de (NPK) kunstmestkorrels die ik bij de Boerenbond heb gehaald, wil uitstrooien omdat er morgen regen wordt verwacht. En als ik toch niet kom schoffelen (!), kan hij verder met de tuin.

10 april 2017

FABULEERTALENT


Op een mooie pinksterdag zingen Leen Jongewaard en André van den Heuvel bij binnenkomst op de late zondagochtend voor Pasen. In de recreatiezaal met dichtgetrokken gordijnen ontbijten nog bewoners. Het ritme van uitslapen in het weekend laat zich niet vervagen. Sommigen zijn onder het tikken van een zachtgekookt eitje ingedut.

Q. ligt op zijn kamer in de relaxfauteuil. Ik haal 'm over om samen in de tuin te jeu de boulen. 'Ik wil eerst even op jouw suggestie terugkomen. Ik heb er uitvoerig over nagedacht en ik accepteer je aanbod', spreekt Q. met volle overtuiging. 'Waar heb je het in godsnaam over?' trek ik verbaasd mijn wenkbrauwen op. Pappi, laverend tussen verwachting en ijdele hoop: 'Vorige week vroeg je aan mij of ik bij jullie kom wonen.'

'Nou, dat heb je dan bij elkaar gefantaseerd, want je legt me woorden in de mond die ik niet heb uitgesproken', help ik 'm uit zijn droom. 'Je bent nergens zo goed onder de pannen als hier. Er is echt geen sprake van verhuizen. Als je dat opnieuw wilt, mag je het zelf regelen', wimpel ik het luchtig af. 'Dat kan ik niet meer', zegt pappi. 'Precies wat ik bedoel, schat', rond ik af.

Er is een song met de titel: Wherever I lay my hat, that's my home. Maar als je hoofd niet meer helder is, is thuis geen plek meer, maar een gevoel. Ik ben vertrouwd voor pappi, maar kan hem niet 24/7 de zorg en aandacht bieden die hij nodig heeft. Het is niet zo, maar het voelt alsof ik het laat afweten. Ik geef 'm een kus op iedere wang en zeg kordaat: 'Kom, pak je stok, we zoeken de zon op.'


05 april 2017

MAGERE HEIN


Zwarte kraaien en hoge hoeden houden we het liefst buiten de deur. Mocht een (oude) bekende overlijden, dan is het in het Zorghuis gangbaar om de bewoner niet in te lichten. De impact op dementerenden kan zijn: ontregelt en overstuur raken, onbedaarlijke huilbuien krijgen, onbegrip en het herbeleven van de trieste boodschap. Rouwkaarten worden door de medewerkers onderschept en eerst aan de contactpersoon voorgelegd. Hij of zij kan dan alsnog het droefs in hun aanwezigheid overbrengen.

Bij Q. beslis ik samen met mijn broer of we hem inseinen. De toegenegen man van pappies zorgzame zus waar hij regelmatig contact mee heeft, krijgt het verpletterende nieuws dat zijn laatste dagen zijn geteld. Q. heeft al wat etmalen maagkrampen door PDS. Ik besluit hem op de hoogte te brengen, omdat het voor mijn tante uiterst pijnlijk is om tijdens hun geregelde telefoongesprekken te moeten voorwenden dat alles goed is. Pappi is toch al lamlendig, wachten tot hij opgekrabbeld is, kan weer een inzinking veroorzaken.

'Oom T. heeft ongeneeslijke kanker, de dood is onafwendbaar', vertel ik in omzichtige woorden die Q onderbreekt. 'Ik ben ook ziek. Iedereen hier in huis verkeert in de laatste levensfase en mankeert wel wat', is de eerste nuchtere en niet echt invoelende reactie van Q. Het laatste uur van mijn oom zaliger sloeg sneller dan voorzien. Ik breng de boodschap over dat de man met de zeis is geweest. Q. neemt het voor kennisgeving aan. Ik blijf de rest van de middag bij hem ter afleiding en om te peilen hoe hij het opneemt. Q. komt er niet meer op terug. 

