12 juli 2022

KUSJE EROP

kind kusje verzacht

Door humor kun je beter met moeilijke situaties omgaan; je bent ontvankelijker voor de boodschap. Ik verkeer in grijs gebied. Wanneer ze op haar dormeuse wil neerploffen, stoot Virginie haar rechterknie tegen de door haarzelf geparkeerde rollator. Meer boos op zichzelf dan dat het pijn doet, wrijft ze geïrriteerd over de zere plek. Moi: 'Zal ik er een kusje opgeven? Zoals lieve moeders dat bij hun kinderen doen. Het helpt echt.' Virginie vinnig: 'Als ik jou was zou ik niet zo royaal zijn met kusjes.' Moi allervriendelijkst en een beetje schalks: 'Dat ben ik ook niet, maar voor u heb ik er altijd eentje over.' Virginie kan niet boos blijven: 'Je maakt me ook altijd vrolijk.' Ze legt de hand op de zere plek: 'Hier graag.'

Een Saar snapt wat nodig is!

REPETITIE

repetitie

Meneer Freek is na een zware operatie in een verpleeghuis opgenomen voor revalidatie. Daar bleek dat het onmogelijk was om terug te keren naar het huis waar het huwelijkse leven zich decennialang afspeelde en waar hij tot voor kort met zijn oude jachthond woonde. In zijn summier ingerichte studio in het zorgcentrum waar hij nu woont, herhaalt hij elke morgen en avond: 'Ik wil naar huis.' Ik begrijp hem. Ieder mens is het liefste daar waar hij/zij zich echt thuis voelt, pas dan ben je op je gemak en kun je helemaal jezelf zijn. Maakt hij de wederkerende opmerking omdat hij geen afscheid van zijn thuis heeft kunnen nemen of mist hij zijn hond waar hij uit angst voor de verdrietige realiteit nooit meer naar vraagt? 

Aan mij als Saar de taak om het verdriet te verzachten of hem tijdelijk op andere gedachten te brengen. Ik mag dat graag met een vleugje humor doen, de realiteit is al moeilijk genoeg. Meneer heeft veel vragen. Ik geef daar antwoord op naar gelang de situatie en zijn stemming met een sprankje hoop of gewoon zoals het is. Wanneer ik het 'juiste' antwoord geef, berust hij in zijn situatie. Ditmaal heb ik als oplossing bedacht dat niet ik de slecht-nieuws-brenger ben, maar dat hij er zelf verantwoordelijk voor is. We oefenen een naar-huis-gesprek voor de maandelijkse afspraak met zijn bewindvoerder. De repetitie verzandt overigens in een geanimeerd gesprek. 

De zondag erna ben ik bij hem op bezoek. Meneer Freek heeft een dringende mededeling: 'Ik wil naar huis.' Moi: 'En wat zei de bewindvoerder?' Hij niet begrijpend: 'Hoe bedoel je?' Ik leg uit dat we een 'vrijlatingsgesprek' gerepeteerd hebben voor de afspraak met de bewindvoerder. Hij enigszins ontsteld: 'Gossie. Nee. Is hij geweest dan?' Moi: 'Ja en u zou vragen of het kon.' Naar huis noem ik niet meer. Hij: 'Verhip, nou je het zegt hangt me daar iets van bij.' Hij wrijft gelaten over de paar slappe kleurloze sprieten die zijn kale schedel rijk is: 'En nou is-tie weg. Dan zit er niets anders op dan hier blijven.' De mannelijke meneer Freek zal nooit toegeven dat hij iets verzuimd heeft. Case closed. Hij vraagt voor het dambord en we schuiven de witte en zwarte schijven zonder een woord vuil te maken aan 'naar huis'.

Een Saar snapt wat nodig is!

OVER SMAAK VALT NIET TE TWISTEN

 reclamefolder met acties

Voor nogal wat mensen is lekker eten een van de geneugten van het leven. Door bijvoorbeeld ziekte en/of slikklachten kun je aangewezen zijn op gepureerd en gezeefd eten. Dat ziet er geregeld onsmakelijk uit, soms zelfs non-kleurig: denk gemengde verfresten. Over smaak valt niet te twisten. Waar de ondervraagden die daarop aangewezen zijn het unaniem over eens zijn: de nutridrink (medische voeding) is niet te drinken. Bah.

