zaterdag 8 januari 2022

VAN MIJ

Je wordt ouder en ouder. Je lichaam krimpt en kraakt. Zelfs je bezittingen reduceren tot het hoognodige. Omringd door een bed, een stoel met bijzettafeltje, een kledingkast, soms een tv en familiefoto's. Wanneer je verplicht hebt moeten ontspullen, zijn de weinige dierbare bezittingen extra kostbaar.  Iedere oudere van dagen vindt er het zijne of hare van. Uit de vergaarbak ...

'Wat een gezellige kamer heeft u.' Riet: 'Allemaal ouwe meuk. De goede spullen zijn verdeeld onder mijn kinderen of weggegeven aan nichtjes en neefjes. Rommel is het. Rommel waardoor je je helemaal afgedankt voelt. Er is niets hier waar ik aan gehecht ben.'

Geertje weet precies wat van haar is en wat van het huis. Omdat ze het gisteravond koud had, hangt de plaid nog over de bedrand. Vol afschuw wijst ze ernaar: 'Die! Die moet weg, die is niet van mij.'

Bea toont zich bezitterig, wanneer ik het Delfts blauwe kaststel bewonder: 'Dat is van mij.' Moi bevestigend: 'Dat is van u.' Bea geniet niet van complimenteuze aandacht voor haar eigendommen, maar wordt er juist onrustig van. Moi: 'Alles ligt ook vast op papier.' Ondeugend: 'Of heeft u net als mijn oma al naamstickers op de achterkant/onderkant van de voorwerpen geplakt.' Bea wijs: 'Stickers kan je eraf krabben en papier kan kwijtraken.'

Frans kan het geen bal schelen hoe zijn kamer eruitziet. 'Weg ermee', sputtert hij. 'Ik ben d'r klaar mee. Met alles.' Hij opent een lade waar een kleine verzameling zilveren lepels in ligt. Demonstratief: 'Kijk, lepels. Wat moet ik ermee? Ik heb al maanden geen eten gezien.'