dinsdag 24 januari 2017

VOORPRET


Pappi vraagt hoe oud hij wordt. '89', verklap ik. Hij: 'Toch? Ik heb iets van 28 in mijn hoofd.' Ik: 'Dat klopt, jouw bouwjaar is 1928, een uitstekend jaar.' Pappi vraagt in welk jaar we leven en maakt een rekensommetje: 100 - 28 = 72 + 17 = 89. Een (reken)wonder. 

'Gebeurt er iets met mijn verjaardag?', fluistert Q. voor zich uit starend. Ik balanceer tussen hem verrassen, of vertellen dat er een bescheiden feestje wordt georganiseerd - de geriater raadt aan om er geen al te grote drukte van te maken, omdat het een black-out kan triggeren, ondanks dat het een blijde gebeurtenis is. Ik verzeker haar dat we gasten spreiden: zo heeft hij meerdere keren visite, bij veel genodigden tegelijk zal hij sowieso niets meekrijgen. En het is immers zijn partijtje.

Ik laat summier iets los. Overvloedige mededelingen veroorzaken piekergedrag. Premature informatie werkt hetzelfde als wanneer je jouw kind een week van te voren vertelt dat hij/zij naar de Efteling mag. Van de andere kant: als ik niets verraad, is er geen voorpret. Q.: 'Ik hoef geen fuif.' Schamperend: 'Lang zal die leven. Het leven is geen feest als je zo oud bent als ik.' Ik wilde er grappig tegen ingaan met iets in de trant van: ‘Mijnheer den Biesen mag niet kniezen’ of ‘Dan bel ik de fanfare wel af’, maar Q. onderbreekt mijn gedachten met een gretig: ‘Wie komen er allemaal?’