Mevrouw kan niet meer aangeven wat ze met plezier at, simpelweg omdat ze de woorden niet meer koppelt aan het product. Met de van thuis meegenomen stapel supermarktfolders waar mevrouw direct die van de Aldi uitpikt (Aha daar deed ze vast haar boodschappen) komen we een hoop te weten over haar eet- en koopgedrag. Aan de hand van de plaatjes geeft ze met mimiek aan waar ze dol op is, wat ze lust, waar ze van gruwt, en welke groenten en fruitsoorten haar onbekend zijn maar die ze best wil proberen als ik er meer over verte. Na de bedachte enquête die tegelijk een smakelijke hap-pening bleek, had mevrouw berehonger. Zomerkoninkjes waren onmiskenbaar favoriet en die houden zowaar na een mishandeling met de staafmixer en zeef een acceptabel roze kleurtje.

Ik ben er om bij de maaltijd te assisteren. Mevrouw krijgt een kommetje pap voorgezet met ernaast een schaaltje gladde aardbeiengelei. Ik schep een lepel brij op met een toefje aardbeiengelei. Mevrouw trekt eerst een (zogenaamd) vies gezicht, er is een komisch talent aan haar verloren gegaan. Moi grijnzend: 'Jaha, u had aangegeven dat u dol bent op aardbeien, dus nu krijgt u o v e r a l aardbeien bij. Het vieze gezicht verandert in een gulle lach met ontblote tanden. Grapje! Mevrouw doet haphap: inladen die lekkere hap.

Een Saar snapt wat nodig is!

10 juli 2022

BRUIDSVLUCHT

trouwen met de handschoen

Willy zit na de moorkop ('Wat een verrassing, wat een feest!') met chocoladeglazuur slagroomvingers in haar luie stoel. Ik maak een badje waar ze de plakhanden in kan poedelen. Het teiltje op haar schoot houdt haar ook mooi op de plaats, want Willy is een ongeduldig iemand. Ik kniel voor haar neer met het nagelborsteltje, dat is soms efficiënter dan een nagelschraper. Ze geeft me zo charmant haar linkerhand aan dat ze zelf erkent: 'Goh, het lijkt zo net of je om mijn hand gaat vragen.' Ik toon mijn kale vingers: 'Dan hebben we ringen nodig.' Willy weet: 'Je kan ook met de handschoen trouwen. Alleen weet ik niet meer wat dat was.' 

De DVD van bruidsvlucht heb ik ooit met het insturen van een puzzel gewonnen maar of we die samen gaan kijken? Als ik het goed heb onthouden was het verhaal eerder naar dan romantisch. Enfin. Met de handschoen trouwen deden vroeger adellijken die ver uit elkaar woonden en recenter bijvoorbeeld verloofden van voormalige Nederlandse militairen in Nederlands-Indië die emigreerden naar Nieuw-Zeeland of Australië waar volop werkgelegenheid was. Men trouwde dan bij volmacht op dezelfde dag apart van elkaar in de plaats waar men zich bevond voor de wet met een stand-in, meestal de broer van de bruidegom. Willy vult bijdehand aan: 'Die had de handschoen natuurlijk.' 

KLM, een oceaanstomer en een spontane dagtrip met haar echtgenoot naar voor haar belangrijke plekken uit haar jonge jaren komen bovendrijven. Over het tripje vertelt ze uitvoerig en vol vuur. Over haar trouwkleding is ze hartstochtelijk: 'Ik kan je de jurk niet meer laten zien. Ik heb er toen ik in verwachting was onze eerste de doopjurk van genaaid. Ik vond 'm gisteren (!) op zolder. Het stof was helemaal vergaan.' Echt jammer beaam ik. Omdat we geen handschoenen hebben, lak ik de nagels van de bruid mooi zachtroze. 

Willy is geen stilzitter. Ongeduldig wipt ze in de luie stoel, echter het bruidjesgevoel wint. Ik toon haar de vingerspreider en plaats haar vingers ertussen. Zoiets heeft Willy nog nooit gezien. Ze noemt het de uitvinding van de eeuw en met die zwemvliezen ben je net zo wendbaar als een otter in het water: 'We zijn toen de kinderen groot genoeg waren naar Pieterburen geweest, vandaar dat ik dat weet.' Met een stukje karton wapper ik de lak droog, Willy babbelt alsof ze bij de kapper zit. De vingerspreider werkt perfect. Voor het eerst hoeft er niet één nagel worden overgedaan. Willy als ik mijn bezoekje rapporteer: 'Ik ben heel content over de behandeling. Voeg maar vijf gulden aan de rekening toe als fooi.'


teenspreider

Een Saar snapt wat nodig is!

