29 november 2021

OUDPAPIER

Opgeruimde kamer, opgeruimde geest. Door de rondslingerende tijdschriften op stapels te leggen, moeten Neels gedachten die woensdagavond alles weer op een rijtje krijgen. Althans dat was de bedoeling. Ik ga vast van start: goed voorbeeld, doet volgen. Neel blijkt daar helemaal geen zin in te hebben (ze wil gewoon naar huis), want al die roddelbladen interesseren haar niet. Ze kunnen wat haar betreft morgen (voor haar zaterdag) aan de straat gezet worden. Ik trek een lade open op zoek naar touw om het papier te bundelen. Zij: 'Er hoeft geen bindtouw om.' Ik kan net voorkomen dat ze een zware stapel wil oppakken. Zij: 'Weg ermee. Het ligt alleen maar in de weg.' Moi: 'Maar we kunnen er iemand anders toch blij mee maken?' Zij resoluut gebarend: 'Alles kan weg. Het zijn maar spullen. Ik zou alles, ALLES willen ruilen om naar huis te mogen gaan.' Dementie kan zo wreed zijn.

Een Saar snapt wat nodig is!

ONBEGREPEN

Iemand met dementie kan zich onbegrepen voelen, omdat de werkelijkheid niet strookt met de actualiteit. Verplaats jezelf in hun situatie en bedenk hoe jij zou willen dat er op je emotionele toestand gereageerd wordt. Ga bijvoorbeeld (een stukje mee) in hun beleving. Met hart, humor en fantasie kom je een heel eind.

Mensen met een haperend geheugen die niet meer thuis wonen, willen vaak naar huis. Toon begrip voor hun gevoel zonder zielig te doen: alles komt u vreemd voor, u voelt zich opgesloten/gevangen of eenzaam en verlaten, u heeft verdriet, heimwee, u bent bang alleen et cetera. Door het gevoel te benoemen én af te kaderen, geef je diegene de kans om kortdurend zwelgen toe te staan, maar bied je hem/haar ook een uitweg om zich er daarna over heen te zetten. 

Uit de serie: zoveel zorgen, zoveel hart&humor verhalen

BEPROEFD RECEPT

Wanneer ik tegen het middaguur aanwaai, ligt Bertha nog in bed. Ze weigert op te staan. Hier komt mijn ervaring met dementie goed van pas. Ik ga geen 'gevecht' met haar aan. In plaats daarvan plaats ik in het midden van de geordende slaapkamer mijn dichtgeritste knaloranje handtas. Mijn vest drapeer ik slordig over een stoel die dienst doet als dressboy. Twee dingen die volledig uit de toon vallen.

Ik verlaat de kamer en wacht op de overloop af. Een warhoofd kan niet tegen rommel. Na enkele minuten wint haar nieuwsgierigheid en/of de dementie het van haar. Door de kier van de deur kan ik me verkneukelen: dit foefje is zo doorzichtig en toch werkt het altijd. Het mooiste van alles: Bertha is vrijwillig en vooral zonder commotie opgestaan. Ik loop de slaapkamer binnen waar zij de boel aan het opruimen is: 'Morge!'. Zij: 'Goeie vandaag!' Om haar niet betrapt te laten voelen, gaan we meteen over tot de fijne ochtendroutine van wassen en aankleden. De optie om terug in bed te gaan liggen, komt niet op in haar hoofd.

Een Saar snapt wat nodig is!

28 november 2021

DORUS HANDSCHOENEN

Haar dochter heeft de gewatteerde jas van haar broze moeder uit de mottenballen gehaald. De nieuw aangeschafte mintkleurige sjaal en muts liggen erbij klaar in het halletje bij de voordeur. Wanten zie ik in de gauwigheid niet. In de vrieskou scheppen we een luchtje rond het huis. Vrij snel zie ik haar benige vingers blauw worden, ondanks dat ze ze in haar binnenzak houdt. Ik leen haar de mijne, vingertopvrije. Ik verwacht dat ze de 'kapotte' handschoenen zal afwijzen, maar mevrouw joelt: 'Hé, dat benne Dorushandschoenen.' Dorus' liedje van de 'twee motten' mag hier uiteraard niet ontbreken.