De week erop vraagt hij uit het niets naar een rouwkaart. 'Was er nou iemand gaan hemelen?' vraagt pappi. 'Ja, helaas is T. overleden', antwoord ik. 'Ik hoef toch niet naar de begrafenis?' klinkt het verschrikt. 'Nee, het afscheid is al voorbij', zeg ik. Een 'pfiew' is het enige dat Q. er nog aan wijdt. De rouwkaart verdwijnt in een la.




31 maart 2017

PAPPI IN THE PICTURE


Topfotograaf Petra Lenssen maakt voor Zorghuis Nederland een reportage over de locatie Tegelen waar de tijd de bewoners op de hielen zit, maar waar de medewerkers van elke nieuwe dag graag een (bescheiden) feestje maken. 

Pappi die na een koutje de mismoed erin heeft, zit in het dal en moet over de drempel worden geholpen. Een wandeling in de stralende lentezon kan het verschil maken tussen genieten van het leven, of verlangen naar de dood. 

Met haar aanstekelijke lach weet de innemende fotografe Q. over te halen om voor de lens te poseren. Eerst een beetje onwennig (Ik knipogend: 'Niet zo zuur, doe maar of je het naar je zin hebt') tot hij ontdooit. De kruiwagen met tuingereedschap komt op de proppen en het fotomodel schoffelt een stoepbandje strak. Als Q. zich in de plantenwereld verliest, legt Petra hem vast: een boom van een kerel, één met de natuur. Ge-wel-dig!

24 maart 2017

FLUIMUCIL


Q. is sinds de carnaval aan het sukkelen met zijn gezondheid. Exact een jaar geleden had hij ook een koutje opgelopen. De rochel en het gehoest weerhouden hem van een gezonde nachtrust. Longontsteking en enge ziektes schieten in het donker door zijn hoofd. 'Moet de dokter niet komen?' vraagt Q. bezorgd. Ik: 'Vorig jaar zei de huisarts: Paracetamol doorslikken en de nachtzuster die hem voor het slapengaan liefdevol met Dampo insmeert, moeten verlichting geven.' Ik overleg met de verpleegkundige en zij adviseert Fluimucil om het taaie slijm wat in zijn bovenste luchtwegen blijft hangen te verdunnen. 

Pappi blijft in bed en wil de geruststelling van een echte dokter. 's Morgens belt hij me op: 'De dokter komt vanmiddag op visite, kom je ook?' Op mijn vraag of het Zorghuis de praktijk heeft gebeld, houdt hij zich koest. Pappi belt mij herhaaldelijk, omdat de dokter nog niet is geweest. Tegen vijven belt de verpleegkundige: 'Heb jij een visite aangevraagd?' 'Nee, volgens pappi hebben jullie de afspraak geregeld.' Wat is het toch een slinkse vos! Ik vraag haar om toch maar een visite te regelen voor zijn gemoedsrust. De huisarts raadt de ochtend erop Fluimucil aan.

Bij de drogist luister ik een rij verder een vreemdsoortig gesprek af. De echtgenote van een lastige patiënt die vanonder zijn dekentje op de bank steunt en kreunt, vraagt aan de verkoopster: 'Mijn man is op sterven na dood, heeft u daar wat tegen?' De begrijpende drogiste knikt: 'Is uw man neusverkouden of grieperig zonder koorts?' De vrouw grinnikt instemmend. De verkoopster op gespeelde serieuze toon: 'Ja, dat is zeer ernstig, bij mannen hakt de griep er extra in. Het beste advies wat ik u kan geven is: neem het hele assortiment sprays, poeders, pilletjes voor hem mee, leg de rekening op tafel, aai 'm over zijn bol en ga zelf buitenshuis iets leuks doen.' Ik zoek intussen ook bij de zelfzorgmiddelen naar de Fluimucil en meng me in het gesprek: 'En dat noemt ons het zwakke geslacht!' De vrouwen giechelen: 'U ook al?' Ik: 'Zelfs dubbelop: man en vader.' We lachen er maar om.