08 juli 2022

PADVINDSTER

padvindster

In een woongroep waar iedereen het gewoonlijk naar de zin heeft, hangt kaboutervrouwtje Margret als een treurig verlept plantje dat hoognodig wat water nodig heeft in haar rolstoel. Ze voelt zich eenzaam omdat ze geen gelijke heeft om mee te praten: 'Help me. Ik houd het hier niet meer uit!' Met zoete fluisterwoordjes probeert ze mij en voorheen vast de lieve zorgmedewerksters te paaien. Moi opgewekt vissend naar de waaromreden: 'Van mij mag u, maar ik bepaal dat niet. Normaal vindt u het hier fijn?' Margret wil terug naar haar geboortestad. Moi: 'U bènt in uw geboortestad!'

Margret: 'Nee, in mijn stad ken ik iedereen. Hier ken ik niemand.' Mevrouw hunkert, net als ieder mens, naar aandacht, aanspraak en (h)erkenning. Moi naast haar knielend zodat we mekaar in het gezicht kunnen aankijken: 'Ik ben er nou voor u. Vertel!' Ze lacht flauwtjes. Moi monter: 'We gaan het wel over iets leuks hebben.' Momenteel vindt ze niets leuk, maar vroeger vond ze het geweldig om op (zomer)kamp te gaan. Ik vraag of dat met school was, vanuit de kerk of vanuit de padvinderij: 'Was u welp of kabouter. Ik zie u ook wel als akela of padvindster?' Het woord akela kent ze niet en in kabouters gelooft ze gek genoeg niet. Margret schuddebuikt: 'Of ze een padvindster was? Ik weet niet eens meer de weg naar mijn eigen huis.' 

We zetten een deuntje in dat we waarschijnlijk allebei kennen van tripjes in die Heimat. Schoolreisjes waren in mijn jeugd schaars en in die van haar schortte het vast daaraan; maar je wist niet beter dus je miste het ook niet. Ze onderbreekt met: 'Ken je deze? Daar word ik zo blij van.' Moi enthousiast: 'Allez, laat horen.' Margret zingt alsof ze aan de wandel in de Eifel is: Hai li hailo haha (een octaaf hoger) Haili hailo jaja (staccato) haili hailo haila hahahahaha (overdreven lachend). Ze slaat van pret het ritme met haar handen op de leuning van haar stoel mee: 'Ik zal het jou leren.' Graag! Ze gaat er rechtop voor zitten. Om haar gewaardeerd te laten voelen en in een blije stemming te houden doe ik het onopvallend expres een paar keer fout voordat ik het liedje tot haar genoegen foutloos kan mee li-lo-lallen hahaha.

Dagen later: haili hailo blijkt een oorwurm. Leuk: mevrouw zingt telkens bij binnenkomst ons 'lijflied'.

Een Saar snapt wat nodig is!

06 juli 2022

ROLLATORRUZIE

mercedes, bmw, trust

In huize Avondrood (nog lang niet dood) moet een binnenbrandje geblust worden. Twee dames van hoge leeftijd staan op hoge poten als kemphanen tegenover elkaar. Het komt tot een handgemeen als mevrouw A kunstbloemen van het stuur van mevrouw B rukt: 'En deze zijn ook van mij!' Mevrouw A, de eigenaresse van de champagnekleurige rollator, is heel stellig: de rode rollator is van haar. Wij zitten allemaal in het complot als we anders beweren.