Een Saar snapt wat nodig is!

DE HOTELVARIANT


Het is haar eerste nacht van huis. De familie heeft haar aan ons toevertrouwd. Het begrip 'een mooie oude dag in een verzorgingstehuis' ziet de persoon in kwestie (nog) niet zitten. Ik kan het niet over mijn hart krijgen om haar in te lichten over 'voor altijd'. Probeer het je maar eens voor te stellen: een onbekende omgeving, vreemde mensen en het wordt nooit meer zoals het was, met de nadruk op: nooit. 

Vanwege haar instabiele stemming en mogelijk daaruit voortvloeiende hysterische scenes kies ik vandaag nog voor 'de hotelvariant'. 'Tijdelijk' verzacht de grote stap en de hotelvariant brengt een geluksgevoel.  'Alsof u een prijs in de loterij heeft gewonnen', antwoord ik op de met veel afschuw uitgesproken vraag of ze HIER?! moet blijven. Nadat ze eens goed heeft rondgekeken, troon ik haar nogmaals de kamer rond. Ik beschrijf de luxe decodetails en verwenvoorzieningen. Zij: 'Dit is een eenpersoonsbed. Daar kunnen we niet met zijn tweeën in liggen.' Ze strijkt met haar hand over het dekbed. Ik zie haar denken: wel een luxueus dekbed.

Het was een lange emotionele dag en mevrouw klaagt over hoofdpijn. Moi: Zal ik u een hoofdmassage geven?' Ze mort in haar relaxfauteuil. Ik begin voorzichtig, totdat de vermoeidheid een volledige massage toestaat. Na tien minuten wil ik weten wat ze ervan vindt. Zij gelukzalig: 'Ik mag zeker niet vragen om meer? 'Moi: 'U heeft all inclusive. Ik kan net zolang doorgaan als u wilt.' Zij, nog lichtjes tegenstribbelend: 'Eerst zien, dan geloven. Morgen krijg ik vast de rekening.' Ik verzeker haar dat alles is betaald. Ze gaat er eens goed voor zitten en wijst een plekje op haar hoofd aan: 'Vooral hier vind ik erg fijn.' Na een kwartiertje dut ze tevreden in.

Een Saar snapt wat nodig is!

27 november 2021

EERHERSTEL

Aan de muur hangt een levensgroot portret van een man die in de bloei van zijn leven door een auto-ongeluk uit het leven is gerukt. 'Dat is een mooie man', wijs ik. Mevrouw bot: 'Van mij mag je dat schilderij van de muur halen. Ik heb nooit wat aan hem gehad.' Die mededeling laat me even slikken, want volgens de kinderen was hij een fantastische vader. Hoe triest voor de nagedachtenis ook, het is onbedoeld geestig door mevrouws manier van doen. Ze maakt het nog gortiger door er kneuterig aan toevoegend: 'Hij was er nooit en nu komt hij ook niet op bezoek.' Ben je verkeersslachtoffer, word je door dementie daarbovenop postuum bestempeld als erbarmelijke echtgenoot. Dat vraagt (bij een gunstige gelegenheid) om eerherstel.

Uit de serie: zoveel zorgen, zoveel hart&humor verhalen

26 november 2021

GROUNDHOG DAY

Haar man verzorgde haar jaren liefdevol. Een dag nadat hij overleed werd zijn hulpbehoevende echtgenote uit huis geplaatst. Ondanks dat mevrouw nu al anderhalf jaar ergens verzorgd woont, is elke nieuwe dag voor haar groundhog day*

Ik draag een donkerblauw jurkje. Bij mijn binnenkomst zucht mevrouw: 'Ik sta ook op zwart.' Moi haar hartelijk in de arm nemend: 'Dan gaan we eens wat kleur in ons leven brengen.' In de eerste de beste relaxfauteuil op weg naar haar kamer ploft ze neer: 'Ik wil naar mijn man. Naar huis.' Telkens weer dezelfde smeekbede, telkens weer hetzelfde verdriet. Vanwege de gewenning kan de verzorging niet anders dan eerlijk zijn, anders ontstaat er geen acceptatie en blijft de onrust duren: haar man is overleden en ze woont nu hier. 

