maandag 22 november 2021

VAKANTIEWERK


Na haar hele leven als typiste op kantoor te hebben gewerkt, woont de vrijgezellige mevrouw nu beschermd. Het is avond. Mevrouw blijft vragen of ze naar huis mag. Un peu de sneu, want ze heeft geen eigen woning meer. Als aangegeven wordt dat mevrouw niet naar huis kan, vraagt ze: 'Mag ik dan een snipperdag?' Moi in de rol van welwillende personeelsmedewerker: 'Dat kan zeker.' Spijtig hoofdschuddend: 'Alleen ... kan dat morgen pas. Dat moet aangevraagd worden.' Dat begrijpt ze: 'De baas moet het goedkeuren.' Moi, de deur op een kier zettend: 'Precies. Als we toch gaan aanvragen, wilt u dan wellicht meer dagen? U heeft zo hard gewerkt.' Daar heeft ze wel oren naar: 'Dan wil ik op vakantie.' 'Moi: 'Leuk! Waar zou u naar toe willen?' Mevrouw: 'Naar ItaliĆ«, naar Ventimiglia.' Ze spreekt het fonetisch uit zoals haar generatie dat in de jaren zestig deed. Onze conversatie kabbelt voort over kennissen met dezelfde vakantiebestemming. 

Als je nooit meer naar huis kunt terugkeren is elk prettig vooruitzicht meegenomen. We blijven bij het onderwerp omdat mevrouw un po in vreugdige vakantiestemming verkeert en bedtijd zich zo aandient. Moi: 'Wat wilt u meenemen?' Langzaam som ik kofferwaardige spullen voor een strandvakantie op. Zij overal ja op knikkend en aanvullend: 'En iets tegen de muggen, want bij het meer stikt het ervan.' Haar linkerhand wuift een denkbeeldige muggenwolk weg. Moi intussen met pen en papier in mijn handen: 'Staat genoteerd.' Het laatste wat in de blauw geruite koffer gaat zijn sloffen en pyjama. Het signaal voor de ingeseinde broeder om mevrouw om te kleden voor de nacht. Ze droomt vast van zon, zee en zand.

Uit de serie: zoveel zorgen, zoveel hart&humor verhalen