De gemoederen worden gesust door de dames uit elkaars zicht te zetten. Het laatste woord over deze kwestie is echter nog niet gevallen. Mevrouw B snikt bedrukt in een hoekje. Mevrouw A (gewoonlijk een keurige dame van stand) briesend om de hoek: 'Die rode is van mij. Smerig wijf. Ik laat me toch niet bestelen.' Later als ze tot bedaren is gekomen, probeer ik het met humor over een andere boeg te gooien: 'Uw rollator is luxer uitgerust, van een duurder merk en recenter. Al zou de rode van u zijn, dan heeft u met de champagnekleurige rollator een betere deal.' (Wel mevrouw B inseinen dat mocht mevrouw A haar rollator als inferieur bestempelen, ze dat niet serieus moet nemen.) Mevrouw A: 'In onze garage staan vijf van die dingen. Mijn man verzamelt ze. De champagnekleurige en de rode zijn ook ons eigendom.' Dan maar op het sentiment gooien: 'Als u er zoveel bezit, kunt u er best eentje missen. Anders kan die arme mevrouw zich niet meer verplaatsen.' Snoevend gooit ze haar hoofd naar achteren. Van compassie is geen sprake. 

De kemphanen worden ook de dag erop uit elkaar gehouden. Mevrouw B bibbert in een oorfauteuil: op haar verzoek heeft de verzorgster de rollator op haar kamer achter slot en grendel gezet. Mevrouw A's gezicht vertoont nog net geen oorlogsstrepen. Zo trots als een pauw paradeert ze met haar champagnekleurige rollator door de gezamenlijke woonkamer. Een binnenwippend familielid weet te vertellen dat mevrouws echtgenoot een oldtimer collectioneur was. Hij tegen mevrouw A: 'Wat een prachtige bolide rijd je toch. De champagnekleurige uitvoering is echt de meest gewilde. Echt een super chic verzamelaarsobject!' Niemand bemoeit zich met de situatie. Mevrouw A staat in dubio. Haar achterdochtige hoofd wikt en weegt. Ze geeft toe. De lucht is geklaard. 

Een Saar snapt wat nodig is!

05 juli 2022

NAMEN RADEN

conversatie, namen noemen

Marijke, pardoes midden in de conversatie: 'Ken jij Lia Penoa?' Ik herhaal grinnikend de naam zoals IK 'm versta: Lia Penosa? Zij: 'Ja?' 'Moi: Uh, nee. Zou dat moeten dan? Ik ben niet bekend met het criminele circuit.' Dat begrijpt Marijke niet: 'Pia Lenoa dan? Moi: 'De namen komen me niet bekend voor. Zij in mij teleurgesteld: 'Jij weet ook niks!' Moi: 'Is het een bekende van u?' Zelf om haar antwoord lachend: 'Ik weet het ook niet. Ik dacht dat jij me dat kon vertellen.' Moi: 'Maar hoe komt u dan aan die naam?' Marijke: 'Ik wilde iets tegen jou zeggen over - ach, ik weet het niet meer - en toen rolde die naam zomaar uit mijn mond.

Ik stort een waterval aan bekende namen van weleer (Pia Zadora tot Zsa Zsa Gabor) over haar heen en goochel met de acht letters op papier. Marijke is vastbesloten om de persoon bij de naam te achterhalen, maar we komen er niet uit. Zegt ze: 'Ken jij?' Ze brabbelt iets onverstaanbaars. Mijn handen theatraal tegen mijn hoofd houdend: 'Oh nee, niet weer!' Marijke: 'Wat?' Moi: 'Iemand die u kent en die ik moet kennen, omdat u het niet weet.' Zij, haar schouders optrekkend: 'Maar ik ken helemaal niemand meer.' Ik pak haar met een goedbedoelde grijns goedmoedig vast: 'Vooral houden zo!' 

Het zal een half uur later zijn als ik haar instappers verruil voor comfortabele sandalen. Marijke pakt ze van de grond. Ze komt moeilijk uit haar woorden. Ze knikt haar hoofd, slikt en begint opnieuw: 'Zzz. Za. Nee.' Ze schudt haar hoofd: 'Kijk die naam! Hehheh!' Moi: 'Gabor. Die ken ik ook. Zo heten uw schoenen. Zsa Zsa heeft vast dezelfde.' We liggen in een deuk over zoveel onbenul.

Een Saar snapt wat nodig is!

04 juli 2022

VELDBOEKET

wilde bloemen, plukboeket

De achterdeur staat open. Mijn cliënte roept dat ze op het toilet zit. Het meegebrachte veldboeketje zet ik in een uitgewassen jampot met afgeweekt etiket. Marlies houdt van bloemen op tafel. Soms neem ik een enkele gerbera mee voor in het rozenvaasje en als buiten alles in bloei staat wordt het een plukbosje uit eigen tuin of Moeder natuur. Elke week een koffieboeketje uit de winkel is mooier maar dan wegen de kosten niet op tegen de baten. Ik kom er natuurlijk wel als professionele kracht.