Op de momenten dat mevrouw moe is, mist ze de geborgenheid van haar gezin, haar vertrouwde omgeving. Ik gooi het over een andere boeg en beschrijf haar emotie. Ze neemt de tijd om haar gevoelens te verwerken. Zij, al iets toegevend: 'Dus ik KAN niet naar huis?' Moi met omfloerste stem: 'We kunnen een beetje naar huis.' Ik bied haar opnieuw mijn arm aan en zij haakt hoopvol in. We wandelen vlot naar haar kamer waar de eigen meubels haar bekend voorkomen. Samen kuieren we langs het gezellige zitje, het bed, en de kast met parafernalia. Het glas van het zilveren lijstje met een foto van haar man zit onder de afdrukken van kusjes. Ik pak het op en toon de foto. Zij verrast: 'Dat is 'm. Hé, hij is hier. Je bent mijn reddende engel.' Samen kijken we in het familiealbum dat vol staat met vrolijke zwartwitkiekjes van haar kinderen. Ze raakt niet uitverteld. 

* In de film Groundhog day moet een chagrijnige weerman met tegenzin in een afgelegen gehucht een reportage maken. Daar belandt hij vervolgens in een tijdlus en wordt elke morgen op diezelfde dag opnieuw wakker.

Een Saar snapt wat nodig is!

DE HIK

  ik heb de hik 

  ik heb de pik 

ik geef 'm aan een anderman 

die 'm goed verdragen kan

Els heeft de hik. 'Dat heb ik vaker sinds ik een oud besje ben. Best vervelend', geeft ze aan. 'Water drinken doe ik niet, want dan ben ik bang dat ik me verslik. Mijn adem inhouden vind ik doodeng (het zou zo maar je laatste ademteug kunnen zijn) en het versje opzeggen helpt niet. Moi: 'Doe uw armen eens omhoog.' Zij strekt haar armen zo ver als ze kan ik de lucht en roept tot mijn verbazing: 'Hoera!' omdat ze de beweging daarmee associeert. Ze haalt opgelucht adem. Blij verwonderd: 'De hik is weg.' Moi: 'Hoera!' Zij echt verbaasd: Dat hoera! helpt, had ik jaren eerder moeten weten.'

Een Saar snapt wat nodig is!

NAMEN NOEMEN


Mevrouw kijkt me voor de zoveelste keer in de ogen:  'Wat is jouw naam? Ik noem mijn naam. Zij: 'Ik vind MIJN naam mooier.' Ze noemt olijk haar naam. Moi vol schik: 'Dat is inderdaad een bijzonder mooie naam. Ik zou best willen ruilen.' Zij zonder pardon: 'Daar doe ik niet aan.' Moi: U was vroeg wakker vanmorgen.' Zij knipogend: 'Zo is het.'

Een Saar snapt wat nodig is!

25 november 2021

TOMPOUCE

De beweeglijke Nellie is een speels poesje dat overdag schildert; niet met kwast en verf, maar door rusteloze benen. Ze heeft de aandachtsspanne van een goudvis. Voortdurend hinkt ze op twee gedachten: waar is de uitgang van het labyrint waarin ze zich bevindt en hoe komt ze thuis. Borduren of breien (yoga voor het brein) is niets voor de 89-jarige. Omdat ze zelf niet tot rust kan komen, moet je bij wijlen de pauzeknop bij haar indrukken. Met koffie en een stuk pruimenvlaai met dik de slagroom erop, wordt ze aan tafel gelokt. 

