12 oktober 2017

OOIEVAARSBEK

De gecultiveerde ooievaarsbek

Q. zit helemaal achter in het park op de groene bank onder de treurwilg. 'Moe, moe, moe', hakkelt hij als ik bijna bij hem ben. Ik trek mijn schouders hoog: 'Doe dan ook niet zoveel.' Q.: 'Ik had mezelf vandaag het doel gesteld om de zijpaden bladvrij te maken.' 'Geef hier die bezem, dan doe ik het laatste paadje wel.' Met moeite geeft hij de bezem uit handen: 'Vooral goed onder de klimop vegen', begint hij de reeks van aanwijzingen die vast nog komen. Ik word 'gered' door de immer vrolijke gastvrouw Ine met een kopje thee. 'Je laat me flink lopen', flauwekult ze tegen hem. 'Blijf nou eens zitten en geniet van het Froufroutje.' Dat doet hij. Ik veeg en krui drie keer naar de bladhoop. Klaar!

'We poten nog even de meegebrachte planten en dan gaan we op het schoongeveegde terras van de zon genieten', kondig ik aan. 'Hoe kom je aan dat onkruid?' vraagt pappi wijzend naar de doos planten. Dat is geen onkruid, dat is ooievaarsbek en het komt uit mijn tuin. In de lente wordt dat een decoratief roze bloembed. 'Ik vertrouw het niet', wijst hij de planten stuurs af. Ik haal de spade uit het schuurtje. Q. loopt scheef en moeizaam naar me toe en rukt de schop zowat uit mijn handen: 'Ik weet een mooi plekje.' Dat plekje ligt in de uiterste hoek verborgen tussen beukenhaag en hebe. Ik laat de eigenwijzerd maar; het is 'zijn' tuin.

Op het bordes schenkt hij een verdiend glaasje bier in. Niet overtuigd zegt hij: 'Zeg nou eens eerlijk: waar heb je dat groene spul vandaan?' Ik: 'Uit mijn tuin, het is een snelgroeiende borderbloeier. De moederplant komt van mijn vriendin M. van de Akkerwinde. Haar ken je toch nog wel?' Q. mompelt iets wat ik niet versta. In harmonie koesteren we stilzwijgend de oktoberzon. Als er geen druppel meer uit het flesje komt, kijkt hij op zijn horloge: 'Oh, is het al zo laat? Over een uur eten we en ik moet nog douchen. Moet jij niet naar huis?' We schuifelen naar zijn kamer. Bij het afscheid zegt hij: 'Dat was niet leuk van me hoe ik deed', geloof ik (hij kijkt me vragend aan in de hoop dat ik dat ik ontken, wat ik niet doe). 'Ik zoek er morgen een beter en mooier plekje voor.' 


De wilde zachte ooievaarsbek die pappi in zijn hoofd had, 

10 oktober 2017

IN DE GLORIA


Pappi is miraculeus opgeknapt. Dat willen we graag zo houden; voor je het weet wordt er herfstblues gedraaid. Hij krijgt nog meer aandacht, er worden extra bezoekjes ingepland, en we motiveren hem om meer verstrooiing te zoeken in de recreatiezaal. G. de invoelende en sprankelende dochter van mijn ouders' overleden vriendenpaar verblijdt hem op een bewolkte middag met haar stralende persoonlijkheid. Haar mam - na mijn Muti de allerliefste - leed helaas jarenlang aan Alzheimer (en met leed bedoel ik ook: leed) voor de dood haar genadig werd. G., eveneens een schat van een vrouw, weet uit eigen ervaring hoe blij je iemand kunt maken met hartelijkheid, een gemeende knuffel en een dikke pakkerd. 
Q. bloeit altijd op bij het zien van vrouwelijk schoon, maar bij haar treedt hij bijna buiten zichzelf. Het was een ouderwets gezellig weerzien zoals je dat met beste vrienden hebt. In haar gezelschap is Q. helemaal in de gloria: op zijn gemak, opvallend goed bij de tijd, gevat, vrolijk en charmant. Dat laatste noemt hij in de euforie van haar bijzijn zelfs: een goddelijke gave. Fijn als je zo goed in je vel zit, dat je jezelf kunt ophemelen.