Pappi krijgt zijn begeerde doos bruistabletten. Het is nog een hele toer om op de trits vragen die dat losmaakt (hoe innemen, wanneer, hoeveel, hoelang enzovoorts) pappi te bewegen om het aan de zuster over te laten. Het ergste van alles: ik vergeet de bijsluiter uit het doosje te halen. Enkele uren na de eerste inname, klaagt hij over buikpijn. Allicht, het is de eerste in een reeks van ontelbare bijwerkingen die de fabrikant erop heeft gezet om aanklachten te voorkomen. Mannen! Desalniettemin hopen we dat Q. snel opknapt. 

19 maart 2017

EUCALYPTA


De seniele mevrouw van wie de achternaam rijmt op sacherijn, heeft de bokkenpruik op. Terwijl ze haar huisgenoten in de eetzaal demonstratief de rug toekeert en het aandikt door het uitgelodderde gehaakte vest defensief om haar lijzige lichaam te klemmen, knotert ze aan een stuk. Niet omdat ze lastig wil zijn, maar omdat ze de grip op het leven kwijt is. Zelfs de meest basale en banale dingen vergeet ze. De zusters hebben er hun handen vol aan; maar daar zijn ze voor. Een constante aanvoer van geheugensteuntjes is nodig om mevrouw te laten functioneren. Alle bewoners hebben een specifieke zorgvraag, die van haar is, zelfs terwijl ze met datgene bezig is wat ze behoort te doen (bijvoorbeeld eten): 'Wat moet ik nou?' Confronterend.

Ik trof haar eens alleen op een laat tijdstip, nadat ik Q. had bezocht. 'Wat moet ik nou?' zei ze, 'mijn man en zoon zijn er nog niet.' Ik ben niet geëquipeerd om dit soort vragen te tackelen. 'Zal ik de televisie aanzetten, dat doodt de tijd', bied ik aan, terwijl ik prakkiseer of het verstandig was om het woord 'dood' in de mond te nemen. Ze blijft 'Wat moet ik nou?' herhalen. Ik bied haar een stoel aan, klop op de zitting: 'Kom, dan wachten we samen.' Dat lijkt haar wel wat. Na vijf minuten haalt de zuster die mevrouws bedje intussen gespreid heeft, haar op. Op haar vraag 'Wat moet ik nou?' antwoordt zij ferm: 'Slapen!' Daarmee is de kous af.

Haar reusachtige zoon hoeft slechts zijn hand op haar onderarm te leggen om haar te sussen. Een van de weinige verplegers heeft op de bejaarde die mijn moeder vanwege de tandeloze mond en de vooruitstekende kin de bijnaam Eucalypta zou hebben toebediend, dezelfde uitwerking. Als hij zijn beide brede armen spreidt voor een gemeende omhelzing en haar naam liederlijk uitspreekt als ware zij Julia en hij Romeo, is ze als was in zijn handen. Ze moet in de tijd van analoge fotografie en filmprojectors een schoonheid zijn geweest. 

15 maart 2017

STEMMEN 2017

Dat wordt polderen

Politiek is een (machts)spelletje. Voor het eerst in zijn lange leven gaat Q. niet stemmen, ondanks mijn aanbod om samen te gaan, of desnoods voor hem met de ingevulde machtiging een vakje rood te kleuren. 

Pappi is al een weekje niet lekker en nu zwaar verkouden. Hij heeft zich niet verdiept in de partijprogramma's, de debatten niet gevolgd, zich niet ingelezen. Kortom, een goed excuus om verstek te laten gaan. 

'Je kunt toch op de partij stemmen waar je in het verleden het vaakst op hebt gestemd?' opper ik. 'Een gekonkel ... stemmen maakt geen verschil ... interesseert me niks ... zo glad als een aal in een emmer snot ... ', mummelt hij gebitsloos, terwijl hij vanuit zijn luie stoel hengelt naar de op de grond gevallen kleffe herenzakdoek.  

'Dat is voor het eerst dat ik je zo hoor', stel ik vast. Pappi rochelt en hoest omzichtig om aan te geven hoe ziek hij is. Wat er werkelijk speelt, is dat de verkiezingen voor Q. een spelletje zijn. Hij wil, sinds hij hulpbehoevender is, op de partij stemmen die het meeste zetels behaalt, en/of die het grootste is gegroeid: de winnaar. Niet omdat hij het daar helemaal mee eens is, maar vooral om niet bij de verliezers te horen. 