Wat ik ook voor vers fleurigs meebreng Marlies waardeert het gebaar. Ik klop op de wc-deur omdat ik het erg lang vind duren. 'Kun je me helpen? Ik krijg de broek niet omhoog', klinkt het korzelig. Het is een beetje een kliederboel en de kleren moeten verschoond, maar alles komt op de pootjes terecht. Ik toon alle begrip en doe er luchtig over, haar valt het zwaar; alweer inleveren en om hulp moeten vragen. 

Boos op de ouderdom en de daarmee gepaard gaande aftakeling schuifelt ze naar de keuken om thee te zetten: 'Wie heeft dat onkruid op tafel gezet?' Kwam de sneer omdat er nog geen geblokt strikje omzat of was de boze bui nog niet overgedreven? Ik steek grappig mijn vinger op: 'Schuldig.' Marlies humeurig: 'Je moet maar durven om op visite te komen en zoiets meenemen.' Moi speels: 'Met de hand voor u geplukt. Het is not much, maar het komt uit een goed hart.' Ze bromt iets onverstaanbaars. Ik laat haar betijen en we doen gewoon als altijd, dus gezellig. Wanneer mijn dienst erop zit, pakt ze het met liefde geschikte 'vaasje' op (ik dacht dat ze het mee terug wilde geven, wahoe): 'Heb ik dat wildebloementuiltje van jou? Erg lief van je.' Ik werp haar een kushandje toe: 'Graag gedaan en tot de volgende week!' Ze zwaait me na tot ik uit het zicht verdwenen ben.

Een Saar snapt wat nodig is!

02 juli 2022

DIT IS HET EINDE

 dit is het einde

Als de situatie zich ervoor leent en de persoon is ervoor in dan maken we een eventje van mijn bezoek. We gaan terug in de tijd waar mevrouw met haar zus geregeld naar Italië tufte. 'Dit is het einde', zegt ze als we het zonnige terras doorkruisen. Dit is het begin ... van een mooie middag wil ik zeggen, maar mevrouw wil met ‘dit is het einde’ uitdrukken dat ze het hier enig vindt. Ik schuif twee stoelen zo dat we een ongestoord plekje voor onszelf creëren, een cipres blokkeert de blakerende zon. Ze is aangeschoven. Ze krijgt de in de rollatortas meegenomen mousseline stola om haar schouders gedrapeerd, alsof ik haar hofdame ben. 'Bella signorina aan het Gardameer', zeg ik overvrolijk. 'We gaan elk jaar', zegt ze helemaal in haar rol. Genoeg gespreksstof al dwalen we snel af naar enorme fietsafstanden die ze in haar werkzame leven als secretaresse/expeditiemedewerker heeft afgelegd, pensioen, typen, panty's en dikke kousen en muggen. Zij olijk en vergenoegd: 'Bij zo'n meer heb je veel muggen. Daarom ging ik altijd met mijn zus, een beetje een opschepster. Ze heeft zoet bloed. Als je naast haar zit, wordt zij lek geprikt en jij ontzien. Niks geen jeukende bulten. Haha. Eigenlijk best wel gemeen van me.'  We wuiven het lachend weg.

Tijdens het theebanket klinken we cin cin met porseleinen kopjes, eten we de petit fours van het glunderschaaltje met de pink omhoog, en luisteren we naar een merelconcert. Een opdringerige oudere eenzame weduwnaar meldt zich aan ons zitje. Mevrouws gezicht spreekt boekdelen: hoe krijgen we die man zo snel mogelijk weg. Ik knipoog. We begrijpen elkaar, want ze knipoogt net zo ondeugend terug. Wanneer hij vraagt hoe oud ze is, dient ze hem vlot en elegant van repliek: 'Dat vraag je niet aan een dame. Eh signorina.' Wat een gevatheid! Hij schat haar 65. Zij met de ogen rollend: 'Ik heb zo'n hekel aan die vreselijke charmeurs met hun versierderspraatjes.' Ze blijkt in haar element en de weduwnaar taait na enig beleefd aandringen van mijn kant af. Arrivederci! Mevrouw op zangerig toon de handen over elkaar wrijvend: 'Zo! Die zien we nooit meer te-rug.' We blijven langer dan gewoonlijk zitten.