05 oktober 2017

VOLLE AGENDA


Ik bezoek pappi zeer geregeld. Niet op vaste tijden, maar gewoon zoals het uitkomt. Wel veelal in de middag, omdat dat zijn voorkeur geniet. Meestal bel ik van te voren of het gelegen komt, want hij wordt niet graag overvallen. We theeën gezellig op zijn kamer, als hij vraagt: 'Kunnen we niet afspreken dat je op vaste dagen komt? Dat is voor mij gemakkelijker om rekening mee te houden. Ik heb namelijk ook mijn planning!' Die planning houdt in: a) als zielenpietje weemoedig is en 'zijn eigens' terugtrekt dan kan ik niet vaak en lang genoeg, het liefst de klok rond, zijn hand vasthouden, en b) bij een zonnig humeur heeft pappi zat te prullen en te klooien en hoef ik niet zo nodig te verschijnen, een telefoontje volstaat. Daarnaast wil hij graag de exacte aankomst- en vertrektijden weten. Tja, Q. was altijd al een uitstekend organisator en regelaar. Me laten vastpinnen doe ik niet, dus we houden het op: vooraf een belletje. 
Ik hang aan de lijn. Pappi onderbreekt mijn beginzin: 'Je hoeft vandaag niet te komen. Je bent al zo vaak hier geweest toen ik ziek was. Ik moet toch weer in mijn structuur komen. Ik: 'Oke, dan kletsen we even bij aan de telefoon.' We keuvelen een kwartiertje of zo over onbenullige zaken, omdat er weinig nieuws te melden is. Voordat hij 'tot ziens en tot wederhoren' zegt, vraagt hij hoopvol: 'Snoeperd, kom jij vandaag nog deze kant op?'

22 september 2017

IN DE LAPPENMAND


Pappi is neusverkouden en heeft last van een rochel die wordt veroorzaakt door slijm in de hogere luchtwegen. Aan iedereen die het (niet) wil horen, demonstreert pappi het gereutel. Als dochter heb ik een streepje voor: als bonus mag ik ook de opgehoeste fluim bewonderen. Ik vertel pappi dat de fluimucil, het instrijken met Dampo/Vicks en keeltabletjes hun werk doen, maar dat een lichaam tijd nodig heeft om te herstellen. Als hij  tegen de zusters begint te klagen over lamlendigheid en hoofdpijn (nee, ik wil geen paracetamol, da's troep), vindt de verpleegkundige het raadzaam een visite aan te vragen.

Pappi voor de tigste keer aan de lijn: 'Alles gaat buiten mij om. De zuster heeft zomaar de dokter gebeld. Hij komt vanmiddag. Wat moet ik tegen hem zeggen?' Ik: 'Wat je mankeert.' Pappi: 'Waar heb ik dan last van?' Ik som de hele klaagmuur op en vertel dat in samenspraak met de zuster de dokter komt. 'Mm', klinkt hij niet echt overtuigd. De diagnose is niet eenduidig: bronchitis (net als mijn opa, zijn pa), een zware verkoudheid of een beginnende longontsteking. Om het zekere voor het onzekere te nemen bij een bijna 90-jarige, en voor zijn eigen gemoedsrust, krijgt hij een lichte antibioticakuur. 

Pappi ontgaat het een en ander. Hij belt me op: 'De dokter is geweest. Hij heeft me ziek verklaard. Maar hoe moet dat nou met mijn werk?' 'Werk?' ik frons mijn wenkbrauwen. 'Ja, ik ben op mijn werk ziek geworden. Wil jij me bij mijn baas afmelden, en me ophalen want ik weet niet hoe ik naar huis kom.' 'Je bent al 28 jaar met pensioen!' praat ik 'm bij. 'Nee, dat klopt niet, want mijn collega's zijn hier bij me. Bovendien als ik geen betrekking meer heb, waar leef ik dan van? En waar zijn mijn medicijnen?' Dan verwonderend: 'Gek he, ik weet dat ik nu daaps ben en maar wat raak wauwel, en toch krijg ik het in mijn hoofd niet op een rijtje.

Ik bevestig de hele situatie nogmaals in simpele bewoordingen en leg uit dat de zuster de pilleninname regelt. Pappi gaapt. 'Als je nou eens een dutje gaat doen, dan ordenen de gedachten zich vast in je slaap', stel ik voor. 'Kom jij dan nog?' klinkt het zielig. Natuurlijk check ik 's middags in. Verbaasd: Jij weer hier?!' Pappi zit er monter bij, klinkt minder nasaal en laat het zelfs na om zijn hoest voort te brengen. We zoeken een bankje in de zon, uit de wind; lekker vitamientjes opdoen. Pappi: 'Ik vind het leuk dat je komt, maar ik leg toch niet te veel beslag op je?' 'Welnee, voor geen greintje', lieg ik, terwijl ik mijn hoofd op zijn schouder leg. Niet het eerste ingenomen pilletje, maar alle menselijke aandacht heeft de prelude van de herfstblues (voor even) verdreven.