Op tafel ligt ter afleiding een dominospel klaar: gele rechthoekige kartonnen kaartjes met voorop in roze sprookjesfiguren. Nellie speelt met het gebaksvorkje in de slagroom. Ze neemt een hapje en wil opstaan. Met een plagerig 'uh' en staccato 'uhbuhdebuh' houd ik haar op de stoel. Als ze gaat wippen, zet ik 'op een grote paddestoel rood met witte stippen, zit kabouter Spillebeen heen en weer te wippen' in. Ze laat het vorkje los om mee te zingen met een van haar favoriete liedjes. 

Ondertussen ben ik onverstoorbaar doorgegaan met kaartjes leggen. Wanneer de gele achterkanten de boventoon voeren, pakt ze er een. Voordat ik er erg in heb, smeert ze met een vinger slagroom op een kaartje. Zij: 'Crème sneetjes zijn ook lekker.' De gelijkenis met een tompouce valt me nu pas op. Nellie gaat vol met haar vingers in de slagroom en metselt grote klodders tussen twee kaartjes. Ik zou er wat van kunnen zeggen, maar mevrouw is zo blij als een kleuter in de zandbak dat ik haar lekker laat aanmodderen. Met een doekje zijn haar handen en de ondergekliederde tafel zo weer schoon en niemand zal twee bekladderde dominokaartjes missen. Het mooiste van alles: mevrouw heeft ongemerkt ruim drie kwartier op haar zitvlak doorgebracht.

Uit de serie: zoveel zorgen, zoveel hart&humor verhalen

23 november 2021

KOFFIETIJD

Dries en het kookeiland zijn onafscheidelijk. Met de theedoek over de schouder managet de best nog jonge vent vanachter de toog het hele zaakje. Althans in zijn beleving dan. Wanneer ik zou moeten gokken zou ik wedden dat de dravende Dries voor zijn dementie in het leger diende. Ik zie 'm zo voor me: druk in de weer in de mess met de pollepel roerend in de moderne variant op rats, kuch en bonen of anders toch minstens achter de tapkast drankjes, loempia's en kroketten serverend, grappend en grollend met kameraden, maar ook de tijd nemend voor een arm om iemands stoere schouder. 

De drukke baas is routineus, punctueel en joviaal. Wanneer zijn corvee van koffiezetten, het aanrecht met een pink duizenddingendoekje blinkend schoon en droog wrijven en het servies in de toegankelijke keukenkastjes strak in het gelid houden erop zit, begeeft hij zich voldaan naar de vestibule om zijn jekkert aan te trekken. Op het thuiskantoor meldt hij zich af bij zijn thuiswerkende partner. Met zo'n man van stavast kun je alleen maar blij zijn. Nog wel. 

Uit de serie: zoveel zorgen, zoveel hart&humor verhalen

22 november 2021

VAKANTIEWERK


Na haar hele leven als typiste op kantoor te hebben gewerkt, woont de vrijgezellige mevrouw nu beschermd. Het is avond. Mevrouw blijft vragen of ze naar huis mag. Un peu de sneu, want ze heeft geen eigen woning meer. Als aangegeven wordt dat mevrouw niet naar huis kan, vraagt ze: 'Mag ik dan een snipperdag?' Moi in de rol van welwillende personeelsmedewerker: 'Dat kan zeker.' Spijtig hoofdschuddend: 'Alleen ... kan dat morgen pas. Dat moet aangevraagd worden.' Dat begrijpt ze: 'De baas moet het goedkeuren.' Moi, de deur op een kier zettend: 'Precies. Als we toch gaan aanvragen, wilt u dan wellicht meer dagen? U heeft zo hard gewerkt.' Daar heeft ze wel oren naar: 'Dan wil ik op vakantie.' 'Moi: 'Leuk! Waar zou u naar toe willen?' Mevrouw: 'Naar Italië, naar Ventimiglia.' Ze spreekt het fonetisch uit zoals haar generatie dat in de jaren zestig deed. Onze conversatie kabbelt voort over kennissen met dezelfde vakantiebestemming. 

