woensdag 15 december 2021

KERSTVROUWTJE

Iedereen heeft weleens zo'n dag waarbij je bij wijze van spreken vanaf het wekmoment al met het verkeerde been uit bed stapt. Zo ook Agnes, een craquelé dametje gezegend met golvend lang haar. Lichtjes tegenstribbelend ('Ik ben niet waar ik wezen moet') krijg ik haar mee voor een ommetje. Het is zacht voor december. Wanneer we in de verte lichtjes zien branden, is haar nieuwsgierigheid gewekt en de opstandige bui op zijn retour. Ik verzin er onze kerstexpeditie bij. 

De bewoonster (een bloedmooie meid geheel in sjiek zwart fluweel) plamuurt net met de laatste rode kerstbal de gehele gevel dicht. Moi: 'Kijk, we hebben het huisje van de kerstvrouw gevonden. En ze is thuis!' Ik bewonder de met liefde gedecoreerde woning. De verlegen Agnes brabbelt wat over kerst. Ze is een en al verwondering en noemt zichzelf een arm kind, dat doet ze wel vaker: 'Ik had vroeger geen grote strik in mijn haar zoals andere meisjes in mijn klas.' De bewoonster speelt niet het kerstvrouwtje, ze is het. Zo lief! Agnes mag kiezen uit een gouden en rode strik. Ze gaat voor goud (is duur) natuurlijk. 

Aan het einde van het laantje biggelen gelukstranen vrijelijk over haar wangen: 'Nog nooit is iemand zo onbaatzuchtig lief voor me geweest.' Moi: Daarom is zij ook het kerstvrouwtje. Een warmhartig iemand die de kerstgedachte heeft uitgevonden: genoegen beleven door anderen een goed gevoel te geven.' Agnes toont haar gouden strik uitbundig aan iedereen die we tegenkomen. Weer binnen warmt de beker chocomel haar koude spichtige vingers op. De gouden strik prijkt op haar hoofdkussen. Agnes: 'Wat was het koud op de Noordpool, ik ben zielsgelukkig én pfff weer op aarde beland. Wat een geluk dat we het kerstvrouwtje troffen.'

Een Saar snapt wat nodig is!