20 september 2017

TANTE BETSIE


'Vanmiddag komt je zus uit Melick op bezoek', meld ik aan pappi.' 'Kom jij ook?' vraagt hij. 'Ja, ik kom ook', bevestig ik. 'Da's leuk', klinkt het opgewekt. Na wat heen en weer gebel over huishoudelijke zaken - hoe laat, wie komt er, wie is dat en ik heb geen ijskast en zorg jij voor alles - besluit ik maar om iets eerder te gaan. Mijn innemende, sterke en positief ingestelde kwebbeltante die onlangs de liefde van haar leven heeft verloren, wordt gebracht door mijn neef en diens jongste zoon, een vlotte tiener. Een vertrouwd weerzien. Pappi die natuurlijk voornamelijk met vrouwen in de zorg van doen heeft, vindt het geweldig dat er twee jongemannen bij zijn, zuslief is zomaar van minder belang. 

Hij pompt zich op om met de jongens over te kunnen, terwijl dat nergens voor nodig is. Hij verzint ter plekke misplaatste stoere praat over zijn tijd in Indië (piefpafpoef zo schoten we de vijand neer), vloekt menigmaal ('Zo hebben we je niet opgevoed papaatje!') en doet heel royaal over zijn vermeende privileges in het Zorghuis (mijn tante Marie was hier abdis, ik heb zelfs haar kamer, ik ben de eerste bewoner, de nestor enzovoorts), gaapt als anderen aan het woord zijn. Ik rol met mijn ogen richting familie. We begrijpen elkaar. Tijdens de rondleiding in ZIJN tuin, wandel ik met mijn vieve tante en praat pappi die expres achterblijft, honderduit tegen de heren. 

Als de familie huiswaarts is, is pappi in de bonen: 'Waar is mam nou?' Jammer dat ik 'm na twee gezellige uurtjes moet briefen dat mijn schat van een moesje al 11 jaar in een potje zit. Ik reik hem de matzwarte standaard urn die in de vitrinekast staat aan. 'Zit mam hierin?' pappi lacht ongelovig en laat het erbij.

14 september 2017

PERSONAL ASSISTENT


De slinkende kaaklijn (waardoor koffie via het gootje de boord bereikt) en de bourgondische levensstijl in het Zorghuis die de snoeperd's buik doet bollen, roepen om maatwerk. We kiezen Jansen-Noy uit voor de immense collectie kwaliteitskleding, de klantvriendelijkheid en het prima advies zelfs tijdens de sale. De personal shopper vertel ik hoe de vork in de steel zit. Pappi neemt plaats in de corner bij Juffrouw Jansen en laat een defilé van kleding aan zich voorbijtrekken. Met de uitverkoren verzameling verdwijnt hij achter het gordijn van de paskamer. De fashion guide met een gezellige tongval gaat fantastisch met hem om en haar is geen moeite teveel; het lijkt de draf- en renbaan wel. Toch houdt pappi mij in het oog. Als ik kort om de hoek gluur van de nieuwe herenafdeling, raakt hij in paniek, waarop adviseuse Miriam me meteen inseint en pappi op zijn plek houdt met een vlot babbeltje. Compleet in het nieuw gestoken verlaat Q. van alle indrukken vermoeid doch vermaakt de modezaak.

Terug op zijn kamer krijgt hij zijn bakkie troost; voor morsen hebben we hier snoetenpoetsers. Q. ziet de shopping bag staan en vraagt: 'Wat heb je voor me meegebracht?' Zijn kortetermijngeheugen is zo  lek als een winkelmandje. Ik show hem de polo's in gedempte greige tinten, een slipover (hier vind je ze nog), de truien van een fijne viscose/wolmix, een kobaltblauw vest, een sportief colbert en een moderne Meyer Hose chino fit. Pappi vindt het gelukkig nog allemaal mooi. 'Dat heb je goed voor me uitgezocht, Pops', complimenteert hij mij:  'alleen die pantalon: is dat een werkbroek?' Pappi die altijd klassieke kostuumpantalons van cool wool draagt, kan deze hippe variant met een perfecte pasvorm pas later waarderen, wanneer hij merkt hoe lekker die draagt. 