Thuis heeft het vrolijke uitje nog steeds een opgewonden uitwerking op haar. 'Wilt u even met uw zus bellen om te vertellen van de plezierige middag?' vraag ik. Ik zoek het nummer op en overhandig haar de hoorn. Mevrouw opgetogen ratelend: 'We zijn vanmiddag naar het Gardameer gelopen. Het was er zalig en we hebben heel fijn geschommeld.' Grappig, dat haar brein de uitgelaten middag associeert met iets fijns uit vervlogen tijden. De zus wil ook haar zegje doen. Mevrouw proestend en me aanstotend: 'Hang op. Dat willen we niet horen.' 'Boefje', grinnik ik tegen haar en loop de gang op om het gesprekje netjes af te ronden. Vanuit de (hotel)kamer hoor ik haar meermaals aandringen: ‘Ophangen!’

Een Saar snapt wat nodig is!

20 juni 2022

EN WE GAAN NOG NIET NAAR HUIS

bevrijdingsdag,lotto gewonnen

Achter gesloten deuren. Heeft ze de lotto gewonnen, is de oorlog voorbij en vieren we Bevrijdingsdag? Dansend komt de in juichstemming verkerende Nolda op me af: 'Je bent er! Ik mag naar huis! Rijd de auto maar voor.' Ik spring enthousiast mee, ze is zo dolblij. Wel een vreemd bericht. Ik zie meer opgetogen gezichten binnen de woongroep. Wat is hier aan de hand? Een medebewoonster blijkt tijdens het middagmaal iedereen het hoofd op hol te hebben gebracht. Op de repeterende mag-ik-naar-huis-vraag van een huiler heeft de medebewoonster die het zo sneu voor hem vond, geantwoord dat iedereen vanavond naar huis gaat. 

Nolda heeft een opleving en is zo ingelukkig dat ik het niet over mijn hart krijg om in mooie bewoording te vertellen dat ze het pand alleen tussen zes plankjes verlaat. Ze staat bij de uitgang: 'Maak jij de deur open voordat ze zich bedenken?' Ik kan het rekken door haar voor te houden dat het veel te ver naar huis is en dat ALS ze naar huis gaat, ze wordt opgehaald. Ik lieg niet. Ter afleiding haal ik maar weer eens de speurtocht 'zoek de uitgang' van stal waarbij zoveel lollige onderwerpen de revue passeren, dat je de weg wel kwijt moet raken.  

Wanneer haar na een uurtje getemperde enthousiasme overgaat in gapen, constateert ze melig: 'Onderhand denk ik dat we weer eens in het ootje zijn genomen. Ik trap er ook elke keer in.' Moi: 'Je zou het denken. Kom dan nemen we daar een beker chocomel.' Ik gebaar naar de crapaudjes in de hal waar ze voor de in- en uitgang kan posten. Wanneer ik na een halve minuut terugkeer met twee bekers chocomel is Nolda vertrokken. Vertrokken naar dromenland. Haar ontspannen gezicht nog in een glimlach. Ik verlaat de woning via een achterdeurtje. 

Een Saar snapt wat nodig is!

17 juni 2022

SAAR AAN HUIS

een Saar snapt wat nodig is

Een Saar snapt wat nodig is: bij elk bezoek neemt ze een tas vol begrip en vreugde mee. In Venlo e.o. is de vraag naar Saars en Brammen groot. Ben je in voor een betaalde bijbaan waar je zelf het aantal uren kunt bepalen? Informeer naar de mogelijkheden bij Judith Selle 06 - 86895171 of venlo@saaraanhuis.nl

Kenmerken van een Saar/Bram: sociaal - vrolijk - zorgzaam - betrokken - betrouwbaar - integer - respectvol - behulpzaam - warm - geduldig - daadkrachtig - verantwoordelijk - ervaren -  oplossingsgericht - deskundig - professioneel

09 juni 2022

MOEDER EN DOCHTER

boterbloemen, dotter

Nu er veel bloeit en groeit in eigen tuin neem ik geregeld bloemetjes voor een speciale cliënte mee. Aan haar blije gezicht zie je dat ze dat waardeert. Ditmaal houd ik het plukboeketje zo voor mijn gezicht dat alleen mijn ogen zichtbaar zijn: 'Alstublieft.' Fien pakt het aan: 'Dankjewel. Ben jij mijn dochter?' We hebben dit toneelstukje al eerder opgevoerd. Weet ze dat echt niet? Zij: 'Wat erg dat ik dat niet zeker weet.' Moi met humor: 'Ik ben uw dochter niet. Maar ik ben wees, dus een mama, zeker zo'n lieve als u, is welkom.' Zij mijn woorden overwegend: 'Ik heb altijd een meisje willen hebben. Ben je braaf en gehoorzaam?' We moeten er samen om lachen.