Als je nooit meer naar huis kunt terugkeren is elk prettig vooruitzicht meegenomen. We blijven bij het onderwerp omdat mevrouw un po in vreugdige vakantiestemming verkeert en bedtijd zich zo aandient. Moi: 'Wat wilt u meenemen?' Langzaam som ik kofferwaardige spullen voor een strandvakantie op. Zij overal ja op knikkend en aanvullend: 'En iets tegen de muggen, want bij het meer steekt het ervan.' Haar linkerhand wuift een denkbeeldige muggenwolk weg. Lol. Moi intussen met pen en papier in mijn handen: 'Staat genoteerd.' Het laatste wat in de blauw geruite koffer gaat zijn sloffen en pyjama. Het signaal voor de ingeseinde broeder om mevrouw om te kleden voor de nacht. Ze droomt vast van zon, zee en zand.

Uit de serie: zoveel zorgen, zoveel hart&humor verhalen

19 november 2021

MEIDENMIDDAG

Haar enige nichtje is 's middags op bezoek geweest. Tante hinkelt moeiteloos tussen heden en verleden. Zoals gewoonlijk wil ze na het avondeten naar huis: 'Va zal wel denken wat is ze laat.' Ik zet haar nichtje in om haar te overtuigen te blijven. Dat doe ik bewust in stapjes, omdat blijven logeren haar du moment zou overvallen. Moi: 'Floor heeft doorgegeven dat u later komt. We doen nu eerst uw nagels, want zo kunt u echt niet de deur uit.' Ik toon haar de afgebladderde nagellak op haar vingers. Tante: 'Ik loop er inderdaad altijd verzorgd bij. Doe eerst maar dan.'

Tante krijgt een kussen op schoot met daaroverheen een handdoek. De flesjes nagellak worden uitgestald. Om de wellnessbehandeling te stretchen tot bedtijd zoeken we eerst weloverwogen de kleur uit. Ze kiest mokka. De felrode nagellak is lastig te verwijderen, maar met echte aceton lukt het. Ik maak de nagels schoon en duw de nagelriemen terug met een bokkenpootje. Door een brede streep in het midden te lakken, lijken de nagels langer. Tante haar lange nagels bewonderend: 'Op mijn werk zullen ze wel weer zeggen: zij weer.' Moi: 'Er komt nog een satijnen laag over voor de glans en de hardheid.' Tante: 'Tijdens huishoudelijke klusjes draag ik altijd handschoenen, dus dat blijft zo wel zitten.' Moi: U heeft geboekt voor de hele behandeling, dus die krijgt u ook inclusief massage.' Zij in haar nopjes. 

Wanneer ik met het weekblad Libelle wapper om de droogtijd te verkorten, brengt haar dat naar vroeger. Tante: 'Gezellig hè, op zondagmiddagen tutten volgens de laatste mode.' Zij babbelt honderduit over 'onze gezamenlijke vriendinnen', ik hoef slechts af en toe te bevestigen en aan te vullen en koffie te halen. Zij: 'Ach nu heb ik niets lekkers voor erbij.' Ik schuif het boterhambordje met een snee krentenbrood dat ze tijdens het avondeten niet had genuttigd, naast haar mok. Ze biedt mij de helft aan. Ik wrijf over mijn buik dat ik al vol zit: 'Dat lust u best alleen op.' Het gaat erin als koek. 