De middag erop ben ik weer bij hem na een ongerust belletje: 'Er hangt vreemde kleding in mijn kast. Ik weet niet hoe die er komt. Echt niet', schiet hij meteen in de verdediging, 'Wat moet ik ermee?' 'Dat is je nieuwe outfit', leg ik uit. 'We hebben gisteren samen gewinkeld.' Q. brengt zijn handen naar de zijkanten van zijn gezicht: 'Och, da's waar ook. Ik dacht dat ik naar een feestje was geweest. Ik herinner me een mooie dame die mij wel zag zitten. Ze wervelde continu om me heen.' 'Dat was je personal shopper, Quirinus!' Hij lacht: 'Maar dat ben jij toch?' 'Nee, ik ben je personal assistent ... die 'huurt' de personal shopper in', leg ik uit. 'Luxe he!' 

09 september 2017

KLOMPEN



De hoogbejaarde moeder van een lieve oud-collega sneed elke dag met een mes de knopen van haar kleding af, de rits als alternatief bood geen soelaas. Hoe de hulpeloze negentigplusser steeds aan een mes wist te komen, bleef een mysterie. Het is telkens weer afwachten waar Q. mee op de proppen komt: een klein klusideetje, een nieuwe aanschaf, de vraag om schroefjes en touwtjes, of slijtage, een niet meer werkend deugdelijk apparaat, of (moedwillige) vernielingen die reparatie noodzakelijk maken. 

Deze keer waren het zijn trouwe klompen. 'Kijk', zei de onschuld zelve. Hij toonde me zijn klompen waarvan de spekzolen met geweld waren afgerukt (en spoorloos verdwenen) en waar de rechter houten hak gehalveerd was! Dat kan de schoenmaker ook niet meer fiksen. Lang leve het internet dat zoektochten naar identieke exemplaren vergemakkelijkt. Want: zijn geheugenchip actualiseert niet meer.

Ik tref het: bij de Boerenbond om de hoek hebben ze nog Gevavi klompen in het assortiment. Alles kun je op de bonnefooi kopen, behalve schoeisel, dus moet pappi mee. Hij leeft op grote voet: maat 45 voelt goed volgens hem. Ik hoop het, want anders moeten we terug en winkelen met een ouder iemand duurt vier keer zo lang. Bij de kassa stel ik voor om ze aan te houden, maar dat hoeft niet, monkelt hij. 

Op zijn kamer pakt hij een zwarte marker uit een whiskyglas met potloden en pennen. 'Je gaat toch niet het blanco hout inkleuren?' 'Nuh, ik ga ze merken.' Hij tekent op beide hakken een bats, houdt daarna beide klompen op een afstandje voor zich, keurt en zegt voldaan: 'Leuk zo, daar gaat niemand mee lopen!'

08 september 2017

SENIORENCONCERT


Als ik de organisator van het seniorenconcert dat tegenover het Zorghuis in de Doolhof plaatsvindt bel of ik overmorgen als begeleider meekan met pappi, vraagt hij mijn geboortedatum (waarom vragen mensen toch sinds mijn vijftigste als nooit te voren naar mijn leeftijd?) 'Maar mevrouw,' luidt het antwoord, 'u krijgt zelfs een persoonsgebonden pasje, want u bent immers een kersverse senior!' Ik denk aan pappi, zijn medebewoners, slik, en zeg tegen de man: 'Dat moet ik even verwerken.'

Het jaarlijkse concert van harmonie Fortissimo vindt op een gunstig tijdstip 's middags plaats. Q. is in alle staten als ik hem ruimschoots van te voren ga ophalen: 'Ik kan niet mee, ik heb niets om aan te doen.' Ik klop 'm op zijn schouder: 'Dat smoesje is exclusief voor vrouwen, pappi!' 'Ik kan echt niet mee, ik heb niets sjieks,' paniekt pappi die goed voor de dag wil komen. Hij wijst naar de halve kledingkast-inhoud die hij op bed heeft gepleurd.