Een mij onbekende buurtbewoonster die ons vaker samen ziet, klampt me aan: 'Elke keer als ik jullie samen zie, zou ik willen dat ik met mijn eigen moeder net zo'n fantastische moeder-dochterband had. Jullie zijn zo leuk samen.' Fien pakt mijn hand en beaamt het. Ik laat het zo en knik. Wie nu mocht denken dat mijn kostje gekocht is, komt bedrogen uit. Bij het volgend bezoek aan haar waar een langere poos tussen zit dan normaal, vraagt mijn kersverse adoptiemoeder doodleuk wie ik ben. Op de vraag of ze me herkent, antwoordt ze dat ze me nog nooit gezien heeft. Ik ben botweg gewist uit haar geheugen. Ik stel me voor als Saar: 'Leuk met u kennis te maken.' Zij nuchter: 'Dat zal de tijd uitwijzen.' Ze haast zich te zeggen dat het niet onaardig bedoeld is. Je blijft lachen. Niets zo veranderlijk als een (dementerende) bejaarde. Zo ben je een aangenomen kind en zo ben je Remi alleen op de wereld.

Een Saar snapt wat nodig is!

08 juni 2022

DE EERSTE INDRUK

a warm reception is just the beginning

a warm reception is just the beginning

Hoe je wilt reageren op de beleving van iemand met geheugenklachten hangt van de omstandigheden af. Inschatten hoe iemands reactie kan/zal zijn en wat diegene op dat moment aankan. Moet je meegaan in de beleving van iemand of gewoon duidelijk zijn: zo zit het. Meteen de waarheid vertellen kan duidelijkheid scheppen of rauw op het lijf vallen. Als je zegt waar het op staat, kan iemand zich van je afkeren, dichtklappen. Geleidelijk aan vertellen hoe het zit, of eromheen draaien, of een leugentje om bestwil in stand houden zijn geoorloofd als die persoon zich daardoor in plaats van ongelukkig prettig(er) voelt.

Mevrouw is die ochtend achtergelaten op haar nieuwe kamer. Alles is vreemd en ze wil naar haar vertrouwde huis. Wanneer ze hoort dat ze hier voortaan (noodgedwongen) woont a) gelooft ze dat niet en b) raakt ze in paniek. Buiten breekt de zon door. Ik vraag of ze weleens op vakantie is geweest. Ze vertelt vol vuur over buitenlandvakanties. Haar gezicht klaart op wanneer ik haar laat logeren - een veelbeproefde en succesvolle methode. Permanent wordt zo afgezwakt naar tijdelijk tijdelijk. Op haar hotelkamer bespreken we de verblijfsmogelijkheden. 's Avonds, na een emotionele dag,  komt ze naar me toe: 'Jij bent toch de receptioniste? Ik knik vriendelijk. Zij: 'Ik vind het hier best leuk, kan ik voor vannacht bij jou een kamer boeken?' Tuurlijk kan dat. We lopen naar haar kamer en ik vertel haar dat ze boft. Toevallig is de extra mooie kamer vrij. Mevrouw vindt de inrichting (met haar eigen spullen die ze niet als zodanig herkent) prachtig: 'Wat een luxe!'

Een Saar snapt wat nodig is!

06 juni 2022

GROEIZAAM WEER

lange haren

De kapper heeft Mariets haren geknipt. Veel te kort naar haar zin. En aangroeien gaat slechts met een centimeter per maand, weet ze. Wanneer we met een kaboutergietertje (de grote groene is in geen velden of wegen te bekennen) de balkonbakken watergeven, begint het, terwijl de zon volop schijnt, te plenzen. Dat scheelt een hoop op en neer geloop. Toevallig is het kermis in het dorp en weet Mariet een leuke spreuk: 'Regen bij zonneschijn dan hebben de engeltjes kermis in de hemel.' Moi: 'Gezellig. En wij hier.' Zij best verbaasd: 'Is het al Pinksteren? Ik hoef niet naar de kermis. Ik wil naar de kapper.' Moi: 'Om de haren eraan te laten knippen?' Mariet verzucht met een dromerige blik: 'Als dat zou kunnen.' 