12 maart 2017

MANICURE


Het is de wekelijkse nagelmiddag in het Zorghuis. Op de gang tref ik Miamimevrouw en de familieloze mevrouw B. Spontaan wijs ik ze beiden op de manicure. Ze worden in de wachtrij geplaatst. De dames mogen een kleurtje uitzoeken voor op hun nagels. In de 'salon' wordt gevijld, gelakt en gekletst. Ik heb een vraag voor de manicure, maar kom niet tussen de spraakwaterval met wapperende handen voor haar. 

Ik wend me tot de muizentoeterige mevrouw DB. voor wie ik een zwak heb. Ze ligt onder een wollige deken in een relaxfauteuil. 'Hoe gaat het met u?' vraag ik in haar moerstaal, dat vindt ze leuk. 'Ik wil dood', prevelt ze. Haar hazelnoten kraaloogjes kijken me hulpbehoevend aan. Ik ben geroerd. 'Wat zegt u nou?' streel ik haar wang. 'Ik krijg van niemand aandacht, ik kan met niemand praten, iedereen vindt me vervelend, ik heb niets of niemand meer, ik wil dood' is haar beleving. De werkelijkheid is anders, maar wat doe je aan iemands perceptie. 

Mijn radertjes draaien overtoeren: hellup, wat antwoord ik hierop. Ze is al in de negentig, geen langetermijntoekomstperspectief om haar op te fleuren. 'Jij bent lief, dankjewel, de klaagzang is niet voor jou bedoelt', zegt ze terwijl ze Pop de Hond aait. Ik pak haar handen vast: 'U heeft zo'n mooie roze trui aan, wilt u een bijpassend kleurtje op uw nagels. Het is bijna lente, kom doe eens gek.' Ze aarzelt: 'Kan dat dan?' zegt ze met oplichtende ogen haar blanke nagels aan bevende vingers bekijkend. 'Ik regel het voor u.' 

Ik loop met Pop door naar opa, want daar kwamen we voor. Na een bezoekje waarbij pappi en ik haasje over hebben gespeeld  (om beurten gooien we de pluche haas over Pop in ons midden die zij moet zien te vangen), EN pappi een modeshowtje heeft weggegeven in de nieuwe blouse-vestcombinatie, pak in mijn Biesen (huisgrapje).

Het is bijna etenstijd, de tafels worden gedekt. De manicure heeft de zaak opgedoekt. Miamimevrouw toont trots haar rimpelhanden met gepolijste nagels in de nabijheid van de depressieve mevrouw DB. die wegens tijdgebrek pas de volgende keer aan de beurt is. Ai, pijnlijk. Als Pop niet zo tierig was geweest (en mevrouw van Z. niet 'weg met die hond, ik krijg uitslag' had gebromd), had ik mevrouw DB. zelf onder handen genomen. 

08 maart 2017

CARDIOLOOG


Zondagavond laat belt pappi via de zusterpost - zijn telefoon hield er zomaar mee op. 'Hoe laat kom je me morgenvroeg halen', vraagt pappi. Ik weet nergens van. 'Ik word om 10 uur bij de cardioloog verwacht', leest pappi de achterovergedrukte brief voor. Ik begreep ineens waarom hij de hele week al ongedurig was: 'naar het ziekenhuis' brengt grote onrust met zich mee.

Er zit niets anders op dan mijn schema om te gooien. Om half tien pik ik pappi op die eer we het Zorghuis verlaten hebben, al drie keer zijn sleutels, zijn ziekenhuispasje en de oproepbrief 'kwijt' is*. Op de parking maken we gebruik van het gratis golfkarretje met chauffeur; omdat het giet. Het is lastig aanpassen aan het trage tempo richting afdeling cardiologie. Er is één voordeel: we arriveren op het moment dat we mogen doorstromen. Na het uitkleden, hartfilmpje, aankleden, wacht de medisch specialist al op ons. Pappi begint met zijn lineaire levensloop. Ik interrumpeer, zodat de cardioloog de gegevens kan verwerken en zijn verhaal kan doen. Hij voert niets in, maar delete pappi's complete dossier. Huh?