De colberts zijn inderdaad van ouderwetse schnit, en zijn bourgondische buik is een maatje meer geworden. Er hangt een mooie lichte halflange zomerse regenjas waar ik een donkerblauw zijden sjaaltje met noppen bij zoek en een linnen hoed. Pappi voelt zich het heertje. Kunnen we dan gaan? Nee, de sleutels zijn zoek. 'Heeft u ze niet in uw broekzak, dan?' vraagt de zuster die mee helpt zoeken. Pappi schudt van nee. 'We moeten echt gaan, dan gebruikt de zuster de loper wel,' beslis ik. Pappi wil voor de zekerheid toch naar even naar de plee. Als hij zijn broek laat zakken, horen we de sleutelbos in zijn broekzak rammelen. Je zou 'm toch ...

Helemaal achteraan tussen achtergelaten rollators vinden we nog zitplaatsen met uitzicht op  het podium beneden. We blijken niet de enigen met meegebrachte kussens voor onder de vot. Q., en de rijen gekortwiekte grijze duifjes voor me luisteren ingetogen naar de swingende performance. Bij het horen van de uitstekende  instrumentale vertolking van 'Don't stop me now' van Queen kan ik echt niet meer stil blijven zitten en ga helemaal uit mijn dak. Het was zeer geslaagd. Als ik pappi na afloop op zijn kamer aflever, vraagt hij of we de zondag erop weer gaan.


03 september 2017

BEZIGE BIESJES


De tuinman. poseert trots voor de nu weer retestrakke voortuin


Plus 30. Binnen is het benauwd. In de overvolle patio is het niet veel beter: geen zuchtje wind. De oudjes die het eerder te koud hebben dan te warm, vinden het genieten. Ik krijg er spontaan opvliegers van. 'Kom, dan maken we aan de voorkant terrasje', opper ik. Daar heeft pappi wel oren naar, want alleen op straat waagt hij zich niet. Ik sjouw twee rotan stoeltjes mee naar de besloten hoek waar een föhn waait. Drankje erbij. Heerlijk. 



Het oog van de Bezige Biesjes valt vrijwel meteen op oprukkend onkruid tussen muur en tegels en de klimop die een eigen draai aan esthetica geeft. Onze handen jeuken en ... laat een zeker iemand nou toevallig net een accu heggenschaar in de fietstas hebben zitten. Ik kan pappi niet alleen laten, want mocht hij in enen zijn omgeving niet herkennen dan raakt hij  in paniek. Maar als ik 'm vraag om bij zuster Roosje in het halletje te wachten, zou hij dat minnetjes vinden. Ik los het op met: 'Wil jij dan de bezem gaan halen, die hebben we na het kortwieken toch nodig?' Pappi-als-je-iets-doet-moet-je-het-goed-doen keert terug met een magazijn aan gereedschap onder de arm: twee schoffels, onkruidborstel, snoeischaar, bezem, bladhark, sneeuwruimer (die we gebruiken als blik; zo hoef je niet te bukken). Operatie 'geveltuin' gaat van start. Van de klamme hitte puffende voorbijgangers verklaren ons voor gek, maar wij bloeien van 'klooien in de tuin' zoals pappi tuinieren noemt, nu eenmaal op.




01 september 2017

TUINFEEST



De initiatiefneemsters van de barbecue (Tineke, Gonny, Lieke) 
krijgen hulp van hun lieve collega's


en vrijwilligers zoals Jac de sjouwer en Qor de veger. 


het uitgifteloket voor de drank wordt gerund door de nieuwe generatie


De bewoners mochten elk twee personen uitnodigen,
wel sneu voor sommigen zonder familie, 
maar dat pikken de medewerkers en gasten goed op


Jeugdsentiment: achtergrondmuziek van de Flippers (Weine nicht kleine Eva) 


Mannenonderonsje later op de avond. 
Pappi: 'Ik kan nog goed meepraten met de jeugd'.


Tot in de late uurtjes blijft het aangenaam buiten.
'Zal ik je naar bed brengen?' vraag ik voordat ik op mijn Gazelle hop.
 'Nee, ik blijf nog even met de organisatie napraten.'