Tijdens de handmassage heeft tante geregeld heldere momenten waarin ze actuele vragen stelt. Wanneer er een crèmeklodder uit de bijna lege tube plopt, komt ze niet meer bij van het lachen: 'Het landde bijna op je gezicht. Haha. Doe nog eens.' Ik rol de tube op. Zij: 'Hihihi, dat lukt je geen tweede keer, de lucht is er nu uit.' Er volgen nog talloze grapjes en ze blijft opvallend vrolijk. Een half uur voor bedtijd geeft ze aan dat ze scheel kijkt van moeheid. Ik draai de lichtbron op halve sterkte en leg een plaid over haar heen. Zij, me vragend aankijkend: 'Ik denk dat hier blijf. Ik ben zo moe. Kan dat?' Moi: 'Dat vinden we heel gezellig.' Tante met de ogen dicht tegen zichzelf prevelend: 'Fijn. Binnenkort ga ik toch voorgoed naar va toe.'

Uit de serie: zoveel zorgen, zoveel hart&humor verhalen

17 november 2021

POWERNAP


Het ranke engeltje-soms-een-bengeltje wil naar huis. Het is moeilijk te verteren wanneer alzheimer je ervan overtuigd dat mensen tegen je liegen als ze beweren dat je familie overleden is en je thuis al jaren niet meer bestaat. Mevrouw chauffeurt de rollator door verlaten vertrekken. Ze heeft geen rust in haar donder. Om vat op haar te krijgen, navigeer ik haar verbaal en non-verbaal. Wanneer ze mijn aanwijzingen na een rondje accepteert, weet ik dat haar brein bereikbaar is. 

Terug op haar kamer komen de meubels haar bekend voor. Lichtjes opstandig: 'Waarom staan die hier? Daar heb ik geen toestemming voor gegeven.' Ik laat haar betijen. Aan haar hele wezen zie ik dat ze moe is. Ze geeft weer aan dat ze naar huis wil. Ik blijf directief handelen en gebaar haar in haar crapaudje plaats te nemen. Moet ik haar de kille waarheid mededelen of ombuigen naar een acceptabele variant (morgen), kies ik net als menige dochter voor het argument 'als verbouwen/behangen/schilderen klaar is,' of geef ik aan dat haar familie in de hemel is opgenomen? Ditmaal kies ik een softe 'hemel' optie omdat afleiden geen soelaas biedt. 

De eigen meubels en spullen hebben een heilzame werking, mevrouw zucht een keer diep en accepteert de situatie gelaten. Zachtjes zing ik slaapverwekkende slaapliedjes voor haar. Bij de regel 'daarbuiten loopt een schaap' verkeert ze al in dromenland.* Ik ga door met de refreinen van onder andere Ich bau dir ein Schloss en In d'n hiemelIk gun haar de powernap van tien minuten. Wanneer ze daarna haar ogen opent, zeg ik vrolijk: 'Goedemorgen'. Zij monter: 'Ik heb gedroomd dat ik kon vliegen.' 

Uit de serie: zoveel zorgen, zoveel hart&humor verhalen

FEESTNEUS


De liedjes (en de deugnieterige lach) van Toon Hermans en de schunckelmeziek van Andre Rieu houden bejaarden op de been. Tijdens de zoveelste zoektocht naar de afstandsbediening zing ik met wiegend lichaam bij het dichtdoen van de secretairelades: 'Ik zag 'm net nog liggen in de la la la la la la.' Herkenning bij mevrouw als ik Toon noem. Mevrouw wil de laatst geopende lade zelf checken en trekt een eikenhouten kastknopje eraf.  

Ik zing goed hoorbaar: 'Mien waar is mijn feestneus.' Zij valt met meedeinend hoofd onvast in: 'Mien, waar is mijn feestneus, Mien waar is mijn neus ...' Mijn vinger wijst over het mondkapje heen mijn neus aan. Haar wijsvinger imiteert de mijne. Zij constateert droog dat ik geen neus heb. Ze houdt het afgebroken kastknopje tegen haar neus en geeft het dan aan mij. Wat lief, dat ze mij een nieuwe neus bezorgt ... en net als Pinokkio van hout. Ik houd het knopje tegen mijn mondkapje. Zij zet als eerste 'La la la la la la' in.

Uit de serie: zoveel zorgen, zoveel hart&humor verhalen