Ze strijkt nadenkend met haar vingers over haar kin: 'Als het Pinksteren is dan is het toch mei? Moi: 'Klopt als een bus.' Mariet staat kwiek op waar dat anders moeizaam gaat. Ze gaat terug het balkon op terwijl de regen met bakken uit de dreigende lucht valt. 'Meiregen is groeizaam weer', verklaart ze. Ik ga mee. Na luttele seconden vluchten we naar binnen met kletsnatte haren en bloesjes. Mariet had zich meiregen heel anders voorgesteld. Nadat haar haren en schouders zijn drooggedept, maak ik mijn natte knoet los. Druipende slierten hangen over mijn rug. Mariet: 'Oh, bij jou heeft het gewerkt. Ik zei het toch!' Hoopvol: 'En bij mij?' Met een blauw elastiekje uit de glazen bewaarpot die allerlei handige dingetjes bevat, bind ik de nekharen tot een minuscuul staartje: 'U kunt al een staartje!' Zij voelt en lacht als een boer met kiespijn: 'Een muizenstaartje.' Moi bemoedigend lachend: 'Maar de groeizame regen werkt door hè. Bij mijn volgende bezoek moet ik u vast met Rapunzel aanspreken.' Een contente en attente Mariet: 'Heerlijk hoe jij altijd aan alles een positieve wending kunt geven! Het elastiekje blijft die middag zitten. Geregeld voelt ze of het staartje al langer is.

Een Saar snapt wat nodig is!

05 juni 2022

OP SCHOOT

opgeschoten gras
De tuin is een afschildering van pointillisme

In de openlucht een grijs wolkendek bij 25 graden. Op de stoep vang ik Fien op die net de deur van haar seniorenwoning achter zich heeft dichtgetrokken. Fien is een dwaler. Ze leeft in vroeger en wil geregeld naar haar ouderlijk huis dat niet meer bestaat zoals in haar beleving. Fien twijfelt over links of rechts afslaan. Fien: 'Ik ga naar mijn moeder, maar ik weet de weg niet. Zo erg.' We kennen elkaar al een tijdje. De flinke Fien staat er zo aandoenlijk bij dat ik haar hartelijk vastpak: 'Uw moeder is een engel, en u bent een schat.' Fien wentelt zich in mijn armen: 'Waarom? Waarom ben ik een schat?' Moi haar spontaan in de poppetjes van haar ogen kijkend: 'Ik kan er niets aan doen. Ik ben helemaal weg van u.' Ik som haar goede eigenschappen op. Fien luistert met gespitste horen. Complimentjes kunnen iedereen bekoren.

Wanneer ik haar zachtjes richting haar tuintje met verwilderde bloemen tussen het opgeschoten gras troon, herhaalt Fien: 'Ik wil naar mijn moeder.' Fien zoekt geborgenheid. Ik schuif een verstelbare houten tuinstoel dichterbij en klop met een glimlach uitnodigend op het verschoten gele kussen: 'Wilt u even bij me op schoot zitten?' Ze glimt: 'Zo'n spriet als jij kan me niet houden, maar dankjewel voor het aanbod. Ze pakt mijn hand vast en kijkt me vol genegenheid aan. Een vragende en enigszins twijfelende blik: 'Ben jij mijn dochter?' Moi: 'Het klopt dat u een moeder bent. Helaas niet de mijne [mijn lieve mam is helaas overleden], maar ...' Fien onderbreekt me: 'Ik heb altijd al een dochter willen hebben. Wil jij mijn dochter zijn?' Ik smelt. Haar liefdevol aankijkend: 'Vanaf nu zijn we tijdens mijn bezoekjes moeder en dochter.' Vijf minuten later vraagt een gelukkige Fien: 'Ben ik echt een moeder?' Wanneer ik blij knik, neemt zij het initiatief tot een bevestigende knuffel.

Een Saar snapt wat nodig is!