21 augustus 2017

OVERNACHTING



De voltooid verleden tijd gaat prima, merken we als mijn broer belt. Pappi herkent meteen de Gelderse tongval. De tegenwoordige tijd zit in het luchtledige en Q bevindt zich sinds dinsdag in een ander vacuüm: zijn woonadres voelt niet als thuis, sterker nog de herkenning is ver zoek - zie vorige blog HULPLIJN. We willen pappi weer bezig zien. Ik geef de tuinman die zijn eigen tuin niet herkend een snoeiopdracht: 'Volgende week is het familiedag. Wil jij de zwaan op de sokkel van klimop ontdoen?' Om vier uur in de middag krijg ik een telefoontje. Pappi: 'Ik heb mijn werk gedaan. Kom je me dan nu halen?' 'Hoe bedoel je: HALEN,' vraag ik. 'Dat ik hier overdag in een vreemd oord moet zijn, vind ik nog daaraan toe, maar 's avonds wil ik naar huis. Bovendien heb ik niets te eten', klinkt het verwilderd. 'Ach lieve schat, je bent toch thuis!  Driemaal daags schuif je er aan tafel, zo dadelijk ga je avondeten. En daarna blijf je slapen.' Pappi bromt: 'Ik zie geen keuken, alleen een badkamer. Eigenlijk ziet het eruit als een hotel. Ben ik op vakantie?' 'Misschien kan je dat zo wel stellen. Permanent op vakantie dan,' zeg ik, 'zelfs je bed wordt opgemaakt. Vraag het maar aan de zuster'. 'Dat ga ik doen', besluit pappi ferm. Na wat aanwijzingen begrijpt Q dat hij via de deur (!) zijn kamer moet verlaten en slechts de gang over hoeft te steken naar de zusterpost. Na 10 minuten hangt hij weer aan de lijn. Opgelucht: 'Ik heb 1 overnachting kunnen boeken. De zuster komt me straks zelfs ophalen, dan gaan we samen naar de zaal waar een broodmaaltijd wordt geserveerd. 'Maar als het morgenvroeg regent - ik kan mijn regenjas niet vinden en ik heb alleen nog een fiets -, kom jij me dan halen?' 'Ik wil eerlijk tegen hem blijven en herhaal dat hij daar woont. 'Ik snap er de ballen van,' zucht pappi. 'Laat uitgerekend jij me nou in de steek? Dat had ik nooit van jou verwacht!' Mijn hart breekt. 

's Zondags klinkt Q weer helder en is hij zijn gewone montere zelf. Van die 6 afwezige donkere dagen kan hij zich nul komma nul herinneren. Lachend: 'Waar ik het aan verdiend heb weet ik niet schat, maar de zusters die al zo leuk en lief voor me zijn, zwermen nu constant om me heen. Ik word zo verwend!'

19 augustus 2017

HULPLIJN



Hoor ik weinig van pappi tussen de bezoekjes door, dan is hij in goeden doen of bezig. De vele belletjes de dag nadat hij moeilijk uit zijn woorden kon komen, hoofdpijn had en zich ziekjes voelde (geen koorts), bleken een voorbode van een aaneenschakeling van black-outs die achteraf bezien een tweede herseninfarctje moet zijn geweest. De hulplijn werd - net als 8 maanden geleden - een hotline waarin ik telkens dezelfde vragen geduldig beantwoordde, terwijl zijn kortetermijngeheugen gewoon was lamgelegd. Een week lang verkeerde Q. in niemandsland waarin zijn kamer, het huis, de tuin, en de mensen vreemden waren. Hels voor hem, omdat hij zelf wist dat er iets niet in de haak was, hij achterdochtig was (ZE hebben mijn kamer perfect nagebootst van mijn eigenlijke thuis) en  de werkelijkheid niet kon vatten. Met extra knuffels en kusjes, muziek, hoofdmassages, geheugentraining, de niet aflatende inzet van de waakzame zorgzusters (chapeau!) en 2 dagen risperidon is Q, zoals hij zelf zegt, weer voor 90% in het heden beland. 

