zaterdag 23 juli 2022

HIJ SPEELDE ACCORDEON

muzikant

Gelijkgestemden hebben de tijd van hun leven in de gezamenlijke huiskamer die dienst doet als feestzaal. Ze vermaken zich in een kring rondom de accordeonist. Marleen houdt van optimistische mensen, maar niet van uitbundigheid. Ze stuit op de grenzen van wat haar versleten brein aankan. Overprikkeld laat ze zich op haar kamer op bed vallen. Ging ze vroeger nooit uit? Gaf ze er niet om, mocht dat niet of was er simpelweg weinig gelegenheid of geld voor uitspattingen om zich aan over te geven? 

Ik vind haar in een rare houding op bed. Marleen klaagt over lawaai bij de buren; haar slaapkamer grenst aan de 'feestzaal'. Ik help haar rechtop in een fauteuil, verduister de kamer, sluit haar kamerdeur en zet rustgevende geluiden op. Ze hoeft niets te drinken, omdat ze geen geld op zak heeft; vermeend geldgebrek is een bekende kwaal bij dementerenden. Door de 'feestzaal wil het er bij haar niet in dat alles al betaald is en dat ze zoveel kan eten en drinken als ze wil. 'Wilde u daarom niet blijven?' vraag ik. Zij: 'Ik houd niet van muziek. En ja, ik vond het rot dat ik geen rondje kon geven. Ik ben zo niet opgevoed ... om te profiteren van anderen.' 

Marleen: 'Ik wil alleen.' Ik maak me schaars, zodat ze zich in haar eigen belevingswereld kan terugtrekken. Ik wacht bij het koffieautomaat als ze me komt halen. Doodop valt ze in mijn armen voor houvast en een knuffel. Ik sus haar onsamenhangende praat terwijl we naar haar kamer gaan. De ingeseinde zuster stopt haar in bed. 

Een Saar snapt wat nodig is!