Ik had de driemaandelijkse controles al jaren geleden omgezet naar een jaarlijkse. Mocht pappi hartklachten krijgen, trek ik gelijk aan de bel. Nu hoeft pappi helemaal niet meer terug te komen. 'Uw hart is qua ouderdom (89) in puike conditie. De medicatie sorteert effect. Ik kan verder niets meer voor u doen. Wat mij betreft mag u uw 90ste verjaardag plannen. Is er in de tussentijd sprake van hartfalen, dan kan het boeket bloemen voor een graftak worden ingewisseld. Dat laatste sprak hij niet uit, maar ik begreep de strekking: eens houdt het (hart) op. De cardioloog neemt hartelijk afscheid met: 'Het gaat u goed!' Drinken we automatenkoffie zonder cake in het ziekenhuis, of heffen we op zijn gezondheid thee in een cognacglas op zijn kamer? Het wordt het laatste. 

*De lezer zal zich afvragen waarom ik dat niet voor hem op zak houd. Maar je zelfredzaamheid zolang mogelijk behouden, is een groot goed. Daarom mag pappi ook zelf zijn presentie aan de balie melden. In vakjargon heet dat OMA: niet Oordelen, en Meningen en Adviezen voor je houden. Wel: vragen stellen en luisteren. Ga op je handen zitten als je wilt 'helpen' wanneer de oudere niet snel genoeg is naar jouw zin. Laat iemand in zijn waarde en vind een weg om de kwaliteit van leven te verbeteren voor die persoon.

26 februari 2017

TEGEN DE KEER IN



Limburg staat op zijn kop en pappi vindt het leven niet leuk. De voorafgaande week verheugden de bewoners zich op de Buitengewone Binnenzitting waar zij speciaal door de zoon van mevrouw v. D. voor waren uitgenodigd. Pappi die vroeger zelf dit soort evenementen organiseerde, kan het niet bolwerken. Wat akkefietjes - regen en het daarbij behorende verplichte binnenblijven, een struise Duitse oproepkracht die angstgevoelens bij hem opriep tijdens de medicijnverstrekking, EN omdat hij zich had ingeprent dat hij geen kaartje (toegangsbewijs) had - brachten hem zodanig in de war dat hij alleen maar kan mopperen en mokken. Niks feeststemming en op de lappen gaan.

De dag erna praten de nagenietende bewoners hees en brak na. Voor de verongelijkte pappi die op zijn kamer hokt (zielenpietje voelt zich buitengesloten), schakel ik de tv in waar Omroep Venlo live verslag doet van het aanstekelijke Café d'n Blauwe: een soort revue met Venlose liedjes uit de oude doos afgewisseld met buutreedners. Ik zet twee fauteuils neer en zeg tegen pappi: 'Dan doen we het feest nu dunnetjes over.' Ik pak de tegenstribbelende Q. bij de hand. Knorrig trekt hij zijn arm terug. Hij is waers (tegen de keer in). Er valt niets mee aan te vangen.

Ik verlaat hem, terwijl de 95-jarige Sjraar Peetjens live het lollig bedoelde vasteloavenleedje  van Frans Boermans (tekst) en Thuur Luxembourg (meziek) ten gehore brengt. 'Ik bin zo einzaam, ik veul micht zo verlaete, ik heb ouk nemus um ens same mei te praote bin toch zo dreuvig zo mismeuiig zo ongerös (geluif ut maer grös) want ik waer zo gaer en ik had zo gaer gekös.'

12 februari 2017

HOEDJESBAL



Elders in de stad wordt Lex Uiting uitgeroepen tot Jocusprins tijdens het sjieke hofbal. Het Zorghuis die een oud-Prins binnen de gelederen heeft (Q) viert carnaval in eigen kring. In de tot schminkruimte omgebouwde kapel krijgt iedereen desgewenst een kleurtje of een rode neus. Ruim voor aanvang van het Hoedjesbal, druppelen de bewoners de bont versierde zaal binnen. De Huisband (joekskapel Waers die de bewoners een warm hart toedraagt) zet de Jägermeister koel en blaast in. 