08 augustus 2017

IK HEB ZO WAWAWAWAANZINNIG GEDROOMD


Nederland is en masse op vakantie. Zo ook de familie van de bewoners en om beurten de vaste medewerkers van het Zorghuis. Om de thuisblijvers een beetje het vakantiegevoel te geven, is de recreatiezaal omgetoverd tot een gezellig terras met fleurige ouderwetse parasolletjes, mega zonnebloemen in potten en voor de ramen felgele kartonnen zonnen aan een touwtje: een dagje uit thuis. Op het televisiescherm trekken in een slideshow vakantiekiekjes in zwart-wit voorbij. Een groep ouderen met polyester Hawaii-slinger om of voorzien van zonneklep of strooien hoed, schuifelt met de blote voeten in een blauwe schelp met strandzand. Ze likken aan een raketje of houden een druppend driekleurig (aardbei, vanille, chocola) wafelijsje in de hand. De heren dragen veelal een tropenhelm, vissershoedje of zonnebril en nippen aan een cocktail (ranja met een rietje), terwijl hun voeten dobberen in de deksel van de schelp die gevuld is met een laagje zout water. Een buitenbeentje die eerst wel en toen weer niet en toen weer wel mee wilde doen, heeft een tot tulband getransformeerde sjaal om en zit met zijn onderdanen in een solitair teiltje met sodawater. Diegenen met elastieken kousen en zwachtels om de benen voelen en ruiken aan de op tafel liggende schelpen en uitgestrooide openstaande dennenappels, of woelen met hun handen door geel heidezand en bewonderen kitscherige souvenirs van weleer. Herinneringen drijven vanzelf boven.

De activiteitenbegeleidster zingt vragend regels uit vakantieliedjes: 'We gaan naar Zandvoort al aan de zee, en wat nemen we mee? De bewoners diepen diep uit hun geheugen en reageren spontaan: een koffer, zonnebrand, duikbril met snorkel, een emmertje met schepje, azijn (tegen kwallen- en muggenbeten), een picknickmand, aardappelen enzovoorts. Tussen het uitserveren van drankjes en exotische fruithapjes (het is tenslotte middag) en ouderwetse vakantiespelletjes door, speelt een accordeonist de overbekende Franse chansons; Parijs was nog nooit zo dichtbij. Er wordt gevraagd wat de vakantiebestemmingen van naasten zijn. Enthousiast worden papieren ansichtkaarten getoond. Bewoners vertellen over hoe zij vroeger met een volgeladen fiets door eigen land, België en Duitsland toerden, kampeerden bij een boer of  overnachtten bij 'verre' neven en nichten, ooms en tantes. De boffers bezaten al een auto en reden naar Ventimiglia of Karinthië. 'Tegenwoordig gaat iedereen met de vliegmachine naar Verweggistan alsof het niks is. Dat hadden wij toen ook wel gewild ...' 

Ik wrijf in mijn ogen, kijk rond en zie mijn eigen slaapkamer. Wat een waanzinnige droom, want in de werkelijkheid zou me dat toch een geklieder geven.







01 augustus 2017

BIERTJE!


Binnenshuis is het klam. Simpelweg een terrasje pikken is er niet meer bij voor pappi. Te veel prikkels en een omgeving die hij niet meer herkent. 'Zullen we in de tuin op het terras gaan zitten', vraag ik. 'Hebben ze daar een koud pilsje, daar heb ik echt zin in', informeert Q. 'Dat is al geregeld', zeg ik. 'En een sigaret!' 'Je rookt helemaal niet', schud ik van nee, terwijl ik hem een groen pijpje aanreikt. Als hij het aloude bekende Heerlijk Helder Heinekenflesje bewondert, is de sigaret al verleden tijd. 'Ziet een bierflesje er tegenwoordig zo uit? Kunstig!' Het begint te druppen, de spatten gaan vrijwel meteen over in gestage regen. We verkassen naar zijn kamer, waar we ramen en deuren wagenwijd openzetten en de ventilator op de hoogste stand. Proost!

28 juli 2017

BLIKGOOIEN


Het giet en de lucht is grijs. De tuinman belt op dat hij zich niet lekker voelt. Lees: geen tuinweer, dus verveeld en/of een te lage dochterdosering naar zijn zin. 'Er zijn genoeg bezigheden in de recreatiezaal' is een van de ideeën die ik hem aan de hand doe: ‘Vanmiddag is er Vlaamse kermis. 'Ik doe nooit mee aan de spellenmiddag, spelletjes vind ik zoooo kinderachtig', sputtert de stoere pappi volkomen overtuigd van zijn gelijk tegen.

Zoals gewoonlijk verleidt de hupse Lievelieke hem met haar sprankelende persoonlijkheid om mee naar de zaal te gaan. Niet veel later ontvang ik een Messenger melding van het Zorghuis met daarin een bloedfanatieke pappi die tijdens het blikgooien verwoed de competitie aangaat om in drie pogingen zoveel mogelijk opgestapelde blikken omver te werpen. De medewerkers weten exact hoe de bewoners in elkaar steken.