Q. was minder goedgemutst. De avonden zijn er om zijn overdag volgelopen hoofd tot rust te brengen. Geen gekke pet (veel te warm) en slechts een dansje, maar het bier vloeide rijkelijk en schudden dat de maracas (sambaballen) deden! Q. liet zich niet kennen en hield vol tot de live muziek verstomde. Vriendin M. en ik stopten pappi in bed, en bezochten nog even de afterparty. Tot ongenoegen van (de ietwat jaloerse) Q. die het niet nodig vond dat wij zonder hem met enkele overgebleven bewoners bescheiden verder feesten. We hadden een goed excuus: de taxi was verlaat.

08 februari 2017

GEEN TIJD


Bij binnenkomst klinkt het gelijk: 'De tuinman is buiten in de weer.' Ik neem de uitgang naar de patio. Q. sjouwt op het middelste tuinpad in zijn tuinkloffie (klompen en jeansblauwe werkjas) met takkenbossen. Ik zie aan zijn verzonken gedachten dat ik ongelegen kom: 'Oh, eh, ja, ik wilde die hoek met hortensia's vandaag klaarmaken. Je mag me wel op de tuinbank gezelschap houden, want hulp heb ik niet nodig.' 'Heb je geen recht op koffiepauze', plaag ik. 'Heb je zelfs geen kwartiertje voor me?'  
'Ik ben bezweet en als ik ga zitten, vat ik kou. Er is nog van alles te snoeien', antwoordt Q. 'Oké, dan berg ik de schone was op en ga weer', zeg ik. 'Breng je mij voordat je gaat een kop koffie?', vraagt Q. afwezig.

Ik orden wat spullen in zijn kamer, hang de verjaardagskalender terug aan het koperen haakje en haal koffie. Bij het overhandigen van het plastic bekertje wordt zus Truus bedankt. Hij corrigeert het gelijk: 'Ach, hoe kom ik daar nou bij. Jij bent het.' 'Je hebt voordat je naar buiten ging door de kalender gebladerd, maar vergeten om daarna in je geheugen de pagina's om te slaan.' Voordat ik kwam was hij helemaal zen, nu schuifelt hij onrustig. Ik kus de drukbezette hovenier gedag.

Bij het weggaan 'klaag' ik tegen de verpleegkundige dat ik ben weggestuurd: 'Hij had geen tijd voor me'. Ze schatert: 'Wij hebben hem ook aan de middagdis moeten sleuren. Beter dat hij iets leuks om handen heeft, dan gemopper over eenzaamheid en verveling, toch?' Zo is het maar net.

06 februari 2017

GALANT


Sommige alzheimerpatiënten veranderen van karakter. Ze worden apathisch of juist agressief. Q.’s zorgzaamheid zit in zijn wezen verankerd, dat beklijft voor eeuwig. De hulpbehoevende echtgenote van zijn overbuur is recentelijk overleden. Mevrouw L. verkeert in blakende gezondheid en wil graag terug naar haar geboortedorp M. Q. is lichtelijk bezorgd wanneer hij dat hoort: ‘Als ze weggaat, wat krijg ik dan weer voor buren?’

Of hij het ongepast vindt dat de weduwe nu alleen over straat (lees: gang) moet, het extra leuk voor haar wil maken zodat ze blijft, of gewoon attent wil wezen, maar sedert die uitspraak begeleidt de galante en charmante pappi de lieverd met de serene uitstraling naar de recreatie- en eetzaal. Het was amusant om mijn 89-jarige vader afgelopen weekend omstandig tegen zijn latvriendin te horen uitleggen dat hij bij het ophalen van mevrouw L. geen onkuise bijbedoelingen heeft. 'Echt, ik haal me niks in het hoofd, hoor.' Wensdenken of niet. Zijn vieve vriendin en ik moesten er smakelijk om lachen.

03 februari 2017

OUDEREN EN PESTEN

oké of niet oké

Ik las een artikel over pesten en ouderen. De auteur vond dat vreemd, als oudere zou je toch verstandiger en wijzer moeten zijn. Maar in een zorg- of verpleeginstelling, of bij kleinschalig wonen dat voorbehouden is aan maximaal 26 personen, zit je dicht op elkaars huid. 

De oude garde (bewoners van het eerste uur, nu een jaar geleden) vindt onomwonden dat ze een streepje voor heeft op nakomertjes: 'In de tijd dat we nog met twaalf waren, was het veel gezelliger.' Ik hoor ze fezikken over dagjesmensen (dagbehandeling) die ze met de kin aanwijzen: 'De aandacht voor DIE gaat van onze tijd af.' Er zijn 'gereserveerde' plaatsen en oh wee de snoodaard die het in zijn demente hoofd haalt om daar te gaan zitten, of naast iemand plaats neemt die dat niet wenst. Over nieuwkomers moet men het naadje van de kous weten. Geroddel over lastpakken. Net als in de echte wereld worden bewoners die zich gemakkelijk aanpassen, eerder en beter in de groep opgenomen. Mensen in de reservetijd kunnen net zo hard en gemeen zijn als kinderen tegen niet-vriendjes. Irritatie van iets schijnbaar onbeduidends kan uitgroeien tot iets heftigs: van binnensmonds gemopper tot gevloek en getier. Bij sommigen gooit Alzheimer de remmen compleet los. Als een vriendelijke interventie niet helpt, speelt de verzorgende geregeld met opgeheven vingertje voor schooljuf.

Sinds twee weken is meneer S. een tijdelijke gast; zijn vrouw revalideert na een operatie elders. De gepette man, type Dik Trom, is vrij aardig van het padje. Hij heeft grote aanpassingsproblemen. De vaste club ontwijkt hem of zwijgt, omdat ze op zijn permanent vragen om hem naar huis te brengen (ik hoor hier niet te zijn) geen raad weten. Nu hangt hij er een beetje bij. Van mijn zorgzame pappi verwacht ik invoelend vermogen. Maar pappi moet niets van 'm hebben. Hij vindt hem een kwal: 'Hij zit overal aan en zet niet eens zijn pet af tijdens het eten. Gelukkig blijft hij niet.'

01 februari 2017

NIEUWKOMER


Door de gang sjokt een gezin alsof ze naar de slachtbank worden afgevoerd: dementerende vader in de arm van de schoondochter, zoon met opa's kleinkinderen. Vader neemt vandaag zijn intrek in het zorghuis. De naasten treuzelen, net als vader. Ouders hebben zorgplicht voor hun kinderen, omgekeerd is dit niet. Fijn als je het uit genegenheid helpt, want het moet niet als een verplichting voelen. Ondanks dat blijft het een moeilijke stap om je ouder onder vreemde vleugels te herbergen. Toegeven dat je het niet alleen kan, voelt als falen. Maar dat is het absoluut niet: naast je eigen vlees en bloed heeft een alleenstaande ouder ook behoefte aan bijvoorbeeld een objectieve gesprekspartner, een vertrouweling, een externe verzorger, familie, leeftijdgenoten, een vriend, een buur, en/of een verpleger/bezigheidstherapeut et cetera. Zo vergroot je zijn of haar gekrompen wereldje. Bovendien schrijdt de ziekte onverminderd voort en niet iedereen kan daar evengoed mee omgaan.

Een jaar geleden liepen pappi en ik, optimistisch gestemd en vol verwachting, toch met lood in de schoenen het zorghuis binnen. Ik zou deze mensen willen bemoedigen met dat het gros van de bewoners opbloeit door de structuur, de aandacht, het erbij horen, en de hartelijkheid van de verzorging. Schuldgevoel is hier niet op zijn plaats, en acclimatiseren heeft voor beide partijen gewoon tijd nodig. Ik ga me nergens tegenaan bemoeien, de familie ondervindt het zonder hulp zelf ook wel.